Wonderlijke tijden. Verstoring van de bestaande orde. Wat voor jou belangrijk is wordt bedreigd – en je zoekt steun, houvast, geborgenheid. Je behoefte aan zekerheid groeit, maar waar vind je die nog? De werkelijkheid schreeuwt je toe: ’Je bent op jezelf aangewezen!’ Ben je dus alleen? Nee! Want we zijn hier samen. Niemand is alleen. En we hebben elkaar nodig. Meer dan ooit. Deze tijd vraagt om tevoorschijn komen. Laten zien wie je bent. Je niet meer verschuilen maar meedoen. Inbrengen wat jij kunt bijdragen – door te doen waar jíj blij van wordt. En je door niets of niemand meer bang laten maken. Wanneer je de moed kunt opbrengen om voluit te leven – recht uit je hart, en geholpen door je hoofd – ben je minder alleen dan je denkt. Dan kun je steun, houvast en geborgenheid ervaren. Bij jezelf, en bij de ander. En dan heb je ook wat te geven – dan geef je wie jij in wezen bent.

zaterdag, november 24, 2012

Thuiskomen (Jezelf tegenkomen)

Wanneer je je dromen najaagt kom je jezelf tegen. Het meest enge èn het meest gave wat je kan gebeuren. Kom je jezelf niet tegen, dan was het niet je ultieme droom – doe je dat wel, dan krijg je een extra opbrengst waar je niet om vroeg. Die extra opbrengst is wat het leven zo bijzonder maakt, het aanboren van je ongebruikte potentieel. Je vermoedt die potentie, daar droom je van, en je bent er bang voor - je ziet ziet het bij anderen en je bent er jaloers op. Je verveelt je en gaat anderen vervelen, je ergert je en je wordt een ergernis voor anderen - tot je gaat doen wat goed voelt: je zelf zijn en voluit leven. Je boort een kracht aan waarnaar je verlangde, en waar je bang voor was. Soms is het nodig om ver van huis te gaan. Weg uit het comfortabele leventje. Weg van de 13e maand, de bonus en de leasebak. Achter je laten wat je hebt opgebouwd. Omdat je wel voelt: hier ga ik mezelf niet tegenkomen. Er is niets waar we zo naar verlangen als ons zelf. En gek genoeg zien we de ander er vaak voor aan. De ander, die ons leven compleet gaat maken. En waar je vervolgens afhankelijk van wordt. En aan gaat ergeren. Je dood ergeren. Soms moet je die ander helemaal zat worden voor je gaat begrijpen dat je niet die ander zoekt maar jezelf. En dat je geen aandacht van die ander wilt, maar van jezelf. ‘Luister naar me! Begrijp me dan… Allemaal noodkreten – van jezelf, jouw zelf. Via die ergerlijke ander kom je bij terecht bij zichzelf. Samen iets engs ondernemen kan dat proces versterken en versnellen. Als je zoiets aangaat kun je je niet meer verstoppen. Alles komt boven. Vooral waar je er geen zin meer in hebt. Het is onontkoombaar. En daar sta je dan. Naakt. Met al je twijfels. En kwetsbaarheid. En boosheid. En woede. En vooral machteloosheid. En als dat allemaal tevoorschijn is gekomen, en je zelf het gevoel hebt dat er niets meer over is, dan gebeurt er iets bijzonders. In dat niets voel je iets waar je al die tijd naar verlangt hebt, en niet kon vinden. Je zelf, je eigenste zelf. Dan ben je thuis. Thuis bij jezelf. Bij de lancering van het boek Het Geheim van de Berghut op 21 november 2012.

woensdag, november 21, 2012

Veiligheid

Als je dan toch voor veiligheid kiest en voor een baas gaat werken, kun je maar beter ambtenaar worden. Geen werkomgeving waar je zoveel vrijheid en ruimte hebt als bij de overheid. Eigenlijk ben je een kleine neringdoende. Tenminste, als jij dat wilt. Geen winstdoelen, en geen winstdeling. Geen beurskoersen, en geen aandeelhouderswaarde. Wat een rust. Ja, de politiek – maar daar is toch geen peil op te trekken. Je denkt dat je moet doen wat ‘ze’ zeggen. Maar ondertussen is dat helemaal niet de bedoeling. Juist niet. En dat weet je best. Maar als je eenmaal bij de overheid werkt ben je dat allemaal weer vergeten. Je gaat denken: Wat verwachten ze van me? En die verwachtingen ga je invullen. Het worden aannames. Je gaat voor een ander denken. En je gaat jezelf iets wijsmaken. Dat heet in goed Nederlands: een mind fuck. Haal je eens iemand voor de geest waarvan jij zegt: Wow, dat zou ook willen! Iemand van statuur. Goeie kans dat je denkt: Wat een eigenheid, wat een autonomie. Soevereiniteit misschien zelfs wel. Iemand die zich niets gelegen laat liggen aan hoe het hoort. Iemand die zegt: ik doe het op mijn manier. Maar ondertussen, wat doen we? Het omgekeerde. We laten ons zo beëindrucken. En geloof me, ik weet daar zelf alles van – meer dan me lief is. Het doet me denken aan Saskia. Zij was een high potential bij een kennisdirectie op een departement. Ze adviseerde rechtstreeks de minister. Ze ging met haar man mee naar Afrika. Ze nam onstlag, en had nog een paar maanden te gaan. Het werd een prachtige maanden. Een gouden tijd. Iedereen vond het echt jammer dat ze ging: ‘Je adviezen waren de laatste tijd zó goed!’ Zelf zei ze: ‘Ik had niets meer te verliezen.’ Ze had alle schroom van zich afgeworpen. Ze vertelde wat ze op haar hart had. Ze deed eindelijk waarvoor ze was aangenomen: vertellen wat zij ervan dacht. We hebben het over aanwezig zijn. En stevig zijn. Minister Opstelten lijkt me de ultieme test. Die is zelf nogal aanwezig. En stevig. En uitgesproken. Sommigen zullen hem dominant vinden. Alleen al door zijn imponerende gestalte en zijn donkere timbre. Wat hij van u verwacht is eenzelfde aanwezigheid en stevigheid. Misschien wekt hij niet die indruk, maar het tegendeel is waar. Per slot, hij vroeg toch om reuring!? Ik heb het net bij hem gecheckt, vlak voor hij vertrok. Hij legde zijn hand vertrouwenwekkend op mijn schouder, keek me indringend aan en sprak langzaam en duidelijk: ‘Ik wil niets liever. Stevige en aanwezige ambtenaren, daar heb je wat aan.’ Dat voelde heel veilig. Gesproken column bij Reuring!Café, 20 november 2012

woensdag, november 14, 2012

VRIJ! is vrij (GRATIS download)

Vier jaar na het verschijnen van VRIJ! Leef je eigen leven is het zover. Het boek VRIJ! is zelf vrij. Vrij van banden die binden. Vrij om te gaan en vrij om zich te verspreiden. VRIJ! begint een tweede leven. Eigenlijk een nieuw leven. VRIJ! is vier jaar en loopt nu zelf. Staat op eigen benen. Want de uitgeefovereenkomst is beëindigd. En dat ga je merken.

 Je kunt VRIJ! nu GRATIS downloaden en lezen op je scherm (klik hier voor de pdf). Net als Zin! Leidinggeven aan jezelf en anderen. Dat is inmiddels duizenden keren binnengehaald en gedeeld. En nu komt VRIJ! erbij. VRIJ! Leef je eigen leven gaat over het nut van crisis, en transformatie als de opbrengst daarvan. Het leven gaat bergop en bergaf. Die weg omhoog en omlaag zit ook in dit boek. Het begint op een top en gaat naar een dal. Om van daaruit naar een volgende, hogere top te klimmen. Dat is ontwikkeling, dat is vooruitgang. Dat heet transformatie. Soms is daar een crisis voor nodig. Waar je beter uit kunt komen. VRIJ! Leef je eigen leven is een zoektocht naar vrijheid in het dagelijks leven. Het is persoonlijk en openhartig. Grote vrolijkheid en diepe ellende wisselen elkaar af. Lachen en huilen liggen dicht bij elkaar. Geschreven met humor en de nodige zelfspot. Voel je vrij om in te stappen waar jij wilt: het is jouw boek. ‘Beter nog dan het vorige boek. De schrijver had er duidelijk zin in. Het spelplezier spat van de pagina’s af. Een bevrijdend boek. Zinnig, en nergens zwaarwichtig.’Harry Starren, algemeen directeur de Baak, Management Centrum VNO-NCW ‘Zelden iets gezien dat zo overtuigend het hart van het leraarschap raakt. De tekst blijft boeien door de hoogst alerte en analytische geest van de auteur die eindeloos veel uitdagingen blijkt te kunnen vinden om zijn opdracht te vervullen: trachten het gewone leven te begrijpen.’Prof. Luc Stevens, hoogleraar orthopedagogiek, directeur NIVOZ, denktank voor onderwijs

donderdag, november 01, 2012

Als je in mijn hart kijkt

Twee keer, in 2006 en 2010, was ik lid van de landelijke programmacommissie van een kleine politieke partij. Lekker belangrijk. Frustrerend ook. Want ik heb meegemaakt wat er met bezielde vergezichten gebeurt als de dagelijkse politiek zich ermee gaat bemoeien. Als de kiezer in beeld komt... en een schrikbeeld wordt. Angst voor de kiezer. Daar begint de kloof. En de stagnatie. Gisteren was er een feestje te vieren. Vanwege het nieuwe kabinet. Twee grote partijen die het programma van een kleine partij gaan uitvoeren... Een partij die er ondertussen zelf niet bij is. De partij van de wijsneuzen. De eeuwige twijfelaars. Van de mensen die niet kunnen kiezen, tussen links en rechts. Maar daar ook geen zin in hebben. Omdat het nergens voor nodig is. Maar er is meer te vieren. Het lijkt wel of er een nieuwe stemming ontstaat. Kappûh! Met elkaar de gek houden, met verstoppertje spelen. En crisis helpt. Zestien miljard euro is een geweldige hefboom. Ik gun ons land de grootste crisis die we nodig om nu door te pakken. Om de bezieling terug te vinden die we zo missen. ‘Onze hoofden zijn vol, maar onze harten zijn leeg.’ En je kunt daar zelf iets aan doen. Je hoeft er niet voor op training, of nog een master te halen. Bezieling is verrassend dichtbij. Of ver weg. Laatst hoorde ik in een overleg de meest dodelijke opmerking die een ambtenaar kan maken: ‘Ja, als je in mijn hart kijkt...’ Let wel, dat is niet dodelijk voor een ander. Nee, het is een vorm van langzame en pijnlijke zelfdoding. Want daar gaat je eigenwaarde. Het is een ambtelijke vorm van suïcide. Je doodt er je eigen creativiteit en spontaniteit mee. Uiteindelijk je zelfrespect. Dat wil je toch niet? Het zou wat zijn als elke notitie aan de minister voortaan wordt afgesloten met de zinsnede: ‘Echter, als u in mijn hart kijkt...’ Gun de ander een kijkje in je hart. Dan hoef je niet meer naar de zoveelste opleiding. Want je weet het al. Vertel wat je op je hart hebt. En ben je het even kwijt? Vraag jezelf dan af: Waar ben ik in godsnaam mee bezig? Of: Hoe vertel ik dit vanavond thuis? Kijk in je hart. Voel wat daar te voelen valt. En gebruik dan je kop om er werk van te maken. Gesproken column bij Reuring! Café, 31 oktober 2012

maandag, oktober 08, 2012

Geen idee

Soms denk ik wel eens: Het lijkt me heerlijk om onbewust onbekwaam te zijn. Gewoon geen idee hebben. Lekker makkelijk. Al dat gedoe met je van van alles de hele dag bewust zijn, en ook nog van steeds meer... Tot ik me realiseerde: Maar ik ben onbewust onbekwaam! Want ik heb werkelijk geen idee van de complexiteit van het leven. Niet van mijn eigen leven en andermans leven, niet van het leven op deze wereld en van het leven in onze kosmos. Hmm, dat weet ik dan toch wel weer... Want stel je bijvoorbeeld voor, dat het echt waar is dat de wereld waarin wij leven uit elf dimensies zou bestaan. Elf! Want dat beweert de snaartheorie. Ik kan me er werkelijk geen voorstelling van maken. Eén dimensie meer dan de dagelijkse dimensies is voor mij al way out. Robbert Dijkgraaf probeert dat wel. Het is zijn werk, en zijn passie. Maar hij is ook gefascineerd door wat hij níet weet. En dat je dat ook weer niet weet! ‘Je weet niet eens dat je het niet weet,’ zoals dat noemt. 'Unknown unknowns.' Okee, toch bewust onbekwaam. Beter.

zaterdag, september 29, 2012

K I K K E K I E K J E S fototentoonstelling

Komt dat zien en geniet mee van mijn eerste fototentoonstelling | Bij Galerie Schippers, Kazernestraat 114a, Den Haag | Van zondag 30 september tot eind oktober 2012 | Open dinsdag tm zaterdag van 10 tot 17 uur | OPENING zondag 30 september 15u | Hier nog veel meer kikkekiekjes

maandag, september 03, 2012

Burn Out? Bore Out!

Jonge mensen willen graag een leuk leven. Tenminste, dat is wat ik me herinner. En om me heen zie. Helemaal geen zin om bezig te zijn met wat niet leuk is, of niet goed gaat. Goed voor te stellen. Deed ik ook. Het wordt zorgelijk als je daar mee bezig blijft als je ouder wordt. Verantwoordelijkheid helpt. Je knapt nergens zo van op als echt iets op je schouders hebben. Eerst verdwijnt het leuk. Het kan zelfs naar worden. Maar daarachter gloort iets moois: de rijkdom van het leven. De opbrengst van doorleefde ervaringen. Je krijgt het vanzelf voor je kiezen. Het leven trakteert je erop. Vaak in de vorm van tegenslag. Iemand zei: Ik gun je de grootste crisis die je nog net aankan... Je zult uiteindelijk nergens zo tevreden, dankbaar en gelukkig van worden! Veel jong talent loopt zich stierlijk te vervelen. Ze maken niet genoeg mee. Hebben ondertussen wel een grote mond. Ze krijgen geen burn out. Ze hebben een bore out. Overlaad ze met verantwoordelijkheid. Leer ze om hulp vragen. Laat ze ervaren dat ze iets niet weten, of niet kunnen. Dat het ook kan tegenzitten. Voor een groot deel van die generatie een onbekende ervaring: goed verzorgd, goed opgeleid en goed betaald. Maar nog niet zoveel meegemaakt. Ze hebben nooit gelift, het was direct een campingvlucht, of gewoon all inclusive. Dit is een bewerking van een column die verscheen in Tijdschrift voor Management Development, najaar 2012

dinsdag, augustus 14, 2012

Kappen met oordelen (Je ego, wat moet je ermee? deel 4, slot)

Hoeveel tijd besteden we aan oordelen over onszelf en anderen? Hoeveel energie verstoken we aan machteloos en gefrustreerd ergens iets van vinden? Ga eens een week lang, elke dag na hoeveel tijd je die dag besteed hebt aan gedachten, gesprekken en mails die te doen hebben met je wat je allemaal vond. Waarover. En over wie. En met wie je het daar over gehad hebt. En wat die daar dan weer van vond. En wat die dan ook nog te vertellen had. Ga maar door. Levert het je iets op? Word je er blij van? Oordelen en ‘ge-jij’ horen bij elkaar. Het ligt aan de ander, die heeft het gedaan. Wijzen en verwijten. ‘Jij-en’ is de grootste belemmering naar werkelijk succesvol zijn. Succesvol in de betekenis van blijvend succes – omdat je iets toevoegt, waardoor mensen bij je blijven of bij je terugkomen. Door te oordelen en het bijbehorende ‘ge-jij’ belast je je relaties en zorg je voor verwijdering en verwijten. Het eindigt in ruzie en gedoe – en dat kost tijd en energie. Dus ben je minder effectief, minder productief en minder creatief – en heb je minder succes. Andersom, hoe minder oordelen en hoe minder ‘ge-jij,’ hoe meer tijd en energie je hebt. Je bent creatiever, productiever en effectiever. Je hebt meer tijd en energie om je inspiratie en ideeën om te zetten in iets waar een ander op zit te wachten. Al weet die ander dat misschien nog niet. Dan heb je toegevoegde waarde. Succes verzekerd. En dan dit nog. Minder oordelen en minder ‘ge-jij’ helpen je ook om meer aandacht te hebben. Je bent gewoon minder afgeleid. Daardoor kun je met meer aandacht bij jezelf en in het moment zijn, en ben je ook in staat om aandacht voor een ander te hebben – en dat is een andere sleutel naar succes: werkelijke aandacht is een geschenk, aan jezelf en aan een ander. En dat betaalt zich ook nog eens terug – in de vorm van succes. Minder oordelen hebben en meer aandacht kunnen geven hangen samen. Je bent minder afgeleid, bent er beter bij. Je hebt meer oog voor wat er gebeurt. Je komt op betere ideeën. Je voegt meer toe. Het begin van succes. (Einde van deze serie van vier)

maandag, juli 30, 2012

Ik oordeel, dus ik besta (Je ego, wat moet je ermee? deel 3)

Door te oordelen, door iets van een ander te vinden, beperk je je zicht op die ander. Of het nou een positief of een negatief oordeel is, dat maakt niet uit. De ander is bijvoorbeeld leuk, of goed, of mooi, of fantastisch. Of vervelend, naar. Maar die ander is van alles! En je beperkt je beeld van de ander tot je oordeel over die ander. Waarmee je de ander per definitie tekort doet omdat je de ander niet meer als een geheel met heel veel kanten kunt zien. Als je iemand heel aardig vindt, of helemaal okee, dan is het best lastig om er iets minder aardigs aan op te merken. Want dat past niet in het plaatje dat je van die ander gemaakt hebt. Hetzelfde geldt andersom: iemand deugt niet – en kan dan ook weinig goeds meer doen. Door het plaatje dat je erop geplakt hebt. Op die sticker staat: Beperkt zicht! Om het verschil tussen waarnemen , oordelen en voelen te ervaren kun je het weer gebruiken. Bijvoorbeeld zonneschijn. ‘De zon schijnt,’ of: ‘De zon schijnt niet’ is een waarneming. Het doet (nog) niets met je, het is gewoon zo. ‘Goed dat de zon schijnt!’ of: ‘K... dat de zon niet schijnt!’ is een oordeel. Dat kun je ook voelen in je lijf. Je voelt waarschijnlijk iets samentrekken. ‘Fijn dat de zon schijnt’ of ‘Jammer dat de zon niet schijnt’ is de uitdrukking van een gevoel. Je voelt je blij of teleurgesteld. En misschien voel je in je lijf iets open gaan. Het is je ego dat zich van oordelen bedient: ‘Ik oordeel, dus ik besta.’ Om zich te onderscheiden – wat zomaar kan uitlopen op afscheiden. Want oordelen vernauwt. Het vernauwt het zicht op de ander. Eigenlijk zie je de ander niet meer. Je kijkt naar het beeld dat je van die ander gemaakt hebt. Je relatie bestaat op een gegeven moment uit de oordelen die je over elkaar hebt. Goed mens, fantastische kerel, klootzak, lul, toffe peer, lieverd, trut, ect. En we raken in verwarring als dat beeld niet klopt: de lieverd kan niets fout doen, en de klootzak kan niets goed doen. Daar komt nog bij dat de meeste oordelen ook nog projecties zijn. Spiegelingen, die vooral iets zeggen over degene die oordeelt. Look who’s talking. En kinderen weten het: ‘Wat je zegt ben je zel-luf..!’ (Wordt vervolgd - Dit is een aflevering uit de feuilleton andre-speelt-met-zijn-ego op de site van hetkind, een platform voor iedereen die is toegewijd aan de ontwikkeling van kinderen en jonge mensen.

maandag, juli 09, 2012

Het leven is een soap (Je ego, wat moet je ermee? deel 2)

De meester en de juf geven de hele dag door beoordelingen. Maar ze zeggen niet tegen de kinderen: ‘Jij bent goed, en jij bent fout.’ Want dat is geen beoordeling maar een oordeel. Toch doen we dat de hele dag door. De meester en de juf trouwens ook – in de lerarenkamer. Daar vinden ze van alles van elkaar. Net als de kinderen op het schoolplein: ‘Ik vind jou lief,’ of ‘Ik vind jou stom!’ Je ego heb je nodig om iets voor elkaar te krijgen. En ongemerkt speel je egospelletjes. Om overeind te blijven, je uit te drukken, jezelf te laten zien, en je te laten gelden. Dagwerk, en ’s nachts gaat het in je dromen door. Alles wat je vindt van jezelf, en alles wat je moet van jezelf. En alles wat je vindt van anderen, en alles wat anderen moeten van jou. Wat een drukte, en wat een gedoe. Jezelf groothouden, de boel ophouden. Keeping up appearances. Zes egospelletjes Egospelletjes zijn bekend en herkenbaar. 1. Ik ben de baas (en jij dus niet) 2. Ik heb gelijk (en jij hebt ongelijk) 3. Ik ben goed (en bent jij slecht) 4. Het is de schuld van de ander 5. Ik heb het echt niet gedaan 6. Ik heb het wel goed gedaan > Welke zijn op jou van toepassing? Van een afstandje gezien vaak bijzonder grappig. Alleen kunnen we er meestal niet om lachen. Wordt het een soap vol pijn en venijn. Terwijl je je dagelijks leven ook als komedie kunt beleven. Door eens om jezelf te lachen. Waar je nu weer in beland bent. Hoe ver je het nu weer hebt laten komen. Door je ego. Lachûh om je ègûh. Kijk ‘s avonds je eigen gedoe op de dag eens terug. En vooral de verwarring, de ongemakken, de verwijten, de ruzies. Allemaal bedoeld als bescherming en verdediging. En stel je daar dan bulderend publieksgelach bij voor. Alsof je in een hilarische cabaretvoorstelling zit. Bij het groothouden en de boel ophouden bedient je ego zich van oordelen. Met oordelen is op zich niets mis. We hebben oordeelsvermogen nodig om te kunnen leven. Je komt je dag niet door zonder allerlei afwegingen te maken en beslissingen te nemen. Allemaal gebaseerd op oordelen. Maar er is een wezenlijk verschil tussen beoordelen en waardeoordelen. Droge beoordelingen zorgen voor praktische onderscheiding. Waardeoordelen scheppen afscheiding. Het begint als onderscheiding: ik ben iemand anders dan jij. En dat kan zomaar eindigen als afscheiding: ik ben zo anders dan jij dat ik niets meer met jou te maken wil hebben. Terwijl je een relatie hebt of samenwerkt, en waarschijnlijk veel van elkaar weg hebt. (Wordt vervolgd)

maandag, juli 02, 2012

Zorgen delen (Verbinding)

De moeder wil aan haar dochter haar gevoelens van zorg niet laten zien. Dat heeft een geschiedenis. Als kind heeft de moeder zelf veel verantwoordelijkheid genomen. Beter, overgenomen van háár moeder. En nu wil ze haar dochter niet belasten. Om te voorkomen dat haar dochter zich verantwoordelijk gaat voelen en hetzelfde gaat doen als zij gedaan heeft - zorgen overnemen. Haar dochter voelt ondertussen wel dat er iets aan de hand is met haar moeder, maar ze begrijpt niet wat. En de moeder loopt in haar eentje rond met zorgen. En voelt zich weer net zo alleen als vroeger, toen ze zelf dochter was met de zorg van haar moeder op haar schouders. En haar dochter kan ondertussen niets voor haar doen. Sterker nog, ze baalt van haar moeder... De moeder kreeg op een dag door hoe het werkt. Hoe ze door zorgen niet te delen met haar dochter een afstand schept die ze zelf niet wil. Hoe haar zorgen er alleen maar groter door worden. Sterker nog, dat ze zelfs zorgen schèpt - door niet te delen. Want ze krijgt er nog zorgen bij - over de afstand en het gedoe met haar dochter. De moeder is haar dochter gaan vertellen waar ze zich zorgen over maakt. En haar dochter voelt zich niet belast. Want de moeder vertelt het niet om van haar zorgen af te zijn. Ze vertelt het haar dochter om te laten zien wat er in haar omgaat. Haar dochter kan nu met haar meeleven. Dat schept een band.

woensdag, juni 13, 2012

Ophouden met òphouden

Ik geloof het niet meer. Ik geloof niet meer wat mensen zeggen. Ook niet wat ik zelf zeg. Ik hoor zoveel onzin. Ook van mezelf. Mooie verhalen, kletsverhalen. ‘Hoe gaat het met je?’ ‘Goed!’ En nog erger: ‘Alles goed?!’ ‘Ja!’ Kan niet waar zijn! Waarom willen we elkaar zo graag laten geloven dat het goed gaat? En niet alleen de ander, om te beginnen onszelf. Waarom wil ik mezelf iets wijsmaken? Omdat ik denk dat ik het niet aan kan wanneer ik toegeef (daar gaat ie al!) dat er iets niet goed gaat. Want dan doe ik iets niet goed. Sterker nog, dan ben ik niet goed. Schaamte. Daarom moet ik het goed doen. Ik mag geen fouten maken. En als er iets niet goed gaat, denk ik ook nog dat ik het allemaal moet oplossen. Mijn eigen problemen, en andermans problemen. Want het is mijn schuld. Het komt allemaal door mij. Magisch denken, als een kind. En zeker in werksituaties kom ik daar zo maar in terecht. Pure regressie... En ik ben niet de enige. Welke mensen vinden we wijs? Mensen die uitgewogen zijn, in balans, begripvol, niet oordelend, toegankelijk, relativerend. Hoe komt het dat ze zo zijn? Ze zijn het geworden. Meestal door levenservaring. Wijze mensen hebben wat meegemaakt. Het leven aan den lijve ondervonden. Wijsheid ontstaat door levenservaring. Door te erkennen, al of niet noodgedwongen, dat het leven geen lolletje is. Want het leven is niet leuk... Het leven kan mooi zijn. En rijk. Maar leuk? Wie heeft ons toch ooit verteld dat het leven leuk zou zijn? Waar staat dat? ‘Leuk’ is toch veel te plat voor zoiets bijzonders als het leven? Al kom je daar meestal pas achter als je echt iets hebt meegemaakt. Ontslag, scheiding. Geboorte, ziekte, overlijden. Tegenslag en verlies – wat je juist dankbaar kan maken voor het leven. Ontkennen van tegenslag – beter, het ontkennen van de werkelijkheid, waar tegenslag onlosmakelijk aan verbonden is – is een garantie om onwijs te blijven. Blijven hangen in weerstand kost heel veel energie en levert evenmin wijsheid op. Je overleeft. Maar... of je leeft? Eigenlijk vecht je tegen het leven. En tegelijkertijd, niets is zo lastig als je voluit overgeven aan het leven. En gek genoeg begint voluit leven met de erkenning dat je op een dag oud bent, ziek wordt, en dood gaat. En dat laatste soms al voor je oud bent. En dat geldt ook voor iedereen om je heen. Iedereen wordt oud, ziek en gaat dood. Als je die werkelijkheid van het verval onder ogen kunt zien, misschien beter: durft, te zien, is het makkelijker om te zeggen hoe het is. Hoe het echt met je gaat. Vertellen waar je mee zit. Van binnen. Niet de klaagverhalen. Niet het leunen en steunen. Nee, je werkelijke zorgen. Niets is zo lastig als zeggen: ‘Ik zit ergens mee.’ We hebben blijkbaar geleerd dat we het allemaal zelf moeten kunnen, onze eigen zaakjes oplossen. Een ander daar niet mee lastig vallen. Zo lopen we onszelf groot te houden, en ons succesverhaal overeind te houden. Om onszelf vooral maar niet te laten kennen. Letterlijk. Met mij alles goed! Met mij niets aan de hand! Terwijl het precies andersom blijkt te zijn. Als je oprecht zegt: ‘Ik zit ergens mee. Ik weet het even niet. Wil je me helpen?’ staan de hulptroepen meestal klaar. De meeste mensen willen elkaar helpen. Sterker nog, een ander helpen doet goed. Je voelt je er goed door. En het doet de relatie goed. Als je ooit een ander hielp en zelf geholpen bent op een moment dat je het echt niet meer wist, dan heugt je dat. Dat blijft je bij, dat draag je met je mee. Je hebt samen iets meegemaakt. Het echte leven. Waarin je je niet groot hoeft te houden. En ophoudt met iets ophouden. Verschenen in Tijdschrift voor Management Development zomer 2012

zondag, juni 10, 2012

Voetstuk (Gevoel)

‘M’n vader huilde,’ vertelde ze toen ze terug kwam van de begrafenis van haar oma. ‘Voor mij viel hij van z’n voetstuk!’ Hij voldeed niet meer aan het stoere beeld dat ze van hem had: mijn vader huilt niet. Voor het eerst zag ze haar vader werkelijk z’n gevoel tonen. En daar schrok ze van. Zelf heeft ze grote moeite haar gevoel te tonen. Dat doe je niet, zeker niet in de stoere mannenwereld waarin ze werkt. Zo hielden vader en dochter elkaar al jaren voor de gek: ik heb wel gevoel maar ik laat het jou niet zien. Tot zijn moeder overleed. En zij naar een training ging omdat ze vastliep in haar werk. Omdat ze te weinig gevoel toonde.

dinsdag, juni 05, 2012

Stel je voor (Loslaten)

Ze is ziek, al jarenlang. Het is kanker. Ze heeft bijzonder vervelende relaties achter de rug. En ze had geen gelukkige jeugd. Ze wil flink en opgewekt zijn. Maar door alles heen voel je haar pijn en venijn, boosheid en teleurstelling. ‘Kun je je voorstellen dat je niet meer boos bent? En niet meer verdrietig? Teleurgesteld? Dat je verleden je geen pijn meer doet? Hoe zou je je dan voelen?’ vroeg ik haar. Ze kijkt me aan. Verward. Verbaasd ook. Dat kan toch niet? Ze lijkt boos te worden. En dan gebeurt het... Haar gezicht klaart op. Ze gaat rechtop zitten. En ineens weet ze dat ze zich beter zou voelen. Ondanks haar nare ziekte.

vrijdag, juni 01, 2012

Je ego, wat moet je ermee? (deel 1)

Succes klinkt ouderwets. Plat ook.
Succes betekent geld, status, macht. Banken en politiek. Ego. 
Daar wil je toch niet meer mee bezig zijn? Maar het is ook te kort door de bocht. Want wat is er mis met macht? Of met geld? Het is maar hoe je er mee omgaat. En daar ben je zelf bij. Tenminste, als je ego je niet in de weg zit. Want je ego kan het zomaar overnemen. En voor je het in de gaten heb verzeil je in gedoe. Wat je energie kost, je relaties belast en je afhoudt van succes. Ego als successtopper. Uiterlijk succes lijkt me niet iets dat je nog meetelt als je doodgaat. Ik kan me voorstellen dat op je sterfbed alleen nog maar telt wat je betekend hebt. Voor anderen, wel te verstaan. Wat heb je toegevoegd? Hoe rijk, machtig of beroemd je bent geworden maakt dan niet meer uit. Wel of je misschien een voorbeeld bent geweest. Of dat een ander je nu mist, om wie je werkelijk was en wat je betekende. Het enige wat hier blijft zijn de liefde en de inspiratie die je bracht. Daarom leeft Steve Jobs voort. In de producten Apple die zijn ideeën belichamen. In de schoonheid, de eenvoud en het gemak ervan. Je hebt wel een ego nodig om iets voor elkaar te krijgen. Zonder het ego van Steve Jobs hadden we geen i-pod, geen i-phone en geen i-pad. Met je ego kun je dingen voor elkaar krijgen. Je kunt er jezelf en je scheppingen mee in de wereld zetten. Maar wanneer slaat het om? Wanneer keert je ego zich tegen je? Waar wordt je ego een sta in de weg, een blok aan je been? Waar ik op uitkom is: als ik geloof dat ik mijn ego ook bèn, ik mijn ego aanzie voor wie ik wezenlijk ben, dan verwar ik mijn ego en mijn wezen. Dan doe ik mezelf hopeloos tekort. Want hopelijk is mijn wezen meer dan mijn ego. (Wordt vervolgd) Dit is deel 1 van een feuilleton op de site van hetkind, een platform voor iedereen die is toegewijd aan de ontwikkeling van kinderen en jonge mensen.

donderdag, mei 31, 2012

Pakketje (Aandacht)

De TNT Post-man keek me echt aan toen hij mij het pakketje overhandigde. Meestal kijkt een pakketjesman naar zijn scanner en het pakje. Ik trouwens ook. Wat zou het zijn? Wie is de afzender? Maar deze man deed dat niet. Hij keek mij aan, en ik keek terug. Hij zag mij, en ik zag hem. Dat voelt goed. Om iemand echt even te zien. Door naar mij te kijken liet hij zich zien. En omdat ik hem naar mij liet kijken liet ik mezelf zien. Zomaar even werkelijk contact. Zonder iets te zeggen. Alleen maar even aandachtig kijken, en terugkijken.

maandag, mei 21, 2012

Als een zeventienjarige (Voorstellingsvermogen)

Vorig jaar. Voor het eerst op trektocht. In Zuid-Limburg, met m’n rugzak om. Alles deed pijn. M’n benen, knieën, heupen, schouders. Ik voelde me een bejaarde. Wat ik volgens mijn kinderen ook ben - 'oude man' - maar dat terzijde. Ineens herinnerde ik mezelf als zeventienjarige – op vakantie, liftend en rondtrekkend in Frankrijk. Eerst uit chagrijn: toen ging het nog prima! Hoe makkelijk ik liep, met een rugzak om die drie keer zo zwaar was. Ik merkte dat ik anders begon te lopen. Sterker nog, ik was al anders aan het lopen. Fiefer en kwieker, in bejaardentermen. Sneller, lichter. Ik voelde me als degene waar ik aan dacht: een zeventienjarige. Zo werkt het dus. Je stelt je iets uit je eigen geschiedenis voor en zo ga je je weer voelen. Wat je dus met je geest kunt doen. Sindsdien denk ik aan die zeventienjarige jongen als ik even geen puf meer heb. Het helpt.

maandag, mei 14, 2012

‘Ja. En?’ vroeg oma (Niet oordelen)

Hij had een oma waaraan hij alles kon vertellen. Alles wat hem dwarszat of waar hij zich ongelukkig over voelde kon hij met haar bespreken. Over alles waar hij zich zorgen over maakte, of waar hij bang voor was, kon hij bij haar terecht. Het enige wat zijn oma zei wanneer hij vertelde was: ‘Ja. En?’ En dan vertelde hij verder. Zo drong hij steeds dieper door tot waar hij last van had, tot wat er knaagde of knelde. Vaak werd het probleem minder groot. Of verdween het zelfs. Hij kon dat allemaal leren omdat zijn oma niets vond. Als hij bij haar kwam met een verhaal gaf ze hem geen gelijk, en ook geen ongelijk. Ze praatte niet met hem mee, en sprak hem ook niet tegen. Oma luisterde naar hem. En oma oordeelde niet.

dinsdag, mei 08, 2012

Taoïst ('Dit is geen crisis, zo gaat het leven...')

Ik ken een wijs iemand die nooit een crisis meemaakt. Niet omdat hij nooit iets meemaakt, integendeel. Maar hij noemt een crisis geen crisis. Volgens hem is dat gewoon het leven. Zoals het mee kan zitten, zo zit het soms ook tegen. Zo gaat het leven nou eenmaal, op en neer. Voorspoed en tegenslag. Zoals je ook winst en verlies hebt, in een bedrijf of op de beurs. Dat is alles. Je er niet tegen verzetten. Gewoon meebewegen met het leven. Eigenlijk is ie taoïst. Maar dat vindt ie onzin. Ook weer zo’n naampje.

maandag, april 23, 2012

Zwaartekracht (Het mag er zijn)

Hij is een melancholische jongen van in de veertig. Ik ken hem van avonden bomen over het leven – leven, hoe doe je dat nou? Hij doet hetzelfde werk als ik, hij traint en coacht. Hij stelt vragen, luistert naar de antwoorden en vertelt wat hem opvalt. Mensen kunnen nogal kriegel van hem worden omdat hij vaak precies de vinger op de zere plek weet te leggen. En daar zit niet iedereen op te wachten. Ook al zitten ze in training, of al worden ze gecoacht. Weerstand heet dat. Natuurlijk loopt ook hij tegen zichzelf aan. Bijvoorbeeld tegen zijn eigen melancholische aard. Van nature is hij zwaar op de hand. Daarmee maakt hij het zichzelf niet makkelijk. Best een moeilijke jongen. Vooral voor zichzelf. Op een ochtend wordt hij wakker. Eigenlijk is hij nog in een halfslaap. Zijn gebruikelijke zwaarmoedigheid meldt zich. Nog niet helemaal wakker zegt hij zomaar: ‘Welkom!’. Ineens verwelkomt hij zijn eigen zwaarte. Vanaf dat moment, met de verwelkoming van zijn zwaarte, verdwijnt zijn zwaarmoedigheid. Tot zijn eigen verbazing. Hij deed het er niet om. Was er niet mee bezig, was er niet op uit. Het gebeurde, het welde in hem op. Het is al weer lang geleden. En nog steeds geen zwaarmoedigheid. Natuurlijk, zijn aard is niet veranderd. Hij blijft een hele serieuze jongen. Geen luchtige lachebek. Maar het moeilijke is er af. Hij is makkelijker. Sinds zijn zwaarte er mag zijn.

maandag, april 16, 2012

Dagopening (Liefde voor jezelf)


Op een ochtend wordt er aangebeld. Twee – zo te zien Surinaamse – dametjes staan op de stoep. Ze kijken me stralend aan en vragen of ze me een blaadje mogen geven. Ik zeg dat het goed is maar dat ik ze daarna niet meer wil zien. Daar moeten ze wel om lachen want ze weten dat ze toch weer langs komen. Ik ook.

Het blijken twee blaadjes te zijn. Ontwaakt! en daaronder De Wachttoren. Mijn oog valt op het woord SEKS dat daar groot op staat. Ik vraag of dit nummer over de liefde gaat. Ze moeten weer lachen en zeggen dat dat inderdaad het geval is: het gaat over de bijbelse kijk op liefde.

Ik vraag of die bijbelse kijk op liefde dan ook over liefde voor jezelf gaat. En met pretoogjes zegt de oudste van het stel: ‘Natuurlijk gaat het over liefde voor jezelf! Want als je geen liefde voor jezelf hebt, heb je een ander toch niets te geven?’

We zijn het helemaal eens. Ik bedank ze voor de dagopening.

maandag, april 09, 2012

Zoveel liefde...


Ze was 9 jaar toen haar vader overleed. Hij was 42. Het was een heftige tijd, voor iedereen. Familie, vrienden, collega’s.

Een heel intense tijd door zoveel persoonlijke betrokkenheid van zoveel mensen. Midden in het verdriet zei ze ineens: ‘Ik voel zoveel liefde’.

Ze benoemde precies wat er vrijkwam tijdens het stervensproces. Zoveel liefde.

vrijdag, april 06, 2012

En het leven gaat gewoon door



Het overleg in het Catshuis zit vast. Ze komen er niet uit, geven niet toe.

Om elkaar heen draaiende, bange mannen houden elkaar gevangen.

In Park Sorghvliet, het bos ernaast, bloeit een boom...

Gelukkig, het echte leven gaat gewoon door.

woensdag, maart 28, 2012

‘Hullie!’ ('Ik' zeggen)


Misschien wel het meest irritante aan de politiek... Iemand moet altijd de schuld hebben. Want hoor je nou eigenlijk als een politicus praat of twittert? ‘Zij’ dit, en ‘zij’ dat. En ‘zij’ zijn dan niet goed. En ‘wij’ uiteraard wel. De ander deugt niet. En ‘wij’ vanzelfsprekend wel.

Daarom zijn politici ook zo voorzichtig. Want morgen kunnen zij zelf de schuld krijgen. Dat krijg je van al dat een ander de schuld geven. Wie de bal kaatst kan hem terug verwachten. Dus daar begint ook het grote indekken. Als wij het maar niet gedaan hebben! ‘It wasn’t me...’

Daar begint ook het voor de gek houden. Want als je de hele dag door vertelt dat de ander niet deugt, houd je boel voor de gek. Want dat kan helemaal niet. Dat er echt niks deugt. Pim Fortuijn heeft het tot kunst verheven: ‘De puinhopen van Paars’. En nu is het goed gebruik.

Het ge-’Zij!’ is de nette vertaling van ‘Hullie!’ Het is taxichauffeurspraat. Die kunnen feilloze analyses ten beste geven van de toestand op straat en in het land. Meestal is het pijnlijk waar. Even pijnlijk zijn hun oplossingen. Meestal een verbod, of gewoon de doodstraf.

En om even door te gaan over taxichauffeurs: die praten graag over anderen. En geef toe, wie niet? Ik nu ook, over taxichauffeurs :-) Waar het op neer komt: een ander heeft het gedaan. De ander moet veranderen. De ander moet zich aanpassen. Of de ander moet vertrekken.

Het zou wat zijn als we ‘Ik’ gingen zeggen. Verantwoordelijkheid nemen voor onszelf. In plaats van ons druk te maken over een ander. ‘Wat kan ik doen?’ Daar kun je elke ochtend de dag mee beginnen. Sorry, daar kan ik elke ochtend de dag mee beginnen...

Laatst sprak ik een taxichauffeur. Gelijk maar gezegd, het was een vrouw. Van middelbare leeftijd. Wat een verstandig mens... Ze vertelde dat ze in opleiding was tot buschauffeur. Haar docent zei dat je een bepaald traject in een kwartier kon rijden. Ze geloofde er niets van.

Wat ze niet deed was stennis maken. Of eindeloze discussies voeren. Steun zoeken bij de andere deelnemers. ‘Hij!’ dit of ‘Hij!’ dat. Ze regelde een lege bus, en zei: ‘Kom. We gaan rijden.’ Na een kwartier waren ze nog niet halverwege het traject. Het was duidelijk. En klaar.

Ik zal niet meer mutsen over taxichauffeurs met hun ge-‘Hullie!’ Of over politici die ‘Zij!’ zeggen. Ik zal zelf ‘Ik ‘ zeggen als ik vind ergens iets van vind. En ik zal me beperken tot wat ik er aan kan doen. Een stukje op m’n blog schrijven. Vragen wat jij ervan vindt. En, wat vind je er van?

maandag, maart 26, 2012

Hulp vragen


Wat vind ik het lastig om te zeggen: ‘Ik zit ergens mee... Wil je me helpen?’ En wat een opluchting als ik dat toch doe.

En altijd word ik weer geholpen. Vaak wel anders dan ik dacht of wilde. Maar ik word geholpen. In ieder geval tot nu toe.

En niemand vind het raar. Sterker nog, ik merk dat mensen het fijn vinden – fijn dat ik mijn twijfels toen, en fijn om te helpen.

maandag, maart 19, 2012

Handig (Het slimste jongetje)


Op de lagere school was ik het slimste jongetje van de klas. Eigenlijk verveelde ik me, er was voor mij niet genoeg te leren.



Tot ik samen met het domste jongetje van de klas, die het niet lukte om genoeg te leren, de brommer van de juf moest schoonmaken.

De grijze Mobylette van juffrouw Moorees, ‘juffrouw motorsjees’. Poetsen en boenen. Met aluminiumfolie (net uitgevonden) de roest van de velgen laten verdwijnen.



Toen leerde ik dat ik niet echt goed was in werken met m'n handen. En dat het domme jongetje een stuk handiger was, en het nog slimmer aanpakte ook. ‘Goed voor de nederigheid’

Wat ik me ondertussen afvraag is: was het van de juf nou een opvoedkundig briljante zet, of een slimme truc om van ons af te zijn? Of allebei? Ik weet het niet.

dinsdag, maart 13, 2012

Breken om open te gaan


Het is jaren geleden dat ik hem gezien of gesproken heb. Hij heeft de crisis aan den lijve ondervonden. Van zijn bedrijf van tien mensen rest nog één man, hij zelf. Zijn vrijstaande huis werd een flat.

Maar hij is niet failliet gegaan, iedereen is betaald. Zijn relatie is steviger dan voorheen, en ze willen nu graag een kind. Hij is afgevallen, en gaat daar mee door. Hij is steeds zekerder van zijn geloof.

En hij is opener dan ooit. Hij vertelt wat hem raakt, en dat kun je aan zijn ogen zien. Hij hoeft zich niet meer groot te houden, laat zich minder gelden. Hij vindt het genoeg om er te zijn.

‘Blijkbaar moest ik breken om open te gaan,’ zegt hij.


‘There is a crack in everything, that’s how the light gets in.’
Leonard Cohen, Anthem

maandag, maart 05, 2012

Ik wist niet dat ik gelukkig was



Een workshop voor professionals. Over belemmeringen in ons dagelijks functioneren. Een onderzoek naar onderling gedoe – waar je zomaar in verzeild kan raken. Allemaal afleiding van wat je wilt: met plezier samen werken. En nodeloos verlies van energie – die je wilt besteden aan je passie, aan je werk. Niet aan gehannes met collega’s.

Via een visualisatie gaan we terug naar onze jeugd. Waar was je? Wat was je aan het doen? Hoe voelde je je toen? En wat is het grootste verschil met nu? Een deelnemer antwoordt: ‘Dat ik toen niet wist dat ik gelukkig was...’ Hij probeerde niet gelukkig te zijn. Hij was het gewoon. Had nergens spijt van. En geen zorgen. Geen verleden, geen toekomst. Hij leefde in het heden. Hij was gelukkig, in het nu. Zonder het zich bewust te zijn. Hij had er geen weet van.

Gelukkig maar, hij wist niet dat hij gelukkig was. Anders zou hij gelukkig willen blijven. En daar word je gegarandeerd ongelukkig van. Want gelukkig willen zijn werkt niet. Willen kan je van A naar B brengen. Maar je wil schiet tekort als het over geluk gaat. Erover denken helpt ook niet. Gelukkig zijn gebeurt in je hart. Je kunt het voelen als je niets wilt, en nergens aan denkt. Als een kind. Spelend en blij. Nog onbevangen.

[Verschenen als column op hetkind]

vrijdag, januari 20, 2012

Kiemen waar je blij van wordt


Je kunt meer dan je denkt. In ons hoofd zitten onze beperkingen. Daar denken we dat iets niet kan. Daarom helpt het om niet te denken maar te doen. Niet te denken of je iets doet (dan slaat de twijfel toe), wel hoe je het doet (daar kun je je hoofd goed bij gebruiken). En niemand hoeft het alleen te doen. Al kunnen we ons wel alleen voelen. En vanuit dat gevoel denken we dat we er alleen voor staan. Dat we het niet kunnen, soms zelfs het leven niet aan kunnen. Dat we hulp nodig hebben. Klopt. Niemand kan het alleen, we hebben elkaar nodig. We hebben behoefte aan de ander. We hebben behoefte aan nabijheid. We hebben behoefte aan liefde. En wie geeft die liefde? De ander. We worden gelukkig van andere mensen. Zoals we er ook ongelukkig van kunnen worden. Als onze liefde niet wordt beantwoord.

In de 20e eeuw zijn we eraan gewend geraakt dat er voor ons wordt gezorgd. Heel goed gezorgd zelfs. Door de overheid. De verzorgingsstaat. Daarmee gaat iets niet goed. Mensen met verstand van geld zeggen dat het onbetaalbaar wordt. Hoe dat ook zij, de overheid zorgde goed voor ons en wij konden ons ontwikkelen en ontplooien. We werden steeds beter opgeleid en raakten het steeds beter gewend. En sinds de jaren zestig hebben we onszelf ook nog bevrijd. Iedereen wil vrij zijn. Daarom is de discussie over hoofddoekjes zo verwarrend. Moslima’s willen vrij zijn om een attribuut te dragen dat volgens anderen nou juist staat voor onvrijheid. En willen het daarom verbieden. Wat heet dan vrijheid? Hoe dan ook, iedereen wil zich vrij voelen. ‘Het is mijn leven en ik doe wat ik wil.’ Dat is de stemming.

Dat bij vrijheid ook verantwoordelijkheid hoort is lastiger. Verantwoordelijkheid, daar zit niet iedereen op te wachten. ‘Dat maak ik zelf wel uit!’ Daar zit een gekke spanning. En zit je zo maar in een wonderlijk gesprek over de toenemende individualisering die onze samenleving onleefbaar zou maken. We vermoeden overal hufters en aso’s, en dat worden er alleen maar meer. En internet maakt mensen eenzaam. Nog eenzamer dan ze al zijn. Kortom, kommer en kwel. En nu ook nog die bezuinigingen. Afbraak van alles wat ons lief is en ons zekerheid verschafte. Ondertussen zijn we het meest welvarende en meest tevreden land ter wereld. Met de rijkste armen. Als je dan toch arm bent kun je dat maar beter in Nederland zijn. Eigenlijk ongelofelijk. Hoeveel geluk kun je hebben? Zeven miljard mensen hebben het minder goed. En wij zijn bang dat het minder wordt.

Het kan alleen maar beter worden. Als we op het andere been gaan staan. Van ‘zorg voor mij (en daar heb ik recht op)’ naar ‘waar kan ik zelf voor zorgen en waar kunnen we samen voor zorgen?’ Want we kunnen veel meer dan we denken. Als we niet denken in beperkingen. Als we gaan beseffen in welke overvloed we leven. En dan niet alleen de materiële overvloed die, inderdaad, niet gelijk verdeeld is. Nee, de overvloed aan energie die we allemaal hebben. Want de meeste mensen willen niet alleen graag geholpen worden, ze willen evengoed helpen. Daar hebben we energie genoeg voor. En je krijgt er energie van. Want helpen is bevredigend. Zo zitten we blijkbaar in elkaar. We willen niet alleen graag iets ontvangen maar ook graag iets geven. Zorg bijvoorbeeld. Of aandacht. We willen er graag voor een ander zijn - als het maar niet verplicht is. Want van moeten gaan we steigeren. Verplicht helpen verdommen we. Maar van onverplicht helpen knappen we voelbaar op.

Er komen kiemen op. Kiemen waar je blij van wordt. Mensen die elkaar onverplicht helpen. Mensen die zeggen ‘ik wil graag iets doen, als ik het op mijn manier mag doen’. Mensen die uit eigen beweging gelijkgestemden zoeken. Mensen die zich ongedwongen verbinden. Niet omdat het moet, maar omdat ze er zin in hebben.

Gesproken column tijdens InspiRAADZie - inspiratieavond van de gemeenteraad van Oss op 19 januari 2012.

donderdag, oktober 06, 2011

Your time is limited (Steve Jobs)



Steve Jobs is dood. Dat voelt naar. Z'n ideeën zijn nog springlevend. Hier is ie nog een keer op video, zijn Stanford Commencement Speech 2005‬.



“Your time is limited, so don't waste it living someone else's life. Don't be trapped by dogma - which is living with the results of other people's thinking. Don't let the noise of other's opinions drown out your own inner voice. And most important, have the courage to follow your heart and intuition. They somehow already know what you truly want to become. Everything else is secondary.”

Hier de volledige tekst van zijn toespraak.

Stay Hungry. Stay Foolish.

maandag, juni 13, 2011

'Das ist erforderlich' (Anselm Grün)


Anselm Grün komt aanrijden in zijn Golf. Hij is een Duitse monnik. Beroemd, pensioengerechtigd en rijdt zelf. Uit de achterklep haalt hij zijn habijt en trekt die aan over z'n gewone-mensenkloffie. De zonderling met slobberkleren en baard-van-een-paar-jaar verandert in een paar tellen in een opvallende verschijning. Iemand waar honderd man op zit te wachten. Om te horen over spiritueel leiderschap. Over aansluiten op je innerlijke bron. Je krachtbron van binnen. De bodem in jezelf te vinden.

Hij vertelt een doorleefd verhaal. En zegt geen woord teveel. Zijn Duits is te begrijpen, door de eenvoud van zijn boodschap, en van zijn woorden. Gelukkig, hij heeft geen geluksrecepten. Hij is zijn boodschap: matig, blijmoedig, begripvol. Hij gelooft niet in illusies. Verzet zich niet tegen het leven. Erkent zijn gevoelens. Durft stil te staan bij zijn emoties, duwt ze niet weg - ze mogen er zijn. Benoemt wat er in hem leeft. Erkent wat er is. En daarom gelukkig. Op zijn tijd.

Na afloop vraag ik me af hoe ik zijn verhaal kan plaatsen in deze tijd. In mijn beleving een spannende tijd, waarin veel los komt. Ik zie hem nog met iemand en een kopje koffie staan en vraag hem vlak voor hij vertrekt: 'Nu alles minder zeker wordt, er minder structuur is, systemen onder druk staan, wat vast staat niet meer zo vast is, er zoveel verandering gaande is, en er zoveel in beweging komt, is het dan juist zaak om verder in onszelf te zakken, af te dalen naar wie we werkelijk zijn - onszelf op een diepere laag te leren kennen en daar onze zekerheid te vinden? En zo uiterlijke zekerheid te vervangen door innerlijke zekerheid?' Met pretoogjes kijkt hij me aan: 'Das ist erforderlich.' Niet zomaar nodig, maar zelfs noodzakelijk.

woensdag, mei 25, 2011

Een stille revolutie, geen macht zonder gezag


Er is iets gaande. En ik probeer te begrijpen wat. Ik zie mensen opstaan en tevoorschijn komen. In een verlangen naar ruimte en vrijheid. Jezelf uitdrukken zoals je bent. Niet meer gehinderd door hoe het gaat en hoe het hoort. En ik zie de machthebbers schrikken. Het systeem verkrampen, de structuren onder druk staan. Je ziet het in Noord-Afrika en het Midden-Oosten – en wie weet waar binnenkort nog meer. Het zou zo maar een nieuw 1989, een nieuwe Wende kunnen worden. En ik zie het dichterbij, direct om me heen. In de organisaties waarvoor ik werk. Alleen daar niet in de vorm van een opstand. Meer een stille revolutie. Een beweging vol eigenheid, eigenzinnigheid en eigenwijsheid. Waarin vrouwen een weinig opvallende maar cruciale rol spelen.

Steeds meer vrouwen
De vrouwen rukken op. Steeds meer vrouwen in organisaties, op allerlei plekken. Vanouds in de zorg, en toen het onderwijs. Nu bij de overheid en in de rechterlijke macht. En in de advieswereld, op advocatenkantoren en in de voedingsindustrie. En inmiddels op andere niveaus. Eerst waren er alleen verpleegsters en assistentes, nu volop vrouwelijke dokters. Eerst alleen secretaresses, nu volop vrouwelijke advocaten en rechters. Op de universiteit zijn ze al in de meerderheid. En steeds meer werkende vrouwen, dat gaat werken – dat werkt door in de cultuur van organisaties. Feminisering. Dat impliceert dat er ooit masculinisering was. Klopt. Toen mannen de kost gingen verdienen en de vrouwen thuis bleven. Mannen eropuit trokken en vrouwen gingen zorgen - en mannen de baas werden. Wat zo ver ging dat je tot in de jaren zestig als vrouw werd ontslagen zodra je trouwde. Een aantal van onze moeders hebben het meegemaakt.

Steeds meer gelijkheid
Als je nu goed opgeleid en vijfentwintig bent maakt het hoegenaamd niet meer uit of je man of vrouw bent. De balans in organisaties is aan het verschuiven. Onderaan de piramide is er steeds meer gelijkheid. En over piramide gesproken, die is een stuk minder steil aan het worden. Het begint meer op zo’n uienkoepel op een Oostenrijks kerkje te lijken. Uitgedijd van onderen, door de steeds plattere organisatievormen. En hoe platter de organisatie, hoe meer gelijkheid, en hoe minder verschil – in verantwoordelijkheid, bevoegdheid, beloning, status, macht. Steeds minder afdelingen, steeds meer projectteams. En steeds meer gaat het over wat je in te brengen hebt, sterker nog: wie je bent. Je wordt voor een team gevraagd vanwege jouw specifieke kwaliteiten, om jouw unieke bijdrage. Je kostje is dus ook niet meer gekocht als je eenmaal in een functie zit. En die zijn er ook steeds minder.

Steeds meer nu
Twee bewegingen dus. Steeds meer vrouwen, en steeds meer gelijkheid. En een derde beweging. Minder opvallend, een stil proces. Mannen gaan minder werken. Steeds meer mannen werken vier dagen per week. Nog weinig veertigers en vijftigers, wel veel twintigers en dertigers. Jonge mensen lijken een ander arbeidsethos te hebben. Sterker nog, het is een woord dat ze niet eens kennen. Je werkt zoveel als je wilt, je werkt zoveel als volgens jou nodig is. Omdat je er plezier in hebt, of om de huur of hypotheek te betalen, of allebei. Vijf dagen is geen uitgangspunt. Het is andersom: hoeveel dagen wil ik eigenlijk werken? Waarbij hoogopgeleide mensen het makkelijk hebben, ze verdienen sowieso veel geld, meer dan genoeg om rond te komen, zeker als je samenwoont. Ze hebben hun ouders voor geld en carrière zien werken. Ze hebben de gevolgen ervan gezien. Teveel stress en te weinig thuis. Jonge mensen doen het anders. Maar wat wil je, als je een wereldreis van een jaar hebt gemaakt? Dan weet je dat er meer te koop is in de wereld dan vijf dagen per week opgesloten zitten in een kantoor. Dan wacht je niet met genieten van je leven tot je met pensioen gaat.

Steeds meer bewustzijn
Die ‘vrijheid, blijheid’ is een gruwel in de ogen van de calvinisten die ons waarschuwen voor de opkomende economieën. Want we moeten concurreren. Dat betekent volgens hen hard werken, uren maken, buffelen. Maar het is een denkfout. Want Chinezen werken harder, Indiërs zijn intelligenter en Brazilianen zijn beweeglijker. Daar is niet tegen op te boksen. Bovendien, we hebben het al gedaan. In de Gouden Eeuw, met onze VOC-mentaliteit. Die zijn we godzijdank bijna kwijt. Want we zijn verder, veel verder. We zijn hartstikke creatief en we kunnen bijzonder complexe zaken aan. We begrijpen heel goed andermans problemen en kunnen die helpen oplossen. Dat exporteren we, maar niet op een agressieve en overweldigende manier, zoals vroeger, want dat hoort daar niet bij. We beschikken inmiddels over een bewustzijn waarmee we veel kunnen overzien en nog meer begrijpen. Daar zit onze meerwaarde.

Steeds meer inlevingsvermogen
Hé, overzien en begrijpen, dat zijn toch vrouwelijke eigenschappen? En agressie en overweldiging, dat zijn toch mannelijke trekken? Zijn we dan watjes aan het worden? Ja, misschien wel. In ieder geval is inlevingsvermogen een steeds meer gewaardeerde kwaliteit aan het worden. Je kunnen inleven is ook het verschil tussen een manager en een leider. Een manager wil het voor elkaar krijgen op korte termijn, kost wat kost. Een leider gaat voor besluiten die breed worden gedragen – omdat mensen zich gehoord en begrepen voelen. Het verschil tussen collateral damage en duurzaamheid. En het toeval wil dat vrouwen nu eenmaal beter zijn in inleven dan mannen, en daardoor vaak betere beslissingen nemen. En mannen graag snel willen scoren, en vaak niet in de gaten wat ze daarmee aanrichten in hun relaties en omgeving.

Je overgeven aan de nieuwe werkelijkheid
Maar de tegenstelling mannen – vrouwen is te makkelijk. Het ligt net anders. Het gaat om mannelijke en vrouwelijke energie. We komen uit een wereld waarin de mannelijke energie overheersend is. Dat drukt zich uit in machtsstructuren en gezagsverhoudingen. En het werkt steeds minder. Hoe meer bewustzijn we ontwikkelen hoe minder we ons ergens iets aan gelegen laten liggen. Bevalt het je niet? Dan ga je ergens anders werken, of je begint voor jezelf. In de Arabische wereld zijn de mensen zich aan het bevrijden van dictators. Wij zijn ons aan het bevrijden van alle macht die geen gezag heeft. Het organisatiesysteem is gewend aan ‘kennis is macht’. Maar dat bestaat nauwelijks meer in onze wiki-wereld. Alles is toegankelijk, iedereen kan overal bij. Binnenkort kun je niemand meer voor de gek houden, want alles wordt doorzichtig. Daar zit je dan, als leidinggevende vijftigplusser, gewend aan slim doen en handig zijn, iedereen te snel af. Dan rest nog maar een ding: je overgeven aan de nieuwe werkelijkheid. Waarin mannelijk en vrouwelijk samen opgaan en elkaar aanvullen. Een werkelijkheid waarin van vrouwen stevigheid en besluitvaardigheid wordt gevraagd, en van mannen zachtheid en begrip.

(Verschenen in: Tijdschrift voor Management Development jaargang 19, nummer 2, zomer 2011)

woensdag, april 20, 2011

Leadership is overglorified (Derek Sivers)




Leadership Lessons from Dancing Guy - de ultieme relativering van alle verhalen over leiderschap, < 3 min. video van Derek Sivers

dinsdag, april 19, 2011

Den Haag is een dorp



Een van onze buren, Paul, heeft een ongeneeslijke spierziekte, ALS. Hij wordt steeds zwakker en raakt op den duur volledig verlamd. Een paar jaar geleden nog een gezonde, actieve kerel, groot en sterk, nu zit hij een elektrisch wagentje. Hij was altijd hun huis aan het verbouwen, nu wordt het voor hem verbouwd. Hij kan nauwelijks meer praten, communiceert via een spraakcomputer en heeft 24-uurs verzorging nodig. Hij is halverwege de veertig, hij is getrouwd en heeft twee kinderen, op de basisschool.

Paul heeft een sterke vrouw, Myra. Ze heeft het zwaar maar ze zit niet bij de pakken neer. En ze kan goed organiseren, op een manier die uitnodigend en aanstekelijk is. Vlak voor Sinterklaas gaven Paul en Myra een feest, in het café op het plein om de hoek. Aanleiding was de verjaardag van hen allebei. Reden was hun dankbaarheid. Het stond er vol. Helemaal vol met mensen die op de een of andere manier ‘iets’ doen voor hun gezin.

Tientallen mensen die de kinderen naar school brengen, boodschappen doen en koken, bedden verschonen en de was doen, Paul’s lunch verzorgen en hem medicijnen geven, de kinderen uit school halen, de kinderen naar balletles en het voetbal brengen, en weer halen - tot en met de tafel afruimen, de katttenbak doen, de vuilnisbakken, de broodtrommels, de ontbijtboel, de weekboodschappen, en hulp bij de administratie.

Allemaal vrijwillig aangeboden. Door opa en oma, vrienden, bekenden, buren. Vaak uit henzelf, er is allerlei eigen initiatief. Zo heeft een van de buren voor de zaterdag een kooktoerbeurt georganiseerd. Acht buren doen mee. Rond zessen kun je een van hen met een warme pan of ovenschaal over straat zien gaan. Nog leuker dan de taartenbakwedstrijd op het jaarlijkse straatfeest. Want nu gaat het ook nog ergens over.

Dit zei Myra in haar ‘feestrede’: ‘Ik weet dat iedereen onze dankbaarheid wegwuift met ‘Geen moeite, graag gedaan’. Voor ons is het niet vanzelfsprekend. Vooral mijn leven zou er anders uitzien, als jullie er niet voor ons zouden zijn. Door jullie inzet kan ik ook nog min of meer gewoon ‘de vrouw van’ en ‘de moeder van’ zijn, ben ik niet alleen de facilitaire dienst en de verzorging. We kunnen nog tijd voor elkaar nemen en samen leuke dingen doen. Laten we het glas heffen op onszelf, op elkaar en op het leven! Proost!’

Ton, de vader van Myra, gepensioneerd en toegewijd, zag het allemaal aan op het feest in het café. De opgewektheid, de blijdschap, de dankbaarheid. De mix van licht en zwaar. En hij zegt: ‘Ik woon in een dorp, daar zou je dit verwachten. Maar hoe jullie dit hier in de stad voor elkaar doen, dat heb ik bij ons nog niet meegemaakt.’

Gesproken column tijdens het Reuring! Café van dinsdag 19 april 2011.

zondag, maart 20, 2011

Allemaal mensen

maandag, maart 14, 2011

Weten dat je het niet weet

DSC00106

Om negen uur begint de wekelijkse vrijdagochtendbespreking op het partijbureau. Door de kabinetscrisis moet het verkiezingsprogramma –waar we nog maanden voor dachten te hebben – binnen de kortste keren klaar zijn. Het is mijn taak om, net als een kleine vier jaar eerder, de inleiding te schrijven. Rode draad, het grote geheel. Dat doe ik niet alleen, daar werk je met z’n allen aan. Alleen al omdat iedereen daar wel iets van vindt. Zo’n inleiding wordt dan ook vanzelf behoorlijk omvangrijk. Dus er is ‘een inleiding van de inleiding’ nodig. Overstijgend en overtuigend. Helemaal iets voor mij, vindt iedereen. Dat weet ik al een week. Maar het komt er niet uit. Ik kom er niet uit. Geen idee wat er in moet komen. Wat valt er nog meer te zeggen? Het moet die dag wel klaar zijn. De tijd dringt, de druk loopt op. ‘Alle ogen zijn gericht op Kwatta.’ Zo voel ik me. Niet goed.

Naar de kelder
‘Voor we beginnen wil ik graag wat zeggen. Ik heb net iets ontdekt. Over de inleiding van de inleiding, en over mezelf. Ik kan het niet alleen. Ik heb jullie nodig.’ Verbazing, ongeloof. Hoezo? Wat bedoel je? ‘Echt. Ik kan dit niet alleen. Ik heb jullie nodig.’ Verwarring. Begin van ergernis. Kom joh, dat kun jij toch? ‘Ik meen het. Ik kan het echt niet alleen. Ik heb jullie hulp nodig.’ Dan zeggen de twee jongsten - slimme jongens, aanstormend talent - ‘We helpen je.’ We gaan naar de kelder. Onder de kloostermoppen praten we ruim een uur. ‘Bedankt jongens, ik ben eruit.’ De stroom komt op gang en ’s middags mail ik een paar honderd woorden rond. Onmiddellijk reacties. Mail, sms, telefoon. Niet gebruikelijk. Oprechte complimenten. Al helemaal niet gebruikelijk, zeker niet in de politiek.

Niets meer aan doen
De volgende ochtend is de grote afrondende bijeenkomst met alle direct betrokkenen bij het programma. Als dagopening lees ik het stuk voor. Doodse stilte. ‘Amen’ zegt iemand op het eind. ‘Wat ze ook zeggen, niets meer aan doen’ zegt een mediakanjer naast me. Middenin het verhaal staat de sleutelzin, waar ik me pas echt van bewust van word als de krant die – min of meer verbaasd – aanhaalt: ‘Geen mens kan zonder de ander. We hebben elkaar nodig’.

Ik weet het niet
De feministes in de jaren zestig zeiden ‘het persoonlijke is politiek’. Of ze ook bedoelden dat de oplossing van een persoonlijk probleem de kern van een gezamenlijke kijk op de samenleving blijkt te zijn weet ik niet. Wat ik wel weet is dat ik het vaak niet weet. Meestal eigenlijk niet. En als ik dat durf te erkennen kom ik eruit. Andersom, als ik niet kan toegeven dat ik het niet weet dan heb ik een probleem. En ik niet alleen, mijn omgeving ook. Want dan lever ik niet waar anderen op wachten. En van mij verwachten, net als ikzelf. Maar ik hoef het niet alleen te doen. Dat denk ik maar. Niet goed voor m’n gezondheid. Dodelijke gedachte.

Laat gaan
Uiteindelijk hebben we het over ego. Want het is m’n ego dat mij, en mijn omgeving, wil doen geloven dat ik alles weet en niet om hulp hoef te vragen. M’n ego heeft me ver gebracht – in een programmacommissie!, columnist bij een tijdschrift! – maar het zit me net zo goed in de weg. ‘Ikke, ikke, ikke...’ Daarnaast de beelden die ik blijkbaar over mezelf en het leven heb: ik moet alles kunnen, en ik mag anderen niet lastig vallen. Hoe verzin je het? Wie zegt dat? Hoe kun je jezelf in de weg zitten? Domweg oude patronen, met de nadruk op dom. Niet meer nodig. Afscheid van nemen. Laten gaan. Al doet dat zeer. Want het is ‘ik’. Maar wel m’n kleine ‘ik’. Het is m’n grote ‘IK’ die kan zeggen: ‘Ik kan het niet alleen. Ik heb jullie nodig.’


Aan management developers de taak om (toekomstige) managers hun eigen kleine ‘ik’ te leren kennen, er van een afstand naar te kijken, en ze de enorme potentie van hun grote ‘IK’ te laten ontdekken. Want ook grote managers en leiders kunnen het niet alleen. Juist zij niet.


(Verschenen in: Tijdschrift voor Management Development jaargang 19, nummer 1, voorjaar 2011)

woensdag, februari 09, 2011

In gesprek met Otto Scharmer (Theorie U)

Maandag 7 februari jl gaf Otto Scharmer - bekend van Theorie U, en het gelijknamige boek dat hij een jaar geleden in Amsterdam presenteerde - een Masterclass op de conferentie 'Elk kind is een belofte' van de stichting Duurzaam Leren.

Voor het NIVOZ en het kind stelde ik hem één brandende vraag: 'Wat is het beste advies dat u kunt geven aan iemand die elke dag staat voor de klas staat ?'

Hier is zijn antwoord, bescheiden, verrassend en indringend - en niet alleen relevant voor leerkrachten, maar voor iedereen die dagelijks met mensen werkt:


Otto Scharmer - De 6e conferentie Duurzaam Leren from 21/12 PRODUCTIES on Vimeo.



Dr Otto Scharmer (MIT) on learning and learning environments


Sustainable Learning Conference, February 7, 2011, Den Haag, NL

The greatest advice I can give is something I have come to learn in my own learning process: every profound process of learning is not about filling an empty barrel called ‘student’ with knowledge until it is full. The learning process is basically about igniting a flame. Igniting a flame and using that, you could almost say a sacred source, of wandering, of questioning, of aspiring to know. Of grasping something larger than just myself, to nurture that, to hold the space for that and to partner with that sacred force of learning. That flame is the deeper humanity within us, the knowledge that I already bring when I am growing up, when I am being born.

I do a lot of advanced knowledge creation and work with younger and senior leaders, institutions and organizations and what I really do... Is not just knowledge about the world, but the most important is knowledge about yourself, self knowledge. It is that dimension of knowledge, knowing who you are, as a human being, and what the difference is you want to make in the world.

In adult populations self knowledge is the most difficult to teach and yet the most important one to attend to and also the most appreciated from the side of the learners. I experience this across sectors in society and cultures all over the world. There is a deep hunger for that. I also experience that with twenty-somethings at MIT. The younger generations coming in are much more open for that deeper self knowledge than we would have been a generation ago. I think it goes deeper and deeper into the student generation that now is attending the schools.

If I have any core competence than it is being a teacher – that is what I am feeling a little comfortable to talk about, based on my own experience. So how do you operate as a teacher? Self knowledge can not be taught from outside. You can only make the learner become aware of what they already know. That’s really the essence of self knowledge and the deeper work of learning in leadership in all institutions today. Because I know a few people from the younger generations... I think what is new in this century, is that people wake up to that level of inquiry and interest and knowing, way before we used to when we grew up. I think that’s the cutting edge of learning.

So how do you attend to all these different biographies, to helping people to explore context that can help to become aware of who you really are and what is the main mechanism there? One of the main mechanisms I am using, in finding out who I really am – much is about reflecting – is by moving out into the world. By having deep emerging experiences with different 'pockets' of society – particularly the underprivileged, the voiceless, the powerless. As I connect to them I become part of the social field. That social field is opening up my deeper capacities of empathy, of feeling, of attending. It’s not just emotion – it’s how I connect to the larger social field around us. That’s the real source of entrepreneurship, of innovation, and also of cohesion in society that very often is about to break apart as we know – even here in Holland, which has always has been the role model for integration. We know it is already broken apart in other countries.

Another aspect that I am focusing on in my environments of adult learning is not only to help people to access to empathy but also to help people to open to the deeper capacities of will – the Open Will. The Open Will has to do with my hand, with the doing, with learning by doing. People across all cultures very naturally connect to this learning by doing. I think it is much more important today than it was a generation or two ago, because the learning is through doing it, not just through theoretical models. The open will also means having a deeper knowing of who you really are and the change that you want to bring about. So those are environments that if you want to create them as an educator, what you do is on the one hand you allow people to have deeper emerging experiences in society at special topics, you allow them to create experiments where they help, where they try to make a difference in society and you help them to create deeper reflective spaces.

One practice I am using myself when I work with groups or with teams is that, every evening before going to sleep, I try to put myself into the service of that community, of these people. Just to align your own attention with the purpose, helping these groups or individuals to connect with their deeper capacity of creating and of making a difference. That is what I have found useful and a little bit my own experience.

maandag, januari 31, 2011

Zonne Energie

November 1988 stond ik 's nachts bij de Berlijnse Muur. Het was koud en donker. Kale wachttorens, onneembaar en naargeestig. Er ging ineens een telefoon. Zo'n ouderwets geluid, dat iedereen nu als ringtoon heeft - maar dan vele malen indringender. Ik schrok me rot. Als iemand me toen gezegd had: 'Over een jaar staan op deze muur mensen te dansen' had ik het niet geloofd. Gaatje in je hoofd. Precies een jaar later was het zover. Genoeg kritische massa, het was niet meer te houden. Precies wat nu in Noord-Afrika gebeurd. Dat leek tot voor kort ook niet mogelijk.

De gebeurtenissen in Egypte doen me weer denken aan een artikel dat ik meer dan tien jaar geleden schreef. Door een blog van Michel Gastkemper werd ik eraan herinnerd. Niet wetenschappelijk van opzet, nauwelijks onderbouwd - intuïtief en narratief. Het verscheen zomer 2001 in Jonas magazine. Hieronder een bewerking, aangepast aan de actualiteit. Oordeel zelf over de relevantie.


Augustus 1980 stap ik samen met mijn beste kameraad op de stadstram in Boedapest. We zijn al anderhalve maand op reis door de Balkan en Oost-Europa. We horen net over de stakingen op de Poolse werven van Gdansk. Solidariteit, Lech Walesa. Ik moet onwillekeurig denken aan de Praagse Lente. Alexander Dubcek, 1968. En dan aan de opstand in het land waar we nu zijn, Hongarije, 1956. In de muren van sommige gebouwen zijn de kogelgaten nog te zien. 'Gek hè?, zeg ik in de schuddende tram tegen Maarten, die geschiedenis studeert. 'De Praagse Lente is toch twaalf jaar geleden? En de Hongaarse opstand weer twaalf jaar daarvoor?' 'Nou èn?', zegt Maarten. 'Dat is toch opmerkelijk?', roep ik boven het gepiep en geknars van de stadsboemel uit. Hij haalt z’n schouders op, kan er niets mee. Ik laat het er verder bij.

Het is Quatorze Juillet, 1989. Op de Champs Elysée kijk ik samen met duizenden anderen naar tientallen jonge Chinezen die bellend naast hun fiets lopen. De opstand op het Plein van de Hemelse Vrede is net neergeslagen. Als een (machteloos) gebaar van solidariteit zijn gevluchte studenten uitgenodigd deel te nemen aan het grandioze defilé ter viering van tweehonderd jaar Franse vrijheid, gelijkheid en broederschap. De studentendemonstraties die Frankrijk in mei ’68 verscheurden, liggen ver achter ons.

Maar die bellende studenten zijn pas het begin. De opstand in Beijing werd nog neergeslagen, maar een paar maanden later is het niet meer te houden. Er hangt iets in de lucht: spanning, opwinding. Er staat iets te gebeuren, en hoe: de Berlijnse Muur wordt met enorme hamers gesloopt. Die mokerslagen lijken het startschot voor een wereldwijde run naar de vrijheid. De Sovjet-Unie begint uit elkaar te vallen en zelfs (of juist) Michael Gorbatsjov kan niet meer stoppen wat in gang is gezet. Nelson Mandela loopt als een vorst de vrijheid tegemoet, de Apartheid wordt bij wet opgeheven.

Na de Tweede Wereldoorlog zat er voor de meeste koloniale mogendheden niets anders op dan hun overzeese gebieden langzaam maar zeker te laten gaan. Bewegingen van onderop waren niet te stuiten, meestal aangevoerd door een charismatische leider. Gandhi in India, Soekarno in wat ooit 'Ons Indië' was. Vanaf WO II is er een ritme, een cadans. Eerst ontstaat er onrust, een kleine beweging. Nog nauwelijks merkbaar of zichtbaar, maar energie begint zich samen te ballen. Dan ineens, zonder duidelijk aanwijsbare reden, laaien de vlammen op. Op hetzelfde moment gebeuren op verschillende plaatsen ineens vergelijkbare dingen. Het werkt aanstekelijk, heel snel doen velen mee. Het gaat als een lopend vuurtje. Het lijkt wel een internationale choreografie, wereldwijd vol vuur gedanst.

En het gaat met sprongen in de tijd. Midden jaren veertig: de dekolonisatie van India, Indonesië; tweede helft jaren vijftig: Hongaarse opstand, Cubaanse revolutie; eind jaren zestig: Praagse lente, studentenopstanden van mei ’68; eind jaren zeventig: Iran, Nicaragua, Polen; eind jaren tachtig/begin jaren negentig: Plein van de Hemelse Vrede, Berlijnse Muur, uiteenvallen Sovjet Unie, opheffing apartheid, Nelson Mandela vrij; en begin deze eeuw, in 2001 nine-eleven, 11 september - in het Westen een onbegrijpelijk drama, door veel moslims gevierd als een overwinning. En nu lijkt het niet meer te houden in Noord-Afrika en misschien slaat het wel over naar de hele Arabische wereld. Regimes beginnen om te vallen. De massa's voelen de macht van het getal.

Ongeveer elke tien, elf, twaalf jaar gebeurt er 'iets' dat verband houdt met losmaken, opstand, bevrijding. Het is steeds een beweging van onderaf. Machthebbers zonder gezag of legitimiteit liggen onder vuur. Mensen gaan de straat op, (een deel van) de wereld staat even in vuur en vlam. Verhitte strijd die op sympathie van velen kan rekenen: het zijn vaak idealen die aanstekelijk werken.

Sinds het midden van de negentiende eeuw weten we dat de zonneactiviteit een cyclus van ruim elf jaar kent: de zonnevlekken. Dan slaan enorme vlammen uit de zon richting aarde. De afgelopen vijftig jaar gebeurde dat midden jaren veertig, tweede helft jaren vijftig, eind jaren zestig, eind jaren zeventig, eind jaren tachtig/begin jaren negentig en in de eerste jaren van deze eeuw. En nu weer. Deze week nog in de krant en op het web: een simultane dubbele eruptie van de zon (foto boven).

Gemiddeld elke elf jaar is er verhoogde zonneactiviteit en ongeveer elke elf jaar maken we een periode van verhoogde politieke activiteit mee. 'Zomaar, ineens.' Aanstekelijk activisme, gevoed door idealen van vrijheid en onafhankelijkheid. En niet alleen het ritme van elf jaar komt overeen, ook de tijdsmomenten lopen synchroon. De politieke stormen woeden in dezelfde jaren als de zonnestormen.

maandag, januari 17, 2011

‘Zomaar’ moeilijk opvoedbaar


Een waargebeurd verhaal, niet zo lang geleden (er waren nog asbakken in het openbaar vervoer). Gehoord bij het NIVOZ, van een bekende Duitse orthopedagoog, Beate Letschert. Hoe gewone kinderen ‘zomaar’ moeilijk opvoedbare kinderen kunnen worden. Hoe het werkt.

Twee moeders staan te wachten op de metro. Ze zijn druk in gesprek. Tataratara. Ze hebben een klein meisje en een iets ouder jongetje bij zich. Die zijn allebei nog te jong om al naar school te gaan. Ze hebben geen deel aan het gesprek van de moeders. Het meisje ligt schattig in haar wagentje. Het jongetje staat er wat verloren bij.

Hij probeert de aandacht van zijn moeder te trekken. De moeder reageert kort en snel en praat weer verder met de andere moeder. Tataratara. Het jongetje vraagt weer iets en de moeder wordt nu kortaf. En gaat weer door met de andere moeder. Tataratara. De metro arriveert en al pratend stappen de moeders met hun kinderen in. Tataratara.

In de metrowagen begint het jongetje te spelen met de klep van een asbak. Klepperdeklep. De moeder zegt: Hou daar mee op. Het jongetje stopt even, en begint dan weer. Klepperdeklepperdeklep. De moeder wordt nu boos. Het jongetje houdt dan even op, en gaat weer verder. Klepperdeklepperdeklepklep.

‘En dat kind gaat straks naar school,’ besluit Beate Letschert haar verhaal. Je zult dat jongetje maar in de klas krijgen. Erger nog, je zult hem maar zijn...

Beate Letschert is weer in het land: op woensdag 16 februari 2011, 's avonds te gast bij het NIVOZ in Driebergen.

zaterdag, december 18, 2010

Geniet

Twitter Delicious Facebook Digg Stumbleupon Favorites More