Wonderlijke tijden. Verstoring van de bestaande orde. Wat voor jou belangrijk is wordt bedreigd – en je zoekt steun, houvast, geborgenheid. Je behoefte aan zekerheid groeit, maar waar vind je die nog? De werkelijkheid schreeuwt je toe: ’Je bent op jezelf aangewezen!’ Ben je dus alleen? Nee! Want we zijn hier samen. Niemand is alleen. En we hebben elkaar nodig. Meer dan ooit. Deze tijd vraagt om tevoorschijn komen. Laten zien wie je bent. Je niet meer verschuilen maar meedoen. Inbrengen wat jij kunt bijdragen – door te doen waar jíj blij van wordt. En je door niets of niemand meer bang laten maken. Wanneer je de moed kunt opbrengen om voluit te leven – recht uit je hart, en geholpen door je hoofd – ben je minder alleen dan je denkt. Dan kun je steun, houvast en geborgenheid ervaren. Bij jezelf, en bij de ander. En dan heb je ook wat te geven – dan geef je wie jij in wezen bent.

woensdag, juli 24, 2013

Stop de illusie (Beslissingen nemen)



Ik heb ontdekt hoezeer ik in illusies kan geloven. En ik ben niet de enige, dat is de volgende ontdekking. We geloven in illusies om verder te kunnen met ons leven. Maar ondertussen houden we dingen in stand die ons geen goed doen. Zaken die we met ons meeslepen, waar we geen afscheid van willen nemen. Kort gezegd, jezelf voor de gek houden door geen beslissingen te durven nemen. Daar word je moe van: je sleept je verleden mee, schuift beslissingen voor je uit. We zijn heel goed om daar argumentaties voor te verzinnen, die altijd ‘kloppen’. Maar vaak voel je op een dieper niveau heel goed dat het ‘niet klopt’.

Het is niet makkelijk maar wel mogelijk om zelf aan te voelen wat voor jou juist is. Je lijf en stemming kunnen je daarbij helpen - als je er naar luistert. Onrust, vermoeidheid, chagrijn zijn tekenen dat het ‘niet klopt’. Je bent zelf de enige die dat kan bepalen - en het leven helpt je een handje. Je merkt vanzelf wat wel lekker loopt en wat niet meer gaat. Je lijf geeft signalen (bijv energiek, of juist moe, ziek). En het leven creëert meevallers en tegenvallers. Ook daar is het de kunst dat goed te duiden. En dat je leer je in de loop van je leven.

dinsdag, juli 02, 2013

Knipoog van God (Vertrouwen)



Een dik pak wolken | Op het havenhoofd vroeg ik: | 'Willen jullie voor ons zorgen?' | 'Dat doen we toch altijd?' hoorde ik | Ik keek op, en zag weer die donkere lucht | Maar nu was er een kleine opening | Waar de zon doorheen scheen | En ineens was er beweging | Een reddingsboot

woensdag, april 24, 2013

Jezelf tegenkomen (Ondernemen)


J e z e l f   t e g e n k o m e n 

Jezelf tegenkomen schijnt nogal heftig te zijn. Niet iets waar je op zit te wachten. Toch gebeurt het. Iedereen. Elke dag. En zeker ondernemende mensen. Want ondernemen doe je zelf. Niemand anders.

Ondernemende mensen zoeken contact. Ze stappen de wereld in en zeggen: hier ben ik, en dit wil ik. Voor jezelf beginnen betekent een ander ontmoeten. En in die ontmoeting kom je jezelf tegen.

Want de wereld zegt iets terug, of juist niet. En dan ligt de bal bij jou. Dan begint het spel. Dan komt het er op aan. Dan word je door de mensen om je heen uitgedaagd. Om jezelf te zijn.

De grootste uitdaging in dit leven is niet om het beter te doen dan anderen. Om te winnen. Het leven is geen wedstrijd. Er is maar een tegenstander, en dat ben je zelf. Jij en je eigen gedoe.

Je eigen gedoe is wat je tegenkomt als je gaat ondernemen. Er is geen betere en geen snellere route naar zelfkennis dan voor jezelf beginnen. Want de wereld houdt je gratis een spiegel voor.

En als je daar in durft te kijken, alles onder ogen wilt zien, ligt er een grote beloning voor je klaar. Jij zelf. Niet degene die je denkt dat je bent. Nee, degene die je werkelijk bent. Diep van binnen. Wie je in wezen bent.




dinsdag, maart 12, 2013

Stemmetjes in je hoofd (Oordelen)

Ik zou anderen open tegemoet kunnen treden. Onbevangen. Zonder oordeel, zonder op voorhand iets te vinden. Vrij, en vrijlatend. Dan heb ik de meeste kans op werkelijk contact, werkelijke verbinding. Dat begint met ophouden te oordelen. Om te beginnen over mezelf. Dan verdwijnen de oordelen over anderen ook vanzelf. Het zou wat zijn als me dat lukt. Want als ik over mezelf net zoveel oordelen heb als over anderen dan zijn het er wel heel veel…

Experiment. Ik ga mezelf betrappen (oordeel!) op oordelen over mezelf. Die stemmetjes in mijn hoofd die mij doorlopend becommentariëren, en vermanend en bestraffend toespreken. Stemmetjes van lang geleden. Ooit gehoord. En overgenomen. Onbewust, zo gaat dat. Maar het nu gaat nu om wat ík wil. Ik heb geen zin meer in stemmetjes die mij sturen en bepalen.

Ik ga mezelf opnieuw opvoeden. Mezelf liefdevol en bemoedigend toespreken. Opbeurend en ondersteunend. Lief zijn voor mezelf. Zo simpel. Dan ga ik op een dag nog houden van mezelf. Het zou wat zijn...

zondag, januari 27, 2013

Het lege nest syndroom (Vertrouwen)

‘Als we onszelf zouden kunnen besturen, hadden we de politiek niet nodig,’ zei ooit een wijs iemand. Idem voor de overheid. Daarbij hoort: ‘Hoe minder je denkt dat je jouw problemen zelf op kunt lossen hoe meer je klaagt over de overheid.’ De media consumerend zou je denken: wie klaagt er niet, wie voelt zich afhankelijk? De overheid deugt niet, en de politiek al helemaal niet. Ambtenaren laten het zich nog aanleunen ook en gedragen zich nodeloos onzeker. En politici doen schichtig en worden nog meer berekenend dan ze van nature al zijn. Maar ondertussen is er in de publieke sector iets gaande. Iets moois. En iets hoopvols.Er zijn steeds meer mensen die zich niet langer afhankelijk willen voelen, of maken. Die iets gaan doen. Met elkaar ondernemen. Niet voor de centen, maar voor hun eigen plezier. Ze gaan samen dingen doen waarvoor anderen vragend, soms eisend, en zelfs woedend naar de overheid wijzen. En dan de politiek de schuld geven als het niet werkt –slachtofferschap, dat we nog serieus nemen ook. Maar ondertussen... Zijn er mensen die met hun buurt in hun eigen energiebehoefte voorzien. En wat ze overhebben doorverkopen aan de Eneco. Zijn er mensen die een school oprichten waar hun kinderen blij van worden. Zijn er mensen die een fijn tehuis – een thuis buitenshuis – beginnen voor hun eigen kind, en andere kinderen, die permanente zorg nodig hebben. Zijn er mensen die onderling en in vol vertrouwen hun arbeidsongeschiktheid verzekeren. Zijn er mensen die samen hun eigen bank oprichten, een bank die goed is, die goed doet en het nog goed doet ook. Zijn er mensen die onder elkaar hun oude dag regelen. Zijn er mensen die met familie, vrienden en buren voor een chronisch zieke en diens gezin zorgen. Zijn er mensen die iemand een renteloze lening geven om te voorkomen dat diegene nodeloos failliet gaat als de bank is afgehaakt. Veel van die mensen ken ik, direct of indirect. Voorbeelden uit mijn eigen leven. Dit verschijnsel groeit zienderogen. De onderlinge is terug. De coöperatie leeft weer. Dit is de nieuwe emancipatie. Dit is de uitkomst en de opbrengst van onze 20e eeuwse investering in gelijke rechten en gelijke kansen voor iedereen. Dat vraagt om nieuwe politiek en een andere overheid. Terughoudend, vertrouwend, een zetje gevend. Als een ouder die zijn kind op kamers ziet gaan. Dat betekent loslaten en het erop aan durven laten komen. Omgaan met het lege nest syndroom. ‘Waar ga ik mijn tijd nou aan besteden? Waar kan ik mijn energie nu nog in kwijt?’ En existentiëler: ‘Waar ben ik eigenlijk voor nodig?!’ Gesproken column – Reuring!Café, Den Haag, 22 januari 2013

vrijdag, januari 11, 2013

Mensen raken (Gronden, richten, schieten)

Laatst gaf ik ergens een presentatie. Beter, ik deed een gesproken column. Over echt iets te vertellen hebben. Geen mooie babbels, maar iets wezenlijks delen met anderen. Hoe eng dat is, en hoe bevrijdend het kan zijn. Die middag waren er ook workshops. Een daarvan over authentiek presenteren. Gegeven door Joni Bais, van Great Communicators. Een jonge vrouw die ook TEDx sprekers begeleidt. Daar wilde ik bij zijn. Was als laatste aan de beurt. De oefening was te simpel voor woorden. Dat zijn meestal de beste. Over mijn ontbijt van die ochtend. Nou ontbeet ik tot voor kort nooit. Dus begon een heel verhaal over hoe het nou toch komt dat ik tegenwoordig wel ontbijt. Hou maar op, werd me al snel duidelijk. ‘Heb je contact met je luisteraars? Sluit je aan?’ Niet echt op gelet. Ik was bezig met m’n verhaal. In m’n hoofd. Druk doende alles op een rij te krijgen, en vooral niets te vergeten. Toen leerde ik iets. Eerst de tijd nemen om mezelf stevig te voelen staan. Dan contact maken met m’n publiek. Ze aankijken, liefst stuk voor stuk. Voelen dat je verbinding hebt. En dan pas gaan praten. Van binnenuit. Het werkte. Niemand vond het raar dat ik de tijd nam om rustig, nog naar binnen gekeerd, te gaan staan. En vervolgens eerst eens rondkeek, mensen echt aankeek. Ze keken terug, ik voelde verbinding. Dat gaf rust, het creëerde ruimte. Ik bedacht niet meer wat ik allemaal wilde vertellen. Sprak niet meer vanaf de bovenste verdieping. Het rolde eruit, en het kwam aan. Ik zag ogen oplichten. Dat gaf mij het vertrouwen om rustig verder te vertellen. Het was raak. Op weg naar huis dacht ik, dit heb ik eerder meegemaakt. Het duurde even, maar het kwam weer boven. Lang geleden, ik was nog geen eigen baas. Met een groepje managers waren we op bezoek bij de Rotterdamse politie. Op de schietbaan. Schieten met een dienstpistool, zo’n Walther. Tot m’n verbijstering schoot ik drie keer in de roos. Achter elkaar. Hoe het kwam? Ik leerde eerst te gronden. Dan goed te kijken en rustig te richten. En dan pas te schieten. Raak. Gronden, richten, schieten. Toepasbaar in allerlei situaties. Zoals een presentatie. Of als je iemand iets wilt vertellen. Rustig ademhalen, je voeten op de aarde voelen. Met je ogen contact maken, en dan gaan vertellen. Zo raak je mensen. NB – Bij de politie kwamen we daarna we in een videosimulatie terecht. Ineens zie je iemand de hoek omkomen, en je weet niet of het de gezochte overvaller is. Eigenlijk geen tijd om je ervan te vergewissen. Schiet je, of niet? Hij schoot. Ik was dood.

donderdag, januari 10, 2013

Het gaat anders (Levenswijsheid)

‘Dingen gaan niet beter of slechter, ze gaan alleen maar anders.’ Deze is niet van Albert Einstein, en ook niet van de Dalia Lama. Gewoon een levenswijsheid van een ervaren barman.

donderdag, december 20, 2012

Hartelijke helderheid (Stel je voor)

Kinderen kunnen het tot vervelens toe: ‘Waarom?’ vragen. Gelukkig houden ze daar ook weer mee op. En als het op vierjarige leeftijd nog niet over is, dan zorgt de basisschool daar wel voor. Want in de Cito-toets is geen ruimte voor ‘Waarom?’ Te moeilijk! Daar draait het om ‘Daarom!’. En weg was de onbevangenheid. Maar dan wordt het crisis. En zijn er ongebruikelijke oplossingen nodig. Maar daar hebben we niet voor doorgeleerd. Onze creativiteit hebben we opgeborgen. Want op school begreep je: ‘Kop houden! Gekke vragen, daar schiet ik hier niets mee op.’ Maar in Den Haag weten ze het inmiddels ook niet meer, en willen ze er graag van af. Na de kaasschaaf is er het nu decentraliseren. Een geweldige kans om het ondenkbare te denken. Door opnieuw te leren ‘Waarom?’ te vragen. Leuker misschien: ‘Hoezo?!’ Klinkt wat lekkerder. En maak je borst maar nat. Want je loopt aan tegen allerlei ‘Kan niet, mag niet!’ – in jezelf, en om je heen. De eerste vraag bij elke publieke taak is: ‘Waarom is de overheid hier überhaupt voor verantwoordelijk?’ En: ‘Wie zegt dat eigenlijk? Wie heeft dit ooit verzonnen?’ En vragen als: ‘Het gaat nu van het rijk naar de gemeenten. Waarom kan het dan niet van de gemeente naar de buurt? Of van de buurt naar de straat? Of naar families en gezinnen? Of naar burgers onder elkaar?’ Want hoe ging het ooit? Voor die 20e eeuw, waarin we alles maar naar boven stuurden? Ooit kwam het van beneden. In de Gouden Eeuw – toch geen slechte tijd? en thuis bij Jan Steen, was het best gezellig – lag de WMO niet bij Den Haag of bij de gemeenten, maar bij de mensen zelf, bij de mensen onderling. Hetzelfde gold voor de jeugdzorg, en het onderwijs, etc. De vraag is: kun je anders kijken, iets anders zien dan hoe het hoort? Stel, je komt heel stoer van Mars. Wat zie je dan? Heel veel goedbedoelde bemoeizucht, en gepamper. Stel, je komt heel zacht van Venus. Wat zie je dan? Een heleboel liefdeloos gezorg en mechanisch gedoe. Maar stel, je komt van... de zon. Stralend – je bent krachtig èn liefdevol, tegelijk. Hoe zou je dan doen? Misschien wel zoals een kredietbaas bij de Triodos Bank, die tegen een klant zei: ‘Ik hou van jou, en daarom krijg je geen krediet.’ Het kan. Met een heldere kop, vanuit een gouden hart. Die hartelijke helderheid, dat hebben we nodig. Dan kan die oude wereld, van pappen en nathouden, op 21 december vergaan. Gesproken column bij Reuring!Café, 19 december 2012

maandag, december 10, 2012

Jezelf tegenkomen (Voor jezelf beginnen)

Jezelf tegenkomen schijnt nogal heftig te zijn. Niet iets waar je op zit te wachten. Toch gebeurt het. Iedereen. Elke dag. En zeker ondernemende mensen. Want ondernemen doe je zelf. Niemand anders. Ondernemende mensen zoeken contact. Ze stappen de wereld in en zeggen: hier ben ik, en dit wil ik. Voor jezelf beginnen betekent een ander ontmoeten. En in die ontmoeting kom je jezelf tegen. Want de wereld zegt iets terug, of juist niet. En dan ligt de bal bij jou. Dan begint het spel. Dan komt het er op aan. Dan word je door de mensen om je heen uitgedaagd. Om jezelf te zijn. Dat is wat ik ervan leer. De grootste uitdaging in dit leven is niet om het beter te doen dan anderen. Om te winnen. Het leven is geen wedstrijd. Er is maar een tegenstander, en dat ben je zelf. Jij en je eigen gedoe: 'Ik zelf' - een hele taaie... Je eigen gedoe is wat je tegenkomt als je gaat ondernemen. Er is geen betere en geen snellere route naar zelfkennis dan voor jezelf beginnen. Effectief en efficiënt. Want de wereld houdt je gratis een spiegel voor. En als je daar in durft te kijken, alles onder ogen wilt zien, ligt er een grote beloning voor je klaar. Jij zelf. Niet degene die je denkt dat je bent. Nee, degene die je werkelijk bent. In wezen. Diep van binnen. Gesproken column bij PermanentBeta, 3 december 2012

zondag, december 02, 2012

Communicatiekracht (Luisteren naar jezelf)

Communicatie begint met luisteren, kijken, waarnemen. Dat betekent eerst rustig worden: niets willen, nergens op uit zijn. Communicatie gaat over aansluiten en aanvoelen, niet zenden en ontvangen. Communicatiekracht zit diep van binnen, en kan soms heel zacht klinken. Bij kracht denken we aan groot en sterk – het kan een fluistering zijn. Het gaat niet om volume en bereik, maar over intentie en energie. Communicatie begint met nieuwsgierigheid en verwondering. Openstaan, aandacht hebben – oprechte vragen stellen: ‘Hoe doe jij dat nou?’, ‘Hoe kijk jij er tegen aan?’ Je open stellen voor een andere kijk, een ander geluid. Aandacht voor de kijk en het geluid – het gevoel van de ander. En kun je dan ook genieten van wat een ander te vertellen heeft? We hebben allemaal een verhaal, en we vertellen graag ons verhaal. Maar de ander heeft ook een verhaal – en boeit diens verhaal jou ook? We zijn zo gewend zelf te vertellen, zelf te zenden, een ander te overtuigen. Ondertussen verlangen allemaal naar elkaar en naar verbondenheid. Verbinding begint met loslaten van je eigen verhaal. ‘Wat is jóuw verhaal?’, dat is de vraag. Die vraag kun je om te beginnen aan jezelf stellen. Aandacht, echte en oprechte aandacht voor je eigen verhaal. Pas als je daarmee klaar bent ontstaat er ruimte voor andermans verhaal. Want anders is de kans groot dat je naar een ander luistert... Terwijl je ondertussen je eigen verhaal wilt vertellen. Communicatie gaat over aansluiten, verbinden. Verbinden – om te beginnen met jezelf. En dat is het allerlastigste, want... Je verbinden met jezelf is jezelf ontmoeten. En dan loop je tegen oordelen aan – over jezelf. Oordelen die je vaak zomaar projecteerde op anderen. Jouw opvattingen over hoe het hoort: ‘Kan niet, mag niet’. We zitten er overvol mee, en grotendeels onbewust. Maar wat gebeurt er in de loop van je leven? Je wordt je bewust van al die onbewuste opvattingen. Ze huizen in je kop – je weet vaak niet eens hoe je er aan komt. Je vindt het: ‘Het is zo’, ‘Het kan niet anders’, ‘Zo gaat het nou eenmaal’. Je staat niet open voor een andere kijk, want daarboven zit het vast. En je voelt je gesterkt door al die anderen die het ook vinden. Natuurlijk: die denken in hetzelfde kader, even beperkt. Zo houden we in stand zoals het gaat, en hoe het hoort. Waardoor er van alles niet gedacht, gezegd en gedaan kan worden. En zo doen we onszelf en elkaar tekort – de hele dag door. Zo is van alles onbespreekbaar – ‘Njet’, ‘No Go’. Maar op een dag gaat het niet meer: ‘Zag ik mij in een donker woud verloren’  En je loopt verschrikkelijk tegen jezelf aan. Je trekt het niet meer, het is op – het is c r i s i s . Het is Dante’s hel, en we komen het allemaal terecht. Daar kom je jezelf tegen – en dat schijnt heel erg te zijn... Inderdaad: schijnt – want het is het beste dat je kan overkomen. Want wat wil je nog meer? Eindelijk, na al die jaren! Daar ben je dan. De afgelopen tijd daalde ik af naar de bodem van het dal. Narigheid en gedoe, ik wilde er niet zijn. Maar de bodem van het dal... Dat blijkt de basis in mezelf te zijn. Waar ik bang voor was, niet wilde zijn... Is de plek waar ik me thuis voel, geborgen weet. Het is er niet goed of fout, niet leuk of vervelend: Daar gaat het niet om – het is niet van toepassing. In mijn basis is het rustig, daar ben ik tevreden. Ik heb er geen haast, en ben nergens op uit. Daar wil ik niets, en er gebeurt van alles. Als een kind, nog onbevangen... Geniet ik er van het leven. Daar heb ik geen oordelen. Daar sta ik open voor wat er is. Daar keur ik niets op voorhand af. Daar is geen strijd tussen hoofd en hart. Daar raak ik niet in de knoop met mezelf. Daar is er ruimte, voor mezelf en voor anderen. Daar ben ik nieuwsgierig, verbaasd, en verwonderd. Daar heb ik oprechte belangstelling voor een ander. Daar hoef ik het met niemand eens te zijn, en zij niet met mij. Daar kan ik zeggen: Oh, zie jij het zo? Dat wist ik helemaal niet!’ Daar durf ik te zeggen wat ik op mijn hart heb. En pas dan is er kans op verbinding. Dan hebben we het ergens over. Dan is er sprake van vervulling. Al het andere is vulling... Verveling en ruis. Wonderlijk, dat je eerst naar de bodem moet om die innerlijke rust te vinden... En het kost aandacht en energie om daar te blijven en te genieten. Want vreemd genoeg, je wilt er toch weer weg... Gesproken column, 28 november 2012, bij Ten Have en Partners

zaterdag, november 24, 2012

Thuiskomen (Jezelf tegenkomen)

Wanneer je je dromen najaagt kom je jezelf tegen. Het meest enge èn het meest gave wat je kan gebeuren. Kom je jezelf niet tegen, dan was het niet je ultieme droom – doe je dat wel, dan krijg je een extra opbrengst waar je niet om vroeg. Die extra opbrengst is wat het leven zo bijzonder maakt, het aanboren van je ongebruikte potentieel. Je vermoedt die potentie, daar droom je van, en je bent er bang voor - je ziet ziet het bij anderen en je bent er jaloers op. Je verveelt je en gaat anderen vervelen, je ergert je en je wordt een ergernis voor anderen - tot je gaat doen wat goed voelt: je zelf zijn en voluit leven. Je boort een kracht aan waarnaar je verlangde, en waar je bang voor was. Soms is het nodig om ver van huis te gaan. Weg uit het comfortabele leventje. Weg van de 13e maand, de bonus en de leasebak. Achter je laten wat je hebt opgebouwd. Omdat je wel voelt: hier ga ik mezelf niet tegenkomen. Er is niets waar we zo naar verlangen als ons zelf. En gek genoeg zien we de ander er vaak voor aan. De ander, die ons leven compleet gaat maken. En waar je vervolgens afhankelijk van wordt. En aan gaat ergeren. Je dood ergeren. Soms moet je die ander helemaal zat worden voor je gaat begrijpen dat je niet die ander zoekt maar jezelf. En dat je geen aandacht van die ander wilt, maar van jezelf. ‘Luister naar me! Begrijp me dan… Allemaal noodkreten – van jezelf, jouw zelf. Via die ergerlijke ander kom je bij terecht bij zichzelf. Samen iets engs ondernemen kan dat proces versterken en versnellen. Als je zoiets aangaat kun je je niet meer verstoppen. Alles komt boven. Vooral waar je er geen zin meer in hebt. Het is onontkoombaar. En daar sta je dan. Naakt. Met al je twijfels. En kwetsbaarheid. En boosheid. En woede. En vooral machteloosheid. En als dat allemaal tevoorschijn is gekomen, en je zelf het gevoel hebt dat er niets meer over is, dan gebeurt er iets bijzonders. In dat niets voel je iets waar je al die tijd naar verlangt hebt, en niet kon vinden. Je zelf, je eigenste zelf. Dan ben je thuis. Thuis bij jezelf. Bij de lancering van het boek Het Geheim van de Berghut op 21 november 2012.

woensdag, november 21, 2012

Veiligheid

Als je dan toch voor veiligheid kiest en voor een baas gaat werken, kun je maar beter ambtenaar worden. Geen werkomgeving waar je zoveel vrijheid en ruimte hebt als bij de overheid. Eigenlijk ben je een kleine neringdoende. Tenminste, als jij dat wilt. Geen winstdoelen, en geen winstdeling. Geen beurskoersen, en geen aandeelhouderswaarde. Wat een rust. Ja, de politiek – maar daar is toch geen peil op te trekken. Je denkt dat je moet doen wat ‘ze’ zeggen. Maar ondertussen is dat helemaal niet de bedoeling. Juist niet. En dat weet je best. Maar als je eenmaal bij de overheid werkt ben je dat allemaal weer vergeten. Je gaat denken: Wat verwachten ze van me? En die verwachtingen ga je invullen. Het worden aannames. Je gaat voor een ander denken. En je gaat jezelf iets wijsmaken. Dat heet in goed Nederlands: een mind fuck. Haal je eens iemand voor de geest waarvan jij zegt: Wow, dat zou ook willen! Iemand van statuur. Goeie kans dat je denkt: Wat een eigenheid, wat een autonomie. Soevereiniteit misschien zelfs wel. Iemand die zich niets gelegen laat liggen aan hoe het hoort. Iemand die zegt: ik doe het op mijn manier. Maar ondertussen, wat doen we? Het omgekeerde. We laten ons zo beëindrucken. En geloof me, ik weet daar zelf alles van – meer dan me lief is. Het doet me denken aan Saskia. Zij was een high potential bij een kennisdirectie op een departement. Ze adviseerde rechtstreeks de minister. Ze ging met haar man mee naar Afrika. Ze nam onstlag, en had nog een paar maanden te gaan. Het werd een prachtige maanden. Een gouden tijd. Iedereen vond het echt jammer dat ze ging: ‘Je adviezen waren de laatste tijd zó goed!’ Zelf zei ze: ‘Ik had niets meer te verliezen.’ Ze had alle schroom van zich afgeworpen. Ze vertelde wat ze op haar hart had. Ze deed eindelijk waarvoor ze was aangenomen: vertellen wat zij ervan dacht. We hebben het over aanwezig zijn. En stevig zijn. Minister Opstelten lijkt me de ultieme test. Die is zelf nogal aanwezig. En stevig. En uitgesproken. Sommigen zullen hem dominant vinden. Alleen al door zijn imponerende gestalte en zijn donkere timbre. Wat hij van u verwacht is eenzelfde aanwezigheid en stevigheid. Misschien wekt hij niet die indruk, maar het tegendeel is waar. Per slot, hij vroeg toch om reuring!? Ik heb het net bij hem gecheckt, vlak voor hij vertrok. Hij legde zijn hand vertrouwenwekkend op mijn schouder, keek me indringend aan en sprak langzaam en duidelijk: ‘Ik wil niets liever. Stevige en aanwezige ambtenaren, daar heb je wat aan.’ Dat voelde heel veilig. Gesproken column bij Reuring!Café, 20 november 2012

woensdag, november 14, 2012

VRIJ! is vrij (GRATIS download)

Vier jaar na het verschijnen van VRIJ! Leef je eigen leven is het zover. Het boek VRIJ! is zelf vrij. Vrij van banden die binden. Vrij om te gaan en vrij om zich te verspreiden. VRIJ! begint een tweede leven. Eigenlijk een nieuw leven. VRIJ! is vier jaar en loopt nu zelf. Staat op eigen benen. Want de uitgeefovereenkomst is beëindigd. En dat ga je merken.

 Je kunt VRIJ! nu GRATIS downloaden en lezen op je scherm (klik hier voor de pdf). Net als Zin! Leidinggeven aan jezelf en anderen. Dat is inmiddels duizenden keren binnengehaald en gedeeld. En nu komt VRIJ! erbij. VRIJ! Leef je eigen leven gaat over het nut van crisis, en transformatie als de opbrengst daarvan. Het leven gaat bergop en bergaf. Die weg omhoog en omlaag zit ook in dit boek. Het begint op een top en gaat naar een dal. Om van daaruit naar een volgende, hogere top te klimmen. Dat is ontwikkeling, dat is vooruitgang. Dat heet transformatie. Soms is daar een crisis voor nodig. Waar je beter uit kunt komen. VRIJ! Leef je eigen leven is een zoektocht naar vrijheid in het dagelijks leven. Het is persoonlijk en openhartig. Grote vrolijkheid en diepe ellende wisselen elkaar af. Lachen en huilen liggen dicht bij elkaar. Geschreven met humor en de nodige zelfspot. Voel je vrij om in te stappen waar jij wilt: het is jouw boek. ‘Beter nog dan het vorige boek. De schrijver had er duidelijk zin in. Het spelplezier spat van de pagina’s af. Een bevrijdend boek. Zinnig, en nergens zwaarwichtig.’Harry Starren, algemeen directeur de Baak, Management Centrum VNO-NCW ‘Zelden iets gezien dat zo overtuigend het hart van het leraarschap raakt. De tekst blijft boeien door de hoogst alerte en analytische geest van de auteur die eindeloos veel uitdagingen blijkt te kunnen vinden om zijn opdracht te vervullen: trachten het gewone leven te begrijpen.’Prof. Luc Stevens, hoogleraar orthopedagogiek, directeur NIVOZ, denktank voor onderwijs

donderdag, november 01, 2012

Als je in mijn hart kijkt

Twee keer, in 2006 en 2010, was ik lid van de landelijke programmacommissie van een kleine politieke partij. Lekker belangrijk. Frustrerend ook. Want ik heb meegemaakt wat er met bezielde vergezichten gebeurt als de dagelijkse politiek zich ermee gaat bemoeien. Als de kiezer in beeld komt... en een schrikbeeld wordt. Angst voor de kiezer. Daar begint de kloof. En de stagnatie. Gisteren was er een feestje te vieren. Vanwege het nieuwe kabinet. Twee grote partijen die het programma van een kleine partij gaan uitvoeren... Een partij die er ondertussen zelf niet bij is. De partij van de wijsneuzen. De eeuwige twijfelaars. Van de mensen die niet kunnen kiezen, tussen links en rechts. Maar daar ook geen zin in hebben. Omdat het nergens voor nodig is. Maar er is meer te vieren. Het lijkt wel of er een nieuwe stemming ontstaat. Kappûh! Met elkaar de gek houden, met verstoppertje spelen. En crisis helpt. Zestien miljard euro is een geweldige hefboom. Ik gun ons land de grootste crisis die we nodig om nu door te pakken. Om de bezieling terug te vinden die we zo missen. ‘Onze hoofden zijn vol, maar onze harten zijn leeg.’ En je kunt daar zelf iets aan doen. Je hoeft er niet voor op training, of nog een master te halen. Bezieling is verrassend dichtbij. Of ver weg. Laatst hoorde ik in een overleg de meest dodelijke opmerking die een ambtenaar kan maken: ‘Ja, als je in mijn hart kijkt...’ Let wel, dat is niet dodelijk voor een ander. Nee, het is een vorm van langzame en pijnlijke zelfdoding. Want daar gaat je eigenwaarde. Het is een ambtelijke vorm van suïcide. Je doodt er je eigen creativiteit en spontaniteit mee. Uiteindelijk je zelfrespect. Dat wil je toch niet? Het zou wat zijn als elke notitie aan de minister voortaan wordt afgesloten met de zinsnede: ‘Echter, als u in mijn hart kijkt...’ Gun de ander een kijkje in je hart. Dan hoef je niet meer naar de zoveelste opleiding. Want je weet het al. Vertel wat je op je hart hebt. En ben je het even kwijt? Vraag jezelf dan af: Waar ben ik in godsnaam mee bezig? Of: Hoe vertel ik dit vanavond thuis? Kijk in je hart. Voel wat daar te voelen valt. En gebruik dan je kop om er werk van te maken. Gesproken column bij Reuring! Café, 31 oktober 2012

maandag, oktober 08, 2012

Geen idee

Soms denk ik wel eens: Het lijkt me heerlijk om onbewust onbekwaam te zijn. Gewoon geen idee hebben. Lekker makkelijk. Al dat gedoe met je van van alles de hele dag bewust zijn, en ook nog van steeds meer... Tot ik me realiseerde: Maar ik ben onbewust onbekwaam! Want ik heb werkelijk geen idee van de complexiteit van het leven. Niet van mijn eigen leven en andermans leven, niet van het leven op deze wereld en van het leven in onze kosmos. Hmm, dat weet ik dan toch wel weer... Want stel je bijvoorbeeld voor, dat het echt waar is dat de wereld waarin wij leven uit elf dimensies zou bestaan. Elf! Want dat beweert de snaartheorie. Ik kan me er werkelijk geen voorstelling van maken. Eén dimensie meer dan de dagelijkse dimensies is voor mij al way out. Robbert Dijkgraaf probeert dat wel. Het is zijn werk, en zijn passie. Maar hij is ook gefascineerd door wat hij níet weet. En dat je dat ook weer niet weet! ‘Je weet niet eens dat je het niet weet,’ zoals dat noemt. 'Unknown unknowns.' Okee, toch bewust onbekwaam. Beter.

zaterdag, september 29, 2012

K I K K E K I E K J E S fototentoonstelling

Komt dat zien en geniet mee van mijn eerste fototentoonstelling | Bij Galerie Schippers, Kazernestraat 114a, Den Haag | Van zondag 30 september tot eind oktober 2012 | Open dinsdag tm zaterdag van 10 tot 17 uur | OPENING zondag 30 september 15u | Hier nog veel meer kikkekiekjes

maandag, september 03, 2012

Burn Out? Bore Out!

Jonge mensen willen graag een leuk leven. Tenminste, dat is wat ik me herinner. En om me heen zie. Helemaal geen zin om bezig te zijn met wat niet leuk is, of niet goed gaat. Goed voor te stellen. Deed ik ook. Het wordt zorgelijk als je daar mee bezig blijft als je ouder wordt. Verantwoordelijkheid helpt. Je knapt nergens zo van op als echt iets op je schouders hebben. Eerst verdwijnt het leuk. Het kan zelfs naar worden. Maar daarachter gloort iets moois: de rijkdom van het leven. De opbrengst van doorleefde ervaringen. Je krijgt het vanzelf voor je kiezen. Het leven trakteert je erop. Vaak in de vorm van tegenslag. Iemand zei: Ik gun je de grootste crisis die je nog net aankan... Je zult uiteindelijk nergens zo tevreden, dankbaar en gelukkig van worden! Veel jong talent loopt zich stierlijk te vervelen. Ze maken niet genoeg mee. Hebben ondertussen wel een grote mond. Ze krijgen geen burn out. Ze hebben een bore out. Overlaad ze met verantwoordelijkheid. Leer ze om hulp vragen. Laat ze ervaren dat ze iets niet weten, of niet kunnen. Dat het ook kan tegenzitten. Voor een groot deel van die generatie een onbekende ervaring: goed verzorgd, goed opgeleid en goed betaald. Maar nog niet zoveel meegemaakt. Ze hebben nooit gelift, het was direct een campingvlucht, of gewoon all inclusive. Dit is een bewerking van een column die verscheen in Tijdschrift voor Management Development, najaar 2012

dinsdag, augustus 14, 2012

Kappen met oordelen (Je ego, wat moet je ermee? deel 4, slot)

Hoeveel tijd besteden we aan oordelen over onszelf en anderen? Hoeveel energie verstoken we aan machteloos en gefrustreerd ergens iets van vinden? Ga eens een week lang, elke dag na hoeveel tijd je die dag besteed hebt aan gedachten, gesprekken en mails die te doen hebben met je wat je allemaal vond. Waarover. En over wie. En met wie je het daar over gehad hebt. En wat die daar dan weer van vond. En wat die dan ook nog te vertellen had. Ga maar door. Levert het je iets op? Word je er blij van? Oordelen en ‘ge-jij’ horen bij elkaar. Het ligt aan de ander, die heeft het gedaan. Wijzen en verwijten. ‘Jij-en’ is de grootste belemmering naar werkelijk succesvol zijn. Succesvol in de betekenis van blijvend succes – omdat je iets toevoegt, waardoor mensen bij je blijven of bij je terugkomen. Door te oordelen en het bijbehorende ‘ge-jij’ belast je je relaties en zorg je voor verwijdering en verwijten. Het eindigt in ruzie en gedoe – en dat kost tijd en energie. Dus ben je minder effectief, minder productief en minder creatief – en heb je minder succes. Andersom, hoe minder oordelen en hoe minder ‘ge-jij,’ hoe meer tijd en energie je hebt. Je bent creatiever, productiever en effectiever. Je hebt meer tijd en energie om je inspiratie en ideeën om te zetten in iets waar een ander op zit te wachten. Al weet die ander dat misschien nog niet. Dan heb je toegevoegde waarde. Succes verzekerd. En dan dit nog. Minder oordelen en minder ‘ge-jij’ helpen je ook om meer aandacht te hebben. Je bent gewoon minder afgeleid. Daardoor kun je met meer aandacht bij jezelf en in het moment zijn, en ben je ook in staat om aandacht voor een ander te hebben – en dat is een andere sleutel naar succes: werkelijke aandacht is een geschenk, aan jezelf en aan een ander. En dat betaalt zich ook nog eens terug – in de vorm van succes. Minder oordelen hebben en meer aandacht kunnen geven hangen samen. Je bent minder afgeleid, bent er beter bij. Je hebt meer oog voor wat er gebeurt. Je komt op betere ideeën. Je voegt meer toe. Het begin van succes. (Einde van deze serie van vier)

maandag, juli 30, 2012

Ik oordeel, dus ik besta (Je ego, wat moet je ermee? deel 3)

Door te oordelen, door iets van een ander te vinden, beperk je je zicht op die ander. Of het nou een positief of een negatief oordeel is, dat maakt niet uit. De ander is bijvoorbeeld leuk, of goed, of mooi, of fantastisch. Of vervelend, naar. Maar die ander is van alles! En je beperkt je beeld van de ander tot je oordeel over die ander. Waarmee je de ander per definitie tekort doet omdat je de ander niet meer als een geheel met heel veel kanten kunt zien. Als je iemand heel aardig vindt, of helemaal okee, dan is het best lastig om er iets minder aardigs aan op te merken. Want dat past niet in het plaatje dat je van die ander gemaakt hebt. Hetzelfde geldt andersom: iemand deugt niet – en kan dan ook weinig goeds meer doen. Door het plaatje dat je erop geplakt hebt. Op die sticker staat: Beperkt zicht! Om het verschil tussen waarnemen , oordelen en voelen te ervaren kun je het weer gebruiken. Bijvoorbeeld zonneschijn. ‘De zon schijnt,’ of: ‘De zon schijnt niet’ is een waarneming. Het doet (nog) niets met je, het is gewoon zo. ‘Goed dat de zon schijnt!’ of: ‘K... dat de zon niet schijnt!’ is een oordeel. Dat kun je ook voelen in je lijf. Je voelt waarschijnlijk iets samentrekken. ‘Fijn dat de zon schijnt’ of ‘Jammer dat de zon niet schijnt’ is de uitdrukking van een gevoel. Je voelt je blij of teleurgesteld. En misschien voel je in je lijf iets open gaan. Het is je ego dat zich van oordelen bedient: ‘Ik oordeel, dus ik besta.’ Om zich te onderscheiden – wat zomaar kan uitlopen op afscheiden. Want oordelen vernauwt. Het vernauwt het zicht op de ander. Eigenlijk zie je de ander niet meer. Je kijkt naar het beeld dat je van die ander gemaakt hebt. Je relatie bestaat op een gegeven moment uit de oordelen die je over elkaar hebt. Goed mens, fantastische kerel, klootzak, lul, toffe peer, lieverd, trut, ect. En we raken in verwarring als dat beeld niet klopt: de lieverd kan niets fout doen, en de klootzak kan niets goed doen. Daar komt nog bij dat de meeste oordelen ook nog projecties zijn. Spiegelingen, die vooral iets zeggen over degene die oordeelt. Look who’s talking. En kinderen weten het: ‘Wat je zegt ben je zel-luf..!’ (Wordt vervolgd - Dit is een aflevering uit de feuilleton andre-speelt-met-zijn-ego op de site van hetkind, een platform voor iedereen die is toegewijd aan de ontwikkeling van kinderen en jonge mensen.

maandag, juli 09, 2012

Het leven is een soap (Je ego, wat moet je ermee? deel 2)

De meester en de juf geven de hele dag door beoordelingen. Maar ze zeggen niet tegen de kinderen: ‘Jij bent goed, en jij bent fout.’ Want dat is geen beoordeling maar een oordeel. Toch doen we dat de hele dag door. De meester en de juf trouwens ook – in de lerarenkamer. Daar vinden ze van alles van elkaar. Net als de kinderen op het schoolplein: ‘Ik vind jou lief,’ of ‘Ik vind jou stom!’ Je ego heb je nodig om iets voor elkaar te krijgen. En ongemerkt speel je egospelletjes. Om overeind te blijven, je uit te drukken, jezelf te laten zien, en je te laten gelden. Dagwerk, en ’s nachts gaat het in je dromen door. Alles wat je vindt van jezelf, en alles wat je moet van jezelf. En alles wat je vindt van anderen, en alles wat anderen moeten van jou. Wat een drukte, en wat een gedoe. Jezelf groothouden, de boel ophouden. Keeping up appearances. Zes egospelletjes Egospelletjes zijn bekend en herkenbaar. 1. Ik ben de baas (en jij dus niet) 2. Ik heb gelijk (en jij hebt ongelijk) 3. Ik ben goed (en bent jij slecht) 4. Het is de schuld van de ander 5. Ik heb het echt niet gedaan 6. Ik heb het wel goed gedaan > Welke zijn op jou van toepassing? Van een afstandje gezien vaak bijzonder grappig. Alleen kunnen we er meestal niet om lachen. Wordt het een soap vol pijn en venijn. Terwijl je je dagelijks leven ook als komedie kunt beleven. Door eens om jezelf te lachen. Waar je nu weer in beland bent. Hoe ver je het nu weer hebt laten komen. Door je ego. Lachûh om je ègûh. Kijk ‘s avonds je eigen gedoe op de dag eens terug. En vooral de verwarring, de ongemakken, de verwijten, de ruzies. Allemaal bedoeld als bescherming en verdediging. En stel je daar dan bulderend publieksgelach bij voor. Alsof je in een hilarische cabaretvoorstelling zit. Bij het groothouden en de boel ophouden bedient je ego zich van oordelen. Met oordelen is op zich niets mis. We hebben oordeelsvermogen nodig om te kunnen leven. Je komt je dag niet door zonder allerlei afwegingen te maken en beslissingen te nemen. Allemaal gebaseerd op oordelen. Maar er is een wezenlijk verschil tussen beoordelen en waardeoordelen. Droge beoordelingen zorgen voor praktische onderscheiding. Waardeoordelen scheppen afscheiding. Het begint als onderscheiding: ik ben iemand anders dan jij. En dat kan zomaar eindigen als afscheiding: ik ben zo anders dan jij dat ik niets meer met jou te maken wil hebben. Terwijl je een relatie hebt of samenwerkt, en waarschijnlijk veel van elkaar weg hebt. (Wordt vervolgd)

Twitter Delicious Facebook Digg Stumbleupon Favorites More