Wonderlijke tijden. Verstoring van de bestaande orde. Wat voor jou belangrijk is wordt bedreigd – en je zoekt steun, houvast, geborgenheid. Je behoefte aan zekerheid groeit, maar waar vind je die nog? De werkelijkheid schreeuwt je toe: ’Je bent op jezelf aangewezen!’ Ben je dus alleen? Nee! Want we zijn hier samen. Niemand is alleen. En we hebben elkaar nodig. Meer dan ooit. Deze tijd vraagt om tevoorschijn komen. Laten zien wie je bent. Je niet meer verschuilen maar meedoen. Inbrengen wat jij kunt bijdragen – door te doen waar jíj blij van wordt. En je door niets of niemand meer bang laten maken. Wanneer je de moed kunt opbrengen om voluit te leven – recht uit je hart, en geholpen door je hoofd – ben je minder alleen dan je denkt. Dan kun je steun, houvast en geborgenheid ervaren. Bij jezelf, en bij de ander. En dan heb je ook wat te geven – dan geef je wie jij in wezen bent.
Posts tonen met het label pvv. Alle posts tonen
Posts tonen met het label pvv. Alle posts tonen

vrijdag, december 10, 2010

HaHaHa! - Hoe Het Hoort werkt niet meer, je eigen geluid des te beter


Dit schreef ik laatst voor het Tijdschrift voor Management Development. De tijd lijkt het ingehaald te hebben: Geert Wilders is door alle gedoe en schandalen rond zijn fractiegenoten even heel stil. Zolang het duurt natuurlijk.


Ik bewonder Geert Wilders. Ik ben ook jaloers op Geert Wilders. En ik heb zelfde waarden als Geert Wilders. Zo, dat hoor je niet te zeggen. Not done. Want Geert Wilders mag dan gedogen, hij hoort er toch niet echt bij. Of beter, echt niet bij. Op zijn beurt wordt hij gedoogd door degenen die hij gedoogt. Want wat hij zegt ‘kan echt niet’ – maar mag ondertussen wel.

Wat ik bewonder in Geert Wilders? Zijn creativiteit en zijn humor, zijn onconventionele aanpak en zijn strategisch inzicht. Jaloers ben ik op zijn tomeloze energie, zijn doorzettingsvermogen en zijn ausdauer. Ook zijn pijnlijke helderheid en koele scherpte vind ik jaloers makend. En ik deel de waarden die ik proef onder zijn zorgen over mensen die niet zo goed voor zichzelf kunnen zorgen als hij en ik.

Ik lijk ook op Geert Wilders. Ik kan net zo vilein en venijnig uit de hoek komen. Naar anderen wijzen, hen de schuld geven. Zij hebben het gedaan: ‘Hullie!’ Ruzie maken met boven mij gestelden en andersdenkenden. Lekker jennen. De vermoorde onschuld spelen. Anderen bang maken, maar daar niet op aanspreekbaar zijn. Net doen of het me niks kan schelen dat een ander last van me heeft of bang voor me is.

Dit hoor ik ook niet te zeggen. Zeker niet in – bijvoorbeeld – een kennismakingsgesprek. Tenminste, als ik graag die opdracht of baan wil. Dat is niet zo handig. Want niemand wil het horen. De onuitgesproken afspraak is dat we ons zo goed mogelijk aanpassen aan Hoe het Hoort. En het spel is dat de ander – de HRM’er ! – dat dan door heeft. Want daar hebben ze voor doorgeleerd, en het vormt een deel hun bestaansrecht om ervoor te zorgen dat onconventionele doeners en denkers niet binnenkomen.

Beter doe je met het spelletje en de conventies mee. Dus je trekt je beste kleren aan, je vriendelijkste gezicht en je past je voldoende aan om de klus te krijgen of aangenomen te worden. Je doet Hoe Het Hoort. Dat hebben we allemaal van jongs af aan geleerd, dus dat is niet zo moeilijk. Want we weten dat rebelleren meestal niet zo handig is – dus passen we ons aan. En dan, na een tijdje, begint het toch te wringen; van twee kanten.

Want hoe gaat het? Je hebt je aangepast. Daar heb je aanvankelijk profijt van: je mag meedoen en je wordt gezien. Je krijgt voor elkaar wat je voor elkaar wilt krijgen. Gewoon, omdat jij het wilt. En omdat het past binnen het afgesproken kader. Ondertussen begint er toch iets te zeuren. Je komt niet tot je recht. Je kunt je ei niet kwijt; je organisatie vraagt om authenticiteit, maar die had je juist weggestopt. En dan begin jij te zeuren.

Zo deed Geert Wilders wat wel meer mensen doen. Hij wilde zich profileren. Zijn hoogst eigen verhaal vertellen. Klassiek: de zoon die ageert en te hoop loopt tegen zijn vader: ‘Schop me eruit!’ En zo geschiedde. Van Aartsen zette hem uit de fractie. Zo kon hij voor zichzelf beginnen. Een ZZP’er in de Tweede Kamer. ‘Groep Wilders’, gelijk groot denken. De rest is geschiedenis.

Hoe Het Hoort is onderhand ook geschiedenis. En waarom niet? Wat is er tegen om te zeggen wat je echt vindt? Sterker nog, leiderschap vraagt juist om out-of-the-box denken en doen. We kennen allemaal de voorbeelden van bedrijven die ten onder gingen aan ‘meer-van-hetzelfde’. MD’ers zijn daaraan vaak medeplichtig: te veel MBA’ers, te weinig dwarsdenkers, te veel mensen die weten Hoe Het Hoort en vinden dat het ook zo Moet. MD moet meer openstaan voor mensen met een eigen geluid; te beginnen met een eigen MD-geluid, want Hoe Het Hoort werkt ook in MD niet meer.

vrijdag, november 19, 2010

Schreeuw (A.L. Snijders)

A.L. Snijders heeft net de Constantijn Huygens Prijs gewonnen. Een paar keer per week stuurt hij via zijn mailinglist een ZKV rond, een Zeer Kort Verhaal - zijn zelf bedachte genre.

Deze ZKV vond ik vandaag in mijn postbus. Woedend, schrijnend, waar en actueel.




Het kan mij niets schelen dat Lucassen het doet met een ondergeschikte die het ook graag met hem doet. Dat hij een oude man bang maakt volgens de instructies uit het militaire martelboek, maakt me ziek van woede. In een stukje schreeuw ik. Het blijkt een culturele schreeuw te zijn, tegen het afschaffen van orkesten.

de dreiging

We hebben nu een volksvertegenwoordiger die kilometers op korte afstand achter een oude man loopt die zijn hond uitlaat. De oude man heeft de gewoonte op zijn route de eendjes te voeren, maar hij ziet ervan af, hij is bang dat de volksvertegenwoordiger hem in het water zal duwen, hij is bang dat hij zal verdrinken. Als hij thuis is, huilt hij. De volksvertegenwoordiger behoort bij de partij waar angst en dreiging gewaardeerde gasten zijn.
Op een koude herfstavond zien drie gezonde jongens een introverte knaap met een vioolkist staan op het station van Ruurlo – hij wacht op de trein, het is mistig. De jongens komen op hem af, ze vragen wat er in de kist zit. Iedereen weet wat er gaat gebeuren. Hij maakt de kist open, hij speelt voor ze. Als het genoeg is, zullen ze de viool vernielen. De komst van de trein redt het instrument. De gezonde Hollandse jongens gaan een mooie toekomst tegemoet, de partij wacht.

maandag, februari 11, 2008

De boerka – niks verbod, mogen weigeren!

Het boerkaverbod: hoe de politiek van een maatschappelijk verschijnsel een probleem maakt. Want er is helemaal geen probleem.

Het enige dat hoeft te gebeuren is dat iemand met een boerka geweigerd mag worden, net als ieder ander waarvan identiteit niet duidelijk waarneembaar is. Het kan gaan om een boerka, maar even goed om een bivakmuts, integraalhelm of palestijnensjaal.

Iemand die zich zo kleedt moet je kunnen weigeren omdat je niet ziet wie het is. Op school: in de les of voor de klas; in de bus, de tram of in de trein: als reiziger, bestuurder of conducteur; in de supermarkt: als klant of achter de kassa; en vanzelfsprekend als ambtenaar. Maar evengoed op een evenement, behalve als het een gemaskerd bal is.

Weigeren zonder dat hij of zij een beroep kan doen op ‘Discriminatie!’ Toestemming om te weigeren in plaats van een verbod om te dragen. Want je hoeft geen boerka te dragen. Dat is een keuze. En keuzes hebben in ons land, een vrij land, consequenties. Een verbod om iets te mogen dragen roept alleen maar weerstand op, en niet alleen bij moslims.

De vrijheid om mensen te mogen weigeren maakt duidelijk dat je alle recht hebt om iets te dragen maar dat je niet moet zeuren over de gevolgen ervan. Dat is alles. Dan is er ineens ook geen probleem. Dan is er ook geen verbod nodig. Alleen maar toestemming om iemand die niet wil laten zien wie hij of zij is te weigeren, waar dan ook.

‘Sorry, u mag er hier niet in want ik kan niet zien wie u bent.’ Zo simpel? Zo simpel!

(Verschenen als ingezonden brief in NRC Handelsblad op zaterdag 16 februari 2008)

maandag, juli 16, 2007

Hersenkraker: Heb ik nu iets gewonnen?

Om de zomer door te komen een heuse hersenkraker.

Ron Rijghard beschrijft in de NRC van 20 april 2007 heel droog een kamerdebatje. Het gaat over cultuur en subsidies. De vertegenwoordiger van de Partij van de Vrijheid kiest een invalshoek waar andere kamerleden zich over opwinden. Maar niemand van dit intelligente en goedbetaalde gezelschap kan het betoog ontzenuwen. Niemand krijgt er speld tussen. Want iedereen denkt vanuit het adagium, paradigma zo je wilt, 'cultuur moet'. Maar waarom dan? Dat weet niemand helder te verwoorden. Wel veel politieke correctheid, heilige huisjes en morele verontwaardiging.

De PVV dwingt met hun extreme standpunten en soms rabiate opvattingen in ieder geval tot nadenken en positie kiezen. Wat dat betreft zijn het de (wees)kinderen van Pim Fortuyn. In dit geval tot het bedachtzaam formuleren van fundamentele gedachten over kunst en cultuur, en het nut en de noodzaakvan het subsidiëren ervan. Maar ja, kom daar maar eens om. De laatste die dat lukte was Piet Hein Donner, over de doodstraf, toen hij werd uitgedaagd door de LPF.

Hier het letterlijke verslag uit de krant, het leest als een toneelscript.
De kop luidde: Heb ik nu iets gewonnen?

Mijn partij wil 16 miljard bezuinigen. Dat kan op ontwikkelingshulp, diversiteitsbeleid en cultuur. Zo begon Martin Bosma van de Partij voor deVrijheid (PVV) gisteren zijn opvallende bijdrage aan het cultuurdebat in deTweede Kamer. Dat ging eigenlijk over de wetswijziging voor een nieuw systeem van subsidies verdelen. De redenering van PVVer Bosma was eenvoudig: minder belasting heffen, betekent meer geld bij het volk, dat dan zelf kunst kan kiezen. Subsidie is het juk van de collectieve dwang. Slechts één zinsdeel in de wet sprak hem aan: dat er werd gesproken van Nederlandse cultuur: In de multiculturele woestijn bloeit een bloem.

De woordvoerders van de andere partijen aarzelden hardop of ze dit wilden laten passeren, maar kozen voor een confrontatie.

Nicolaï (VVD): Uw redenering volgend, verdwijnt de opera.

Bosma: Nee hoor. De gegoede burger kan en zal meer betalen. Er zal minder publiek komen. Dat moeten we dan maar accepteren.

Halsema (GroenLinks): Hoeveel wilt u bezuinigen op het kunstbudget? De helft? Driekwart?

Bosma: Doe maar de helft. Dan is mijn partij gelukkig.

Van der Ham (D66): De Nederlandse cultuur heeft altijd geprofiteerd van buitenlandse inbreng. Weet u waar Vondel is geboren?

Bosma: Ik dacht in Keulen. Heb ik nu iets gewonnen?

Leerdam: Wat is uw definitie van Nederlandse cultuur?

Bosma: Tja, wat gangbaar is in Nederland. Cultuur die in Nederland bestaat. Is dit belangrijk?

Van der Ham: Helmert Woudenberg maakte een prachtvoorstelling over Fortuyn, die zelfs zijn familie tot tranen bracht.

Bosma: Er gaat via Rijk, gemeentes en provincies 2 miljard subsidie naar kunst. Daar mag Woudenberg wel iets moois van maken.

Tot zover het verslag. Breng daar maar eens iets tegen in...
Wie het weet mag het zeggen!

Twitter Delicious Facebook Digg Stumbleupon Favorites More