Wonderlijke tijden. Verstoring van de bestaande orde. Wat voor jou belangrijk is wordt bedreigd – en je zoekt steun, houvast, geborgenheid. Je behoefte aan zekerheid groeit, maar waar vind je die nog? De werkelijkheid schreeuwt je toe: ’Je bent op jezelf aangewezen!’ Ben je dus alleen? Nee! Want we zijn hier samen. Niemand is alleen. En we hebben elkaar nodig. Meer dan ooit. Deze tijd vraagt om tevoorschijn komen. Laten zien wie je bent. Je niet meer verschuilen maar meedoen. Inbrengen wat jij kunt bijdragen – door te doen waar jíj blij van wordt. En je door niets of niemand meer bang laten maken. Wanneer je de moed kunt opbrengen om voluit te leven – recht uit je hart, en geholpen door je hoofd – ben je minder alleen dan je denkt. Dan kun je steun, houvast en geborgenheid ervaren. Bij jezelf, en bij de ander. En dan heb je ook wat te geven – dan geef je wie jij in wezen bent.

maandag, april 12, 2010

Hoezo utopisch?


Hier waagt geen politieke partij zich aan...

Maar dit is wel de wereld waar ik naar verlang!


Vrijheid, gelijkheid en broederschap
Een wereld waarin mensen zich volledig kunnen ontplooien. Een wereld waarin individuele vrijheid en zorg voor elkaar samen opgaan. Een wereld waarin iedereen gelijkwaardig is en gelijke kansen heeft. Een wereld behalve vrijheid en gelijkheid ook broederschap geleefd wordt – waarin alle drie van even veel waarde zijn en ook niet zonder elkaar kunnen. Een wereld waarin iedereen tot zijn recht komt.

Individuele talenten en kwaliteiten
Een wereld waarin het unieke van ieder mens tot uitdrukking kan komen. Een wereld waarin elk kind met plezier naar school gaat. Niet alleen om te leren, maar ook en vooral om zich te ontwikkelen. Een wereld met scholen waarin volop aandacht is voor de individuele talenten en kwaliteiten van elk afzonderlijk kind. Scholen waar het fijn is om te zijn – in de wetenschap dat het met dat leren dan ook wel goed komt.

Duurzaam
Een wereld waarin economie en ecologie geen meer tegenstelling zijn maar juist een twee-eenheid vormen. Een wereld waarin duurzaamheid uitgangspunt is en hergebruik de standaard. Een wereld zonder uitbuiting van mensen, zonder mishandelen van dieren en zonder uitputting van de aarde.

Hergebruik

Een wereld waarin we onze grondstoffen niet opgebruiken maar hergebruiken. Een wereld waarin verspilling niet meer bestaat. Een wereld waarin respect voor het leven op aarde centraal staat.

Bescherming
Een wereld waarin iedereen zich verantwoordelijk voelt voor wat kwetsbaar is en bescherming behoeft. Een wereld waarin natuur en cultuur gekoesterd worden. Een wereld waarin al het kwetsbare als vanzelfsprekend beschermd wordt.

Meetellen en meedoen

Een wereld waarin je niet bang bent voor elkaar omdat de ander een andere kleur, seksuele voorkeur of geloof heeft. Een wereld waarin we naast elkaar leven maar niet langs elkaar. Een wereld waarin iedereen mee kan doen en iedereen meetelt.

Emancipatie, ontwikkeling en ontplooiing
Een wereld waarin machtelozen en onderdrukten zich kunnen emanciperen, ontwikkelen en ontplooien. Een wereld waarin vrouwen en armen zich niet minderwaardig voelen vanwege hun geslacht en economische positie.

Veilig
Een wereld waarin anderen niet de schuld krijgen als iets niet goed gaat. Een wereld waarin niet direct gewezen wordt naar de overheid als iets niet goed gaat. Een wereld waarin een minderheid niet bang hoeft te zijn om zomaar ergens de schuld van te krijgen. Een veilige wereld, voor iedereen. Ook als je niet bij een meerderheid hoort.

Waardering en steun

Een wereld waarin eerlijke verhoudingen zijn. Een wereld zonder economische uitbuiting, sociale uitsluiting of politieke onderdrukking. Een wereld zonder machtsmisbruik, economisch, sociaal of politiek. Een wereld waarin je elkaar waardeert en steunt.

Op eigen benen
Een wereld waarin zoveel mogelijk mensen op eigen benen staan. Een wereld waarin je doet wat je kunt en niet verwacht dat een ander het voor je doet. Een wereld waarin je je verantwoordelijk voelt voor je eigen leven en ontwikkeling.

Zorg voor jezelf, zorg voor elkaar

Een wereld waarin iedereen goed voor zichzelf zorgt, en goed voor de ander. Een wereld waarin, als er iets moet gebeuren, de eerste gedachte is: Wat kan ik zelf doen? Vervolgens: Wat ik voor jou doen? En dan pas: Kan iemand iets voor mij doen?

Uitdagend en bevredigend werk
Een wereld waarin je werk doet waar goed in bent en plezier in hebt. Een wereld waarin je jezelf uitdaagt en uitgedaagd wordt. Een wereld waarin volop bevrediging haalt uit je werk omdat je jezelf erin kwijt kunt.

Waarde toevoegen
Een wereld waarin je inkomen een afspiegeling is van de waarde die je toevoegt. Een wereld waarin je aanvankelijk steeds meer gaat verdienen en vervolgens waarschijnlijk weer wat minder. Een wereld waarin je inkomen meebeweegt met je productiviteit en meerwaarde – met een basisinkomen als ondergarantie.

Wonen op maat

Een wereld waarin je kunt wonen zoals het je past: groter of kleiner, in de drukte of in de luwte, met of zonder kinderen, alleen of samen. Een wereld waarin alle
woonruimte en vierkante meters benut worden en geen vastgoed leegstaat terwijl mensen woonruimte zoeken.

Wonen en zorg
Een wereld waarin gemeenschappen van gelijkgestemden samen hun wonen en hun zorg organiseren, op hun eigen manier, niemand lastig vallend en door de overheid niet in de weg gelopen.

Overheid op de achtergrond
Een wereld waarin de overheid alleen maar doet wat mensen zelf niet kunnen of waar ze met elkaar niet uitkomen. Een wereld waarin de overheid uit zichzelf op de achtergrond blijft en alleen iets doet als het niet anders kan.

Is dit Utopia? Is dit onwerkelijk? Is dit onzin? Wie weet. Toch lijkt het me de moeite waard om naar te streven. Morgen zal het nog niet voor elkaar zijn. Overmorgen ook nog niet. Maar we kunnen er wel vandaag mee beginnen.

Vanavond maar eens geen vlees eten. Morgen maar eens de was ophangen in plaats van in de droger stoppen. Overmorgen maar eens met de trein. En de hele week iedereen in de straat gedag zeggen. En niet voordringen in de rij.

En me niet druk maken over politici. Gewoon zelf doen. En niet zeuren.

maandag, maart 15, 2010

Wat ben ik blij dat ik in een rechtstaat leef!


‘De PVV zal tot het uiterste gaan om de komst van nieuwe moskeeën tegen te houden, al gaat het op grond van brandveiligheid. We zullen creatief zijn om de komst van nieuwe moskeeën tegen te gaan.’

- PVV-lijsttrekker Sietse Fritsma bij Pauw en Witteman, 23 februari 2010

Bekijk hier het fragment (vanaf 05:00)

Wat ben ik blij dat ik in een rechtsstaat leef! Die nu wel verdedigen tegen mensen die echt geen idee hebben wat vrijheid van godsdienst (en vereniging) betekent. Die zichzelf wel vindingrijk vinden als ze de regels oneigenlijk gebruiken (is, in gewoon Nederlands, misbruiken).

Daarom hebben we een grondwet: om te voorkomen dat de helft plus een zich niets aantrekt van een minderheid. Omdat er altijd weer mensen zijn die denken dat democratie betekent dat de meerderheid het voor het zeggen heeft.

Door dit soort uitspraken begrijp ik ook ineens beter waarom de PVV zich regelmatig zo opwindt over rechterlijke uitspraken: als het niet in ons straatje past keren we ons gewoon tegen de rechter....

[Een bewerking van dit blogje verscheen 8 april 2010 in dagblad Trouw in de rubriek denktank]

vrijdag, maart 12, 2010

Lang leve Wilders! (Over het nut van nadenken)

Hilbrand Nawijn, minister in Balkenende I en later vooral bekend als jumpstyler en het televisieprogramma So you wanna be a popstar, hield in 2002 in de Nieuwe Revu een pleidooi voor het invoeren van de doodstraf. Het leidde behalve tot een politieke rel ook tot een magistraal betoog van Piet Hein Donner over de doodstraf. Hij zette als minister van Justitie in de Tweede Kamer nog eens uiteen waarom wij in dit land daar niet meer aan doen. Voor wie het nog niet goed wist, of het misschien vergeten was. His finest hour. Het ging ergens over. Beschaving, om precies te zijn. En menselijkheid. Dankzij de onwijze Nawijn kon Donner zijn wijsheid delen.

De afgelopen tien jaar is veel ter discussie gesteld. Zelfs de WRR doet inmiddels opgewekt mee (‘Hoezo 0,7 procent BBP voor ontwikkelingshulp?’). Pim Fortuyn was de eerste die openlijk en voluit politiek incorrect durfde te zijn. Kampioen heilige huisjes omverschoppen. Inmiddels zijn we (volgens de peilingen en naar eigen zeggen) een paar potentiële minister-presidenten verder. Na Rita Verdonk is Geert Wilders aan de bal. Genieten! Want elk politiek taboe is inmiddels bespreekbaar. En aangemoedigd door de volksmenners doet het publiek lustig mee. Luister bij de NCRV naar Stand.nl. Niet te geloven wat je daar soms hoort.

Niets is meer heilig en geen taboe blijft ongenoemd. Gelukkig maar, want taboes zijn ongezond. Taboes zorgen ervoor dat zaken die wel degelijk bestaan niet besproken worden. Iets is er wel, maar mag er niet zijn. Er iets over zeggen is niet ‘hoe het hoort’. Zo’n ‘kan niet, mag niet’ is een onvolwassen houding. Als je wilt dat mensen zich volwassen gedragen moet je ook accepteren dat ze soms ongelofelijke dingen zeggen. En ere wie ere toekomt, het zijn de PVV’ers die nu allerlei – vooral progressieve – opvattingen en verworvenheden ter discussie durven te stellen. Het nut en de waarde van wat ooit ter verheffing van het volk werd ingevoerd wordt nu door datzelfde volk openlijk betwijfeld. Dat komt natuurlijk omdat de verheffing nog niet voltooid is, hoor je de volksverheffers (tegenwoordig met inbegrip van Mark Rutte) al zeggen. De elite blijft nu eenmaal elitair denken. En is nu aan zet.

De opkomst van Wilders daagt iedereen die zichzelf weldenkend vindt uit om goeddoordacht en welbespraakt te formuleren wat werkelijk van waarde is. Wat in onze maatschappij fundamentele waarden zijn. Wat bescherming nodig heeft omdat het kwetsbaar is, en wat juist op eigen benen kan staan. Waarom ‘Alles van waarde is weerloos’ weer actueel is, en waarom weerloze waarde bescherming behoeft. Waarom onderwijs meer is dan domme kennisoverdracht. Wat de waarde van cultuur is, en de onzichtbare werking ervan. Waarom natuur van levensbelang is, ook al ben je geen natuurliefhebber. Waarom er altijd democratische controle nodig is, juist van politieke bewegingen, financiële conglomeraten en zakelijke machtsbolwerken. Waarom we nooit meer willen meemaken dat mensen niet mee mogen doen en worden uitgestoten omdat ze tot een minderheid behoren.Wat de politieke vertaling van beschaving is. Wat de menselijke waardigheid zoal omvat.

Dus Geert bedankt! Je dwingt om na te denken over de fundamenten van onze beschaving. Je dwingt om op te komen voor de alles wat weerloos en kwetsbaar is. Dank voor al deze kansen voor open doel.

Deze column verscheen op d66.nl.

dinsdag, maart 09, 2010

Wat een armoe! Over het nut van geestelijke rijkdom


Suzanne Jansen vertelt in Het pauperparadijs hoe zij de eerste van het gezin is die naar het VWO gaat. Niet omdat haar vier oudere zussen dommer zijn dan zij. Dat niet, maar die kregen van hun lagere school een mavo-advies. Vanwege hun afkomst, een arm gezin. Wat nu immigrantenkinderen overkomt. Gelukkig voor haar is daar (‘Nieuw!’) de Cito-toets. Ze grijpt haar kans en kan dankzij een hogere opleiding ontsnappen uit de historische armoedefuik van haar familie. Onderwijs als sleutel naar ontplooiing en ontwikkeling, materieel en immaterieel. Naar een rijker bestaan, naar vrijheid en beschaving.

Armoede gaat meestal over geld. En waar de armoedegrens dan ligt. Beleving van armoede heeft natuurlijk alles met het prijspeil te maken, maar ook met wie je optrekt. Met een Nederlandse bijstandsuitkering ben je in de sloppen van Nairobi miljonair en tussen de Mabels en de Friso’s op Notting Hill een zwerver. Maar daar zit ook veel armoede. Andere armoede. Geen verborgen armoede – zoals in de ‘jambuurt’: zo’n duur huis dat je alleen nog maar geld hebt voor brood met jam – maar geestelijke armoede. Vanwege een louter materieel perspectief. Groot, groter, grootst.

Jaren geleden was ik een week in een klooster. Ik werd er hartelijk ontvangen door de gastenpater. Hij zoende me spontaan ten welkom. Over gastvrijheid gesproken, kom er maar eens om in een hotel. Ik was daar om stil te worden. Dat lukte, want je mocht er niet praten, behalve onder de afwas. Ik wilde dichter bij mezelf komen, want ik was mezelf behoorlijk kwijt geraakt in een doorgaande opstapeling van ambitie en carrière. Noem het ego, of materialisme – of een dodelijke combi ervan. Ik ervoer grote rijkdom om me heen. Geestelijke rijkdom. Diepe bevrediging vanuit immateriële waarden. De eenvoud van het leven. Het toe kunnen met weinig. De rust, de overgave. Om jaloers op te worden. Hetzelfde gebeurde me later in en rond de Omayaden moskee van Damascus. Of in gesprek met de uitvinder van het ZKV, het Zeer Korte Verhaal, de schrijver A.L. Snijders – de belezenheid zelve, overtuigd atheïst en de materie ontstegen.

Het gedrag van onze topbankiers laat zien dat een hogere opleiding wel leidt tot een hoger inkomen maar niet noodzakelijkerwijs tot meer beschaving. ‘Behaalde resultaten in het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.’ Het is gênant en hilarisch tegelijk om je te realiseren dat twee volwassen, uitzonderlijk goed opgeleide en buitengewoon intelligente mensen als Rijkman Groenink en Wilco Jiskoot ieder een bonus opstrijken die bij elkaar opgeteld hoger is dan de opbrengst van de nationale inzamelingsaktie voor Haïti! Wat een armoe. Wie zijn hier de paupers? ‘Een zeker gevoel van woestheid’ roept dat zeker op. Ik hoop vooral bij de kansarmen. Ik kan me helemaal voorstellen dat mensen uit pure onmacht en frustratie extreem-rechts stemmen. Want die geblondeerde Indo uit Venlo is tenminste ook boos op de machthebbers.

De kiezersopstand die nu bijna tien jaar gaande is hebben we aan onszelf te danken. Het is een reactie van de machtelozen op het onmaatschappelijk gedrag van de machtigen – de nieuwe asocialen, verstopt achter hoge hekken. Adel verplicht? Nog nooit van gehoord! De nieuwe elite vertoont een pijnlijk gebrek aan beschaving, veroorzaakt door een eenzijdige focus op GSM: Geld, Status, Macht. Verwerven van geestelijke rijkdom, dat zou nog eens armoedebestrijding zijn. In ieder geval een begin.

Deze column verscheen in idee, tijdschrift van het Kenniscentrum D66.

maandag, maart 01, 2010

‘Maak het menselijk’


In gesprek met Alex Brenninkmeijer, de Nationale ombudsman

‘Hoe gaan we met elkaar om?’ Dat is voor Alex Brenninkmeijer de centrale vraag, ook als het over Casusadoptie gaat. Als Nationale ombudsman was hij samen met Koos van der Steenhoven, Secretaris-Generaal van het Ministerie van Onderwijs (OCW), sponsor van een casus over het vervoer van gehandicapte kinderen naar school. ‘Bij Casusadoptie kan eventueel macht gebruikt worden. Twee SG’s die ‘boven over zaken regelen’, maar de oplossing berust dan op wat heet ‘doorzettingsmacht'. Soms kan het helpen, maar ik vind het beter als die macht niet noodzakelijk is en het gesprek gevoerd kan worden. Zo kunnen vaak duurzame oplossingen gevonden worden.’ De toon is gezet. Een gesprek over met elkaar in gesprek gaan.

Maatwerk nodig
‘In de complexiteit van de overheid komen rare zaken voor. Zaken die haast als vanzelf gaan vastzitten en ook niet meer loskomen. Een van onze onderzoekers zei: ‘Dit is zo’n zaak die jij bedoelt.’ Het gaat over Maarten. Hij is een autistische jongen, van goede wil en met normale jongensstreken, en hij loopt vast in het systeem. Hij heeft een toegewijde moeder die zich inzet en zelf in het onderwijs werkt. Zij komt thuis te zitten met een burn out. Zo zou dat toch niet moeten lopen, denk ik dan. Het bleek dat je als gemeente ‘passend’ vervoer van gehandicapte kinderen niet ‘standaard’ kunt invullen. Dat maatwerk juist essentieel is voor een behoorlijke invullling van deze overheidstaak.’

Nieuwsgierigheid

‘Ik probeer in de schoenen te gaan staan van de mensen die het aangaat. Me al vragenderwijs de wanhoop van zo’n autistische jongen voor te stellen als hij in de problemen komt. En ook in de schoenen te gaan staan van zijn moeder die inmiddels thuis was komen te zitten. Zo kan ik proberen aan te voelen wat het betekent voor een gewoon mens. Ik denk dan: dit kan toch eigenlijk niet! En dat is wat anders dan: oh wat zielig! Ik doe het uit interesse, verwondering, nieuwsgierigheid. Als dat er niet meer zou zijn zou ik ermee ophouden.’

Om tafel
‘Niemand is verantwoordelijk en daardoor blijft het voortbestaan. Ketenproblemen waarin mensen van het kastje naar de muur worden gestuurd. Als ombudsman los ik zelf geen problemen op. Wat ik doe is alle betrokkenen bij elkaar brengen, om één tafel. Vaak om deze tafel hier. In het geval van deze jongen deden we het op zijn school. Iedereen was er: de schoolleiding, de vervoerder, de wethouder en natuurlijk de ouders. Alle ketenschakeltjes. En de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en OCW, om ervan te leren en maatregelen te kunnen nemen, ook wettelijke. Ik breng partijen bij elkaar en zeg: Het is jullie probleem. Hoe lossen jullie dit nou op?’

Verantwoordelijkheid
‘Opwinding is er niet zozeer bij mij. Eerder een zekere afstandelijkheid. Het meer koele beschouwen van de wetenschapper en de rechter, wat ik allebei ben geweest. Ik wil de bewogenheid juist graag bij anderen zien. Het bewustzijn dat dit toch niet kan bij anderen onderbrengen. Casusadoptie gaat over problemen oplossen waarvoor niemand zich verantwoordelijk voelt. Mediation methoden en vaardigheden zijn daarbij heel bruikbaar: je kunt er met elkaar achter komen wie verantwoordelijk is voor welk deel van het probleem.’

Mediation

‘Bij mediation is er geen hiërachie, er zijn geen machtsspelletjes, er is geen prestige en geen gezichtsverlies. Het geheim is dat het persoonlijk is. Je gaat met elkaar om tafel. Het is ook behoorlijk. Je gaat respectvol met elkaar om. En het gaat uit van participatie. Je doet allemaal mee. In dat proces ontstaat interactie en dynamiek tussen mensen: wij staan voor een dilemma en als we nou maar rekening met elkaar houden komen we hier wel uit.’

Systeemgedrag

De actie ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van de Nationale Ombudsman had als titel: De burger dat is een mens. Een open deur, en nog even actueel. ‘Wat wij naar ambtenaren en instanties doen is spiegelen: de burger dat bent u zelf. Het besef: het zou mij ook kunnen overkomen. We kennen naar voorbeeld van de Rotterdamse ombudsman de ‘moederproef’: hoe zou je willen dat je moeder behandeld zou worden? Burgers zijn mensen maar de overheid is een systeem, en de burgers die bij de overheid werken vertonen systeemgedrag. De negatieve effecten daarvan moeten opgeheven of gecompenseerd worden. ’

Raderwerk
‘Zaken komen vaak bij mij terecht door te conformerend gedrag van ambtenaren. Ze blijven teveel binnen het systeem. Het geval van Ron Kowsoleea laat dat zien (identiteitsfraude, de man werd keer op keer ten onrechte gearresteerd – AM). Er was één parketmedewerker die dacht: Dit kan toch niet?! Hij is gegevens gaan wijzigen in het systeem. Dat was heilzaam voor Kowsoleea maar het vraagt wel om lef. Het vraagt om een ambtenaar die bereid is zich los te maken van het raderwerk. Niet een andere kant opkijken maar je afvragen: Waarom doen we dit? Wat zijn de gevolgen? Wat betekent dit voor de burger? Loskomen van het systeem.’

Ethiek
‘Ambtenaren staan onder druk. Professioneel gezien vanuit het management. Want hoeveel ruimte krijg je nog? Maar ook gepercipieerd: er kan misschien wel meer dan je denkt. En er is te weinig aandacht voor integriteit. We moeten ons meer bewust worden van: Wat is slecht gedrag? En: Wat behoedt ons voor slecht gedrag? Als ik mij maar aan de regels houd en binnen de kaders blijf: dat is niet genoeg. Net zo min als: Ik heb de regels netjes toegepast. Het moet ook behoorlijk zijn. Dat is de ethiek van het openbaar bestuur. En daarin heeft elke ambtenaar zijn eigen individuele verantwoordelijkheid.’

Zelfreflectie
‘Zelfreflectie is belangrijk. Vrij naar Erik Satie: als kleine prelude voor de dag, met je gezicht voor de spiegel gaan staan, jezelf in de ogen kijken en je voornemen het die dag ‘goed maken.’ Maar in je eentje redt je het niet. Elkaar durven aanspreken en aanspreekbaar zijn hoort daar ook bij.’

KLEINE PRELUDE TOT DE DAG – Erik Satie

Braaf opstaan
Je goed houden
Je haar goed kammen
Jezelf goed aankijken
Je goed gedragen
Netjes wandelen
Het goed maken


Angst en chaos
‘Er is angstig openbaar bestuur en angstige politiek, allergisch voor kritiek. Zoals laatst in de NRC geschreven werd: Politiek is boksen geworden. De checks and balances verzwakken omdat ze niet meer gewenst zijn. Dat raakt de rol van alle Hoge Colleges van Staat (o.m. Raad van State, Algemene Rekenkamer, Nationale Ombudsman – AM) en ook de rechtspraak. De angst van de politiek voedt de angst van het openbaar bestuur. De actoren voelen zich bedreigd omdat het systeem onder druk staat en gaan risico´s mijden. Er is sprake van chaotisering in ons complexe bestuur. Volledige beheersing van bovenaf is niet meer mogelijk, maar binnen dat complexe bestuur blijkt zelforganisatie ook mogelijk. Een mooie oplossing maar het is niet eenvoudig om je eraan over te geven.’

Eenvoudig, niet makkelijk

‘Het openbaar bestuur is zo complex geworden. We kunnen eruit komen door partijen bij elkaar te halen, met respect met elkaar om te gaan en geen machtsspelletjes te spelen. Het gaat erom dat we het bestuur terugbrengen naar het menselijk niveau, de menselijke maat – het menselijk maken. Bel op, handel respectvol, handel behoorlijk. Laatst werd een journalist heel boos op mij: ‘U maakt het belachelijk eenvoudig!’ ‘Maar het is eenvoudig,’ antwoordde ik. Wat inderdaad niet wil zeggen dat het makkelijk is.’

Dit gesprek voerde ik voor Gewoon Doén!, rijksbrede Casusadoptie: 'Casusadoptie is een methode die het ‘van buiten naar binnen werken’ binnen de overheid stimuleert. Hierbij werk je als ambtenaar niet van achter je bureau aan je dossier, maar ga je naar buiten; in gesprek met de burger of ondernemer die in de praktijk met jouw dossier te maken heeft.' Het is het derde gesprek in een serie met als thema Hoe doé je het?

vrijdag, januari 29, 2010

Kwestie van moraal


Onze werkster woont in de Schilderswijk. Buurjongens zeiden op oudjaar tegen haar: 'Je kunt je auto vandaag beter wegzetten hoor..!’

Die avond werden auto's voor haar deur in de fik gestoken – inderdaad, door dezelfde jongens, die natuurlijk niet de auto van de buuhvrâh in de hens willen zetten.

Een kwestie van moraal, niet waar?

zaterdag, januari 23, 2010

De X Geboden (Nescio)


De X Geboden

Alzoo spreekt God tot U en zijn naam is Carrière.

I. Ik de Heer Uw God ben een aleenig God en mij zult gij dienen met geheel Uwe ziel en met geheel Uw lichaam en met geheel Uw willen en met al Uw weten en met al Uw werken.
II. Gij zult U geen valsche goden maken als eerlijkheid, trouw, geweten, schoonheid of waarheid want alzoo komt gij ten verderve en honger en ballingschap zullen Uw deel zijn. Want ìk ben machtig en mijne straffen zwaar.
III. Eert hen die boven U gesteld zijn en doe wat hun aangenaam is, opdat het U welga.
IV. Ziet niet rechts en niet links maar vooruit want aan 't eind van den weg liggen de geldzakken die tot loon zijn voor hen die mij dienen in geest en waarheid.
V. Toon nooit dat U iets onaangenaam is, maar werk in stilte en verdraag alles todat ge macht heb verkregen. Want waardigheid is niets en geld is alles en een arme is een schooier en een rijke een heer en de wereld vraagt slechts naar centen.
VI. Draagt nooit vuile boorden en kapotte jasjes en rookt geen steenen pijpjes. Want de wereld wil dat niet en de zaligheid ligt in de pandjesjas.
VII. Eert het geld opdat gij geëerd worde wanneer ge geld zult bezitten voor den trouwen dienst aan mij, Uw aleenige God.
VIII. Leent nooit geld zonder rente, vraag nooit 5 % als ge 5½ kunt bedingen, betaalt nooit ƒ1.- loon als ge 't met ƒ0.90 afkunt, wees eerlijk als 't moet, bedrieg als 't moet, hebt nooit medelijden, geef geen cent als ge er niet indirect 2 door terug kunt krijgen. Maar 't voorzitterschap van ‘Liefdadigheid’ geeft aanzien.
IX. Bedenkt immer dat de fisieke kracht bij de massa is. Alzoo zult ge de massa in bedwang houden door fatsoen, door geloof, door politiekerij, door boekjes, scholen, dominees en kranten. En wie 't onderste uit de kan wil hebben krijgt 't deksel op z'n neus. Als ge zonder gevaar 1001 kunt bereiken wees dan niet tevreden met 1000 maar bereken 't gevaar met nauwkeurigheid.
X. Maar dit zeg ik U, laat nooit zien wat ge wilt noch wie gij zijt maar werk in stilte. Want in huichelen en knoeien ligt Uw heil en karakter is een frase.

Dit zijn mijn woorden, van mij Carrière, god door de eeuwen, die de wereld heb verpest en verkankerd door mijne almacht.
Amen.


(Uit: Nescio, Verzameld werk, deel I, Nijgh & Van Ditmar, G.A. van Oorschot, Amsterdam. Eerst postuum gepubliceerd.)

Nescio (pseudoniem van J.H.F. Grönloh, 1882 - 1961) schreef dit in zijn jonge jaren, lang voor hij in 1911 met De Uitvreter debuteerde. Meer dan een eeuw oud. Verrassend actueel.

Materiële verleiding is van alle tijden. Het blijft lastig om er weerstand aan te bieden. Kost veel bewustzijn. Eerlijkheid. Dus moed.

Moed moet. Ook een gebod.

vrijdag, december 18, 2009

Oh oh de haag (Kerstreces)


woensdag, december 16, 2009

Van rommelende onderbuik naar heldere kop



‘Wat een knap verhaal, moet je lezen!’ zei ik van het weekend tegen mijn vrouw (daar is ze weer ;-). Ik bedoelde het stuk van Paul Frissen in Opinie en Debat van de NRC. ‘Hij heeft er wel veel woorden voor nodig,’ zei ze na lezing. ‘Hoe zou jij het dan zeggen?’ vroeg ik. ‘Er is een gezonde afstand nodig tussen de politiek en het volk,’ was haar antwoord. ‘Het is net opvoeden. Veel ouders willen vrienden zijn met hun kinderen. Maar dat ben je helemaal niet! Je moet ze grootbrengen, opvoeden. Dat betekent ‘nee’ durven zeggen, grenzen stellen.’

‘Regeren is net opvoeden.’ Dus niet bang zijn dat ze je niet aardig vinden. Niet onderhandelen om de lieve vrede te bewaren. (‘Wij onderhandelen niet met terroristen!’) Als regeerder niet je oren laten hangen naar het volk. (Wel weten waar het volk mee bezig is – dat de Toppers weer bij elkaar zijn: ‘Zo’n opluchting!’, het bejaardenbloot van Patricia Paay: ‘Wat ziet ze er nog goed uit hè?’, en: ‘Ben je van na 1954? Wat erg, dan moet je een jaar langer!’ – de nieuwe scheidslijn in Nederland.) Regeren betekent beter weten. Daarom zit je in de regering.

Maar ondertussen zijn twintig ambtelijke werkgroepen aan het werk om 35 miljard te bezuinigen. Nou kun je zeggen: de regering is zo bang voor de stem – en de woede! – van het volk dat ze het zelf niet durven. Wie weet... Maar je kunt het ook zien als de grootste kans die ambtelijk Den Haag ooit gehad heeft. Daarom... Weldenkenden, aan de slag! ‘Heilige huisjes bestaan niet meer.’ Geen gezond volksgevoelen maar gezond verstand. Van een rommelende onderbuik naar een heldere kop. ‘Dat is niet eerlijk!’ wordt niet vernomen, laat staan: ‘Dit is asociaal!’ Niks One Issue, niks Not In My Back Yard! Eindelijk vertellen wat we allemaal allang weten: wat nodig is om te doen.

Noem eens wat: Salarissen van ambtenaren na hun zestigste rustig laten dalen tot net boven penisoenniveau – dan zijn de kinderen onderhand wel het huis uit, je bent echt niet meer zo productief als vroeger en dan kun je alvast wennen aan je pensioenuitkering. Gigantisch investeren in onderwijs, om te beginnen het basisonderwijs – Nieuw! Onderwijs waar je blij van wordt... Dan kan de begroting van SZW en Justitie na een tijdje eindelijk een keer naar beneden. Belastingvrijstellingen voor kleine zelfstandigen zodat zoveel mogelijk mensen voor zichzelf beginnen – voordeel: die klagen niet, ze houden hun eigen broek op, ze staan op eigen benen. Kilometerheffing, en hoe! Z.s.m. – en vooral hoog genoeg: hoe groter die bak hoe hoger. Hypotheekrenteaftrek? Kappen! – nu mee beginnen. Combineren met een vlaktax van zo’n dertig procent, niks ingewikkelde tarieven. Stoppen met alle verslavende subsidies – inderdaad, een dubbelop pleonasme ;-). En om het af te maken binnenkort een basisinkomen voor iedereen van nul tot honderdtien, uit te keren door de Belastingdienst – ter vervanging van kinderbijslag, studiefinanciering, bijstand, Wajong, AOW en wat dies meer zij. Gewoon wat dingen die mij te binnen schieten.

Alles mag, en niets is onfatsoenlijk. Vrijdenken is niet alleen de uitnodiging, het is de opdracht. De politiek doet het niet. (Hoewel, de ideeën hierboven – ze zouden zomaar in een concept-verkiezingsprogramma van D66 kunnen staan :-)

Het woord is aan u. Grijp die kans. En dan alle stormen trotseren. Maar gelukkig hoef je niet aardig gevonden te worden. Of herkozen. Succes!


Gesproken column, Reuring! Café, 16 december 2009

donderdag, december 10, 2009

Apenrots, of apetrots?


‘Raad eens voor wie de patiënten hier komen, voor de dokter of voor de raad van bestuur?’ vroeg de voorzitter van de medische staf aan de voorzitter van de Raad van Bestuur van het ziekenhuis. Hij wachtte het antwoord niet af: ‘Natuurlijk voor de dokter!’ Zo, die zat. En de dure eisen van de specialisten werden zonder veel verdere discussie ingewilligd. Dit voorval is niet verzonnen. Het is waar gebeurd, niet lang geleden, bij een bekend ziekenhuis in het midden van het land. Welkom op de apenrots.

Hoe bestaat het dat een weldenkend mens, wat deze specialist in het dagelijks leven is, dergelijke dingen durft te zeggen? Hoe bestaat het dat de ziekenhuisdirecteur, een al even weldenkend mens, dergelijke dingen laat passeren? Natuurlijk, het gaat over macht. Blijkbaar kan de specialist het zich permitteren, hij komt ermee weg. En natuurlijk, het gaat ook over kracht. Blijkbaar kan de directeur deze specialist niet aan. Maar er is nog iets: ze leven in een fictieve wereld. Een wereld gebaseerd op verkeerde aannames.

Patiënten gaan niet naar een ziekenhuis voor een arts. Ze gaan naar het ziekenhuis om beter te worden. In een ziekenhuis wil je goed en vriendelijk geholpen worden. Je wilt je op je gemak voelen, het liefst je zelfs thuis voelen. Zeker als je opgenomen wordt. Daarom ga je ook liever naar het ene ziekenhuis dan naar het andere. Je gaat naar een plek waar mensen werken waarvan je hoopt dat ze je kunnen helpen en goed voor je zullen zorgen, op allerlei manieren, dag en nacht. Van receptioniste tot verpleegkundige, van diëtiste tot fysio. En natuurlijk de dokter.

Een ziekenhuis is behalve een gebouw met bedden en apparaten vooral een gemeenschap van mensen. Hoe meer die mensen samenwerken hoe beter het ziekenhuis functioneert. En hoe meer die mensen zich op de patiënten richten hoe prettiger ze het ziekenhuis ervaren. Want aandacht en betrokkenheid werkt. Over placebo-effect gesproken! En dat geldt niet alleen voor ziekenhuizen. Toen Albert Heijn na – of beter gezegd: dankzij – het Ahold-drama de klant weer ontdekte ging de omzet direct omhoog. Je voelt je er weer gezien, want er wordt weer aan je gedacht: ik kan kiezen uit Euroshopper, AH-huismerk en Excellent, al naar gelang m’n banksaldo of (feestdagen)stemming.

Organisaties zijn gemeenschappen van mensen. Mensen die iets doen voor andere mensen. ‘Eigenlijk helpen we elkaar allemaal’ zei een van onze kinderen een keer. Zo verdienen we de kost. De bakker bakt brood voor de boekhouder die zijn administratie doet. We zijn niets zonder elkaar, we hebben elkaar nodig. Maar je bent pas van waarde als je iets toevoegt. Of je nou operator bent of opereert. Als je niets toevoegt heb je geen betekenis. In ieder geval geen economische betekenis. De misvatting is dat sommigen belangrijker zouden zijn dan anderen omdat ze meer lijken toe te voegen.

Vanuit het perspectief van de klant klopt het niet dat de een belangrijker is dan de ander. Ik voel me thuis in een ziekenhuis als er werkelijke aandacht voor mij is, van iedereen, medisch en niet-medisch, waarmee ik daar te maken krijg. Ik ervaar Albert Heijn als een prettige winkel als ik verrast word door de breedte en de kwaliteit van het assortiment (bedacht door die hippe hipo’s op het hoofdkantoor in Zaandam) maar evengoed door de onvermoeibare vakkenvullers (Mohammed uit de reclame bestaat echt!) die voor mij iets gaan halen en de kassameisjes (met al hun exotische namen) die vriendelijk zijn omdat ze zich op hun gemak voelen (en ik vriendelijk ben, omdat ik me op m’n gemak voel).

Daar zit de clou, bij je op je gemak voelen. Iedereen wil zich op z’n werk op z’n gemak voelen, sterker nog: zich thuisvoelen. Als je je thuisvoelt ben je meer ontspannen, dus werk je prettiger. Je werkt makkelijker samen, voelt je minder snel bedreigd of aangevallen, kortom je bent een prettiger collega. Het beste in je kan boven komen. Dat gebeurt als je je verbonden voelt met een organisatie. Dat wil zeggen, met de mensen die er werken. Als je je gezien en gewaardeerd weet, in plaats van uitwisselbaar. Als je voor het management geen ‘rugnummer’ bent maar iemand die bij zijn naam genoemd wordt. Dan kan een organisatie een hechte gemeenschap worden.

Hechte gemeenschappen hebben de toekomst, gemeenschappen van gelijkgestemden. Mensen die met hart en ziel aan een gezamenlijk en uitdagend doel werken. Herkenbare mensen met unieke eigenschappen. Niet zomaar uitwisselbaar, niet zomaar overal inzetbaar. In computerland zie je mooi uitgespeeld waar het naar toe gaat. Dell vertoont prime-time grappig bedoelde commercials waarin nep-mensen in nep-fabrieken aan nep-computers werken. Apple heeft op www.apple.com informatieve clips met hun eigen helden - echte mensen die met voelbare inspiratie en recht van binnenuit praten over hun producten en prestaties. Ze zijn apetrots.

Terug naar de apenrots. De ziekenhuisdirecteur uit het begin had ook kunnen antwoorden: ‘Hmm... een verraderlijk raadsel, amice. Ze komen niet voor jou en ze komen niet voor mij. Ze komen hier om beter te worden. Dat doen we met z’n allen. Daar werken we met elkaar aan. Dus nu aan het werk jij, je hebt vast een volle wachtkamer.’ That’s the spirit!

[Deze column verscheen in het Tijdschrift voor Management Development, jaargang 17 | nummer 4 | winter 2009]

vrijdag, november 06, 2009

Het Geheim van Ik en de Anderen


Met Sabrina Oudega van de Baak sprak ik in Edam een uur met Simon Terpstra.

Hij was jarenlang trainer bij Ik en de Anderen, de evergreen van de Baak als het gaat over persoonlijke ontwikkeling.

Gertjan Geurts van de Baak maakte er een korte film van, Het Geheim van Ik en de Anderen - een afscheidskado.

Hij maakte van de film ook een clip van twee minuten.

woensdag, november 04, 2009

Raad voor de Kinderbeschadiging


Ik hoop dat mijn kinderen nooit met een psycholoog van de kinderbescherming te maken krijgen

‘Opvallend is dat [kind] (zoals wel verwacht zou kunnen worden in deze leeftijdsfase) weinig belang hecht aan acceptatie door haar peergroup, zelfgenoegzaam is en grote tevredenheid met zichzelf laat zien. [kind] lijkt haar identiteit vooral te ontlenen aan hoe zij erin slaagt haar leven op een voor haar zo plezierig/nuttig mogelijke wijze in te vullen en het verbeteren van haar competenties, los van wat anderen (uitgezonderd haar vader) daarvan denken.’ citeren de rechters in het vonnis van 30 november 2009 over Laura Dekker (14) de psycholoog van de Raad voor de Kinderbescherming (arcering AM).

Allereerst: ik ken Laura niet; en ik ben geen psycholoog. Ik ben vader. Wat zou ik trots zijn op zo’n kind! Op eigen benen, onafhankelijk en ondernemend. Ze trekt haar eigen plan. Ze laat zich niet bepalen door wat anderen van haar en haar levensinvulling vinden. ‘Dat zouden meer mensen moeten doen!’ om de Cup-a-Soup commercial maar aan te halen.

Vanwaar al die opwinding over een eigenwijs meisje? Waarom roept haar eigenzinnigheid zoveel emoties op? Hoe bestaat het dat een psycholoog een kind van veertien ‘zelfgenoegzaam’ durft te noemen? Is het onder de deskundigen bij de kinderbescherming normaal om zo over kinderen te praten? Wie denk je dan dat je bent? En wat is er mis met Laura’s ‘grote tevredenheid met zichzelf’? Een puber met een positief zelfbeeld, wat wil je nog meer? Daar is André Rouvoet toch blij mee? Of zijn door dit soort adviezen de wachtlijsten zo lang? Houden mensen zichzelf en elkaar aan het werk: ‘Ergerlijk, zo’n kind dat geen hulp nodig denkt te hebben!’

Of zijn mensen bij de kinderbescherming domweg jaloers op Laura? Omdat zij doet wat ze zelf niet durven? Godzijdank baseren de rechters hun vonnis niet op dit gedeelte van het advies. Maar ondertussen is het kwaad wel geschiedt. Een kind krijgt officieel te horen dat het niet deugt. Als het op school zou gebeuren haalde ik m’n kind eraf.

Ik hoop dat mijn kinderen nooit met een psycholoog van de kinderbescherming te maken krijgen. Zo’n liefdeloos rapport is niet alleen beschamend maar ook beschadigend. Over geweld tegen kinderen gesproken. Cynisch om in het vonnis te lezen dat ‘De deskundige vermoedt dat Laura emoties als angst of verdriet afweert.’ Met zulke hulpverleners in de buurt is dat maar goed ook!

Laura hoeft niet de wereld rond om haar stevigheid en eigenheid te ontwikkelen. Daar zorgt de psycholoog van de kinderbescherming wel voor. En hoezo kinderbescherming? ‘Raad voor de Kinderbeschadiging’ grappen mijn kinderen.

(Gepubliceerd in Trouw, 4 november 2009)

4 november - Gebeld door Richard Bakker, woordvoerder van de Raad voor de Kinderbescherming. Het aangehaalde rapport is niet geschreven door een psycholoog van de Raad. Het is afkomstig van een externe deskundige, mw Moonen, die door de rechter om advies werd gevraagd. Het rapport was dus uitdrukkelijk niet afkomstig van een psycholoog van de kinderbescherming. Gelukkig maar.

vrijdag, oktober 23, 2009

Betaalde liefde

(foto: MeRy / www.mery.nl)

Gesproken column - Reuring! Café, 21 oktober 2009

We overvragen de overheid. De overheid moet ervoor zorgen... dat onze kinderen op school meer leren, dat ze minder dik worden, dat ze meer buitenspelen, dat ze beter worden opgevoed. En dat er in het algemeen minder kinderen worden doodgeslagen (elke week een) en o ja, dat meer vrouwen langer werken en op hogere posities belanden.

Maar wat ben ik blij dat meestal een van ons tweeën, en dat is meestal mijn vrouw, thuis is als onze kinderen van school komen - hen ziet, hen in de gaten heeft. Want de enigen die echt kunnen opvoeden zijn ouders. Al het andere is surrogaat.

Opvoeden is geen aktiviteit, het is aanwezigheid, het is er zijn. (Heeft mijn vrouw me net uitgelegd. Heel frustrerend trouwens, dat aanwezig zijn, want je ‘doet’ niets.) Opvoeden is onvoorwaardelijk. Het is hard werken maar het is geen baan. En iedereen die betaald krijgt is er uiteindelijk voorwaardelijk. Die is er voor zijn werk, hoe betrokken ook. Per saldo is het betaalde liefde.

Maar ondertussen hebben de meeste ouders geen idee wat opvoeden inhoudt – ik ook niet. Je kunt er niet voor doorleren. Er zijn geen diploma’s voor. (Godzijdank, anders ging de overheid dat ook nog regelen.) Als ouder heb je ervaringen met je eigen opvoeding, positief en negatief. Je kunt daar voornemens aan ontlenen. Maar het grootste deel van opvoeden doe je toch onbewust. En dan begint het probleem. Waar we graag een maatschappelijk probleem van maken. En naar de overheid kijken. Maar het is een persoonlijk probleem.

(‘Waarom beginnen Marokkaanse kinderen gelijk te slaan?’ vroeg een van onze kinderen. Het enige wat ik kon zeggen was: ‘Ze zullen wel niet anders leren.’ Of zoals Bill Cosby een keer zei: ‘Hurt people hurt people.’)

Opvoeden begint bij je eigen opvoeding. Hoe ben je zelf grootgebracht? Wat wil je daarvan overnemen? ‘Alles wat je zelf oplost geef je niet door aan je kinderen,’ maakte een wijze therapeut mij ooit duidelijk. En daar kan de overheid niets aan doen.

Ik geloof in mensen. In hun eigen kracht. Mensen die zichzelf helpen, en anderen helpen. In die volgorde. Thuis, om hen heen. In hun familie, bij vrienden. In de straat en op school.

Zorg en liefde kun je niet uitbesteden. Je kunt het wel ontwikkelen, met hulp van anderen. Vaak pas na de nodige ellende. Het kan groeien. Het begint met liefde voor jezelf. Dan komt die ander. Dat wens ik alle tienermoeders en importbruiden toe. Alle vaders en moeders. En vooral onze kinderen.

maandag, oktober 12, 2009

Hoe durf je?!


Doorzettingsmacht. Prachtig woord. Geleerd bij Gewoon Doén | Casusadoptie*. Het staat niet in de Van Dale. Nieuw woord dus. Wat zou er staan als Gewoon doén gewoon wordt?

door·zet·tings·macht de; v(m) -en 1. sterkte, kracht om te volharden 2. persoon of zaak die macht heeft en (ondanks bezwaren) iets laat doorgaan.

Zoiets? Doorzetten op basis van kracht of macht. Macht als functionaris, kracht als mens. Maar voorlopig dichten we doorzettingsmacht vooral toe aan schaal 15 en hoger. Want een sponsor van een casus is een baas, liefst een belangrijke baas.

Maar wat dacht je ervan om zelf baas te worden? Zonder de macht, het gedoe en de volle tassen. Wel met heel veel kracht. Een Echte Baas dus. Een die van volhouden weet. Die niet bang is. Tenminste, zo lijkt het. Natuurlijk ben je wel bang. Maar je voelt je angst, en je doet het toch. Doodeng, maar je durft het.

Durven dus. Waarom is durven zo bijzonder? Hierom: ‘Hoe durf je?!’ Hoe vaak heb je dat niet gehoord? En wat was de blijvende indruk daarvan? Durven is niet goed! Papa of mama – of de meester of de juf, of welke boven je gestelde dan ook - zou wel eens boos op je kunnen worden! Durven leer je al heel vroeg af. Om het vervolgens weer te willen leren. Tenminste, als je later iets voor elkaar wilt krijgen, wanneer je groot geworden bent.

Verwondering helpt. Want je bent nu volwassen. Waar ben je in hemelsnaam bang voor? Je bent bang voor je vader en je moeder! Maar wat kan je gebeuren? Word je ontslagen, als ambtenaar, in Nederland? En dan gooien ze je eruit! Word je dan ook je huis uitgezet? Het grootste risco is dat je bijzonder succesvol wordt omdat je zoveel voor elkaar krijgt. Dankzij jouw hoogstpersoonlijke doorzettingskracht. Leuke nieuwe competentie? Liever niet. Gewoon doén.


*) Column voor Gewoon Doén, rijksbrede casusadoptie - een project van Vernieuwing Rijksdienst (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Konikrijksrelaties).

donderdag, oktober 01, 2009

Waer werd oprechter trouw..?


Kun je trouw zijn aan je werk zoals je trouw bent aan je man of vrouw? Niet opgeven als het tegenzit? Doorgaan in het vertrouwen dat het op een dag weer goed komt, of zelfs beter wordt? Niet naar een ander als je je zin niet krijgt of ontevreden bent? Misschien heeft het met leeftijd en levensfase te maken. Net als in je liefdesleven kom je in je werk verder door van alles uit te proberen. Door niet trouw te zijn ontdek je wat je wilt en waar je van houdt. Daarom ben ik blij dat ik niet met mijn eerste vriendinnetje getrouwd ben. En niet meer het werk doe waarvoor ik ooit ben opgeleid.

Je kunt ook zo trouw zijn dat je jezelf uit het oog verliest. Jezelf en je talent tekort doen en zo jezelf kwijt raken. In een huwelijk raken mannen dan aan de drank en vrouwen verslaafd aan shoppen. Maar dan gaat het niet meer over trouw. Dat is gebrek aan moed om te doen wat je wilt. Jezelf uitspreken en consequenties trekken. Op dat soort laffe trouw zit een organisatie niet te wachten. Je wilt oprechte trouw. Net als in een liefdesrelatie. Zoals Joost van den Vondel al dichtte. ‘Waer werd oprechter trouw / Dan tusschen man en vrouw / Ter weereld oit gevonden?’

Maar wat heet oprecht? En zijn organisaties wel oprecht? Organisaties willen graag dat je trouw bent. Ze willen trouwe aandeelhouders, trouwe klanten en trouwe medewerkers. Maar de trouw die organisaties zo hogelijk zeggen te waarderen heeft ook iets opportunistisch. Een medewerker wordt gewaardeerd. Letterlijk. Iemand heeft waarde voor een organisatie. Die waarde drukt zich uit in salaris, bonussen, opleidingen. Als organisatie investeer je in iemand en die investering wil je eruit halen. Die wil je binnenhouden. Want vertrek is verlies, een desinvestering.

Vergelijk een liefdesrelatie, je hebt zoveel tijd en energie in elkaar gestoken, dat wil je niet weggooien. Je klampt je aan elkaar vast. Langzaam maar zeker voel je je tot elkaar veroordeeld. Een leven lang wordt levenslang. Je weet je niet meer wat je het liefste zou willen. In een organisatie is het niet anders. Je voelt je gebonden door wat je ooit boeide. Binnengehouden. Je loopt vast en je wordt een last – voor jezelf en je omgeving. Te lang bij elkaar gebleven. Opgesloten in een gouden kooi. Met elkaar opgescheept. Elkaar de schuld gevend. Alleen met veel pijn kan de relatie dan nog worden verbroken.

Dan blijkt dat je allebei opportunistisch bent geweest. Was je echt blij met elkaar? Was je als organisatie echt blij met iemands bijdrage? Of waren er onuitgesproken twijfels? Kwam het gewoon goed uit? En als medewerker, was je blij met wat je bijdroeg? Was dit echt wat je wilde? Vervulde dit werkelijk? En dan kom je erachter: ik ben niet eerlijk geweest. Noch naar mezelf, noch naar de ander. Zo is trouw zijn uiteindelijk een kwestie van bewustzijn. Een state of mind. Een permanent aanwezig besef van je eigen drijfveren. Waarom doe ik dit eigenlijk? Word ik hier blij van? Vervuld mij dit? En dat gaat wel even verder dan: Word ik hier beter van? Want die vraag beperkt zich tot materie – tot GSM: Geld, Status & Macht. Lees Het drama Ahold, lees De Prooi.

Oprechte trouw betekent om te beginnen volkomen trouw zijn aan jezelf. Trouw aan je eigen waarden. Wat die waarden ook mogen zijn. Als ze jou maar duidelijk zijn. En als je die waarden maar duidelijk maakt aan je omgeving. Dan hoeft niemand zich voor de gek gehouden te voelen. Dan kun je kiezen voor de omgeving waar je het meest tot je recht komt. Waar jouw waarden sporen met de waarden van degenen om je heen. Dan ben je vanzelf trouw aan de ander, aan de organisatie. Want je bent trouw aan hetzelfde. Je deelt dezelfde waarden. En alleen op gedeelde waarden kun je een organisatie bouwen.

Wanneer je weet wat je waarden zijn kun je ook doen wat je wilt. Doe Wat Je Wilt! En mocht je bang zijn dat je dan ontspoort kun je daar nog iets aan toevoegen. Doe wat kerkvader Augustinus – nadat hij ongeveer alles gedaan had wat God verboden had en erachter was gekomen dat hij daar niet gelukkig van werd – aanraadde: Ama et fac quod vis – Love, and do what you will. Liefde als veiligheidssluiting. Eerst in de dop knijpen anders krijg je de flacon niet open. Dat lukt alleen als je je ervan bewust bent. Truc special: stel jezelf bij alles wat je doet de vraag: ‘Is dit liefdevol?’

Met de vraag ‘Is dit liefdevol?’ ontstijg je ook het troosteloze trouw zijn. Trouw zijn omdat het zo hoort. Het kan liefdeloos zijn om te blijven en juist liefdevol om te gaan. In je liefdesleven en in je werkende leven. Trouw ben je aan iets dat je werkelijk past. Dan ben je trouw aan jezelf, uit liefde voor jezelf. Dat maakt je ook betrouwbaar. Mensen weten wat ze aan je hebben. Zo horen trouw en liefde bij elkaar. Door je bewust te zijn van wat je werkelijk wilt en daarnaar te handelen. ‘Waer werd oprechter trouw..?’ Bij jezelf, diep van binnen.

(Verschenen in Tijdschrift voor Management Development, najaar 2009)

vrijdag, juni 19, 2009

Nieuw boekje! Vrouwen in de top, mannen op het schoolplein

Nodig tien topambtenaren uit voor een etentje en vraag hen te praten over mannen, vrouwen en leiderschap... en je krijgt een boekje. Dat was het plan van de Baak en het werkte. En de tien genodigden werkten van harte mee. Een boekje vol inzichten, relativering en humor. Ik heb het met veel plezier geschreven. Met rake foto's van Sanneke Fisser. En als gebruikelijk prachtig verzorgd uitgegeven door de Baak.

Hier de inleiding van het boekje:

Natuurlijk zijn er verschillen tussen vrouwen en mannen. Van nature, vanzelfsprekend. Er zijn boeken over volgeschreven en er is wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. En er zijn gemeenplaatsen en platitudes te over. Veel is terug te voeren op de evolutie. Vanaf het moment dat we ophielden samen rond te scharrelen op zoek naar noten en bessen is er wezenlijk iets veranderd in de verhouding tussen mannen en vrouwen. We vestigden ons op vaste plaatsen en de ellende begon. Vrouwen bleven thuis en mannen trokken er op uit. Helemaal seksebepaald. Het gender issue was geboren.

Watjes en bitches
Vanaf de jaren zestig kwamen steeds meer mannen erachter dat ze eigenlijk niet deugden in de ogen van steeds meer vrouwen. Mannen waren de onderdrukkers. Daar waren die mannen zich niet altijd van bewust maar ze voelden zich er vaak wel schuldig over. Veel mannen deden daarop hun uiterste best om vrouwvriendelijk te worden en hun vrouwelijke kwaliteiten te ontwikkelen. Of werden ze van de weeromstuit watjes? Waar was hun stevigheid en relativeringsvermogen gebleven?
Veel vrouwen werkten hard om hogerop te komen. Een aantal kwam erachter dat ‘meedoen met de mannen’ een succesvolle strategie kan zijn. Met als gevolg dat vrouwen die zich mannelijk gedroegen, vooral in de top bitches genoemd werden. Wat zowel andere vrouwen als mannen in verwarring bracht. Is dit nou een vrouw of eigenlijk een man? Typisch vrouwelijke kwaliteiten als zelfreflectie en open staan voor signalen uit de omgeving kwamen juist niet uit de verf.

Biologie en chemie

Terug naar het stenen tijdperk. Vrouwen zaten samen met de kinderen bij de hut, mannen trokken er met elkaar opuit om te jagen en te vissen. Daarom kunnen mannen zich goed bepalen tot een ding, liefst wat verder weg – Daar! Straks! – maar ook instinctief handelen – Schieten! Ophalen! – terwijl vrouwen van alles tegelijk kunnen doen en ondertussen de rust en het overzicht bewaren. Vandaar dat vrouwen goed kunnen zorgen en multitasken en mannen goed zijn in plannen maken en plotseling in actie komen. Niet alleen een kwestie van biologie maar ook van chemie: vrouwen kunnen genieten van de aanmaak van het zorghormoon oxytocine terwijl mannen kunnen kicken op een adrenalinestoot.

Grenzen en drempels
Tot zover wat we allemaal wel weten. Lossen die wetenschap en die algemeenheden over mannen en vrouwen nou iets op? Wat moet je ermee als je nadenkt over leiderschap? Of leiding probeert te geven? Waar loop je dan tegenaan? Wat werkt mee, wat werkt tegen? In hoeverre zijn het de omstandigheden die je bepalen? Op wat voor manier kom je jezelf tegen? Hoe loop je aan tegen je eigen grenzen en drempels, opvattingen en vooroordelen?

Inzicht en ervaring

Daarover zijn we in gesprek gegaan met vrouwen en mannen op topposities bij de rijksoverheid. Slimme mensen, succesvolle mensen en vooral... mensen. Ze hebben allemaal hun twijfels, net als iedereen. Het mooie is: dat durven ze ook te laten zien. Ze weten het ook niet precies. Dat maakt hen bijzonder. Lees en geniet mee van hun inzichten en ervaring.

En dan begint het gesprek...

Meer lezen? Vrouwen in de top, mannen op het schoolpein (48 pag. full color) kost € 9,95 excl. portokosten. Te bestellen via de Klantendesk van de Baak, 0343 556369 of email@debaak.nl
.

woensdag, juni 10, 2009

Eenvoud heeft de toekomst


Laatst was ik op een bijeenkomst van de Publieke Zaak. Onderwerp: 21minuten.nl – de tussenrapportage over de Europese resultaten. Geen uitkomsten om blij van te worden: de kloof tussen hoog en laagopgeleid en hoge en lage inkomens tekent zich steeds pijnlijker af. Juist als het over Europa gaat. Europa als splijtzwam. Kort gezegd: vooral hoog is voor, vooral laag is tegen. Kosmopolieten vs nationalisten, zoals Mark Bovens het laatst zo mooi zei.

De Europese lijsttrekker van de PvdA probeerde een zaal vol EU-betrokken hoogopgeleiden ervan te overtuigen dat Europa er echt niet alleen voor de elite is: ‘Ook MBO’ers kunnen dankzij Europa in Spanje gaan studeren.’ Toevallig zat ik naast een van de leukste marktonderzoekers van Nederland. Een echte NL-kenner. Die zei: ‘Loodgieters gaan niet naar Spanje om te studeren, die gaan naar Spanje om vakantie te vieren.’ ‘Liefst temidden van andere Nederlanders,’ dacht ik er achteraan.

Op een gegeven moment kon ik de goedbedoelde politieke gewenstheden niet meer verdragen en deed iets ongepasts. Ik riep met m’n handen aan m’n mond naar de lijsttrekker: ‘Geloof je het zelluf?!’ Daar werd hij erg boos over. ‘Ik ben twintig jaar journalist geweest en nu vijf jaar Europarlementariër...’ (Als je iemand autoriteitsargumenten hoort gebruiken dan weet je wel hoe het zit ;-) ‘En,’ ging hij verder, ‘ik heb geleerd: onderschat de mensen nooit!’

‘Onderschat de mensen nooit!’ Dat is precies wat hij deed. Maar steeds meer mensen laten zich niet meer onderschatten, laat staan voor de gek houden. ‘Het is complex’ is te lang gebruikt om anderen uit te sluiten. Het is een teken van onvermogen. Tegelijkertijd, veel politici en ambtenaren zijn dol op complexiteit. Het lijkt wel of je er in Den Haag op geselecteerd wordt. Complexiteit als intellectuele uitdaging. Maar val een ander daar alsjeblieft niet mee lastig. Zolang iets complex is doorzie je het nog niet. En als je het doorziet is het niet meer ingewikkeld. Integendeel, dan is het doorzichtig en kun je het iedereen eenvoudig uitleggen en er helder over vertellen.

Ingewikkelde boodschappen werken niet. Niet omdat de mensen ze niet zouden begrijpen. Ze werken niet omdat je ze zelf niet begrijpt. En dat voelen mensen haarfijn aan. Die confronteren jou met hun ongeloof en dan word jij boos. Maar je bent boos over je eigen onmacht om ingewikkelde zaken te doorzien – of te aanvaarden wat je daar ziet: politieke ongewenstheden. Maar zoals onze nationale filosoof al zei: ‘Je gaat het pas zien als je het doorhebt.’

Mensen zijn niet gek. En probeer ze ook niet voor de gek te houden. Anders word je in de Tweede Kamer zomaar tot drie keer toe ‘flapdrol’ genoemd als je een ingewikkeld - staat gelijk aan: geen - antwoord geeft op een eenvoudige vraag. En terecht! Hou jezelf voor de gek. Mensen voelen haarfijn aan dat jij iets niet door hebt, of tegen beter weten in iets niet door wilt hebben.

Andersom, transparantie werkt. Daarmee schep je volstrekte duidelijkheid. Dan wordt het weer eenvoudig. ‘Lekker simpel?’ Je wint er de verkiezingen mee. En de harten van de mensen. Of je nou Fortuyn of Obama heet, voor of tegen Europa bent, Wilders of Pechtold. Eenvoud heeft de toekomst.

Gesproken column, Reuring!Café 10 juni 2009

vrijdag, juni 05, 2009

vrijdag, mei 15, 2009

Opvoeden, de toekomst van de ambtenaar

Steeds meer mensen weten zich prima te redden. Ze zijn goed in nutstaken. Ze richten scholen op voor hun kinderen, stichten verpleeghuizen voor hun ouders, beginnen een onderling waarborgfonds, delen auto’s, produceren samen schone energie, regelen met elkaar de waterhuishouding in hun wijk, onderhouden het groen in hun buurt, maken voor hun gebied een bestemmingsplan, stellen een wijkmanager aan.

Ze zeggen: ‘Voor ons hoef je niet te zorgen, dat doen we zelf wel.’ Mensen die niet klagen dat de overheid te weinig doet en niet naar hen omkijkt. Ze vinden dat de overheid juist te veel doet: ‘Loop niet in de weg, vertrouw ons nou maar en laat ons met rust!’ Ze leven in een betere toekomst – waarin ze goed voor zichzelf en goed voor elkaar zorgen.

De ambtenaar van de toekomst ziet dat dit toekomst heeft. Weet dat dit zelfsturende burgers zijn. Is niet bang voor deze weldenkenden, prijst zich met hen gelukkig en juicht ze toe. Weet dat dit net kinderen zijn die op kamers gaan: ze willen graag op eigen benen staan maar wel kunnen terugvallen op het vertrouwde nest. De ambtenaar van de toekomst maakt voor deze zelfredzamen graag uitzonderingen op de regels: weet dat niets zo ongelijk is als het gelijk behandelen van ongelijken.

Maar ondertussen... ‘Uit onderzoek blijkt’ dat vier miljoen volwassen Nederlanders zich buitenstaander voelen. Deze mensen kíjken niet alleen naar Hart van Nederland, ze zíjn het hart van Nederland. Volgens bureau Motivaction leven er middenin onze samenleving vier miljoen ontevreden mensen. Ze hebben het gevoel dat ze niet meetellen. Een derde van de volwassen bevolking! Goed voor vijftig kamerzetels. Ze doen de boekhouding, rijden taxi’s, staan op steigers en draaien ploegendiensten. Ze voelen zich overvraagd, en ondergewaardeerd – in de steek gelaten, vooral door de overheid. Ze leven in een verleden waarin alles beter was – omdat er goed voor hen werd gezorgd.

Misschien ligt de grootste maatschappelijke uitdaging bij deze vier miljoen mensen. Ze zorgen voor verkiezingsuitslagen waarbij ‘zomaar’ een derde van de kamerzetels naar de flanken links en rechts kan gaan. (Dat krijg je van algemeen kiesrecht ;-) Ooit konden we lachen om Boer Koekoek, een randverschijnsel. Populisme bevindt zich niet meer aan de rand, het is mainstream geworden.

‘Volksvertegenwoordiging’ wordt inmiddels heel letterlijk ingevuld: het volk wordt vertegenwoordigd, in woord en gebaar: ‘U (dat wel!) bent knettergek.’ Wim Kan zong het al: ‘Ik vertolluk, ik vertolluk, de gevoelens van het volluk.’ Het wachten is op de volksvertegenwoordiger die Gerdi Verbeet toebijt: ‘Fok Jou Bitch!’ Of eentje met een petje, bozig tegen de premier: ‘Watzmetjou?!’ Of een met een oranje pruik op, die in de hal van Nieuwspoort ‘Ollee-ollee’ aan het wildplassen is.

De ambtenaar van de toekomst begrijpt dat ontevreden hart van Nederland. Kent die gezinnen waar inlevingsvermogen, gemeenschapszin, tolerantie, matiging en zelfbeheersing geen vanzelfsprekende waarden zijn. Weet wat het is om je niet gehoord en niet gezien te voelen. Kent de onderbuik van Nederland maar al te goed – zowel de boze capuchons (‘Pannenkoek!’) als de wanhopige plusglazen (‘Zakkenvullers!). Hoeft niet naar Rondom 10 te kijken om te ontdekken hoe de machtelozen zich voelen: bang en boos, teleurgesteld en tekortgedaan. De ambtenaar van de toekomst weet wat hier nodig is: veel liefde, nog meer begrip en volstrekte duidelijkheid – inderdaad, zoals je kinderen grootbrengt. Opvoeden, de toekomst van de ambtenaar.

Gesproken column tijdens Reuring!Café van 13 mei 2009

Ik hoop dat mijn kinderen in opstand komen

Mijn generatie is aan de macht. Ik schaam me dood voor onze kortzichtigheid en behoudzucht. We zijn groot in klein denken. En goed in achteruitkijken.

Waar is onze aansprekende toekomstvisie? Waar blijven onze baanbrekende plannen om van Nederland het schoonste, slimste, gezondste en meest tevreden land ter wereld te maken? Waar zijn onze inspirerende vergezichten die vertrouwen in de toekomst geven? Plannen waar je blij van wordt, waar je in wilt geloven en die daardoor ook werken?

We weten dat deze crisis een uitgelezen kans biedt om alles wat achterhaald is en niet meer werkt achter ons te laten: vele 20e eeuwse verworvenheden (lees: zekerheden) die een gezonde en eerlijke ontwikkeling van onze samenleving inmiddels danig in de weg zitten. Gouden ketenen. Vastigheid en vadsigheid. Bescherming en bevoordeling van de gevestigden is de norm. Je zult toch jong zijn of van buiten komen en mee willen doen.

We kunnen een reuzensprong maken en de toekomst die we willen naar ons toehalen. Vanuit deze crisis transformeren naar iets nieuws, onszelf optillen naar een ander niveau van leven en werken. Dat is nog eens volksverheffing. Van consumeren naar produceren. Maken in plaats van opmaken. Misschien is er nog steeds niet genoeg urgentie. Moet het eerst nog gekker worden?

Ik hoop van harte dat mijn kinderen niet op ons wachten. Ik hoop dat ze massaal in opstand komen. Niet met van die suffe demonstraties. Nee, letterlijk in opstand: dat ze opstaan. Ik hoop dat ze volop gaan ondernemen en zich niets gelegen laten liggen aan onze heilige huisjes. Ik hoop dat ze niet wachten op de politiek. Ik hoop dat ze zich niets aantrekken van onze rituele dansen, achterhoedegevechten en schijnoverwinningen. Ik hoop dat hun wereld groter is dan de onze.

Ik hoop dat ze zaken ondernemen die bijdragen aan een betere wereld, om te beginnen Nederland – dat een voorbeeld kan worden voor de rest van de wereld: een schoon land, met gelukkige kinderen, creatieve ondernemers, gezonde werkers, trotse ouders en tevreden bejaarden. Ik hoop dat de jeugd van tegenwoordig tegen ons zegt: ‘Hoe jullie leven is zó 20e eeuws.’

Ik hoop dat mijn kinderen laten zien dat je kunt leven en werken zonder de aarde uit te putten, zonder buitenstaanders en nieuwkomers uit te sluiten en zonder anderen – mens en dier – uit te buiten. Ons laten zien dat in een wereld waarin alles met elkaar samenhangt je eigen belang en andermans belang uiteindelijk hetzelfde is. Een nieuwe kijk op waar we zo goed in zijn: eigenbelang.

Ik wil tegen ze zeggen: ‘Wacht niet op ons. Wij geven niet het goede voorbeeld. Doe het zelf. En ik kan alleen maar hopen dat jullie ons straks niet vergeten zijn.’

Ook te vinden op De Nationale Dialoog

woensdag, april 15, 2009

Krachtig bestuur, of krachtige bestuurders?

Gesproken column, Reuring!Café, Vereniging voor Overheids Management - 15 april 2009, Den Haag


Krachtig bestuur... Ik merk dat ik niet verlang naar krachtig bestuur. Ik verlang naar krachtige bestuurders.

Ik verlang naar krachtige bestuurders die wandelende voorbeelden zijn. Ik verlang naar politici en ambtenaren die in hun kracht staan. Ik verlang naar bestuurders die niets liever willen dan samenwerken – met collega’s, met burgers, met wie maar wil: samen werken. En niet ophouden tot problemen werkelijk zijn opgelost en projecten echt klaar. Niet versagen, volharden. Mensen die ten behoeve van het grote geheel zichzelf kunnen ontstijgen. Voorbij de kleingeestigheid en het dagelijkse gedoe. Grote mensen.

Ik verlang naar krachtige bestuurders – mensen die leven en werken vanuit vertrouwen in plaats vanuit wantrouwen. Die nergens bang voor zijn. Zeker niet voor andere mensen. Normaal doen. Het vuilnis buiten zetten. Zoals Michelle Obama daarover tegen de nieuwe president zei: ‘Yes, you can!’ Ik verlang naar krachtige mensen. Allemaal bestuurders – bestuurders van hun eigen leven.

Een krachtig bestuurder is de ambtenaar die ‘Nee’ zegt. Die grenzen stelt. ‘Nee’ zegt tegen consumerende, verwende of gewoon onbeschofte burgers. Of ‘Nee’ tegen een ambitieuze wethouder of gedeputeerde die wil scoren met een onuitvoerbaar, maar politiek o zo interessant plan.

Een krachtig bestuurder is de minister die zijn ambtenaren niet het bos instuurt maar zegt: ‘Ik kan je geen duidelijke opdracht geven want ik weet het niet precies. Kom met je beste ideeën. En alles mag.’

Een krachtig bestuurder is de Kamervoorzitter die tegen een zwartgallige jongeman met witgebleekte haren zegt: ‘Kom eens bij me, haal even diep adem’, een arm om hem heen slaat en heel zachtjes vraagt: ‘Lieve jongen, word je hier nou echt blij van? Van zo boos doen tegen andere mensen? Nee toch?!’

Een krachtig bestuurder is de premier die tijdens de Grote Recessie tegen zijn regering zegt: ‘Een ding: het woord ‘onbespreekbaar’ wil ik hier niet meer horen – we maken onszelf belachelijk, we zijn niet meer serieus te nemen. Alle heilige huisjes zijn vanaf nu bespreekbaar, ook dat huis van mij. Dus laten we beginnen met de hypotheekrenteaftrek te bespreken.’

Een krachtig bestuurder is de vakbondsleider die op haar beurt – gesteund door dit krachtige voorbeeld – tegen haar leden zegt: ‘Ik zou over het stapje-voor-stapje verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd kunnen zeggen: ‘Dat ga ik niet meemaken.’ Maar daarmee wek ik bij jullie valse hoop. Dat zou grootspraak zijn. Net zoiets als: ‘Ik geloof dat ik het van tafel kreeg’, terwijl ik weet dat het er nog op ligt.’

Een krachtig bestuurder is de staatssecretaris die op het jaarlijkse feestje van de bestuurskundigen zegt: ‘Ik weet dat jullie tot de redelijkste mensen van dit land behoren, het land met misschien wel de redelijkste overheid ter wereld. Maar dat is niet genoeg. Wat ik nu van jullie verwacht is wijsheid en compassie. Juist van jullie, en juist nu. Want wijsheid en compassie zijn echt nodig om iedereen mee te krijgen. Obama is de nieuwe maat. Voor mij, en ook voor jullie.'

U hoort het wel. Ik verlang naar krachtige bestuurders, naar mensen die in hun kracht staan. Dat wens ik iedereen hier dan ook van harte toe. Stap in je kracht. Eigen Kracht. Dan komt het met dat Krachtig Bestuur vanzelf wel goed.

Ik dank u voor uw aandacht.

(Deze column vind je ook op De Nationale Dialoog van De Publieke Zaak)

maandag, maart 23, 2009

Voortschrijdend inzicht ('Nooit te oud om te leren') - Speech voor onze Maria

"Als Minister van Economische Zaken wil ik - zeker nu het crisis is - innovatie stimuleren. Grappig genoeg had ik daarvoor in mijn vorige kabinetsperiode als Minister van Onderwijs juist de kans: geen betere economische stimulans dan het best denkbare onderwijs. Onderwijs dat gaat over een kind in zijn geheel, met al zijn talenten. Potentieel dat met geen Citotoets of examen te meten valt. Creativiteit en verbeeldingskracht, ondernemerschap en doorzettingsvermogen. Kwaliteiten die nodig zijn om echt iets nieuws tot stand te brengen, en die we meer dan ooit nodig hebben. Ondertussen ligt het talent voor het oprapen en we laten het met z’n allen liggen. We zien het niet en hebben er dus ook geen aandacht voor. En aandacht is nou net de sleutel. Tijd en aandacht voor elk kind. Omdat het er recht op heeft, en het economisch slim is.

Ik zie u denken: is dit onze Maria? Mea culpa? Nee hoor, nooit te oud om te leren. Gewoon voortschrijdend inzicht. Dat hebben we allemaal. Ik ook. ‘Een mens is ook maar een minister’, om Wim T. Schippers aan te halen. Bij mij ging het als volgt. Ik hoorde over een kind van twaalf jaar oud. Een muzikale Haagse jongen. Een creatief en ondernemend kind. Zo creatief en ondernemend dat mijn collega van Sociale Zaken hem een ontheffing van de wettelijke regels voor de kinderarbeid heeft verleend. Diezelfde jongen is dyslectisch, en zijn hersenen werken anders dan bij de meeste kinderen. In ons onderwijssysteem heeft hij dus ‘leerproblemen’. Nu komt hij in aanmerking voor LWOO, leerweg ondersteunend onderwijs. Dan krijgt zijn school voor hem tweemaal zoveel budget als voor een ‘normale’ leerling. Godzijdank heeft hij genoeg eigenwaarde om zijn nieuwe label niet te beleven als een afgang of een handicap. Want hij weet wat hij in zijn mars heeft. Hij heeft zin in zijn nieuwe school – met maximaal vijftien leerlingen per klas. Dus volop aandacht, alle tijd voor betrokkenheid! Bijna De school van Prem, met z’n tienen in een kasteel. Maar dat is eenmalig voor de televisie, en dit is echt.

Het heeft mij aan het denken gezet. Dit kind heeft geluk: hij heeft een officieel erkend probleem. Maar met z’n vijftienen in een klas, dat gun je toch elk kind? Vreemd genoeg hebben we het gewoon niet over voor onze kinderen. Het is stuitend en dom tegelijk, daar ben ik nu wel achter. Want ondertussen besteden we ons geld wel aan de gevolgen van het falende systeem. Wat zijn de maatschappelijke kosten van een onderpresteerder of een schooluitvaller? En wat lopen we met z’n allen mis aan productiviteit en belastinginkomsten als iemand niet meedoet, niet optimaal functioneert?

We zijn nog steeds, ondanks de crisis, een van de allerrijkste landen ter wereld, maar of we het nou hebben over lerarensalarissen of kleinere klassen, bijscholing of extra begeleiding, de discussie gaat niet over nut en noodzaak maar altijd weer over geld – dat we wel hebben maar anders willen besteden. Maar uiteindelijk zijn we dat geld toch kwijt: aan problemen waarvan we er waarschijnlijk veel kunnen voorkomen – door het best denkbare onderwijs. We zien het onderwijs als een kostenpost, in plaats van een investering in onze eigen toekomst. Het is Hollandse zuinigheid, en klassieke kortzichtigheid. Zeker nu.

Degenen die het zich kunnen veroorloven laten hun pubers op het nippertje bijspijkeren bij Luzac, of kopen voor hun kleuters gegarandeerde aandacht bij Florencius. Het Gooi redt zich prima, crisis of geen crisis. Kinderen van betrokken ouders komen er ook wel. Maar je zult toch ouders hebben die niet goedgebekt, hoogopgeleid of veelverdienend zijn. Ik gun elk kind een klas van vijftien kinderen. En elke leerkracht ook. Het is te zot voor woorden dat je eerst een officieel probleem moet hebben (of zijn) om de aandacht te krijgen die je verdient. Elk kind heeft recht op Speciaal Onderwijs. Omdat alle kinderen speciaal zijn.

Wat zouden we met z’n allen er op vooruitgaan – materieel en immaterieel – als we werkelijk gingen investeren in onze toekomst: onze eigen kinderen. Die aandacht gaat zich terugbetalen. Dat is nog eens innovatiesubsidie. En effectieve crisisbestrijding. Je krijgt er een nieuwe maatschappij voor terug: een duurzame samenleving waarin het niet om GSM: geld, macht en status gaat, maar om mensen. Om te beginnen in het onderwijs. Ik dank u voor uw aandacht."

(Speech voor minister Maria van der Hoeven, haar graag aangeboden door André Meiresonne - geplaatst op educare.nl)

donderdag, maart 12, 2009

Going back to my roots

Hoe toepasselijk kan een songtekst van dertig jaar geleden zijn?

Zippin' up my boots
goin' back to my roots
To the place of my birth
back down to earth.

I've been standing in the rain
drenched and soaked with pain
Tired of short time benefits
and being exposed to the elements.
I'm homeward bound
got my head turned around.

Zippin' up my boots
goin' back to my roots
To the place of my birth
back down to earth.

Ain't talkin' 'bout no roots in the land
talkin' 'bout the roots in the man.
I feel my spirit gettin' old
it's time to recharge my soul.http://www.blogger.com/img/blank.gif

I'm zippin' up my boots
goin' back to my roots
To the place of my birth
back down to earth.


Kijk en luister hier naar de discoklassieker van Odyssey.


En kijk even op dit blogje voor het verband met de crisis.

donderdag, maart 05, 2009

Waarderen door complimenteren - positieve bekrachtiging werkt

Er groeit een verlangen naar fundamentele verandering. Het is niet voor niets dat er een golf van enthousiasme over de wereld ging toen Barack Obama tot president van de Verenigde Staten werd gekozen. Hij belichaamt een hoopvol verlangen naar verandering. En: hij laat zien dat het kan. Maar verandering van wat? Van een steeds dieper gevoelde behoefte aan geloof in mensen en hun mogelijkheden. En dat willen aanboren. ‘Kom maar tevoorschijn en laat maar zien wat je kunt. Je kunt meer dan je denkt.’ De stemming waarmee Obama de verkiezingen won. De tegenpool van ongeloof en cynisme.

Vertrouwen en waarderen
Gebrek aan vertrouwen, en verlangen naar verandering. Dat is waar we staan. Het materialisme is doorgeslagen. Er is een immaterieel antwoord nodig op de materiële crisis. Hoe verschuiven we de focus van korte termijn gewin naar lange termijn geluk? De financiële crisis heeft alles te maken met waarden. En dat is heel wat anders dan beurswaarde. De financiële waarde van bedrijven en vastgoed blijkt schromelijk overschat, terwijl de immateriële waarde zwaar is onderschat. We zijn bedrijven en bezittingen opnieuw aan het waarderen. Dat kunnen we ook doen met de mensen die er aan verbonden zijn. Want organisaties uit bestaan uit mensen. Zij vormen het werkelijke kapitaal. Dat menselijk kapitaal kun je ook waarderen. Niet door hen op de balans te zetten. Of door te speculeren over hun toekomstige waarde of schaarste. Het kan door hen naar waarde te schatten. En dat kan dagelijks. Niet materieel, in de vorm van bonussen met alle mogelijke ontsporingen van dien. Nee, immaterieel. In de vorm van werkelijke en individuele waardering. Menselijk, betrokken. Oprecht en waarachtig. Aandacht voor iemands inzet, voor iemands betrokkenheid. Als iemand iets goed doet. Of het goede doet. Elke keer. Elke keer? Ja, elke keer weer!

Complimenten
Voor dat dagelijks waarderen bestaat een vorm: complimenteren. Complimenteren is de krachtigste vorm om de sfeer in een organisatie te verbeteren en de prestaties van de medewerkers te verhogen. Complimenteren is een vorm van bemoediging en bekrachtiging. Daar is grote behoefte aan. Ook op het werk. Zonder soft of vaag te worden. Realistisch en eerlijk. Hoeveel bemoedigende boodschappen geven en ontvangen we op het werk? Hoe vaak zeggen we: ‘Goed gedaan.’ of ‘Bedankt’? Hoe vaak geven we elkaar een welgemeend compliment? We zijn ongelofelijk terughoudend in het uitdrukken van waardering naar elkaar. Terwijl we er zo’n grote behoefte aan hebben.

Positief of negatief
Hoe werken complimenten? Complimenten halen het beste naar boven, omdat ze het beste benoemen. Een compliment maakt op een positieve manier duidelijk welk gedrag gewaardeerd wordt. Degene die het compliment ontvangt weet dat en kan uit verlangen naar die waardering dat gedrag vaker vertonen. Want gewaardeerd gedrag zet je voort, het herhaalt zich. Complimenteren is een vorm van positieve bekrachtiging. Het is het tegenovergestelde van negatieve bekrachtiging. Dan wordt er druk uitgeoefend, of er is sprake van dwang of sancties. Een voorbeeld is afgedwongen verandering. Je doet het niet uit vrije wil, of omdat je zin hebt om dat te doen. Je doet alleen maar het hoogst noodzakelijke en je houdt er ook weer zo snel mogelijk mee op. Daarom mislukken zoveel verandertrajecten. En in samenlevingen en bedrijven met een steeds hoger opleidingsniveau laten steeds minder mensen zich dwingen.

Druk en dwang komen goed beschouwd voort uit angst. Angst dat iets niet vanzelf gaat. Of niet op de gewenste manier gaat. Vaak ontstaat druk en dwang ook uit de behoefte om op korte termijn iets voor elkaar te krijgen. Of uit angst om de controle te verliezen. Dan kan het zelfs door roeien en ruiten gaan. Vaak met weinig duurzaam resultaat. En soms ook tegen hoge kosten (handhaven, straffen). Druk en dwang werken ook via angst. Belonen, waarderen en complimenteren is het omgekeerde van controleren, dreigen en straffen. De aandacht gaat uit naar wat goed is, in plaats van wat niet goed gaat.

Creativiteit en groei
Belonen laat ook ruimte. In die ruimte kan creativiteit gedijen. Voor creativiteit heb je nu eenmaal ruimte nodig. Om creatief te zijn moet je risico durven nemen: uitproberen, het fout laten gaan, overnieuw beginnen. Angst om gestraft te worden belemmert creativiteit. Ook gehoorzaamheid belemmert creativiteit. Gehoorzaamheid is uiteindelijk vermijding van straf. Daarom is gehoorzaamheid, met op de achtergrond dreiging met straf, de dood in de pot. Gehoorzaamheid ontstaat door druk en dwang: er moet van alles wel, en er mag van alles niet.
Creativiteit vraagt om onbevangenheid en zelfvertrouwen. Die kwaliteiten groeien niet in een sfeer van angst. wel in een sfeer van bemoediging en bekrachtiging. Daarom draagt complimenteren bij aan het creëren van een innovatief klimaat. Een omgeving waarin geen angst is om het fout te doen en juist het goed(e) doen wordt toegejuicht.

Natuurlijk is het nodig om grenzen te stellen aan ongewenst gedrag. Maar het is de vraag of dat moet in de vorm van straffen. Want daarmee voed je schuld en schaamte. Wat weer een remmende en beperkende werking heeft op het vrij laten stromen van de creativiteit. Grenzen stellen kan ook in de vorm van het waarderen van gewenst gedrag. Ook hier geldt: richt je op wat beslist niet mag (of op wat persé moet), of waardeer het gedrag dat wel gewenst is. Alles wat je aandacht geeft groeit... ook het negatieve!

Gedragsverandering
Beloning is veel effectiever dan straf. Straf zorgt voor vermijdingsleren en angstmotivatie. Mensen doen alleen het minimum dat gevraagd wordt en er is veel controle en toezicht nodig. En het werk wordt er vervelend door. Bij de meeste organisaties wordt toch op die manier leiding gegeven. Managers denken vaak dat mensen voor 80% worden gemotiveerd door aansporingen, maar dat is maar 20%.

Gedrag wordt voor 80% door consequenties bepaald. Het heeft dus geen zin om mensen tien keer hetzelfde te vragen of je alleen te beperken tot communicatie (flitsende brochures, handboeken en optredens). Deze zijn belangrijk om een eenmalige gedragsverandering op gang te brengen, maar leiden niet tot duurzame verandering. Doorvoor zullen mensen positieve consequenties moeten ervaren in de vorm van concrete vooruitgang.

Ook op de consequenties zelf blijkt de 80-20 regel van toepassing: 80% van de consequenties zijn negatief, 20% is positief. Terwijl om effectief leiding te geven dat precies omgekeerd zou moeten zijn: 80% belonen en 20% straffen. Dus vier complimenten tegenover hooguit een kritiekpunt.

Beïnvloeding, of manipulatie?
We zijn continu bezig elkaars gedrag te beïnvloeden, of we willen of niet. Sterker nog: het is de taak van de leidinggevende om dit te doen. Elke succesvolle leidinggevende weet dat oprechtheid en authenticiteit sleutelfactoren zijn om tot lange termijn resultaten te komen. Onoprecht complimenteren zal dan ook niet werken, sterker nog, contraproductief zijn. Complimenteren heeft alleen duurzaam effect als het geen kunstje wordt, maar voorkomt uit een persoonlijke vertrouwen dat het meer effect heeft dan negatieve feedback.

Bewerking van een artikel dat verscheen in Tijdschrift voor Management Development, voorjaar 2009.

Auteurs: André Meiresonne, Marius Rietdijk, Bram Schaper

Mr A.A. Meiresonne (a.meiresonne@planet.nl) is trainer, spreker en schrijver. Hij is o.m. voor Bout en Partners docent Ik en de Anderen bij de Baak Management Centrum VNO-NCW en auteur van Zin! Leidinggeven aan jezelf en anderen (www.zinboek.nl) en het zojuist verschenen Vrij! Leef je eigen leven (www.vrijlevenboek.nl).

Drs. M.M. Rietdijk (mariusrietdijk@plimenten.com) is directeur van plimenten.com, organisatieadviseur en universitair docent Strategie en Gedragsverandering aan de VU. Hij is o.a. auteur van Slag om de toekomst en en hoopt in 2009 te promoveren op Organisaties conditioneren. De invloed van beloning en straf op werkprestaties.

Drs. Ing. Bram Schaper (bramschaper@plimenten.com) is directeur van plimenten.com, organisatieadviseur en coach gedragsverandering bij NedTrain.

Twitter Delicious Facebook Digg Stumbleupon Favorites More