Wonderlijke tijden. Verstoring van de bestaande orde. Wat voor jou belangrijk is wordt bedreigd – en je zoekt steun, houvast, geborgenheid. Je behoefte aan zekerheid groeit, maar waar vind je die nog? De werkelijkheid schreeuwt je toe: ’Je bent op jezelf aangewezen!’ Ben je dus alleen? Nee! Want we zijn hier samen. Niemand is alleen. En we hebben elkaar nodig. Meer dan ooit. Deze tijd vraagt om tevoorschijn komen. Laten zien wie je bent. Je niet meer verschuilen maar meedoen. Inbrengen wat jij kunt bijdragen – door te doen waar jíj blij van wordt. En je door niets of niemand meer bang laten maken. Wanneer je de moed kunt opbrengen om voluit te leven – recht uit je hart, en geholpen door je hoofd – ben je minder alleen dan je denkt. Dan kun je steun, houvast en geborgenheid ervaren. Bij jezelf, en bij de ander. En dan heb je ook wat te geven – dan geef je wie jij in wezen bent.

woensdag, januari 06, 2016

Tranen die je tegenhoudt maken je moe en boos. En uiteindelijk ziek.


We hebben allemaal pijn. En we hebben allemaal verdriet. Het is niet anders. Het hoort bij het leven. Op een dag kom je erachter dat weglachen niet meer helpt. Of hard werken. Of verdoven. Allemaal vormen van ontkenning. Manieren die je jezelf hebt aangeleerd om verder te kunnen met je leven. Meestal na een ontregeling. Tegenslag. Er gaat iets niet goed. Je krijgt niet wat je hoopt, waar je op rekent dat gaat niet door. Vroeger thuis, of op school. Nu in je relatie, of op je werk. Iets met kinderen en familie. Er gebeurt iets onverwachts met een grote impact. Niet fit, geen werk, of je relatie gaat over. Ziekte of dood, misschien heel dichtbij. Het ontregelt jou, het ontregelt je leven.

Wat het ook is, de vraag is: hoe ga ik ermee om? Vaak is je reactie: doorgaan. Een kwestie van overleven. Je neemt je niet de tijd om wat er gebeurd is te verstouwen en te verteren. Geen tijd voor verdriet. Je wilt ervan weg, je wilt verder. Begrijpelijk, maar niet handig. Want je verdriet slaat zich op, in jou. Zonder dat je het in de gaten hebt zitten die tranen daar ergens. En ben je  – helemaal onbewust – bezig om ze daar te houden. Je wilt er niet meer aan denken, dat stuwmeer vol tranen. Maar ondertussen bepaalt het je wel – meer dan je in de gaten hebt.

Zo is veel onderhuidse spanning te verklaren. Je wordt er moe en boos van om die tranen tegen te houden. Je kunt er zelfs ziek van worden. Je gedrag kan je er een aanwijzing voor geven. Je bent luidruchtig of weglachend, klagend of afgesloten – allemaal vormen van tegenhouden. Als je dat gedrag kunt herkennen kun je ook een begin maken met verwerken. Erkennen wat er aan de hand is. De werkelijkheid onder ogen zien: ‘Dit is mijn leven. En het gaat niet zoals ik hoopte. Het valt me zo tegen.’ En dat omarmen: ‘Maar het is wel míjn leven. En er is er maar één die er wat van kan maken. En dat ben ik.’ De doorgang naar een gelukkiger leven. Waar altijd wat te beleven is, waarin het meezit en tegenzit. Waarin je kunt lachen en huilen. En je tranen mogen stromen. Omdat ze nu eenmaal bij het leven horen. 

Durven voelen. Ik vind het doodeng. Maar er is een beloning. Wat ik merk is dat tranen van geluk makkelijker komen als mijn tranen van verdriet er mogen zijn. Dan raak ik ontroerd, als ik voel wat iemand voor mij betekent. Of ik schiet vol, als iets me echt raakt. Dat kan bijna pijn doen – in mijn hart. Daar maak ik me maar geen zorgen over. Mijn hart zal er wel aan moeten wennen dat het iets voelt. Mag voelen. Van mij. Als ik mijn tranen niet meer probeer tegen te houden. Misschien is het wel de redding van mijn hart. En uiteindelijk de redding van mijzelf. Door mijzelf. Als ik durf te voelen. 

dinsdag, juni 16, 2015

Meer democratie werkt niet

Altijd leuk. Een zorgelijk opiniestuk, zonder oog voor al het moois dat gaande is. Vier onderzoekers van mijn opleiding (Universiteit voor Humanistiek) die zich zorgen maken dat hun eigen soort teveel macht krijgt. Die het opnemen voor de verdrukten. In dit geval laagopgeleide mensen die niet op burgerparticipatie in de doe-democratie zitten te wachten. Niet-actieve burgers die op die manier aan macht inboeten. Want de representatieve democratie werkt niet meer naar behoren. En dat komt weer door de ondermijnende wij-onder-elkaar werking van die participatieve democratie. Want als je niet participeert mag je ook niet meepraten. Participatie als onderonsje van hoogopgeleiden die hiermee laagopgeleiden uitsluiten. Tja, zou Martin Bril zeggen. En ik denk, er klopt iets niet. Begrijpelijke zorgen, Jos van der Lans kaartte ze al aan met de ‘diploma-democratie’. Nu de ‘Montessori-democratie’. Leuk gevonden, maar wat schuurt er nou toch?

De impliciete aanname klopt niet. Dat in de representatieve democratie laagopgeleide mensen beter af zijn. Nee, nooit geweest. Democratie is sinds de uitvinding ervan al een speeltje geweest van hoogopgeleide en bovengemiddeld intelligente mensen. Om de simpele reden dat je anders niet mee kunt doen. Als gemeenteraadslid moet je niet alleen kunnen lezen en schrijven. Je heb er behoorlijk wat analytisch vermogen voor nodig. Anders trek je het gewoon niet. Het is pijnlijk maar waar. Al sinds het oude Athene is de democratie een spelletje van beter gesitueerden en hoog opgeleiden. Kijk naar de populatie in de beide Kamers. Allemaal hoogopgeleid. Dat is niet voor niets. Zonder opleiding valt domweg niet te begrijpen wat daar gebeurt. Daarvoor is de publieke werkelijkheid te complex geworden.

De wereld wordt nu eenmaal geregeerd door de slimsten. Dat is wat anders dan verstandigsten, of de wijsten. Jammer genoeg wel. Het zou heel wat schandalen, fraude en crises schelen. Zie de banken, NS, FIFA etc. Wat je mag hopen is dat de slimsten ook moreel besef ontwikkelen. En dat de top ‘schoon’ zou zijn. Er zit niets anders op dan dat we via de representatieve democratie (weet iemand een beter systeem?) druk blijven uitoefenen en van onze bestuurders blijven eisen dat ze deugen. En ze bij de volgende verkiezingen wegstemmen als het boeven blijken te zijn. Geestig genoeg zou juist de participatieve democratie een manier kunnen zijn om naar verhouding toch meer laagopgeleide mensen mee te laten doen. Het zou me niet verbazen als je in de buurtprojecten naar verhouding meer laagopgeleiden vindt dan in gemeenteraden. Gewoon omdat het overzichtelijker en dichter bij huis is. Omdat het meer onmiddellijk raakt aan je eigen belang. Een onderzoek waard?

Wat ook schuurt is de suggestie dat de beweging naar participatieve democratie ondemocratisch tot stand gekomen zou zijn. Maar voor al die officieel ingezette participatieprojecten kiezen we echt zelf hoor. Via de politici die we kiezen bij de landelijke en gemeenteraadsverkiezingen. En die kunnen we, als gezegd, wegstemmen als dat beleid niet zou deugen. Het onderliggende probleem is dat we verwachten dat de overheid alles blijft doen wat ze altijd deed - althans, in de loop van de vorige eeuw is gaan doen. En liefst nog meer. Maar de bijbehorende hoge belastingen willen we niet betalen. Zie de verkiezingsuitslagen. En nu stellen de onderzoekers voor om voor de mensen die niet zitten te wachten op de participatieve democratie - teneinde ‘de verzwakking van hun stem’ tegen te gaan - meer representatieve democratie te organiseren: lokale referenda, burgerfora, burgjury’s. Mooi plan, leuk geprobeerd…. maar het werkt niet. Want daar zitten die mensen evenmin op te wachten! Onderzoek het maar. De ‘niet-actieve burgers’ worden niet actief door nog meer representatieve democratie. Nog meer mogen stemmen leidt hoogstens tot nog meer ‘stemvermoeidheid’. Zie de opkomstcijfers van de verkiezingen.

Ondertussen is er wel een hoopvol verhaal. Dat gaat over de niet-officiële projecten, eigenlijk geen participatieve democratie maar collectief ondernomen particulier initiatief. Mensen onderling. Steeds meer mensen zijn niet tevreden met wat de overheid hen kan bieden. En nu komt ie: verwachten dat ook niet meer van de overheid. Want ze begrijpen dat met wat zij van de overheid vragen - betrokkenheid, kleinschaligheid, benaderbaarheid – ze in feite de raadsleden en ambtenaren overvragen. Van de overheid kun je bescherming van onze vrijheid en het garanderen van gelijkheid verwachten, maar geen broederschap. Dat moeten we echt zelf doen. Bovendien, waarom wachten als we het zelf ook kunnen? Zie hier de opbrengst van een eeuw volksverheffing: we willen het zelf, omdat we het kunnen. Een felicitatie waard. 

We hebben met elkaar zelfbewuste burgers gecreëerd. Mensen die zo volwassen geworden zijn dat ze zeggen: ‘Ik hou op met klagen, ik pak het zelf aan. En omdat het om zaken gaat die je niet in je eentje aankunt doen we dat samen.’ Het nieuwe coöperatieve denken. Kinderopvang, woonvormen, verzekeringen, pensioenen, energieopwekking, straatinrichting, noem maar op. En daar hebben we de overheid dan weer bij nodig, vanzelfsprekend. Maar wij burgers nemen en houden graag zelf het initiatief. Want wij weten zelf het beste wat goed voor ons is, en heel goed wat we nodig hebben. Wie kan daar op tegen zijn? Het is een compliment aan onszelf, de opbrengst van een eeuw investeren in goed onderwijs voor iedereen. We kunnen steeds meer zelf. Tenminste, met elkaar. 

En ja, daar zit niet iedereen op te wachten. Omdat er mensen zijn die vinden dat een ander daar voor moet zorgen. En die ander is de overheid en haar ambtenaren. Ik vermoed daar behoudzucht en gemakzucht, of gewoon een politieke overtuiging. Ook een onderzoek waard. Maar wen er maar aan. We hebben democratisch besloten dat we ons geld anders willen besteden. Maar daarachter, en belangrijker: we beginnen te begrijpen dat de overheid niet voor ons kan zorgen op een manier waar we werkelijk naar verlangen. Dichtbij, ontspannen, hartelijk. Mensen onder elkaar kunnen we dat wel. 

En geen zorgen. De opgelegde burgerparticipatie die nu zou dreigen - burgers die taken van de overheid opgedrongen krijgen - gaat gewoon niet werken. De wal keert het schip. Want mensen laten zich niet voor het karretje van de overheid spannen. Burgerparticipatie als verkapte bezuiniging gaat het niet worden omdat mensen zich daar niet voor lenen. Want mensen zijn niet gek. Ze willen wel iets doen als zij er zelf en mensen in hun omgeving ook iets mee opschieten. Zeker als het niet anders kan, als ze wel moeten. Zo zitten we nu eenmaal in elkaar. Hoe we ook in elkaar zitten is dat we het domweg niet trekken als er mensen echt uit de boot vallen. Dan komen we in actie. Niet eerder. Wen daar ook maar aan. Vertrouwen in het goede en in het redelijke in de mens helpt daarbij. Een mooi humanistisch uitgangspunt. 


André Meiresonne is publicist en studeert aan de Universiteit voor Humanistiek. Hij is co-auteur van Van opgelegde naar oprechte participatie (Boom Lemma, 2015) 

vrijdag, februari 13, 2015

Zwart gat (Dresden)


Op Allerheiligen 2012 was ik in de Frauenkirche in Dresden. Een indrukwekkende plek. Van binnen licht, en hoe hoger hoe lichter. Hemels bijna. Zeker met orgelmuziek van Johann Sebastian Bach erbij. Precies onder de centrale koepel zit een koperen rondje in de kerkvloer. Als een cent, maar half zo klein. En weer precies daaronder, in de crypte van de kerk, staat een groot donker, onaantastbaar blok steen. Of het zwart van de wereld daarin samenkomt.



Die steen middenin in de crypte – de gewelfde kelder van de kerk – is een altaar. Het staat precies onder het kruis dat de kerk daarboven vormt. Het altaar is een kunstwerk van Anish Kapoor, een Britse kunstenaar. Hij heeft een Joodse moeder en een Indiase vader. Het kunstwerk is een groot vierkant blok van meer dan 1 x 1 x 1 meter, gehouwen uit zwart Iers marmer. 

De zijkanten zijn nog ruw. De bovenkant is glad gepolijst. Veel mensen raken die aan, waardoor het oppervlak nog gladder wordt. En het buigt heel sierlijk, als de kelk van een bloem, ver naar binnen.  Daardoor lijkt het ook een doopvont. Maar het is gat is zo donker dat je niet kunt zien hoe diep het daarbinnen is. Het lijkt niet op te houden. Een zwart gat. 



Dat zwarte gat maakt het vreemd. Want boven, in de kerk met die machtige koepel vol licht, voel je je opgetild – en hier naar beneden getrokken. Een afspiegeling van de heftige, zeg maar gerust zwarte geschiedenis van Dresden. Toneel van een van de grootste menselijke drama’s in de Tweede Wereldoorlog, het bombardement van Dresden, maar ook een centrum van het stille en vasthoudende verzet tegen het DDR-regime. 

Deze zwarte steen voelt als een zwaartepunt, een anker dat voorkomt dat de kerk opstijgt. Maar ook als een diepe put waarin alle donkere energie kan wegstromen. Vergevend en verzoenend in zijn gebaar: wat gebeurd is, is gebeurd – maar de kerk weer is nu herbouwd en weer in haar volle glorie hersteld. Een reminder van wat we als mensen elkaar aan kunnen doen – maar evengoed van het goede waartoe we ook in staat zijn. En dat we een keuze hebben.


Daags na het bombardement van Dresden, de nacht van 13 op 14 februari 1944, stortte de kerk in. Aanvankelijk waren de overlevenden in Dresden blij dat ze Unsere Fraue bij het ochtendgloren nog overeind zagen staan. Tot de koepel met enorm geraas naar beneden kwam en bovenop de kerk stortte. Het zandsteen bleek verpulverd door de hitte van de vuurstorm die de brandbommen hadden veroorzaakt. 

Die nacht was de stad veranderd in een oven. Dresden ligt in het dal van de rivier de Elbe. De hitte van het vuur zoog zuurstof van de heuvels rondom de stad naar het dal beneden. Door die circulatie van hete lucht bleef het vuur zichzelf aanwakkeren. De volgende dag kwamen Amerikaanse vliegtuigen terug en beschoten de mensen die bij de rivier verkoeling zochten. Zo kwamen binnen een dag vijfentwintig duizend mensen om. 


De kerk heeft bijna een halve eeuw in puin gelegen. Twee stukken muur stonden nog overeind. Verder was het letterlijk een puinhoop. Veertig jaar later, vanaf midden jaren ’80, werd het de plek waar demonstranten tegen het communistische regime zich verzamelden. Na de Wende besloten de inwoners van Dresden hun kerk te herbouwen. Er kwamen tientallen miljoenen marken aan donaties binnen, vanuit de hele wereld.

Het puin werd geruimd en gründlich uitgesorteerd. Een slim computerprogramma bepaalde welke geredde, zwarte stenen waar gezeten moest hebben, en op hun oude plek tussen de nieuwe, lichtere stenen gemetseld. Daarom is de herbouwde kerk van buiten gespikkeld.  


Van binnen is de kerk juist perfect en af. Crème en goud, veel zachtblauw, zachtrood en zachtgeel. Niet direct wat je zou verwachten in een protestantse, Lutherse kerk. Volgens sommigen is het zuviel, een suikertaart. Anderen worden er helemaal blij van. Hoe dan ook, het loopt storm. De kerk zit elke dag vol. Miljoenen bezoekers per jaar, ook om diensten bij te wonen.



Bovenop de koepel van de kerk staat een gouden kruis. Dat is geschonken door de Britse bevolking. De goudsmid die het kruis smeedde is de zoon van een Engelse piloot die de stad bombardeerde. Het oorspronkelijke ijzeren kruis staat nu binnen, in de kerk, verbrand en verwrongen. Elke dag staan er honderden brandende kaarsjes omheen. Met daarop de tekst Frieden sei mit Euch / Peace be with you.


donderdag, januari 22, 2015

Withholding tears makes you tired and angry. And ultimately, sick.


We all experience pain. And all of us experience sorrow. It’s just the way it is. It 's part of life . One day you find that laughing off your tears does not help. Neither working them off. Or numbing them out. Each of the above is a form of denial. Ways you've taught yourself in order to move on with your life. Usually after a disruption. Or setbacks. Something is not right. You do not get what you had hoped for; what you were counting on doesn’t materialize. In your childhood, at home, or at school. Now, in your relationships, or at work. Something involving children or family. Something unexpected might happen – with a big impact. Not fit, out of work, or your relationship dies. Illness or death, perhaps they suddenly get very close. It upsets you; it disrupts your life.

Whatever it may be, the question is: how will you cope with it? Often, your response is to just keep going. Survival instinct. You do not take the time to digest what happened. Neither the time for sorrow. You want to stay away from it as far as possible; you want to move on. All understandable, but in the end these strategies are not very practical. Because your grief accumulates inside you. Without being aware of it, those tears continue to sit deep down there inside you somewhere. And you try - unconsciously - to keep them there. You do not want to think about that big reservoir filled with tears. But meanwhile, it shapes you - more than you might be conscious of.

This is how a lot of repressed tension can be explained. You are tired and angry of keeping back those tears. Or worse, you may even get sick from all that holding back. Your behavior can give you clues. You may find yourself being loud or laughing the sadness away, or complaining or perhaps closing yourself off. Each of these is a form of repression. If you can recognize these behaviors, you can also begin processing them, to recognize what is going on. And to face reality: "This is my life. And it's not like I hoped." And then, embrace it: "But it's my life, it’s happening to me. And there is only one who can make some of it. And that’s me.” To create the passage to a happier life, where there is always something going on, where the odds can be in your favor or against you. Where you can laugh and cry. And where your tears may flow. Simply because they are part of life.

Dare to feel. I find it scary. But there is a reward. What I have noticed is that tears of happiness come easier if my tears of sadness are allowed to be present as well. I get moved when I feel what someone can mean to me. Or I tear up when something really hits me. That can almost hurt - in my heart. But I don’t let it get to me. My heart will simply have to get used to feeling something, and to the fact I’m OK with that. Perhaps it is the salvation of my heart. And ultimately, MY salvation. If only I dare to feel.

(Translation by Otto Driessen)

donderdag, juni 26, 2014

De minderheid krijgt altijd gelijk


Met een van mijn kinderen eet ik wel eens steak tartare. Rauw rundvlees, met een rauw ei. Vinden we heerlijk. Biologisch – maar het blijft een gemalen dood beest op je bord. Bij onze ‘Raw!’-selfies op Facebook wordt ‘Eng!’ en ‘Brrr...’ geroepen. Dan hebben we het erover of zijn kinderen ook nog vlees zullen eten. Eigenlijk kan ik me niet voorstellen dat wij over honderd jaar nog dieren eten. Dat is dan zo ‘Dat dóe je toch niet!’. Dat heet beschaving.

We zijn beschaafder dan in het stenen tijdperk. Dat komt omdat we steeds gevoeliger worden. Iemand denkt: ‘Dat kán toch niet?!’ en praat daarover met een ander. Als er genoeg mensen zijn die dat ook echt zo vinden, kan de stemming ‘zomaar’ omslaan. Omdat er een kritische massa is bereikt. Een magisch verschijnsel. Een onzichtbare hand die een systeem laat omslaan. Zo ging het met vrouwenemancipatie, gelijkberechtiging van homo’s en kiezen voor een vrijwillig levenseinde.  En op een dag kiezen we niet alleen onze burgemeester, maar ook onze premier en de aanvoerder van de Europese Unie. Zoals er op een dag ook een wereldwijd Schengen zal zijn. Als genoeg mensen het echt willen. Want een minderheid krijgt uiteindelijk altijd gelijk – als het een vooruitstrevende minderheid is. Vroeg of laat ‘verwandelt’ die minderheid in een meerderheid. Hoe dan ook.

Aan die stappen in onze beschaving – die terugkijkend volstrekt logisch zijn – gaat heel wat strijd vooraf. Dat komt omdat er twee soorten mensen zijn: vooruitstrevend en tegenstribbelend. De tegenstribbelaars houden het graag bij het oude en vertrouwde omdat ze in alle oprechtheid denken dat het hen zekerheid en veiligheid biedt. Ze krijgen de zenuwen van de persoonlijke vrijheid die de vooruitstrevenden ‘vooruitgang’ noemen. Terwijl die de hang naar traditie en respect voor het verleden ervaren als een sentimentele illusie van vertrouwdheid en geborgenheid. Met als extra tragiek voor de tegenstribbelaars dat ze uiteindelijk aan het kortste eind trekken. Want vooruitgang is nu eenmaal niet te stuiten. Daarom is het protest van de Russisch Orthodoxe Kerk tegen het Eurovisie Songfestival-optreden van Conchita Wurst zo hilarisch. Mannen met baarden in jurken die opgewonden raken van een man met een baard in een jurk. It’s all in your mind.

Niet lang geleden waren de doodstraf, kinderarbeid en slavernij hier volstrekt normaal. Tot iemand er een vraag over stelde. Wil je weten hoe het verder gaat? Luister naar kinderen. Want kinderen zijn goed in onbetamelijke vragen stellen: ‘Waarom eten we dieren?’ en ‘Waarom mag je niet wonen waar je wilt?’. Zij wijzen onbevangen de weg naar meer beschaving: ‘Waarom moet ik dingen leren die me niets interesseren?’ en ‘Waarom maken we mensen dood die we niet kennen?’. Zo zijn algemeen kiesrecht en onderwijs voor iedereen ook ‘normaal’ geworden. Omdat iemand dringend de ‘Waarom?’-vraag stelde. Diegene is per definitie in de minderheid. Maar als het een vooruitstrevende vraag is die vaak genoeg gesteld wordt, ontstaat er ‘vanzelf’ een meerderheid. Wonderlijk toch?

Verschenen in juni 2014 in magazine IDEE, het politiek-wetenschappelijke tijdschrift van de Mr. Hans van Mierlo Stichting, het wetenschappelijk bureau van D66.

dinsdag, juni 17, 2014

Jij bent verantwoordelijk voor je eigen leven. Wie anders?


Ik ben de enige die verantwoordelijkheid kan dragen voor mijn leven. En daar zit ik niet op te wachten. Ik zie er tegenop. Ik verlang terug naar een tijd dat anderen voor me zorgden. Maar dat is echt voorbij. Daar kan ik naar verlangen, maar dat maakt het alleen maar lastiger om te gaan staan voor mezelf en leiding te nemen over mijn eigen leven.

Als je geen verantwoordelijkheid neemt voor je eigen leven kan er van alles gebeuren waar je niet op zit te wachten. Een ander neemt het over. Je partner, je leidinggevende, een opdrachtgever. Dat kan een tijdje best lekker zijn. Het scheelt je tijd en energie. Iemand anders bedenkt en zegt wat er moet gebeuren en hoe dat gaat. Tot je je begint te ergeren. Of je begint te vervelen. Of je tekort gedaan voelt. Of je niet serieus genomen voelt. En dan heeft die ander het gedaan. Die speelt de baas, of ziet jou niet staan, of houdt geen rekening met je, of heeft geen respect voor je. Vind jij. Maar het enige wat die ander doet is de ruimte vullen die jij open laat.

Daarom hou ik op om me druk te maken over die ander. Het helpt me niet. Wat ik kan doen is mijn eigen ruimte innemen. Dan is er vanzelf minder ruimte voor die ander. En kom ik met die ander in een andere verhouding. Het kan even duren, want het systeem moet zich aanpassen, en het kan heel wat verwarring opleveren. Die ander kan zelfs zeggen dat ie zo niet verder wil. Maar uiteindelijk kom ik zelf in een nieuwe balans – waarin ik sta voor mijn eigen leven.




donderdag, juni 05, 2014

Niets doen is de belangrijkste bron van creativiteit. Uit pure verveling ontstaan de mooiste dingen.


Creativiteit heeft ruimte nodig. En ruimte kost tijd. Ik heb de neiging om mijn tijd vol te proppen. En dan heb ik geen ruimte meer voor 'niets'. Vaak uit angst voor verveling. Terwijl verveling juist een bron van creativiteit is.

Kijk eens naar kinderen, die hebben nog een ander – of zelfs geen – besef van tijd. Bij hen stroomt de creativiteit nog. Zij kunnen op de gekste gedachten komen – in de leegte waarin ze verkeren, dat 'niets' waarin tijd nog geen druk creëert.

Juist als ik niets doe, krijg ik de mooiste inzichten en de beste ideeën. Mijn leukste foto’s maak ik als ik doelloos rond loop. Loop te dromen – rondhang en nergens op uit ben. Dan vallen me dingen op die ik anders niet zou zien.

 Ik ga die ruimte maar eens organiseren. Het gaat zich vast een keer uitbetalen. En waarschijnlijk anders dan ik denk. Want zo werkt het nu eenmaal met creativiteit. En daarop vertrouwen. Dat is nog het lastigste.

dinsdag, juni 03, 2014

Vertel anderen wat hen bijzonder maakt. Word je zelf blij van.



Laatst nam ik ergens afscheid, na jaren van intensief en ook ingewikkeld samenwerken. Jaren van veel plezier en minstens evenveel gedoe. Ik twijfelde tussen deze mensen vaak aan mezelf en aan mijn kwaliteiten. Vroeg me vaak af of ik wel goed genoeg was voor dit werk. Allemaal onzekerheid. Nodeloos.

Nu namen ze de tijd om me uit te luiden. Ik viel van mijn stoel van verbazing over hun complimenten. Ze waren oprecht – ik zag vochtige ogen en hoorde een snik in stemmen. Dat ze zo blij met me waren heb ik nooit geweten. En ik had het graag eerder geweten. Ver voor mijn afscheid.

Anderen kunnen vaak beter vertellen wat jou bijzonder maakt dan dat je dat zelf kunt. Zij hebben niet de twijfels die jij wel over jezelf hebt. Zij stellen ook niet de eisen aan jou die jij wel aan jezelf stelt. Je hoeft niet te wachten op een afscheid. Je kunt er nu naar vragen. Laat je verrassen door hun kijk op jou.

Schrijf het op. Want je vergeet het weer zo: complimenten zijn lastig om te horen, en om op te slaan. Lees ze regelmatig even door. Laat tot je doordringen wat je goed doet. Hardop uitspreken versterkt trouwens het effect. Zo werk je aan je eigenwaarde. Jouw waarde in dit leven. Voor jezelf,  en voor anderen.

En vertel andere mensen ook wat hen bijzonder maakt. Ongevraagd. Het leukste kado dat je iemand kunt geven. Oprechte waardering van iemands kwaliteiten. Vooral als iemand daar zelf van denkt dat het normaal is. En je wordt er zelf blij van. Kadootje aan jezelf.
En vertel andere mensen ook wat hen bijzonder maakt. Ongevraagd. Het leukste kado dat je iemand kunt geven. Oprechte waardering van iemands kwaliteiten. Vooral als iemand daar zelf van denkt dat het normaal is. En je wordt er zelf blij van. Kadootje aan jezelf.

woensdag, mei 28, 2014

Verbaas je over het leven. Want het is te ingewikkeld om ooit te begrijpen.


Je kunt druk maken over het leven. Je opwinden en te hoop lopen. Het helpt niet – dat is wat ik ontdekt heb. Want het leven is bijvoorbeeld niet eerlijk. En loopt altijd anders dan je denkt. Daarom leg ik me erbij neer dat ik het nooit zal begrijpen. Het leven is te groot, te veel en te ingewikkeld om ooit te begrijpen. Alle verklaringen schieten tekort. Ze doen geen recht aan het onbegrijpelijke en het onvoorstelbare van het leven. Hoe alles samenhangt en hoe alles op elkaar inwerkt. Geen idee wat er allemaal gaande is. Hoe het echt in elkaar zit. Ik ga mijn dagen doorbrengen in verwondering. Ik blijf nieuwsgierig, maar zonder de illusie dat ik het ooit ga doorgronden. En zo krijg ik met de dag meer ontzag en respect voor de complexiteit en schoonheid van het leven. Ik geef me over. Witte vlag. Ik weet het niet.

maandag, mei 26, 2014

Je bent zoveel groter dan je denkt.


Mezelf klein denken. Ben ik goed in. En dan doe niet alleen mezelf tekort, maar ook de wereld om me heen. Want als ik denk dat ik niets te bieden heb, bied ik ook niets, waardoor anderen er ook niet van kunnen genieten. En krijg ik dus ook geen waardering, waardoor ik minder kan groeien en bloeien.

Mijn omgeving ziet vaak meer in me dan ik zelf. Ik heb dat niet in de gaten omdat ik het weinig hoor. Misschien omdat mijn omgeving weinig complimenteus is. Maar misschien ook omdat ik moeite heb om complimenten te ontvangen. Want wat is het lastig om een compliment echt helemaal binnen te laten komen!

Ik kan kiezen om zo groot te worden als ik ben. En mijn omgeving kan me bij helpen. Door me te vertellen wat zij zien als mijn belangrijkste kwaliteiten, wat zij ervaren ze mijn grootste kracht. Laatst gebeurde het me bij een afscheid. Mijn hoofd begon te tollen, mijn hart liep over – van wat me werd toegedicht.

Maar beter kun je niet wachten tot je ergens weggaat. Of tot je begrafenis. Laat het je eerder vertellen. Vraag er gewoon naar. Zo kun je werken aan je eigenwaarde. Een van de meest nuttige dingen die je kunt doen. En stap voor stap word je zo groot als je bent. Juist in je eigen ogen. 

donderdag, mei 22, 2014

Je weet meer dan je denkt. Niet met je hoofd. Met je gevoel.


Weten zit niet in je hoofd. Kennis wel. Maar kennis is iets anders dan weten. Weten gaat verder, is omvattender. Voor kennis is intelligentie nodig. Beter gezegd, analytisch vermogen. Maar weten gaat voorbij je hoofd. Weten is niet iets van de kenniselite. Weten gebeurt in alle kringen, weten is van alle rangen en standen. Weten is democratisch, kennis niet. Kennis kun je kopen, kennis is macht.

Weten heb je bij je en is onvervreemdbaar. Weten leer je in de loop van je leven. Daarom zijn oude mensen soms wijs. Maar evengoed zijn er wijze kinderen. Die daar overigens niet altijd om gewaardeerd worden. Misschien komt dat door het kennissysteem waar onze maatschappij op draait: hoe meer kennis, hoe meer macht.

Wat zou er gebeuren als er meer ruimte komt voor weten? Dat kun je zelf uitvinden. Boor je weten aan. Geef bijvoorbeeld je kinderlijke stukken de ruimte. Ga spelen. Want spelend als een kind weet je zo veel. En voel hoeveel je begrijpt van het leven als je spelend durft te vertrouwen op je diepe weten.

Of stel je voor dat je heel oud bent en niets meer hoeft. Dat relativeert enorm. Ineens weet je wat er toe doet, en wat niet. Of praat met kinderen zoals oude mensen dat kunnen. Vraag eens aan een kind: ‘Hoe doe jij dat nou?’ Verwonder je over hun wijsheid.

En je kunt oude mensen naar hun levenslessen vragen. En ze toepassen in je eigen leven. Nu al oefenen in levenswijsheid. Dan hoef je niet eerst zestig, zeventig of tachtig te worden voor je er voluit van kan genieten. 

vrijdag, mei 16, 2014

Wie heeft je ooit wijsgemaakt dat het leven leuk is? Maak het leuk.



Het leven moet leuk zijn. Daar hebben we recht op, lijkt wel. Maar dat kan helemaal niet. Het is een illusie dat het leven leuk is. Dan ontken je dat het leven ook eindig is, en dat je dat niet leuk vindt. Want het is niet leuk dat iets, wat leuk is, ophoudt. Van iets wat leuk is, wil je graag dat het doorgaat.

Maar het leven houdt op. Je wordt oud, je wordt ziek en je gaat dood. Het is niet anders. En soms word je al ziek voor je oud bent. Of ga je ineens dood. Het leven is niet leuk. Het leven kan wel mooi zijn, en rijk zijn. En daar kom je juist achter als het leven niet leuk is. Als mensen om je heen – of jij zelf – oud worden, ziek zijn en dood gaan. Tenminste, zo is het mij vergaan.

Ouderdom, ziekte en overlijden kan het mooiste boven brengen, de rijkste levenservaringen opleveren. Dan valt weg waardoor je je laat afleiden. Alle drukte en gedoe. De verveling en de ergernis. Als iemand ziek wordt en overlijdt, komt de liefde vrij die er altijd wel was maar niet werd uitgesproken en getoond. Dat beleefde ik toen mijn vader van de winter overleed.

Wonderlijk genoeg ervaarde ik toen dat ik leef. Omdat ik de liefde voelde stromen. Voor mijn vader die ziek was en dood ging, en voor degenen die daar het dichtst bij betrokken waren: mijn moeder, mijn kinderen, mijn broer, mijn familie. Toen voelde ik wat uiteindelijk het enige is dat telt in dit leven: liefde. Het leven is lang niet altijd leuk. Vaak zelfs niet. Maar je kunt het wel leuk maken. En mooi. En rijk. Als de liefde stroomt. Mag stromen, kan stromen. En ‘niet leuk’ kan daar bij helpen. Wonderlijk toch?

woensdag, mei 14, 2014

Beslissingen voor je uitschuiven. Het maakt je gespannen. En het lost niets op.


Niet beslissen, blijven twijfelen, de knoop niet doorhakken. Blijven hangen in het onbesliste. Ik loop ervan leeg. Want ik heb het de hele dag bij me. Het zuigt en het trekt. Ik loop rond met een wonderlijke spanning die zich niet oplost. Sterker nog, die zich langzaam opbouwt. En er zomaar uit kan knallen. Vaak op een onverwacht moment, en ook nog tegen iemand die er niets mee te maken heeft.

Het gebeurt in situaties waarin ik weet dat ik vooruit wil, maar niet durf. Als ik voel dat ik iets voor me uit aan het schuiven ben. Stoppen met iets, of beginnen met iets anders. Relatie, huis, werk – al die grote heftige beslissingen die soms ook nog tegelijkertijd op je af komen. Zich in het leven voordoen, aan je opdringen. Zoals nu bij mij.

Dan kan ik beter íets doen dan níets doen: ‘God zegene de greep.’ Het gevoel in mijn hart volgen en vertrouwen op het lot. Alles beter dan die spanning waarvan ik leegloop, of boos ga doen. Een grote, misschien wel onherroepelijke beslissing nemen voelt dan als in het diepe springen. En echt niet weten wanneer ik weer boven kom. Vertrouwend op een god, het lot, of hoe je het ook wilt noemen. Hopend op liefde en licht. Mooie woorden, die mij nu heel abstract klinken.

Wat mij wel helpt is ondertussen doorgaan met verstandig wikken en wegen, en mijn kop gebruiken waarvoor ‘ie bedoeld is: helder denken. En daar gelijk mee kappen als mijn hoofd het dreigt over te nemen met allerlei bangmakende gedachten. Noem het hoofd/hart-management. Je kunt het er maar druk mee hebben. Ik in ieder geval. Dagwerk lijkt het soms wel. Leven gaat niet vanzelf. 

maandag, mei 12, 2014

Afgewezen bij een sollicitatie? Je bent niet aangenomen. Dat is alles.

Afwijzing. Een dodelijk woord. Iemand zegt ‘Nee’ tegen me – over iets dat ik graag wil. Maar ben ik dan afgewezen? Met ‘afwijzing’ maak ik het persoonlijk.

Iemand anders was meer geschikt voor dat werk. Volgens een ander. Of die ander vindt mij niet geschikt. Dat kan toch? Dat hoef ik toch geen afwijzing te noemen? Het is al vervelend genoeg dat ik niet krijg wat ik graag wil – of denk te willen. Ik maak het alleen maar erger als ik het ook nog op mezelf betrek.

Hoofd omhoog en rug recht. Schouders naar achteren – alsof ik van achteren vooruit geduwd word – en weer verder. Naar een plek waar ik beter pas.

vrijdag, mei 02, 2014

Wat was de kleur van de ogen van de laatste die je gesproken hebt?


Iemands ogen. Persoonlijker kan niet. Niet voor niets zitten er op foto’s van criminelen zwarte balkjes voor hun ogen. Of dragen filmsterren grote zonnebrillen om niet herkend te worden.

Ik heb moeite om een ander echt aan te kijken. Aandachtig naar iemand kijken kan zelfs onbeleefd worden gevonden. En wat heb ik ondertussen een behoefte om echt gezien te worden.

Vandaag kijk ik iedereen die ik spreek aandachtig in de ogen. En zorg dat ik na elk gesprek de kleur van de ogen van de ander weet. Niet om de kleur ervan. Maar om de aandacht die ik voor de ander had. Benieuwd of het me lukt.

woensdag, april 30, 2014

Uiteindelijk is niets zo bevredigend als een ander blij maken.


Waar ik achter kom is dat ik uiteindelijk nergens zo blij van word als een ander blij maken. Het klinkt heel blij – en het is echt zo. Het zal wel met liefde te maken hebben, en misschien ook wel biologie zijn. Hoe dan ook, het voelt gewoon goed om te merken dat een ander blij word van wat ik doe en wie ik ben.

Ik ontdek dat als ik geef wie ik ben – mezelf ben – er altijd mensen zijn die daar blij van worden. Niet als kunstje, maar omdat ik ben wie ik ben, en daarmee geef wat ik te geven hebt. En daar maak ik anderen blij mee. Blijkbaar. Zoals anderen mij blij maken als zij geven wat zij mij te geven hebben: wie ze zijn.

maandag, april 28, 2014

Straks ben je er niet meer. Heb je dan geleefd? Gehouden van jezelf? Genoten van je leven?


Er bij stilstaan dat ik leef. Ik kan het niet genoeg doen. Want het leven vliegt voorbij. Voor je het in de gaten hebt ben je over de helft en kun je minder dan je wilt.

Daar zit misschien ook de crux. Gaat het om wat ik wil, of om wat ik ervan maak? Gaat het om wat ik doe, of om hoe ik me erbij voel? Gaat het om wat ik bereik, of om wie ik ben?

Ooit, straks, nu - terugkijkend op mijn leven doen de resultaten en de uiterlijkheden er niet meer toe. Dan telt hoe ik me gevoeld hebt. En hoe anderen zich bij mij gevoeld hebben.

vrijdag, april 25, 2014

Zie je hoeveel verder je bent dan vijf, tien, twintig jaar geleden?


Als ik het niet meer weet, en denk ‘Waar ben ik mee bezig?’, ga ik terug naar vijf, tien, of twintig jaar geleden. En vergelijk ik mijn leven toen met mijn leven nu. Dan zie dat ik mezelf ontwikkeld heb, wat ik geleerd heb en hoe anders ik nu in het leven sta dan toen.

Over vijf, tien of twintig jaar kijk ik ook zo terug op nu. Zo gaat het leven. Als je er middenin zit is het lastig te overzien. Zeker als het even tegenzit. Maar tot nu toe heb ik het gered. En waarschijnlijk heb ik voor hetere vuren gestaan.

Juist tegenslag is altijd weer een kans om een volgende stap te maken. Tegenslag roept het beste in me boven. Dan moet ik wel. En ik kan het. Dat blijkt keer op keer weer. Tegenslag als trigger om weer te gaan bewegen. Van tegenslag ga ik aan de slag. 





woensdag, april 23, 2014

Wees nergens op uit. Leef zonder bedoelingen. Heb geen agenda.


Nergens op uit zijn. Wat een rust zal dat mij geven. Geen bedoelingen hebben. Geen agenda. Dan kan ik open staan voor wat er op me af komt. Dan gaat meer dan ik ooit dacht vanzelf. Blijkt mijn leven een stuk moeitelozer te kunnen gaan dan ik tot nu toe vermoedde. Wat een geschenk – aan mezelf, van mezelf.

vrijdag, april 18, 2014

Twijfel je of je iets kunt? Kijk eens wat je tot nu toe bereikt hebt. Daar twijfelde je ook aan.


Twijfelen doen we allemaal. De een nog meer dan de ander. Ik kan me helemaal gek twijfelen. Met name over wat ik kan, of juist niet kan. Want ik denk dat ik heel veel niet kan. En ben bang ik het niet trek. Dingen die ik nog nooit gedaan heb, die een stap verder gaan, een maatje groter zijn.

Hoe langer ik denk, hoe minder ik kan. Verlammend is dat. Het maakt me klein. Misschien hou ik er daarom van dat iets me overkomt. Dan heb ik niet de kans om te twijfelen. En kom ik niet in die mallemolen van twijfels terecht. Kan ik dat wel? Trek ik dit wel? En wil ik dit wel?

Wat mij helpt is terugdenken aan wat ik bereikt heb. Bereikt in mijn leven. Wat ik tot nu toe ondernomen heb. Of wat me ‘zomaar’ gebeurd is, waardoor mijn twijfel geen kans had. Aan veel van wat ik bereikt heb twijfelde ik toen ook. Of zou ik getwijfeld kunnen hebben. En toch is het gelukt, en is het goed gekomen.

Als ik in mijn grootste twijfel zit is het lastig om die herinneringen terug te halen. Dat het toen ook lukte. Of toch goed afliep, ondanks mijn twijfel. En herinneren helpt me dan echt. Wat goed werkt is als anderen me helpen en het me vertellen: ‘Weet je nog wat je toen deed? Hoe je dat voor elkaar kreeg?’.

Fijn, als anderen het mij vertellen. Maar ik kan het ook zelf. Gaan zitten en terughalen wat me in mijn leven gelukt is. Me herinneren dat ik toen ook twijfelde, of beseffen dat ik toen ook had kunnen twijfelen. Dan weet ik weer: die twijfel hoort er blijkbaar bij. En toen ging ik ondanks mijn twijfel toch door.

Dat kan nu ook. Een volgende stap zetten. Want dat is leven. Blijven bewegen. En meebewegen. En twijfel hoort daar bij. Het leven kan van mij zelfs volledige overgave vragen. En dan wordt de twijfel nog groter. Als ik echt niet weet waar ik dan terecht kom.

Dat vraagt veel vertrouwen. Vertrouwen in het leven. Dat het leven goed is. Dat ik ook in de grootste tegenslag wel een lichtpuntje kan ontdekken. Dat er altijd ergens nog een doorgang is. Ook al is ie piepklein. Of de oplossing om een hoekje ligt. Buiten mijn zicht, maar binnen mijn bereik.

Gek genoeg helpt mij dan het besef: Ik ga er niet over. En: Ik geef me over. Aan iets groters. Voor mij te groot en te ingewikkeld om ooit te begrijpen. Het leven zelf. Overgave aan het leven. Misschien heel kinderlijk. Of juist heel volwassen? Ik weet het niet.

Twitter Delicious Facebook Digg Stumbleupon Favorites More