Stomme dingen doen we allemaal. Niets bijzonders.
Toch hebben we de neiging om ze voor ons te houden. Je schaamt je, of je voelt
je schuldig. Niet geleerd dat je fouten mag maken. Dat het er zelfs bij hoort.
We hebben ook de neiging om fouten te verdoezelen. Niet geleerd om ergens
ronduit voor uit te komen. Misschien het voorbeeld gehad van wegduiken, of van
‘niets aan de hand’.
Hoe dan ook, je neiging is jezelf stom te vinden
als je iets stoms gedaan hebt, en het niet te vertellen. Maar ja, de waarheid
komt meestal, vroeg of laat, toch wel aan het licht. En dat weet je. Je bent er
bang voor. Het effect is dat je rondloopt met de gedachte dat op een dag
uitkomt wat je voor stoms gedaan hebt. En dat kost energie. Het zet je relaties
onder druk. Het kan je zelfs relaties kosten. En dat allemaal omdat je niet
durfde vertellen wat je gedaan hebt. Alsof je een kind bent dat bang is voor
straf.
Maar je bent nu volwassen. Vertel direct aan
iedereen die het aangaat wat er aan de hand is. En je zult zien, je krijgt geen
straf. Het kan je zelfs respect opleveren. Heb je iets stoms gedaan? Zeg het.
Niets zeggen, dat is pas stom.
Ik heb de neiging om niks te zeggen. Maar dan
blijf ik er mee rondlopen. En het zeurt ondertussen wel. Achtergrondruis. Of om
het weg te stoppen. Alsof het daarmee verdwijnt. Nee, het blijft aanwezig. En
altijd de angst dat het boven komt. Dat iemand er over begint. Dus me al op
voorhand schrap zetten. Wat een energieverspilling.
En hoe het komt? Het komt, denk ik, niet zozeer
omdat ik nooit iets fout mocht doen. Het komt vooral ik van mezelf altijd alles
goed moet doen. Omdat ik van mezelf geen fouten mag maken. Ik ben een stuk meer
ontspannen sinds ik dat wel mag. En zo snel mogelijk toegeef dat ik iets stoms
gedaan heb. Waarbij je je nog kunt afvragen in hoeverre iets stoms doen ‘fout’
is.