Wonderlijke tijden. Verstoring van de bestaande orde. Wat voor jou belangrijk is wordt bedreigd – en je zoekt steun, houvast, geborgenheid. Je behoefte aan zekerheid groeit, maar waar vind je die nog? De werkelijkheid schreeuwt je toe: ’Je bent op jezelf aangewezen!’ Ben je dus alleen? Nee! Want we zijn hier samen. Niemand is alleen. En we hebben elkaar nodig. Meer dan ooit. Deze tijd vraagt om tevoorschijn komen. Laten zien wie je bent. Je niet meer verschuilen maar meedoen. Inbrengen wat jij kunt bijdragen – door te doen waar jíj blij van wordt. En je door niets of niemand meer bang laten maken. Wanneer je de moed kunt opbrengen om voluit te leven – recht uit je hart, en geholpen door je hoofd – ben je minder alleen dan je denkt. Dan kun je steun, houvast en geborgenheid ervaren. Bij jezelf, en bij de ander. En dan heb je ook wat te geven – dan geef je wie jij in wezen bent.
Posts tonen met het label openbaar bestuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label openbaar bestuur. Alle posts tonen

maandag, mei 07, 2007

Help! Een burgerinitiatief


"Gemeenteambtenaren weten zich nauwelijks raad met actieve burgers. Daarom sneuvelen veel initiatieven al in de planfase. En dat terwijl zelfs in het nieuwe regeerakkoord staat dat burgerinitiatieven zo belangrijk zijn: 'De overheid laat burgers ruimte om initiatief te nemen en rust hen toe om voluit mee te doen'. Maar hoe doe je dat, ruimte geven? Wie zijn die actieve burgers eigenlijk en wat kunnen ambtenaren van hen leren?"

Daarover gaat de publicatie Help! Een burgerinitiatief, waaraan ik op uitnodiging van Jornt van Zuylen van InAxis, Commissie Innovatie Openbaar Bestuur met veel plezier heb meegewerkt. Tientallen mensen die daadwerkelijk ervaring hebben met de zgn. derde generatie burgerparticipatie (oeps, wat een begrip!) komen aan het woord, honderden geslaagde voorbeelden passeren de revue. Meer dan honderd pagina's praktijklessen, columns, schema's, theorie, literatuur, portretten, perspectieven en een behartenswaardig nawoord van Pieter Winsemius. Je kunt de hele publicatie, barstensvol informatie, ideeën en wetenswaardigheden, meningen en opvattingen bestellen en downloaden.

Dr Jurgen van der Heijden van AT Osborne en Universiteit van Amsterdam moet even apart genoemd (en geroemd). Jurgen is NL Kampioen Opsporen & Duiden Burgerinitiatieven, een wandelende databank. Zonder hem was dit boek er niet gekomen. Hij is een bijzonder mens die het verdient om binnenkort bijzonder hoogleraar te worden.

Initiatiefnemer en ambtenaar Jornt van Zuylen kent de weerbarstige gemeentepraktijk vanuit de Rotterdamse (dus heftige) realiteit. Hij had het lef de publicatie aan te bieden aan twaalf 'burgerhoogleraren' van de Pendrecht Universiteit. U weet wel: het Rotterdamse Pendrecht, zo'n dramatische wijk, een van die vermaledijde veertig. En wat trof ik daar: een zaal vol mondige, zeer zelfbewuste mensen die bijzonder goed weten wat wel en niet goed is voor hen en hun wijk. Niks zielig, niks triest. Mensen die bijzonder trots zijn op 'hun' wijk en volop mogelijkheden zien. Waar je maar beter naar kunt luisteren. Scheelt ambtenaren een hoop werk. De burgerhoogleraren gaven het boek en de auteurs ongezouten kritiek, maar ook lof en prijs en uiteindelijk gemiddeld een acht. Die is binnen!

Hieronder vind je een column van mij die in de publicatie is opgenomen. Gestrooid door het boek kun je ook nog een aantal 'Prikkelingen' lezen. Acht pogingen tot humor en relativering in een wereld die daar niet direct om bekend staat. Confronterend ook wel. Met hulde aan InAxis om het te plaatsen. Wie zegt dat de overheid niks durft? Hieronder 'Op het andere been' (incl. wat prikkeling). Voor veel meer, van al die anderen, en minstens zo interessant, zo niet vele malen interessanter: bestellen of downloaden maar dat hele boek!


W a a r s c h u w i n g !

De hieronder volgende tekst verwoordt niet noodzakelijkerwijs de mening van de verantwoordelijke bewindspersoon.


Sterker nog, de redactie distantieert zich nadrukkelijk van deze al te gemakkelijke opvattingen die geen enkel recht doen aan de enorme complexiteit van de materie waar hardwerkende ambtenaren dagelijks mee te maken hebben. Wij nodigen u van harte uit om afstand te nemen van deze tekst door duidelijk, bij voorkeur met een fluorescerende markeerstift, aan te geven met welke passages u het niet eens bent.


Op het andere been

Ambtenaren willen besturen. Daarom heeft u gekozen voor werken in het openbaar bestuur. U studeerde misschien bestuurskunde, bestuursrecht, bestuurswetenschappen. Besturen is uw ding. En besturen doe je vanuit één punt. Net als een auto, die heeft ook maar één stuur. Zo bestuurt de regering dit land, en het gemeentebestuur de gemeente. Toch? Niet dus. Was het maar zo! Dan was het bestuurlijke leven nog overzichtelijk. Dan was uw dagelijkse werk een stuk minder ingewikkeld.

De sturing van onze samenleving gebeurt steeds minder vanuit één punt. Met het complexer worden van onze maatschappij verdwijnt de centrale sturing. De macht raakt verdeeld over steeds meer mensen, de macht zoekt de breedte en gaat naar beneden, de macht versnippert over steeds meer partijen en spelers. Steeds meer mensen krijgen het voor het zeggen omdat ze zelf willen bepalen hoe hun leven en hun omgeving eruit ziet. Ze nemen zelf het heft in handen. Ze willen hun eigen zaakjes oplossen. Zonder asociaal te worden. Juist niet.

De Republiek
Voor zover er natuurlijk ooit centrale sturing is geweest in Nederland. Want als er een ding is waar Nederlanders niet tegen kunnen is het centrale sturing. Even ter opfrissing: de Republiek der Zeventien Nederlanden ontstond uit een opstand tegen het centrale gezag van de Spaanse koning. En ook nu is Nederland om met Prins Claus te spreken ‘een republiek met een koning’. En die koning mag er zijn zolang hij maar niet doet of hij de baas is.

Het aantal ‘sociale’ initiatieven groeit exponentieel. Maatschappelijk verantwoord ondernemen heet dat. Of sociale innovatie. En dat kan heel profijtelijk zijn. Met uitgekiende zorg kun je geld verdienen. Of budget overhouden voor ‘leuke dingen’. Zonder subsidies kun je ook overleven. Sponsoring is vaak interessanter: het geeft meer vrijheid en minder gedoe. Succes is minder afhankelijk van politieke grillen en meer van de kwaliteit van je contacten. Welkom in de netwerksamenleving. En wat valt er daarin nog te besturen?

We hebben in de 20e eeuw met elkaar een reflex ontwikkeld: de Overheids Reflex. ‘Daar moet de overheid nou eens iets aan doen’, ligt menigeen in de mond bestorven. Een item op het journaal of een bericht in de krant leidt in veel gevallen tot een Kamervraag met de bekende formulering ‘Is het de minister bekend dat’ (volgt de korte inhoud van het televisie-item of het krantenbericht). Het antwoord is uiteraard ‘Ja’. ‘En wat denkt de minister daaraan te gaan doen?’ Wat zou het een verademing zijn wanneer de minister dan ‘Niets’ zegt. En uitlegt dat de overheid daar niet over gaat.

Particuliere initiatieven
Tot de 20e eeuw was het gros van wat nu onder de ‘spending departments’ valt een kwestie van particulier initiatief. In de vorige eeuw draaide dat gegeven om. De overheid nam het met goede redenen over. Inmiddels heeft de overheidszorg zijn grenzen bereikt. En aan het begin van een nieuwe eeuw komt het (blijkbaar onuitroeibare!) particulier initiatief weer boven. Bijna een eeuw lang het primaat van de staat: sociale zaken, gezondheidszorg, onderwijs en cultuur. En juist op die terreinen schieten de initiatieven als paddestoelen uit de grond. De Voedselbanken, de Weggeefwinkels, de Van Harte Resto’s, de Thomas Huizen, de Iederwijs Scholen, de Joop van de Ende Foundation. Er komt (bijna) geen ambtenaar aan te pas...


Bespiegeling: Wat is uw mening over bovenstaande column?

Ik vind deze column:
- Onzin
- Links geleuter
- Wishfull thinking
- Goed spul!

Ik ga:
- Deze column snel vergeten
- Mijn eigen column schrijven
- André mailen dat ik het volledig met hem eens ben (a.meiresonne@planet.nl)
- André mailen dat hij niet goed wijs is (a.meiresonne@planet.nl)

dinsdag, maart 20, 2007

Nabijheid, nieuw toverwoord voor het openbaar bestuur

De Nationale Ombudsman trekt met zijn jaarverslag 2006 aan de bel. 'Het veelgehoorde politiek credo "regel is regel" is niet genoeg omdat regels niet altijd recht doen aan de maatschappelijke werkelijkheid.' Burgers willen respectvol en eerlijk worden behandeld. 'Eigenlijk zouden overheden bij klachten van mensen vaker persoonlijk contact met de burger moeten zoeken.' Eigenlijk... Waarom zo voorzichtig? Ik moet weer denken aan het Festival der Bestuurskunde op 8 februari jl in het Evoluon.

Er is me daar iets gaan dagen. Want ik heb er een mooi woord gehoord. Nabijheid. Klinkt niet erg bestuurskundig. Daarom maakte het indruk. Het was Jan Peter Balkenende die het noemde. En anderen noemden het niet maar bedoelden het soms wel. Want het ging die dag veel over vervreemding. Over afstand en hoe die te overbruggen. Marc Hertogh, rechtssocioloog in Groningen, noemt het rechtsvervreemding als je van de rechter ‘Fuck you!’ tegen een agent mag roepen. Dan is er geen verbinding meer. Dan gaat het niet meer om mensen. Wie wil er nog agent worden? Masochisten misschien? Vroeger leerde je: ‘Schelden doet geen pijn’. Leer je nu dan op de Politieacademie ‘Pijn is fijn!’? Kritische ontbinding, zo benoemde Wim van der Donk van de Wetenschappelijke Raad voor het Regringsbeleid wat er gaande is.

Maar, zoals altijd, er is hoop. Zeker op een festival. De Vice-President van de Raad van State Herman Tjeenk Willink nam ons mee naar een tijd die de studenten in de zaal niet eens hebben meegemaakt. Begin jaren zeventig, vorige eeuw. Roerige tijden. Piet de Jong was premier. Hij had een recept voor een nuchter oordeel.'Uiteindelijk zet je alle adviseurs de deur uit en stel je jezelf de vraag: Wat vind ik er nou zelf van?' Zo simpel? Zo simpel! Leg het niet buiten je zelf maar ga bij jezelf te rade. Durf dat aan. En Tjeenk Willink ging verder, over een vergelijkbaar soort moed. Kijk naar het individuele geval – in plaats van het meten en toepassen van het gemiddelde. Als voorbeeld noemde hij het afschaffen van het Kroonberoep, omdat het niet voldoende onafhankelijk zou zijn. Het gevolg is dat we nu een bestuursrechter hebben die focust op wat ‘rechtens juist’ is. En dat is soms bijzonder onbevredigend voor de burger. Want die heeft vaak een hele andere rechtsbeleving. En voelt zich dan niet gezien en niet gehoord. En dat is funest. Want dat ondergraaft niet alleen het rechtsgevoel, uiteindelijk ook de rechtsstaat.

Pieter Tops weet (bijna) alles over lokaal bestuur. Hij verhaalde over wat er zich afspeelt in de krochten van de grote stad. Waar je in Rotterdam zoal tegenaan kunt lopen. Over de noodzaak om echt in gesprek te gaan. Mensen werkelijk in de ogen te kijken. En ook een moreel oordeel te hebben. Grenzen durven stellen, zonodig streng straffen, laten voelen - naast het bieden van hulp en zorg. Of misschien wel als voorwaarde daarvoor: als je meedoet willen we je helpen. Engagement & Discipline als recept tegen verloedering en onveiligheid. En waar ligt dan de grens? How about privacy? Is er wel een zelfde grens te trekken voor iedereen? Werkt dat nog wel? Thom de Graaf heeft als minister van BZK aan de Raad voor het Openbaar Bestuur toch niet voor niets gevraagd daarover na te denken. We beginnen er achter te komen dat gelijkheid iets anders is dan gelijkwaardigheid. En dat het gelijkheidsbeginsel ons kan belemmeren om maatregelen (bijv. de Rotterdam Wet) te nemen die nodig zijn om mensen juist een gelijke kans op een menswaardig bestaan te geven.

We lopen aan tegen grenzen. De grenzen van de wet. De grenzen van ons denken. Met strikte toepassing van regels doen we mensen - en waar zij mee zitten - geen recht. Het roept afstand op. En op den duur opstand. De Opstand der Horden. Ze staan zo weer met stokken op de hekken bij het Torentje te slaan. Kan de volgende Ad Melkert liggend op de achterbank het Binnenhof ontvluchten. Aandacht en betrokkenheid zijn de sleutels. Werkelijke aandacht, oprechte betrokkenheid. Want het gaat om mensen. Ook in het openbaar bestuur. En dan hebben we het niet meer over burgers maar over mensen. Mensen als u en ik. Met hun dagelijkse zorgen en beslommeringen. Daar gevoel voor hebben, je daarin kunnen inleven. In die dagelijkse sores en besognes. Zonder daarin door te slaan en slap en meegaand (lekker makkelijk!) te worden. Kijk mensen in de ogen en weet wat er nodig is. Durf ‘Nee’ te zeggen. Of juist ‘Ja!’. De een heeft een waarschuwing nodig, de ander een ingrijpende straf. De een heeft hulp nodig, de ander een schop onder z’n kont. En durf je dat? Dat is de vraag. Dan komt het aan op zelfvertrouwen, weten waar je mee bezig bent. Keuzes durven maken, voor anderen. Omdat jij weet wat goed is voor die ander. Dat is toch de kracht van goed en gerespecteerd openbaar bestuur? Uiteindelijk gaat het toch om wijsheid? Niet om de slimste te zijn - maar de verstandigste? En ere wie ere toekomt: het was de Minister-President zelf die helemaal aan het begin van het festival het toverwoord noemde: NABIJHEID.

maandag, februari 12, 2007

Gevraagd: werkelijke betrokkenheid

Soms zie je op televisie de toekomst van Nederland. Tenminste, dat hoop je dan... Kort voor de verkiezingen 22 november j.l. was er zo’n moment. De Nova-redactie van NederlandKiest heeft Pieter Winsemius en Jan Marijnissen uitgenodigd om met elkaar in debat te gaan. Een mooie optelsom van tegenstellingen: rechts / links, ratio / emotie, elite / volk, hoogopgeleid / laagopgeleid, randstad / provincie, regering / oppositie. Maar niks debat, niks discussie, er wordt een gesprek gevoerd...

Het onderwerp is de oude wijken waarover Pieter Winsemius als nieuwe minister van VROM net een brief heeft gestuurd naar de Tweede Kamer. De wijken die Jan Marijnissen zo goed kent en waar hij al jarenlang - tevergeefs - aandacht voor vraagt. Marijnissen - aanvankelijk in de ‘debatstand’ - probeert Winsemius nog neer te zetten als ‘links’. We moeten vooral niet denken dat we hier met een echte VVD’er te maken hebben. Winsemius maakt duidelijk dat hij al jarenlang VVD’er is en bovendien lid van een ‘rechts’ kabinet. Marijnissen schakelt snel en geeft Winsemius de ruimte om te vertellen. Over de problemen in de oude wijken en over zijn zorgen daarover. Je hoort een minister rustig praten, geen cliché’s gebruiken en nadenken als het nodig is. Hij vertelt een warm verhaal over mensen die het niet redden, kinderen die er in uitzichtloze situaties opgroeien. Een begrijpelijk verhaal van iemand die echt betrokken is bij de wereld om zich heen. Een vertrouwenwekkend verhaal omdat het voelbaar van binnenuit komt. Kortom, een geloofwaardig verhaal.

De oppositieleider ervaart dat ook en gaat er op in. Geen discussie-om-de-discussie, geen debattrucjes, geen gespeelde opwinding, geen verongelijkte toon. Wat een verademing! Twee verstandige, levenswijze mannen die met elkaar pratend de partijpolitieke tegenstellingen overstijgen. Ze vinden elkaar in hun zorg over de achteruitgang van de oude wijken, in hun betrokkenheid bij de toekomst van de mensen die er nu wonen en in hun inschatting van de desastreuze effecten ervan op de samenleving. Hier zie je gebeuren wat er mogelijk is als politici zichzelf kunnen wegcijferen, hun partijbelangen kunnen relativeren en kunnen teruggaan naar waar het allemaal om begonnen is: werken aan en voor een samenleving waarin mensen het morgen beter hebben dan vandaag, zorg is voor elkaar en ruimte voor het individu.

Het kan dus. Ogenschijnlijk grote tegenstellingen kun je voorbijkomen. Sommige maatschappelijke problemen zijn onderhand (misschien) groot en (hopelijk) ook erg genoeg om de (partijpolitieke) belangentegenstellingen daarover te ontstijgen en de zaken op een nieuwe manier aan te pakken. Wat is de uitweg? Is er een sleutel naar meer verbondenheid? Ja, betrokkenheid. Werkelijke betrokkenheid bij de mensen waar het om gaat. Bij alleenstaande bijstandsmoeders met opgroeiende kinderen. Bij patiënten in niet goed georganiseerde verpleegtehuizen. Bij kinderen met taalachterstand omdat hun moeder geen Nederlands spreekt. Bij mensen die dagelijks vieze lucht inademen omdat ze in een flat langs de snelweg wonen. Bij de dieren in de bioindustrie. Bij het leven op de opwarmende aarde. Bij vluchtelingen die geen kant op kunnen. Betrokkenheid kortom bij wat niet goed gaat en beslist beter kan. Daar geldt geen links of rechts, progressief of conservatief. Daar telt maar een ding: menselijkheid.

Twitter Delicious Facebook Digg Stumbleupon Favorites More