Wonderlijke tijden. Verstoring van de bestaande orde. Wat voor jou belangrijk is wordt bedreigd – en je zoekt steun, houvast, geborgenheid. Je behoefte aan zekerheid groeit, maar waar vind je die nog? De werkelijkheid schreeuwt je toe: ’Je bent op jezelf aangewezen!’ Ben je dus alleen? Nee! Want we zijn hier samen. Niemand is alleen. En we hebben elkaar nodig. Meer dan ooit. Deze tijd vraagt om tevoorschijn komen. Laten zien wie je bent. Je niet meer verschuilen maar meedoen. Inbrengen wat jij kunt bijdragen – door te doen waar jíj blij van wordt. En je door niets of niemand meer bang laten maken. Wanneer je de moed kunt opbrengen om voluit te leven – recht uit je hart, en geholpen door je hoofd – ben je minder alleen dan je denkt. Dan kun je steun, houvast en geborgenheid ervaren. Bij jezelf, en bij de ander. En dan heb je ook wat te geven – dan geef je wie jij in wezen bent.
Posts tonen met het label persoonlijke groei. Alle posts tonen
Posts tonen met het label persoonlijke groei. Alle posts tonen

maandag, juli 09, 2007

Workshop Mens Erger Je Niet!



Minder gedoe en meer resultaat
Ergernissen blokkeren een open communicatie, irritaties belemmeren een neutrale waarneming en allergieën staan een vruchtbare samenwerking in de weg. Het gebeurt elke dag. Mens erger je niet! Inderdaad, ‘Het meest gespeelde spel’! Ondertussen kost het veel tijd en energie. Wil je dat? Of kun je er ook iets aan doen?

Verschrikkelijk irritant gedrag van anderen
Je kunt ergernissen ook gebruiken. Om jezelf beter te leren kennen en meer uit jezelf te halen. Bij de workshop Mens Erger Je Niet! komt irritant gedrag in een ander licht te staan. Het is niet zomaar ergerlijk gedrag van een ander, het gaat ook over jou. En je kunt er iets aan hebben.

Jezelf doorzien, ander gedrag ontwikkelen
In deze workshop krijg je zicht op je eigen kwaliteiten en hoe je die in kunt zetten. Je kunt je ergernissen aanwenden voor je eigen ontwikkeling. En de volgende dag kijk je met andere ogen naar diezelfde mensen waar je je zo aan ergerde. Je gaat met hen om en werkt met hen samen. Volwassen en professioneel. Dat scheelt veel energie en gedoe.

Mens Erger Je Niet! is een afwisselende workshop van een dag.
De trainers zijn André Meiresonne en Léonne Meiresonne.
De groep bestaat uit maximaal acht deelnemers.
Meer weten? Stuur een email

Reacties van deelnemers:
‘In een schijnbaar simpele setting snel tot de kern doordringen’
‘Geeft inzicht in je eigen drijfveren, verlangens en ambities’
‘Verrassende cursus’

woensdag, juni 13, 2007

Je eigen frietzaak!

(Verschenen in Tijdschrift voor Management Development, zomer 2007)

De pers begint onze kinderen te ontdekken. De jongste rockband van Den Haag. Ja boeiuh!, hoor ik u al denken, 'weet ik onderhand wel.' Boeiend was misschien het volgende. Binnen een paar dagen kwamen er twee journalisten langs. De een schreef een artikel dat helemaal raak was, waarin die jongens zich herkenden: groot en vol zelfvertrouwen, opmerkingen konden nog worden verwerkt. De ander schreef een artikel waar die jongens zich niet in herkenden, met een foto waar ze niet blij van werden - en daar was niets meer aan te doen.

Met de ene journalist willen die jongens graag verder: primeurs aan geven, inseinen, betrekken. Met de andere journalist zullen ze uit zichzelf geen contact meer zoeken. De een werkt zelfstandig als freelance journalist. De ander is in dienst van een groot mediabedrijf. De een leek bezig met de vraag: Wat is mijn bijdrage? Praktisch: Wat kan ik hiermee? Kan ik hier terugkomen? De ander leek daar niet mee bezig. Ik heb er in ieder geval niets van gemerkt.

Maar wat zou je doen als het je eigen frietzaak was? vroeg iemand mij een keer. Tja, dan denk je net even langer na. En kom je soms op heel andere gedachten. Dan ga je misschien wel anders om met het budget dat je hebt. Want alles komt dichterbij. Soms zelfs heel dichtbij. Want je voelt het direct. Wat ben ik opgeknapt van het zelfstandige bestaan! Ik kan niemand meer de schuld geven. Als u dit stukje massaal niks vindt of hierna niets meer van mij wilt lezen, heb ik een probleem. Want dan vraagt de redactie mij niet meer. Zo simpel! Voeg ik iets toe, dan heb ik wat te doen; voeg ik niets toe, dan heb ik niets te doen.

Van Zelfstandig Zonder Personeel...
ZZP’ers zijn de snelst groeiende groep werkenden in Nederland. Het gaat inmiddels om honderdduizenden mensen. En het gaat door. U zult misschien zeggen: Kunst, met zo’n groeiende economie. Maar het begon juist toen de economie in een dal zat. En de mensen in een dip. Het was voor velen een manier om op eigen benen te gaan staan. Niet bij de pakken neer te blijven zitten. Hun eigen ding te gaan doen. Dat is wat ze vertellen, die Zelfstandigen Zonder Personeel. (Of zoals mijn accountant zegt: Zwakzinnigen Zonder Pensioen...) In vrijheid jezelf kunnen ontwikkelen. Alles heel direct voelen. Zowel succes als mislukking. Direct effect. Het komt allemaal bij jou terug: jij hebt het zelf gedaan. En je hebt de daarbij horende verantwoordelijkheid. Beslissingen, keuzes, de hele dag door. Afhankelijk zijn van wat je zelf verovert, of van wat anderen jou gunnen. (Of is dat eigenlijk hetzelfde?) Doodeng, en volstrekt onzeker. En toch, de meeste ZZP’ers willen niet anders. Die vrijheid! Dan de onzekerheid maar op de koop toe nemen.

Stel je nou eens voor: deze ontwikkeling zet door. Het aantal zelfstandigen groeit exponentieel. Met de wind in de rug, groeiende economie, toenemende krapte op de arbeidsmarkt, durven nog veel meer mensen het aan om voor zichzelf te beginnen. Ze verhuren zichzelf, tijdelijk of behoorlijk permanent. Ze regelen hun eigen zaakjes als arbeidsongeschiktheidsverzekering (niet of nauwelijks: veel te duur, dus pas uitkering na zes maanden ziekte en dan nog maar de helft van je gemiddelde salaris) en pensioenopbouw (niet of een beetje, beleggen in je eigen huis is veel profijtelijker). Ze werken zo veel of weinig als ze willen (ze hoeven bij niemand vrij te vragen, dat overleggen ze met hun klanten en opdrachtgevers) en zo lang of kort als ze willen (de pensioengerechtigde leeftijd is niet van toepassing en dus ook geen issue meer). Ze sluiten wederzijds opzegbare managementcontracten af of nemen geheel of gedeeltelijk klussen aan. Ze zijn niemand tot last en er hoeft bij ziekte niet een obligaat boeketje naar toe (‘Beterschap, we hopen je snel weer te zien!’). Aansporingen zijn niet meer nodig. De Arbo artsen hebben bijna niets meer te doen en de HRM afdeling kan gedecimeerd. Ze zorgen voor hun eigen ontwikkeling, regelen hun eigen opleidingen. Organiseren hun eigen tegenspraak, creëren samen intervisiegroepen. De MD’er kan ook naar huis.

... naar Zeer Zelfstandig Personeel
Nou zal het zo’n vaart niet lopen. Hoopt u. En toch gaat het die kant op. Steeds meer mensen nemen het heft in eigen hand. Willen op eigen benen staan. En wat voegt u dan nog toe? En het gaat niet alleen om RvB-leden met hun eigen management-BV, maar ook om interim-managers (intern of extern), tijdelijke managers (invallers, jobrotators), leden van de Y-generatie, projectmanagers. Het worden er elke dag meer. Steeds meer van uw hipo’s* worden ZZP’er. Of gedragen zich ernaar. En misschien is dat nog wel een veel ingrijpender ontwikkeling. Want steeds meer mensen stellen niet alleen aan zichzelf de vraag: ‘Wat draag ik bij?’ (om scherp te blijven, om aan te blijven sluiten). Ze stellen die vraag ook aan hun omgeving. Dus ook aan u! Wat draag jij als MD’er bij aan mijn ontwikkeling? Of botweg: Wat heb ik aan jou?

Ooit was de vraag: Ben ik in beeld? Nu is de vraag: Ben ik van toepassing? Wat voeg je toe als MD’er? Misschien wel meer dan je denkt. Daar kun je achter komen wanneer je je ook als een ZZP’er gaat gedragen. Neem je vrijheid, pak je verantwoordelijkheid. Voel de autonomie, ervaar de soevereiniteit. En beleef ook je behoefte aan verbinding en aansluiting. Ook ZZP’ers (of mensen die zich zo gedragen) willen zich maar al te graag ergens thuis voelen, op hun gemak zijn. Het zijn net mensen. Gewoon mensen van deze tijd. Moderne mensen die graag Prins Claus aanhalen: One does not develop people, they develop themselves. Die geen behoefte hebben aan iemand die voor hen zorgt, die hen wil ontwikkelen. Dat doen ze zelf wel. Ze hebben behoefte aan iemand die van binnenuit hun grootste zorg begrijpt: Voeg ik iets toe? Een MD’er die ze serieus kunnen nemen, (omdat) die zichzelf die vraag ook dagelijks stelt. Die hun grootste behoefte begrijpt: kan ik me hier ontwikkelen? Iemand die zich echt in hen kan verplaatsen, (omdat) die met hetzelfde bezig is. Een MD’er die zo boeiend is dat ook deze mensen zich met de organisatie willen verbinden.

*) high potentials

dinsdag, mei 22, 2007

‘Weten wat je wilt, doen wat je kunt'


Als je je leven durft om te gooien, kom je beter in je vel te zitten. André Meiresonne ervoer dat, toen hij zijn managementbaan opgaf en voor zichzelf begon. Om zijn ervaringen te delen met anderen, schreef hij het boek ‘Zin! Leidinggeven aan jezelf en anderen’.

Tekst en foto: Lilian van Dijk, voor Haag West Nieuws

Zin! Is het eerste boek van André Meiresonne. Hij is net 51 jaar geworden. 'Ik heb het gevoel dat ik pas net begonnen ben. Dit is wat ik wil. En ik kan het nu ook. Hiermee ga ik verder de diepte in.' Het rijpingsproces voor Zin! duurde vijf jaar en mondde uit in een creatieve explosie. 'Ik had het al die tijd al bij me.' Zomer 2006 schreef hij het boek in vijf weken tijd. 'Het rolde als vanzelf eruit. Ik ben toen nog vijf weken met de vormgeving bezig geweest, samen met jacky-o uit Rotterdam. Ik ken geen ontwerper die zo flexibel is en zo open staat voor suggesties. En nu ga ik door. Ik wil nog een boek schrijven.'

Wat hij in Zin! beschrijft, heeft Meiresonne in die periode zelf geleerd en al doorgegeven in workshops. Het is een bijzonder boekwerk geworden, dat op het eerste gezicht lijkt op een extreem dicht cahier waarin je in de jaren zestig je huiswerk maakte. Het bestaat uit korte hoofdstukjes. Het zijn impressies, gedachtespinsels, ervaringen in het gezin en op het werk, geïllustreerd met van alles en nog wat, van foto’s van bekende personen uit de vorige en deze eeuw tot badeendjes en speelgoedfiguurtjes en abstracte kunst. Teksten van hemzelf of van anderen, die hem inspireerden of aan het denken zetten. Omdat het allemaal minihoofdstukjes zijn, kun je het gemakkelijk even oppakken, wat lezen en het neerleggen tot een volgend moment dat je even tijd hebt. Dat betekent niet, dat er geen lijn in zit. Deel I, Zin krijgen, gaat over bewust worden van jezelf en je omgeving. Deel II Zin hebben, heeft als subtitel Weten wat je wilt en doen wat je kunt en het derde gedeelte, Zin geven, spoort de lezer aan met: ‘En nu aanpakken’.

Meiresonne verklaart zijn missie met dit boek als volgt: 'Ik wil mensen een handje helpen om zichzelf beter te leren kennen om daardoor makkelijker met andere mensen te kunnen omgaan. Minder gedoe, meer plezier. Ik weet uit eigen ervaring dat je jezelf behoorlijk in de weg kunt zitten.' Maar je kunt jezelf ook verder helpen. 'Als je jezelf durft aan te kijken voor de spiegel en ziet wie je bent, met inbegrip van je vervelende kanten, zul je merken dat een heleboel gedoe om je heen zich oplost.' Meiresonne is ervan overtuigd dat mensen veel problemen zelf creëren. Zijn advies: 'Kijk wat je er zelf aan bijdraagt. Andersom kun je dieper doordringen in wie je werkelijk bent. Veel mensen zijn heel wat leuker en aardiger dan ze van zichzelf denken. Ze lopen met een negatief zelfbeeld rond. Dat is doodzonde.' Mensen leven te veel in hun hoofd, vindt Meiresonne. 'Ze hebben er grote moeite mee om echt te voelen wat ze voelen. Hun gevoel is afgesloten en daarom kunnen ze ook niet voelen wat anderen voor hen voelen. Ze kunnen geen liefde ontvangen. Als een ander iets aardigs tegen hen zegt, denken ze steeds: dat zeg je nou wel, maar dat doe je alleen maar om. Zo blijft hun negatief zelfbeeld in stand. De angst om te voelen wat ze voelen en dat te tonen, zit hen in de weg. Zelf worstel ik er ook nog dagelijks mee.'

'Ik heb liever een leuke vent die te weinig verdient'


Meiresonne ziet hoe mensen zich anders opstellen in hun werksituatie. 'We komen binnen, hangen onze jas op en trekken ons terug in ons hoofd. Dan worden we van die rationele, koude, calculerende, bange mensen. Het lijkt wel of we niet meer normaal kunnen doen.' Je zou jezelf eens wat kritische vragen kunnen stellen, vindt hij. 'Wat zou er gebeuren als we op het werk even hartelijk, leuk en aardig zou doen als in onze vrije tijd? Hoe komt het dat we dat alleen kunnen tonen als we bardienst hebben bij de voetbalvereniging? Waarom zijn we om negen uur iemand anders dan toen we om half negen de kinderen naar school brachten? Waarom verstrakken we?' Hij geeft zelf het antwoord: ‘Dat gedrag hebben we heel lang geleden aangeleerd, omdat het ons voorgedaan is. Kopieergedrag heet dat. We doen anderen na. Onze vader, moeder, leraar, de dominee, de boven-ons-gestelden.'

Meiresonne weet hoe je dat gedragspatroon kunt doorbreken: 'Sta stil bij jezelf. Vraag je af: wat ben ik aan het doen? Wat voel ik erbij? Vraag je zelf drie maal daags af: Wil ik dit wel? Kan dit ook anders? Word ik hier blij van?' Het antwoord is vaak nee. 'Dan gaan alle luiken dicht, want we zijn bang voor dat antwoord. Ja maar, denk je dan, zo hoort het toch? Zo gaat het nou eenmaal. Hoe moet ik anders de kost verdienen?' Meiresonne ervaart dat vaak in gesprekken met mensen tussen de 40 en 50. 'Als ik hen vraag: ‘Waarom ga je dan niet iets doen wat je wel leuk vindt?’, beginnen ze over de huur of de hypotheek, of over wat het kost om de kinderen te laten studeren. En daarmee is het einde gesprek.' Meiresonne gelooft niet dat die financiële overwegingen een belemmering hoeven te zijn. 'Als je echt gaat doen wat je het liefst wilt en waarin je goed bent, zul je zakelijk gezien zelfs misschien nog succesvoller zijn en als mens gelukkiger. Iedereen heeft een kwaliteit, iets bijzonders, iets te bieden. De kunst is om door te dringen in wat jouw eigen ding is, wat je het allerliefst doet. Jouw bijdrage. Waarom zou een ander blij zijn met jou? Kun je daarbij komen?'

Meiresonne heeft zelf in die situatie gezeten. 'Ik heb ook al mijn zekerheden opgegeven. Ik was manager, mijn vrouw had een goede baan. Op een dag hebben we gezegd: ‘Het is mooi geweest.’ Ik was bijna vijfenveertig. Ik ben toen voor mezelf begonnen, niet gehinderd door enige kennis van zaken.' Wat ook heel belangrijk is: 'Je laat je status los. Je hoeft bijvoorbeeld niet op wintersport. We komen nu met z’n vijven met minder rond dan toen we met z’n tweeën waren. Wij hebben nog maar één auto, een ouwetje vol krassen en deuken. Hij rijdt heerlijk. Je kunt met minder toe dan je denkt.' Veel mensen zijn er tegenwoordig mee bezig, weet Meiresonne. 'Ze doen niet langer mee met de race naar de top.' Als echtpaar moet je vertrouwen in elkaar hebben. 'M'n vrouw Léonne zei: ‘Ga alsjeblieft iets doen waar je hart naar uit gaat. Ik heb liever een leuke vent die te weinig verdient dan een vervelende die genoeg verdient.'

Zie je ballast van vroeger als bagage, iets waaruit je kunt putten als jij dat wilt

Een sleutelvraag die je jezelf kunt stellen als je bang bent om uit een vertrouwde, maar onbevredigende arbeidssituatie te stappen is, volgens Meiresonne: 'Van wie moet ik dit? Dan kom je bij je oude voorbeelden: je vader, je moeder, je leraar, de dominee. Het gaat ook over bevrijding van je verleden zonder dat je blijft hangen in boosheid. Dat helpt toch niet.' Je moet er anders mee omgaan: 'Zie je ballast van vroeger als bagage, iets waaruit je kunt putten als jij dat wilt, maar wat je ook in een kluis op het station kunt achterlaten. Dit heeft me tot hier gebracht en nu ga ik mijn eigen leven leiden.' Doorbreek het patroon, spoort Meiresonne aan: 'Het grootste cadeau dat je je kinderen kunt geven is het verbreken van die eindeloze keten die van generatie op generatie wordt doorgegeven van wat er allemaal moet. Daarmee geef je ze de vrijheid om zelfstandig keuzes te maken en hun eigen leven in vrijheid te leiden. Je geeft ze de ruimte.'

Veel mensen zijn doodsbang voor een crisis, weet Meiresonne. 'Je hebt dan de neiging om eruit te willen, maar als je niet durft door te gaan tot op de bodem, kom je in een volgende crisis terecht. Zo ga je van crisis tot crisis. Als je de moed hebt om echt tot op de bodem te gaan, komt het inzicht wardoor je je leven wit veranderen. Je gaat beslissingen nemen: nu ga ik het eens anders doen. En nou is het mooi geweest. Afgelopen, klaar! Je moet het spuugzat zijn.' Na die woede kom je op een punt dat je hardop zegt: ‘Ik weet het niet meer’, aldus Meiresonne. 'Dan weet je dat je op de bodem zit. In die overgave, vanuit dat niets, komt het verlossende inzicht en kun je weer gaan groeien. Dat heet transformatie. Je komt op nieuwe ideeën, krijgt heldere inzichten, ruimte om een volgende stap te zetten.' Meiresonne raadt iedereen aan zijn leven in eigen hand te nemen. 'Je kunt de moed in jezelf vinden. Soms word je van buiten geholpen, bijvoorbeeld als je eruit gegooid wordt bij een reorganisatie of je partner gaat bij je weg. Beleef een crisis niet alleen als iets ellendigs, maar ervaar de mogelijkheden, grijp je kansen. Ga niet bij de pakken neerzitten. Het kan, ik heb het zelf meegemaakt.'

vrijdag, maart 16, 2007

Je inleven, de definitieve competentie

Kunt u het C-woord nog horen? Competenties? Kun je het daar eigenlijk nog wel over hebben? So nineties... Al die tientallen voor de hand liggende kwaliteiten. Of zijn het toch eigenschappen? Kun je ze nou wel of niet ontwikkelen? Wie moet wat straks kunnen? Of toch al in zich hebben? De lijst dijt in de praktijk van het personeelswerk maar uit, promovendi en professoren krimpen hem weer in. Misschien kunnen we er in één reuzenstap voorbij komen. Op zoek naar de definitieve competentie. ‘De competentie die alle andere competenties overbodig maakt’ (vrij naar W.F. Hermans).

De directeur van een grote instelling in de zorg vertelde het volgende. Ze braken zich met z’n allen het hoofd over wat nou het allerbelangrijkste was dat iedereen in hun instelling zou moeten kunnen. Een competentie die elke medewerker, professional en leidinggevende moest hebben, van de keuken tot de behandelkamer, van de tuinman tot de psychiater. Een doorslaggevende kwaliteit, voor elk moment en in elke situatie. Een wezenlijk talent, direct verbonden met het wezen van de organisatie. Waar alle patiënten, cliënten, leveranciers en financiers, waar alle betrokkenen, buren en familieleden hen op zou herkennen. Uiteindelijk kwamen ze uit bij het meest voor de hand liggende dat je je maar voor kunt stellen: Je inleven.

Je inleven. Het klinkt zo eenvoudig. En is zo lastig. Want het gaat niet meer om jou. Het gaat om iets buiten je, een andere situatie, een ander mens. Je leeft je in ... in een ander. Je verplaatst jezelf in die ander. En dan gebeurt het kleine wonder: die ander openbaart zich in jou, komt in jou tevoorschijn. Je schept in jezelf dus ruimte voor die ander. Je geeft toestemming dat die ander in jou omhoog komt. Je wordt even die ander, je bent even iemand anders. Toch ben je nog jezelf. Want die ander komt in jou naar boven. In jezelf ontmoet je die ander. Door je in te leven in die ander, beleef je die ander en diens situatie. En door dat werkelijk te ervaren, door te voelen wat je dan voelt, weet je precies wat die ander voelt, en hoe die ander zich voelt.

Maar wat heb je daar nou aan, je inleven in een ander? Als we ons allemaal in elkaar gaan inleven, wordt het toch een zootje? Wie durft er dan nog een ferme beslissing te nemen? Want dat doet altijd wel ergens pijn. En je doet altijd wel iemand verdriet. En dat ga je dan allemaal zelf voelen! Of je niet genoeg hebt aan je eigen pijn en verdriet! Of ... zou het zo kunnen zijn dat er dan minder stomme beslissingen worden genomen? Omdat je op voorhand de pijn en het verdriet van die ander voelt. En dus wel oppast. En andersom, dat je juist het plezier en het geluk gaat voelen van beslissingen die goed uitpakken. Want zo werkt ‘je inleven’ natuurlijk ook. Je kunt je evengoed voorstellen wat een ander blij maakt, wat een ander fijn vindt. Je bent geëngageerd: je kunt je inleven in de pijn en de blijdschap van de ander(en).

Wat zou het concreet kunnen opleveren, je werkelijk kunnen inleven? Bijvoorbeeld: nooit meer een product waar niemand op zit te wachten. Nooit meer een bonus of incentive die veel te kort werkt. Nooit meer te hoge prijzen. Nooit meer obligate teksten over ‘luisteren naar de klant’, want je kent de klant, je bent de klant. Nooit meer een popartiest die te snel het volgende meer-van-hetzelfde album uitbrengt, terwijl de fans iets nieuws willen. Nooit meer je medewerkers iets opdringen wat ze niet willen. En je nooit meer hoeven te verbazen dat iets wat jij wilt, domweg niet werkt!

Het kan nog meer betekenen. Mannen spreken hun vrouwelijke kant aan. En kunnen zich ineens veel beter voorstellen wat vrouwen willen. Het begrip sexuele revolutie krijgt een nieuwe lading! Andersom begrijpen vrouwen beter wat mannen drijft, en wat dat oplevert. Oordelen over en weer (‘Dat gezeik van die wijven...’, ‘Hij moet weer zo nodig z’n plasje doen...’) zijn niet meer nodig. Nog meer: mensen laten het kind in zich naar boven komen. Volwassenen kunnen weer spelen, grote mensen durven te dromen. En niet alleen op vakantie, of tijdens een duurbetaalde workshop, maar elke dag. Dat kind blijkt een grote economische waarde te hebben, want dat is ondernemend, onderzoekend en creatief. En nog meer: vult u zelf maar in.

‘Je inleven’ betekent ook een ander serieus nemen. Het niet meer beter hoeven te weten dan die ander. Niet meer denken dat jij alles moet weten. Omdat je toevallig de baas bent, of de volwassene, of de ouder en daarom over en voor anderen denkt te moeten beslissen. Of juist niets denkt te weten omdat je nog jong, een kind of ‘maar’ medewerker bent. Uiteindelijk betekent ‘je inleven’ jezelf serieus nemen. Want door je in te leven in de ander boor je een enorme kracht in jezelf aan. Om met Paracelsus te spreken: ‘Denkt hij een vuur, dan is hij een vuur’. Je blijkt het allemaal te kunnen, en alles te weten. Veel meer in je te hebben dan je ooit dacht. Voor vakkenvullers en winkelchefs, MD’ers en CEO’s: je inleven, de definitieve competentie.

(Gepubliceerd in het Tijdschrift voor Management Development, voorjaar 2007)

Twitter Delicious Facebook Digg Stumbleupon Favorites More