Wonderlijke tijden. Verstoring van de bestaande orde. Wat voor jou belangrijk is wordt bedreigd – en je zoekt steun, houvast, geborgenheid. Je behoefte aan zekerheid groeit, maar waar vind je die nog? De werkelijkheid schreeuwt je toe: ’Je bent op jezelf aangewezen!’ Ben je dus alleen? Nee! Want we zijn hier samen. Niemand is alleen. En we hebben elkaar nodig. Meer dan ooit. Deze tijd vraagt om tevoorschijn komen. Laten zien wie je bent. Je niet meer verschuilen maar meedoen. Inbrengen wat jij kunt bijdragen – door te doen waar jíj blij van wordt. En je door niets of niemand meer bang laten maken. Wanneer je de moed kunt opbrengen om voluit te leven – recht uit je hart, en geholpen door je hoofd – ben je minder alleen dan je denkt. Dan kun je steun, houvast en geborgenheid ervaren. Bij jezelf, en bij de ander. En dan heb je ook wat te geven – dan geef je wie jij in wezen bent.

maandag, september 10, 2007

Nederland in Afghanistan: Wie denken we wel niet dat we zijn?

Afghanistan, wat hebben we daar in hemelsnaam te zoeken? Wat waren ook alweer de argumenten om ons met die mensen te bemoeien? ‘Ze bieden er onderdak aan terroristen van Al-Qaida.’ Die zitten nu in Pakistan, inclusief Osama bin Laden. Onvindbaar voor onze alziende satellieten en alwetende intelligence. Wat gaan we nu doen? Pakistan bezetten? ‘De Taliban onderdrukt vrouwen, het is een wreed en onmenselijk regime’. Klopt, en daar zijn er nog meer van in deze wereld. Gaan onze jongens daar nu ook naar toe? Dan krijgen ze het nog druk. ‘Ze verbouwen er papaver.’ Ja, en waarom? Omdat onze verslaafden hier heroïne nodig hebben. Misschien moeten we daar wat aan doen (als daar al iets aan te doen valt).

Wie denken wij wel niet dat we zijn? Vrede brengen, veilig maken, weder opbouwen. In een land dat we niet kennen, met mensen waar we niets mee hebben, gewoonten die we niet begrijpen. Een land vol stammen die het bijna nergens met elkaar over eens kunnen worden. Met primitief en tribaal gedrag dat wij alleen nog maar uit de geschiedenisboekjes kennen. Waar een stamhoofd vaak een warlord blijkt te zijn (wat vaak nog een gerespecteerde functie is ook). De Hoekse en Kabeljauwse twisten, daar doet het aan denken. Inderdaad, aan het einde van onze middeleeuwen. En dat heeft hier honderd jaar geduurd.

Is het domweg de arrogantie van de macht? Van onze vermeende morele macht? Komt het omdat wij in het Westen het altijd beter weten, erger nog: ons moreel superieur voelen en zo dan ook graag gedragen? En dat dan internationale solidariteit noemen? Met honderdduizenden hebben we De Vliegeraar van Hosseini gelezen en denken nu: Zo gaat het niet langer! We zien in The National Geographic twee foto’s van een jonge vrouw met prachtige groene ogen en roepen: We komen u redden... of u wilt of niet! Is het zoiets? Maar de doden die nu terugkomen, is dat nu ons lesje in nederigheid? Net zoals Srebrenica? We konden die mannen niet redden. Maar dat maakt voor hun vrouwen niet uit. Wij (en niet de VN!) hebben het in hun ogen gedaan, bij ons ligt het verwijt.

Komen we er nu weer achter dat wat wij willen en ook denken te kunnen misschien wel onmogelijk is? Omdat het gewoonweg niet binnen onze macht ligt? Ondanks onze beste bedoelingen en onze nobele harten? Zijn we eigenlijk de padvinder die het oude vrouwtje de zebra overtrekt terwijl ze helemaal niet wil oversteken? Zo simpel ligt het vast niet. Er zijn ongetwijfeld heel veel Afghanen die graag een beter en gelukkiger leven willen. Die zo snel mogelijk afwillen van zowel Talibanstrijders als drugsmaffia. Boeren die graag wat anders dan papaver verbouwen als ze daar ook een boterham mee kunnen verdienen. Maar is wel mogelijk hen daarbij te helpen? Of moeten ze dit echt zelf doen? Zelf erachter komen hoe je met elkaar kunt samenleven? Net als wij door schade en schande wijzer zijn geworden?

'Mensen worden niet ontwikkeld, mensen ontwikkelen zichzelf’ was een gedenkwaardige uitspraak van Prins Claus. Mag iedereen ‘life and how to live it’ alsjeblieft op zijn eigen manier uitvinden? Zoals wij dat hier in dit land al ruziemakend ook gedaan hebben? Waardoor we gekomen zijn waar we zijn? Ja, het is verschrikkelijk om aan te moeten zien wat mensen elkaar aandoen. Dat ze elkaar het kot uitvechten, en elkaar uitmoorden. We weten er hier alles van. De Tweede Wereldoorlog is pas zestig jaar geleden. Vijftig miljoen doden in ons beschaafde Europa. En als nasleep de toen (en nu?) nog steeds niet uitgeraasde Balkan. Met als luguber hoogtepunt en moreel dieptepunt Srebrenica.

We moeten allemaal - elk mens, elke stam, elk volk, elk land - door meestal heel vervelende, vaak bijzonder nare ontwikkelingsfasen heen. En vaak gaat dat gepaard met veel verdriet en pijn, tot en met moord en doodslag. Verdriet en pijn over wat jou aangedaan is, en wat jij anderen vervolgens weer aan doet. ‘Revenge’ riepen heel veel Amerikanen na 9-11. Desnoods wraak op mensen die er niets mee te maken hebben. Zo werkt het blijkbaar. Tot iemand op een dag zegt: Ik doe niet meer mee. Ik wil geen oorlog meer. Ik begrijp dat geweld altijd en alleen maar nog meer geweld oproept. En zo kan het geweld langzaam maar zeker stoppen. En dan op een dag, misschien ooit, komt uit wat Frankie Goes To Hollywood zingt op Two Tribes: ‘Just think of it... War breaks out and nobody turns up’.

Maar dat is een lange weg. En een shortcut werkt niet. Je kunt een land niet tot een democratie bombarderen. Dat is een illusie. Zie Irak. Als bezetter kun je geen hearts & minds winnen. Dat is niet alleen naïef, dat is gewoon dom. Zie Irak. Geweld moet uitwoeden. Geweld met geweld onderdrukken zorgt ervoor dat het op een ander moment er minstens zo hard alsnog uitkomt. Als een bal die je onder water houdt. Zie Irak. Die gedachte is moeilijk te verdragen. Dat gevecht is nauwelijks aan te zien. Maar met de beste bedoelingen gaan meevechten maakt het allemaal nog veel erger. Zie Irak. Je kunt niet vechten voor vrede. En zeker niet voor andermans vrede. Je kunt geen vrede van buitenaf opleggen. Vrede komt van binnenuit, of niet. ‘Fighting for peace is like fucking for virginity.’

maandag, juli 16, 2007

Hersenkraker: Heb ik nu iets gewonnen?

Om de zomer door te komen een heuse hersenkraker.

Ron Rijghard beschrijft in de NRC van 20 april 2007 heel droog een kamerdebatje. Het gaat over cultuur en subsidies. De vertegenwoordiger van de Partij van de Vrijheid kiest een invalshoek waar andere kamerleden zich over opwinden. Maar niemand van dit intelligente en goedbetaalde gezelschap kan het betoog ontzenuwen. Niemand krijgt er speld tussen. Want iedereen denkt vanuit het adagium, paradigma zo je wilt, 'cultuur moet'. Maar waarom dan? Dat weet niemand helder te verwoorden. Wel veel politieke correctheid, heilige huisjes en morele verontwaardiging.

De PVV dwingt met hun extreme standpunten en soms rabiate opvattingen in ieder geval tot nadenken en positie kiezen. Wat dat betreft zijn het de (wees)kinderen van Pim Fortuyn. In dit geval tot het bedachtzaam formuleren van fundamentele gedachten over kunst en cultuur, en het nut en de noodzaakvan het subsidiëren ervan. Maar ja, kom daar maar eens om. De laatste die dat lukte was Piet Hein Donner, over de doodstraf, toen hij werd uitgedaagd door de LPF.

Hier het letterlijke verslag uit de krant, het leest als een toneelscript.
De kop luidde: Heb ik nu iets gewonnen?

Mijn partij wil 16 miljard bezuinigen. Dat kan op ontwikkelingshulp, diversiteitsbeleid en cultuur. Zo begon Martin Bosma van de Partij voor deVrijheid (PVV) gisteren zijn opvallende bijdrage aan het cultuurdebat in deTweede Kamer. Dat ging eigenlijk over de wetswijziging voor een nieuw systeem van subsidies verdelen. De redenering van PVVer Bosma was eenvoudig: minder belasting heffen, betekent meer geld bij het volk, dat dan zelf kunst kan kiezen. Subsidie is het juk van de collectieve dwang. Slechts één zinsdeel in de wet sprak hem aan: dat er werd gesproken van Nederlandse cultuur: In de multiculturele woestijn bloeit een bloem.

De woordvoerders van de andere partijen aarzelden hardop of ze dit wilden laten passeren, maar kozen voor een confrontatie.

Nicolaï (VVD): Uw redenering volgend, verdwijnt de opera.

Bosma: Nee hoor. De gegoede burger kan en zal meer betalen. Er zal minder publiek komen. Dat moeten we dan maar accepteren.

Halsema (GroenLinks): Hoeveel wilt u bezuinigen op het kunstbudget? De helft? Driekwart?

Bosma: Doe maar de helft. Dan is mijn partij gelukkig.

Van der Ham (D66): De Nederlandse cultuur heeft altijd geprofiteerd van buitenlandse inbreng. Weet u waar Vondel is geboren?

Bosma: Ik dacht in Keulen. Heb ik nu iets gewonnen?

Leerdam: Wat is uw definitie van Nederlandse cultuur?

Bosma: Tja, wat gangbaar is in Nederland. Cultuur die in Nederland bestaat. Is dit belangrijk?

Van der Ham: Helmert Woudenberg maakte een prachtvoorstelling over Fortuyn, die zelfs zijn familie tot tranen bracht.

Bosma: Er gaat via Rijk, gemeentes en provincies 2 miljard subsidie naar kunst. Daar mag Woudenberg wel iets moois van maken.

Tot zover het verslag. Breng daar maar eens iets tegen in...
Wie het weet mag het zeggen!

Jan Peter, Walk the Talk...


Grote woorden vragen om grote daden. 'Verantwoordelijkheid nemen' ligt premier Balkenende in de mond bestorven. Ik zou zeggen: ‘Jan Peter, walk the talk...’

In 2003 deed Nederland mee aan de inval in Irak. Een oorlog onder leiding van Amerika en Engeland. Een inval zonder steun van de Veiligheidsraad. Een oorlog op eigen houtje, van het duo Bush en Blair. Waarvan veel mensen zeiden: Dit is niet mijn oorlog. De gevolgen zien we dagelijks op tv. Dit is domweg Vietnam Revisited. Ik groeide op met beelden van napalmbombardenten, nu zien mijn kinderen zelfmoordaanslagen met autobommen in Baghdad. De geschiedenis herhaalt zich en we leren er niets van.

Leren heeft alles te maken met je bewust worden van dingen. Door ergens bij stil te staan. Er de volle aandacht voor te hebben. Balkenende, Bos en Rouvoet hebben bij de kabinetsformatie afgesproken om geen parlementair onderzoek toe te staan naar de toedracht van de betrokkenheid van Nederland bij de inval in Irak. Dat ontneemt ons de kans om iets te leren. Ik wil hier graag van leren. En misschien wel meer mensen. Dat lukt alleen als alle informatie ook bekend is en gedeeld wordt. Al is die, wie dan ook, onwelgevallig.

Mensen leren het meest van hun fouten. En die fouten onder ogen zien en ze toegeven doet pijn. Je voelt je schuldig, je schaamt je. De natuurlijke neiging is dus stilhouden. Heel begrijpelijk. Maar zolang je het stilhoudt leer je niets. Onderzoek, open durven zijn is de enige route. En wat is het alternatief? Alle vooroordelen over de politiek, 'regenten', 'hoge heren', 'zakkenvullers', weer bevestigen? De afkeer van Den Haag nog verder vergroten? De kloof tussen burger en politiek des te breder en dieper maken?

Een ding is voor mij zeker: ik voel me als burger van dit land absoluut niet serieus genomen. Drie heren die met elkaar bedisselen dat ik niet mag weten, wat er een paar jaar geleden bedisseld werd, door een van hen, met weer andere heren. Het is niet van deze tijd. En het is respectloos. Premier Balkenende, u bent de man die tegen mij zegt: neem uw verantwoordelijkheid als burger. Dat doe ik graag en dagelijks, bij deze!

Want andersom, als burger zou u willen zeggen: neem uw verantwoordelijkheid als minister-president, en leg verantwoording af. Ik wil u graag kunnen respecteren. Van mij hoeft u niet af te treden als er dingen boven water komen waarvan iedereen straks zegt: Hoe kon je? Allemaal wijsheid achteraf. Straks aftreden om iets uit 2003 is net zo suf als het kabinet-Kok dat op de valreep vertrok vanwege de val van Srbrenica, jaren ervoor.

Gooi de boel open, laat ons er allemaal van leren, maak waar nodig oprechte excuses dan zand erover. Nu krijg ik elke dag een beetje meer het gevoel dat er echt iets grondig mis is. Waar rook is daar is vuur. Zo simpel. Neem verantwoordelijkheid en laat ons allemaal leren van mogelijke fouten. Dan hoeven we ze misschien niet meer te maken. En als u er echt van overtuigd bent dat er uberhaupt geen fouten zijn gemaakt dan begrijp ik het hele probleem niet.

Fouten zijn bedacht om van te leren. Dat doen we al sinds de zondeval. Het is niet anders hier op aarde. Minister Donner zei het laatst zo mooi: ‘De mens is geneigd tot het kwade, en in staat tot het goede’. Meneer Balkenende, doe dat laatste, nu voedt u vooral de eerste gedachte. Hou op met rook maken. Leg verantwoording af. Dan kan ik zeggen: Balkenende, ik ben het vaak niet met hem eens, maar ik heb wel respect voor hem. Dan is de premier van dit land iemand die voor mij een voorbeeld is. Een voorbeeld van jezelf en anderen serieus nemen. 'Walk the talk'.

donderdag, juli 12, 2007

Je regrette... Ik zie nu dat ik zelf schaapachtig ben



Feministe en econoom Heleen Mees loopt te hoop tegen hoogopgeleide moeders die besluiten om (gedeeltelijk) te stoppen met werken of (tijdelijk) hun ambities bij te stellen om zich te kunnen wijden aan het grootbrengen van hun kinderen. De zweep erover. Het is een j’accuse, zegt ze in NRC Handelsblad van donderdag 5 juli 2007 tegen Japke-d. Bouma. Vrouwen verkwanselen hun talent als ze niet werken. Maar als ze ooit kinderen krijgt en dan toch stopt met werken zal ze een groot pamflet met excuses schrijven. Dat kan nu al. Een denkbeeldig Je regrette.

Vrijheid is een innerlijke overtuiging
Het spijt me, ik zat er naast. Niet een beetje, ik zat er echt helemaal naast. Op zich had ik wel gelijk, het grootste gelijk van de wereld. Maar het was mijn gelijk. Ik ben er achter dat iedereen zijn eigen gelijk heeft. En dat het geen zin heeft om andermans gelijk te bestrijden. Wel heeft het zin andermans, in dit geval andervrouws, gelijk te erkennen en te begrijpen. Ik heb de hoogopgeleide moeders van Nederland tekort gedaan door ze over een kam te scheren. Zonder zelf te weten wat het is om moeder te zijn, wat er dan met je gebeurt, mentaal, fysiek, emotioneel, hormonaal, spiritueel, heb ik er van alles van gevonden. Omdat het in mijn beperkte, nauw omkaderde wereldbeeld paste. Want als feministe vond ik dat iedere vrouw zelfstandig moet kunnen zijn. En dat doe je door te werken, zeker als je hoogopgeleid bent. Want de econoom in mij zei: Met die opleiding hoor je wat te doen. Ik begrijp nu dat je ook zonder te werken, zonder een eigen inkomen te hebben, zelfstandig kunt zijn en je onafhankelijk kunt voelen. Omdat je vrij voelen geen uiterlijk gegeven maar een innerlijke overtuiging is.

Irrationele beslissingen kunnen waardevol zijn
Het spijt me dat ik me heb lopen bemoeien met zaken die me niet aangaan. Ik begrijp nu dat dat niet alleen heel calvinistisch is, maar ook bijzonder moralistisch. Want wie ben ik om me op zo’n manier met andermans keuzes, met een ander haar leven te bemoeien. Met de beste bedoelingen heb ik mensen wakker willen schudden. En er zijn ook mensen wakker door geworden. Alleen heel anders dan ik me had voorgesteld: ze werden zich bewust van de juistheid, voor hen, op dat moment, van hun keuze! Het effect was dat vrouwen hardop gingen zeggen: Ja, zo doe ik dat op dit moment, daar kies ik nu heel bewust voor. Nu ben ik er voor mijn kinderen. Daar heb ik het volste recht toe. Ik voel me aan niets of niemand verplicht, hoogstens aan mijn kinderen, die ervan genieten dat ik er zo veel voor ze ben. Straks zie ik wel weer verder, nu eerst dit. Want ik trek het niet om hard te werken èn voluit moeder te zijn. Werken kan altijd nog, moeder zijn kan alleen in deze jaren... Ik begrijp nu dat er momenten en periodes in je leven kunnen zijn dat alles anders is, en dat je dan ook andere keuzes kunt maken. En dat beslissingen die niet rationeel lijken toch waardevol kunnen zijn.

Luisteren naar wat je gevoel je zegt
Het spijt me dat ik boos heb gedaan over en tegen mensen die ik niet eens ken. Het was allemaal ergernis over zaken die mij niet aangaan. Irrationele ergernis die ik ondertussen erg goed wist te beredeneren. Ergernis waar niemand om gevraagd had en die anderen nergens aan te danken hadden. Ik begrijp nu ook de boze reacties van mensen. Dat ze over mij zeiden: Ze heeft zelf zeker geen kinderen, of erger nog: Heeft ze zelf geen leuke moeder gehad? Dat ik er helemaal naast zat begreep ik toen iemand mij plagerig vroeg: Maar Heleen, ben je soms jaloers? Ik werd eerst razend, maar toen diegene daar hartelijk om moest lachen en ook bleef lachen durfde ik langzaam maar zeker iets tot me door te laten dringen: hoe ik mezelf loop op te jagen. En niet alleen mezelf, ook anderen. Ik joeg anderen op om op die manier mezelf te overtuigen: dat het goed is om te werken, zelf de kost te verdienen, en dat het niet alleen goed is maar ook moet, omdat ik me anders niet goed en ongelukkig, lees: niet zelfstandig en onvrij voel. Maar wat zou ik eigenlijk graag eens iets doen wat oneconomisch is, wat ogenschijnlijk helemaal niets oplevert of nergens toe bijdraagt. Even uit die tredmolen van eindeloos presteren en alsmaar hogerop. Gewoon even uitblazen. Ik begrijp nu dat je ook naar je gevoel kunt luisteren. Dat ik meer ben dan mijn overactieve hoofd. Opmerkzaam kunt reageren op signalen van je lichaam wanneer het zegt: Nu even niet.

Plezier hebben in wat je zelf doet
Het spijt me dat ik Nederlandse vrouwen schaapachtig heb genoemd. Iemand vertelde mij wat ze dacht toen ze voor het eerst mijn foto zag: Wat kijkt die schaapachtig... Omdat ze het tegen me durfde te zeggen kon ik er om lachen. En inderdaad, laat ik het nu maar zeggen, het is waar. Ik kan erg schaapachtig kijken. Ik vind het verschrikkelijk als ik mezelf daar op betrap. Ik begrijp nu dat het een prachtige projectie is. Ik zie overal om me heen wat ik van mezelf liever niet wil zien, van mezelf niet wil weten. Het belangrijkste wat ik geleerd heb is dat we niet allemaal hetzelfde in elkaar zitten. Dat ik zoveel energie en ambitie heb wil niet zeggen dat iedereen dat heeft of zou moeten hebben. En dat ik zo graag buiten de deur ben en mezelf in de schijnwerpers zet wil niet zeggen dat er iedereen daar plezier in heeft of zou moeten hebben. Ik begrijp dat het geen enkele zin heeft om me zo druk te maken over anderen. Ik kan maar een ding doen: zelf plezier hebben in wat ik doe. En anderen laten. Misschien ben ik dan een inspirerend voorbeeld voor anderen. Ook voor hoogopgeleide jonge moeders. Of niet, moeten ze zelf weten. Want ik ga er niet over.

maandag, juli 09, 2007

Workshop Mens Erger Je Niet!



Minder gedoe en meer resultaat
Ergernissen blokkeren een open communicatie, irritaties belemmeren een neutrale waarneming en allergieën staan een vruchtbare samenwerking in de weg. Het gebeurt elke dag. Mens erger je niet! Inderdaad, ‘Het meest gespeelde spel’! Ondertussen kost het veel tijd en energie. Wil je dat? Of kun je er ook iets aan doen?

Verschrikkelijk irritant gedrag van anderen
Je kunt ergernissen ook gebruiken. Om jezelf beter te leren kennen en meer uit jezelf te halen. Bij de workshop Mens Erger Je Niet! komt irritant gedrag in een ander licht te staan. Het is niet zomaar ergerlijk gedrag van een ander, het gaat ook over jou. En je kunt er iets aan hebben.

Jezelf doorzien, ander gedrag ontwikkelen
In deze workshop krijg je zicht op je eigen kwaliteiten en hoe je die in kunt zetten. Je kunt je ergernissen aanwenden voor je eigen ontwikkeling. En de volgende dag kijk je met andere ogen naar diezelfde mensen waar je je zo aan ergerde. Je gaat met hen om en werkt met hen samen. Volwassen en professioneel. Dat scheelt veel energie en gedoe.

Mens Erger Je Niet! is een afwisselende workshop van een dag.
De trainers zijn André Meiresonne en Léonne Meiresonne.
De groep bestaat uit maximaal acht deelnemers.
Meer weten? Stuur een email

Reacties van deelnemers:
‘In een schijnbaar simpele setting snel tot de kern doordringen’
‘Geeft inzicht in je eigen drijfveren, verlangens en ambities’
‘Verrassende cursus’

maandag, juni 25, 2007

Iedereen ZZP'er!


Fantaserend over wat een zegen het zou zijn als iedereen ZZP’er* zou worden (eigen verantwoordelijkheid, niet meer leunen en steunen) belandde ik laatst in een demonstratie van rijksambtenaren. Niet in het carnavaleske begin van de optocht (petjes, fluitjes, hesjes, liedjes, dweilorkest) maar in de staart van de stoet (grijs, oud, uitgeteld, moedeloos, uitzichtloos, verward en verstrooid).

Kunnen deze mensen ZZP’er worden? Hun collega’s voorop vast wel. Want die kunnen ook heel goed een demonstratie organiseren (vergunningen, publiciteit, busvervoer uit het hele land, petjes&fluitjeslogistiek, spandoeken, muziekcontracten), die zijn heel ondernemend, vindingrijk en creatief (‘We want more’). Maar die mensen in de staart, helemaal achteraan...

Toen dacht ik: Gelukkig, zijn die er ook. De harde werkers, die er elke dag weer zijn. Zo betrouwbaar. Zij zorgen er toch maar mooi voor dat alles blijft draaien. De belastingaangiftes worden verwerkt, de vuile straten geveegd en besneeuwde wegen gepekeld. Die mensen zijn ook snel bezorgd, vaak overbezorgd. Voor hen moeten we juist goed zorgen.

Maar de rest? Zo snel mogelijk ZZP’er! Ik durf uit eigen ervaring te zeggen: Wat zal ons land daar van opknappen!

*) Zelfstandige Zonder Personeel, maar volgens mijn accountant: Zwakzinnige Zonder Pensioen...

woensdag, juni 13, 2007

Je eigen frietzaak!

(Verschenen in Tijdschrift voor Management Development, zomer 2007)

De pers begint onze kinderen te ontdekken. De jongste rockband van Den Haag. Ja boeiuh!, hoor ik u al denken, 'weet ik onderhand wel.' Boeiend was misschien het volgende. Binnen een paar dagen kwamen er twee journalisten langs. De een schreef een artikel dat helemaal raak was, waarin die jongens zich herkenden: groot en vol zelfvertrouwen, opmerkingen konden nog worden verwerkt. De ander schreef een artikel waar die jongens zich niet in herkenden, met een foto waar ze niet blij van werden - en daar was niets meer aan te doen.

Met de ene journalist willen die jongens graag verder: primeurs aan geven, inseinen, betrekken. Met de andere journalist zullen ze uit zichzelf geen contact meer zoeken. De een werkt zelfstandig als freelance journalist. De ander is in dienst van een groot mediabedrijf. De een leek bezig met de vraag: Wat is mijn bijdrage? Praktisch: Wat kan ik hiermee? Kan ik hier terugkomen? De ander leek daar niet mee bezig. Ik heb er in ieder geval niets van gemerkt.

Maar wat zou je doen als het je eigen frietzaak was? vroeg iemand mij een keer. Tja, dan denk je net even langer na. En kom je soms op heel andere gedachten. Dan ga je misschien wel anders om met het budget dat je hebt. Want alles komt dichterbij. Soms zelfs heel dichtbij. Want je voelt het direct. Wat ben ik opgeknapt van het zelfstandige bestaan! Ik kan niemand meer de schuld geven. Als u dit stukje massaal niks vindt of hierna niets meer van mij wilt lezen, heb ik een probleem. Want dan vraagt de redactie mij niet meer. Zo simpel! Voeg ik iets toe, dan heb ik wat te doen; voeg ik niets toe, dan heb ik niets te doen.

Van Zelfstandig Zonder Personeel...
ZZP’ers zijn de snelst groeiende groep werkenden in Nederland. Het gaat inmiddels om honderdduizenden mensen. En het gaat door. U zult misschien zeggen: Kunst, met zo’n groeiende economie. Maar het begon juist toen de economie in een dal zat. En de mensen in een dip. Het was voor velen een manier om op eigen benen te gaan staan. Niet bij de pakken neer te blijven zitten. Hun eigen ding te gaan doen. Dat is wat ze vertellen, die Zelfstandigen Zonder Personeel. (Of zoals mijn accountant zegt: Zwakzinnigen Zonder Pensioen...) In vrijheid jezelf kunnen ontwikkelen. Alles heel direct voelen. Zowel succes als mislukking. Direct effect. Het komt allemaal bij jou terug: jij hebt het zelf gedaan. En je hebt de daarbij horende verantwoordelijkheid. Beslissingen, keuzes, de hele dag door. Afhankelijk zijn van wat je zelf verovert, of van wat anderen jou gunnen. (Of is dat eigenlijk hetzelfde?) Doodeng, en volstrekt onzeker. En toch, de meeste ZZP’ers willen niet anders. Die vrijheid! Dan de onzekerheid maar op de koop toe nemen.

Stel je nou eens voor: deze ontwikkeling zet door. Het aantal zelfstandigen groeit exponentieel. Met de wind in de rug, groeiende economie, toenemende krapte op de arbeidsmarkt, durven nog veel meer mensen het aan om voor zichzelf te beginnen. Ze verhuren zichzelf, tijdelijk of behoorlijk permanent. Ze regelen hun eigen zaakjes als arbeidsongeschiktheidsverzekering (niet of nauwelijks: veel te duur, dus pas uitkering na zes maanden ziekte en dan nog maar de helft van je gemiddelde salaris) en pensioenopbouw (niet of een beetje, beleggen in je eigen huis is veel profijtelijker). Ze werken zo veel of weinig als ze willen (ze hoeven bij niemand vrij te vragen, dat overleggen ze met hun klanten en opdrachtgevers) en zo lang of kort als ze willen (de pensioengerechtigde leeftijd is niet van toepassing en dus ook geen issue meer). Ze sluiten wederzijds opzegbare managementcontracten af of nemen geheel of gedeeltelijk klussen aan. Ze zijn niemand tot last en er hoeft bij ziekte niet een obligaat boeketje naar toe (‘Beterschap, we hopen je snel weer te zien!’). Aansporingen zijn niet meer nodig. De Arbo artsen hebben bijna niets meer te doen en de HRM afdeling kan gedecimeerd. Ze zorgen voor hun eigen ontwikkeling, regelen hun eigen opleidingen. Organiseren hun eigen tegenspraak, creëren samen intervisiegroepen. De MD’er kan ook naar huis.

... naar Zeer Zelfstandig Personeel
Nou zal het zo’n vaart niet lopen. Hoopt u. En toch gaat het die kant op. Steeds meer mensen nemen het heft in eigen hand. Willen op eigen benen staan. En wat voegt u dan nog toe? En het gaat niet alleen om RvB-leden met hun eigen management-BV, maar ook om interim-managers (intern of extern), tijdelijke managers (invallers, jobrotators), leden van de Y-generatie, projectmanagers. Het worden er elke dag meer. Steeds meer van uw hipo’s* worden ZZP’er. Of gedragen zich ernaar. En misschien is dat nog wel een veel ingrijpender ontwikkeling. Want steeds meer mensen stellen niet alleen aan zichzelf de vraag: ‘Wat draag ik bij?’ (om scherp te blijven, om aan te blijven sluiten). Ze stellen die vraag ook aan hun omgeving. Dus ook aan u! Wat draag jij als MD’er bij aan mijn ontwikkeling? Of botweg: Wat heb ik aan jou?

Ooit was de vraag: Ben ik in beeld? Nu is de vraag: Ben ik van toepassing? Wat voeg je toe als MD’er? Misschien wel meer dan je denkt. Daar kun je achter komen wanneer je je ook als een ZZP’er gaat gedragen. Neem je vrijheid, pak je verantwoordelijkheid. Voel de autonomie, ervaar de soevereiniteit. En beleef ook je behoefte aan verbinding en aansluiting. Ook ZZP’ers (of mensen die zich zo gedragen) willen zich maar al te graag ergens thuis voelen, op hun gemak zijn. Het zijn net mensen. Gewoon mensen van deze tijd. Moderne mensen die graag Prins Claus aanhalen: One does not develop people, they develop themselves. Die geen behoefte hebben aan iemand die voor hen zorgt, die hen wil ontwikkelen. Dat doen ze zelf wel. Ze hebben behoefte aan iemand die van binnenuit hun grootste zorg begrijpt: Voeg ik iets toe? Een MD’er die ze serieus kunnen nemen, (omdat) die zichzelf die vraag ook dagelijks stelt. Die hun grootste behoefte begrijpt: kan ik me hier ontwikkelen? Iemand die zich echt in hen kan verplaatsen, (omdat) die met hetzelfde bezig is. Een MD’er die zo boeiend is dat ook deze mensen zich met de organisatie willen verbinden.

*) high potentials

maandag, juni 04, 2007

We hebben de politiek niet meer nodig


Als je de wereld wilt veranderen dan doe je dat via de politiek. Zo heb ik het geleerd. Vrijheid en democratie betekent politiek. Zo groeide ik op in de jaren zestig. Mijn kinderen wijzen me de weg in andere, nieuwe tijden. Ze zijn niet bezig met structuurveranderingen en systeemwijzigingen. Laat staan dat ze denken dat je daar gelukkiger van wordt. Hyves, MySpace, YouTube, dat is voor hen democratisering. Andy Warhol's 15 Minutes of Fame zijn voor hen werkelijkheid, op het internet. Hun motto is: Trek je eigen plan, onderneem wat goed voelt en doe waar je goed in bent, werk samen met de mensen bij wie jij je op je gemak voelt.

We zijn hard op weg naar een wereld die niet meer geografisch verdeeld is, maar naar mensen die je liggen. Gelijkgezinden wordt het thema. Dankzij internet en goedkoop vliegen is de wereld heel snel heel klein aan het worden. En met steeds meer wereldwijde economische samenwerking komt de wereldvrede snel dichterbij. Want bij oorlog hebben steeds minder mensen belang. Bij globalisering des te meer.

De politiek en de overheid schuiven langzaam maar zeker van het centrum naar de zijkant. Zij krijgen geen kleinere maar wel een andere, meer volgende en ondersteunende rol. De boel kantelt, andere organisaties en instanties, en vooral individuele mensen en de groepen waarin ze zich, al of niet op tijdelijke basis en naar thema en onderwerp, verbinden zorgen steeds vaker voor de werkelijke vernieuwing. Het burgerinitiatief over de intensieve veehouderij is daar een mooi recent voorbeeld van.

Ondernemende mensen nemen initiatieven en vervullen een rol die tot voor kort van de overheid of de politiek werd verwacht. Sonja Bakker doet wat geen overheidsinstantie, goedbedoelde Postbus 51-campagne of fiscale maatregel ooit vermocht: Nederland massaal laat lijnen. Het zijn ondernemers die de wereld veranderen, en die de dingen doen waarvoor je vroeger naar het collectief keek: in de zorg, de kunst, het onderwijs. Kijk naar het opkomend maecenaat, de Joop van de Ende Foundation. Zie de nieuwe particuliere universiteiten die ingeslapen provinciesteden als Middelburg en Zutphen tot leven wekken. En ook op een klassiek overheidsterrein als de infrastructuur rukt het ondernemen en investeren op. Pensioenfondsen zijn alle vertragingen zat willen zelf wegen en tunnels gaan bouwen en zo hun investeringen bereikbaar houden.

Steeds meer mensen kunnen en willen zelf aanpakken. Ze hebben geen zin om te wachten op een ander, laat staan de overheid, zíj gaan het doen. En het barst in deze wereld van het geld, het wachten is op een goed idee, dat kan elke venture capitalist je vertellen. Ga niet uit van geld, maar van een visie. Dan komt het met het geld vanzelf wel goed, aldus prof. Hans Becker, econoom en uitvinder van de Geluksbevorderende Zorg (gelukkige mensen kosten minder).

Begrijp de economische drijfveren van mensen en zet de individuele mens, met zijn zorgen en behoeften, wensen en verlangens, angsten en dromen, in het midden. Dan begrijp je ook waarom kleinschalig microkrediet een stuk effectiever is dan internationale ontwikkelingshulp, en waarom een dieetgoeroe veel succesvoller is dan welke minister van Volksgezondheid ook. Vraag aan een ondernemer wat hij van de overheid verwacht en je hoort: Creëer een duidelijk en eerlijk speelveld, maak een heldere set regels die voor iedereen geldt, handhaaf die regels en bemoei je er verder niet mee. En zorg voor het allerbeste onderwijs en een werkende infrastructuur. Who needs politics?

De politiek is in de 21e eeuw niet meer het podium dat het in de 19e en 20e eeuw wel was: de plek om maatschappelijke verandering voor elkaar te krijgen, de maatschappij in een werkbare en werkende vorm te gieten. Politiek was de manier om de massa te emanciperen, waar we nu met elkaar de economische en sociale vruchten van plukken. De overheid werd daarvan het voertuig, zie alle spending departments.

De politiek hoeft nu alleen nog maar te zorgen voor kaders die zoveel mogelijk ruimte en vrijheid geven om te ondernemen en te doen wat je goed dunkt, en dat te voorzien van een stevige morele bodem. Want bij meer vrijheid hoort meer verantwoordelijkheid. Dat betekent een steeds groter beroep op ieders integriteit. Moraliteit is meer dan ooit nodig. En dan heeft juist de politiek nog een lange weg te gaan. Want hoe zat het ook alweer met de verantwoording over de betrokkenheid van Nederland bij de oorlog in Irak? De enige politicus die zich daar echt druk over maakt is Dries van Agt. Godbetert.

(Verschenen in NRC Handelsblad, Opinie & Debat, 2/3 juni 2007)

dinsdag, mei 29, 2007

Het Sonja Bakker Effect


Sonja Bakker krijgt voor elkaar wat geen overheidscampagne ooit vermocht: Nederlanders massaal laten lijnen. Ze draagt bij aan het beperken van de kostenstijging in de gezondheidszorg en wordt ondertussen zelf miljonair. Ze laat ook zien dat de Nederlandse instituties niet meer werken. Die lijden ook aan overgewicht en onbewegelijkheid. Een dieetadvies aan het nieuw kabinet: Zomerslank met Sonja!

Binnenkomen op nummer 1. Dat wil elke auteur. Een miljoen exemplaren verkopen van je eerste boek. Dat is een Nederlander nog nooit gelukt. Sonja Bakker is er hard naar op weg. Waarschijnlijk in de loop van dit jaar. Ze gaat nu de Duitse markt op. Nadat ze bij de nonnetjes in Vught is geweest en in Duitsland in heel veel winkelwagentjes heeft gekeken om de eetgewoonten van de Duitsers beter te begrijpen. Ze heeft inmiddels zeven miljoen euro op haar bankrekening. Rijdt geen oude Twingo meer maar een gloednieuwe Audi TT. Maar woont nog steeds in haar doorzonwoning in Spierdijk.

Sonja blijft eenvoudig. En Sonja doet normaal. Dat is ook haar boodschap: beweeg genoeg, eet niet teveel en zorg voor afwisseling. Zo simpel? Zo simpel! Sonja is gewoon en ze houdt het simpel. En Sonja durft te genieten van haar succes, uiteraard met mate. Dat is genoeg om heel veel Nederlanders voor haar en haar aanpak te laten vallen. Honderdduizenden vallen een veelvoud af. Dat is ook genoeg om anderen jaloers te maken. Een minder succesvolle gewichtsconsulente beschuldigt Sonja van plagiaat en het Voedingscentrum zegt dat Sonja’s methode geen aantoonbaar blijvend resultaat oplevert.

Je zult toch het Voedingscentrum zijn. Al jaren bezig, met veel subsidie en overheidssteun, om Nederlanders gezonder en gevarieerder te laten eten. Je weet dat je iets doet dat belangrijk is, je zet je in voor de publieke zaak. Je weet je gesteund door de overheid, daar ben je tenslotte door opgericht, ooit jaren geleden. Je weet ook dat institutionalisering dreigt en dat je bij moet blijven. Dus vernieuw je de schijf van vijf. En je zet een test op je site, je ontwikkelt een interactief spel en geeft een koelkastmagneet weg bij de nieuwe brochure, die je ook nog in prijs verlaagt.

En dan is daar Sonja Bakker. Geen doctorandus, niet eens diëtiste. Nee, een conulente met een LOI-opleiding. Ze werkte op kantoor bij Christine le Duc. Inderdaad, van de sexlingerie en de Tarzans. Dochter van een bloembollenboer. En zij krijgt voor elkaar wat nog niemand gelukt is. Nederlanders massaal laten lijnen. Door een begrijpelijke methode te ontwikkelen. Genoeg bewegen, met mate en afwisselend eten. Geen gedoe en gereken met koolhydraten en eiwitten, vetten om op te letten. Geen schijf van vijf. Gewoon uitgespeld wat je op een dag mag eten. Precies wat veel mensen willen.

Ik heb een SAS-dag, hoorde ik een tijdje geleden voor het eerst. Het ging niet over skandinavisch vliegen. Hij had een Schijt Aan Sonja die dag. Hij was aan het sonjabakkeren en liet me trots zijn nieuwe kleren zien. Kijk, hier zat een buik: Dat kon ik me inderdaad herinneren. Een kilo per week eraf. Twaalf kilo bij elkaar. Dankzij Sonja! Nu ging hij stoppen met roken. Zijn vrouw deed ook mee. En wat blijkt. Mensen zoeken steun, helpen elkaar. Thuis, op het werk, via het internet. Kijk even op Sonja haar eigen site. Groepjes, streefgewichten, weekresultaten.

Als ik minister van Volksgezondheid was dan wist ik het wel als het gaat over overgewicht. Hou op met alle campagnes, stop het ontwikkelen van beleid. Vergeet belasting op ongezonde producten. Schrap het woord stimuleren uit alle nota’s en notities. Het is een illusie dat de overheid iets kan doen aan het uitdijen van de Nederlanders. Dat kunnen mensen alleen zelf. Als ze echt willen, een reden hebben: dik genoeg zijn, onbewegelijk worden, zich vies en vadsig voelen. Of in de ziektewet of de WIA terechtkomen. En dan hebben ze behoefte aan iemand die hen begrijpt. Aan Sonja.

Sonja Bakker laat met haar drie boeken in de boekentop vijf (en haar spaarrekening!) zien dat geïnstitutionaliseerd Nederland steeds minder werkt. En dat eigen initiatief en ondernemerschap wel werkt. Haar basiskennis deed ze op bij het LOI, een schriftelijke opleiding, zelf betaalt. Ze begon een eigen praktijk aan huis als gewichtsconsulent. Na acht jaar schreef ze zelf op wat ze wist. In de vorm van negen weekmenu’s. Ze leurde er mee langs uitgeverijen. Niemand wilde het hebben. Ze heeft het tenslotte samen met haar man zelf uitgegeven, in eigen beheer. Met geleend geld. De rest is geschiedenis.

dinsdag, mei 22, 2007

‘Dan moet je subsidie aanvragen!’



Onze kinderen hebben een rockband: All Missing Pieces. Ze zijn veertien, twaalf en tien. Spelen gitaar, drums en bas. Dat hebben ze zichzelf geleerd. Ze hebben hun instrumenten ook zelf gekocht, net als hun apparatuur. Daar hebben ze voor gewerkt en gespaard. Ze schrijven hun eigen nummers. ‘Coverbandjes zijn er al genoeg.’ Ze oefenen bijna elke avond, op zolder. De buurt verdraagt het. En veel buren zijn trots, op de jongste rockband van Den Haag. Misschien wel van Nederland.

Ze regelen hun eigen optredens. Beter gezegd, de optredens komen naar hen toe. Ze speelden al in het Haagse stadhuis en het Museon, in het Paard van Troje en Café de Paap. Ze spelen alleen op plekken die voor iedereen vrij toegankelijk zijn. Zoals op 23 juni op de Grote Markt. Ze staan in de Haagse kranten, zijn op de Haagse tv en te vinden op allerlei Haagse sites. En nu ook live op de Nederlandse televisie. Bij de VPRO, in Villa Live, op eerste pinksterdag. Zo vieren ze hun eigen Pinkpop.

Via het internet maken ze dagelijks vrienden. In heel Nederland, in Europa, tot in Amerika. Vaak volstrekt onbekenden die hen weer verder helpen. Want elkaar helpen en geholpen worden, dat is hun wereld. Via MySpace en Hyves. Muziek en filmpjes op het net zetten. Via YouTube. Die worden door anderen dan weer op hun MySpace en Hyves gezet. Etc. etc. Optreden, demo’s opnemen, muziek en filmpjes op het net zetten, weer optreden, meer demo’s, dat is hun business model. Aanstekelijk en wederkerig.

Een van onze buren is ambtenaar bij Economische Zaken. Hij denkt in termen van innoveren en stimuleren. Hij hoorde vorig jaar van de drummer over hun plannen voor een geïsoleerde studio. Ze wilden misschien aandelen, Pieces, ‘studiostukken’ van 100 euro gaan uitgeven om hun studio te financieren. Maar voor de EZ-ambtenaar dat hoorde was zijn spontane reactie al: ‘Dan moet je subsidie aanvragen!’ Daar had de jonge ondernemer nog nooit van gehoord.

‘Weten wat je wilt, doen wat je kunt'


Als je je leven durft om te gooien, kom je beter in je vel te zitten. André Meiresonne ervoer dat, toen hij zijn managementbaan opgaf en voor zichzelf begon. Om zijn ervaringen te delen met anderen, schreef hij het boek ‘Zin! Leidinggeven aan jezelf en anderen’.

Tekst en foto: Lilian van Dijk, voor Haag West Nieuws

Zin! Is het eerste boek van André Meiresonne. Hij is net 51 jaar geworden. 'Ik heb het gevoel dat ik pas net begonnen ben. Dit is wat ik wil. En ik kan het nu ook. Hiermee ga ik verder de diepte in.' Het rijpingsproces voor Zin! duurde vijf jaar en mondde uit in een creatieve explosie. 'Ik had het al die tijd al bij me.' Zomer 2006 schreef hij het boek in vijf weken tijd. 'Het rolde als vanzelf eruit. Ik ben toen nog vijf weken met de vormgeving bezig geweest, samen met jacky-o uit Rotterdam. Ik ken geen ontwerper die zo flexibel is en zo open staat voor suggesties. En nu ga ik door. Ik wil nog een boek schrijven.'

Wat hij in Zin! beschrijft, heeft Meiresonne in die periode zelf geleerd en al doorgegeven in workshops. Het is een bijzonder boekwerk geworden, dat op het eerste gezicht lijkt op een extreem dicht cahier waarin je in de jaren zestig je huiswerk maakte. Het bestaat uit korte hoofdstukjes. Het zijn impressies, gedachtespinsels, ervaringen in het gezin en op het werk, geïllustreerd met van alles en nog wat, van foto’s van bekende personen uit de vorige en deze eeuw tot badeendjes en speelgoedfiguurtjes en abstracte kunst. Teksten van hemzelf of van anderen, die hem inspireerden of aan het denken zetten. Omdat het allemaal minihoofdstukjes zijn, kun je het gemakkelijk even oppakken, wat lezen en het neerleggen tot een volgend moment dat je even tijd hebt. Dat betekent niet, dat er geen lijn in zit. Deel I, Zin krijgen, gaat over bewust worden van jezelf en je omgeving. Deel II Zin hebben, heeft als subtitel Weten wat je wilt en doen wat je kunt en het derde gedeelte, Zin geven, spoort de lezer aan met: ‘En nu aanpakken’.

Meiresonne verklaart zijn missie met dit boek als volgt: 'Ik wil mensen een handje helpen om zichzelf beter te leren kennen om daardoor makkelijker met andere mensen te kunnen omgaan. Minder gedoe, meer plezier. Ik weet uit eigen ervaring dat je jezelf behoorlijk in de weg kunt zitten.' Maar je kunt jezelf ook verder helpen. 'Als je jezelf durft aan te kijken voor de spiegel en ziet wie je bent, met inbegrip van je vervelende kanten, zul je merken dat een heleboel gedoe om je heen zich oplost.' Meiresonne is ervan overtuigd dat mensen veel problemen zelf creëren. Zijn advies: 'Kijk wat je er zelf aan bijdraagt. Andersom kun je dieper doordringen in wie je werkelijk bent. Veel mensen zijn heel wat leuker en aardiger dan ze van zichzelf denken. Ze lopen met een negatief zelfbeeld rond. Dat is doodzonde.' Mensen leven te veel in hun hoofd, vindt Meiresonne. 'Ze hebben er grote moeite mee om echt te voelen wat ze voelen. Hun gevoel is afgesloten en daarom kunnen ze ook niet voelen wat anderen voor hen voelen. Ze kunnen geen liefde ontvangen. Als een ander iets aardigs tegen hen zegt, denken ze steeds: dat zeg je nou wel, maar dat doe je alleen maar om. Zo blijft hun negatief zelfbeeld in stand. De angst om te voelen wat ze voelen en dat te tonen, zit hen in de weg. Zelf worstel ik er ook nog dagelijks mee.'

'Ik heb liever een leuke vent die te weinig verdient'


Meiresonne ziet hoe mensen zich anders opstellen in hun werksituatie. 'We komen binnen, hangen onze jas op en trekken ons terug in ons hoofd. Dan worden we van die rationele, koude, calculerende, bange mensen. Het lijkt wel of we niet meer normaal kunnen doen.' Je zou jezelf eens wat kritische vragen kunnen stellen, vindt hij. 'Wat zou er gebeuren als we op het werk even hartelijk, leuk en aardig zou doen als in onze vrije tijd? Hoe komt het dat we dat alleen kunnen tonen als we bardienst hebben bij de voetbalvereniging? Waarom zijn we om negen uur iemand anders dan toen we om half negen de kinderen naar school brachten? Waarom verstrakken we?' Hij geeft zelf het antwoord: ‘Dat gedrag hebben we heel lang geleden aangeleerd, omdat het ons voorgedaan is. Kopieergedrag heet dat. We doen anderen na. Onze vader, moeder, leraar, de dominee, de boven-ons-gestelden.'

Meiresonne weet hoe je dat gedragspatroon kunt doorbreken: 'Sta stil bij jezelf. Vraag je af: wat ben ik aan het doen? Wat voel ik erbij? Vraag je zelf drie maal daags af: Wil ik dit wel? Kan dit ook anders? Word ik hier blij van?' Het antwoord is vaak nee. 'Dan gaan alle luiken dicht, want we zijn bang voor dat antwoord. Ja maar, denk je dan, zo hoort het toch? Zo gaat het nou eenmaal. Hoe moet ik anders de kost verdienen?' Meiresonne ervaart dat vaak in gesprekken met mensen tussen de 40 en 50. 'Als ik hen vraag: ‘Waarom ga je dan niet iets doen wat je wel leuk vindt?’, beginnen ze over de huur of de hypotheek, of over wat het kost om de kinderen te laten studeren. En daarmee is het einde gesprek.' Meiresonne gelooft niet dat die financiële overwegingen een belemmering hoeven te zijn. 'Als je echt gaat doen wat je het liefst wilt en waarin je goed bent, zul je zakelijk gezien zelfs misschien nog succesvoller zijn en als mens gelukkiger. Iedereen heeft een kwaliteit, iets bijzonders, iets te bieden. De kunst is om door te dringen in wat jouw eigen ding is, wat je het allerliefst doet. Jouw bijdrage. Waarom zou een ander blij zijn met jou? Kun je daarbij komen?'

Meiresonne heeft zelf in die situatie gezeten. 'Ik heb ook al mijn zekerheden opgegeven. Ik was manager, mijn vrouw had een goede baan. Op een dag hebben we gezegd: ‘Het is mooi geweest.’ Ik was bijna vijfenveertig. Ik ben toen voor mezelf begonnen, niet gehinderd door enige kennis van zaken.' Wat ook heel belangrijk is: 'Je laat je status los. Je hoeft bijvoorbeeld niet op wintersport. We komen nu met z’n vijven met minder rond dan toen we met z’n tweeën waren. Wij hebben nog maar één auto, een ouwetje vol krassen en deuken. Hij rijdt heerlijk. Je kunt met minder toe dan je denkt.' Veel mensen zijn er tegenwoordig mee bezig, weet Meiresonne. 'Ze doen niet langer mee met de race naar de top.' Als echtpaar moet je vertrouwen in elkaar hebben. 'M'n vrouw Léonne zei: ‘Ga alsjeblieft iets doen waar je hart naar uit gaat. Ik heb liever een leuke vent die te weinig verdient dan een vervelende die genoeg verdient.'

Zie je ballast van vroeger als bagage, iets waaruit je kunt putten als jij dat wilt

Een sleutelvraag die je jezelf kunt stellen als je bang bent om uit een vertrouwde, maar onbevredigende arbeidssituatie te stappen is, volgens Meiresonne: 'Van wie moet ik dit? Dan kom je bij je oude voorbeelden: je vader, je moeder, je leraar, de dominee. Het gaat ook over bevrijding van je verleden zonder dat je blijft hangen in boosheid. Dat helpt toch niet.' Je moet er anders mee omgaan: 'Zie je ballast van vroeger als bagage, iets waaruit je kunt putten als jij dat wilt, maar wat je ook in een kluis op het station kunt achterlaten. Dit heeft me tot hier gebracht en nu ga ik mijn eigen leven leiden.' Doorbreek het patroon, spoort Meiresonne aan: 'Het grootste cadeau dat je je kinderen kunt geven is het verbreken van die eindeloze keten die van generatie op generatie wordt doorgegeven van wat er allemaal moet. Daarmee geef je ze de vrijheid om zelfstandig keuzes te maken en hun eigen leven in vrijheid te leiden. Je geeft ze de ruimte.'

Veel mensen zijn doodsbang voor een crisis, weet Meiresonne. 'Je hebt dan de neiging om eruit te willen, maar als je niet durft door te gaan tot op de bodem, kom je in een volgende crisis terecht. Zo ga je van crisis tot crisis. Als je de moed hebt om echt tot op de bodem te gaan, komt het inzicht wardoor je je leven wit veranderen. Je gaat beslissingen nemen: nu ga ik het eens anders doen. En nou is het mooi geweest. Afgelopen, klaar! Je moet het spuugzat zijn.' Na die woede kom je op een punt dat je hardop zegt: ‘Ik weet het niet meer’, aldus Meiresonne. 'Dan weet je dat je op de bodem zit. In die overgave, vanuit dat niets, komt het verlossende inzicht en kun je weer gaan groeien. Dat heet transformatie. Je komt op nieuwe ideeën, krijgt heldere inzichten, ruimte om een volgende stap te zetten.' Meiresonne raadt iedereen aan zijn leven in eigen hand te nemen. 'Je kunt de moed in jezelf vinden. Soms word je van buiten geholpen, bijvoorbeeld als je eruit gegooid wordt bij een reorganisatie of je partner gaat bij je weg. Beleef een crisis niet alleen als iets ellendigs, maar ervaar de mogelijkheden, grijp je kansen. Ga niet bij de pakken neerzitten. Het kan, ik heb het zelf meegemaakt.'

maandag, mei 07, 2007

Help! Een burgerinitiatief


"Gemeenteambtenaren weten zich nauwelijks raad met actieve burgers. Daarom sneuvelen veel initiatieven al in de planfase. En dat terwijl zelfs in het nieuwe regeerakkoord staat dat burgerinitiatieven zo belangrijk zijn: 'De overheid laat burgers ruimte om initiatief te nemen en rust hen toe om voluit mee te doen'. Maar hoe doe je dat, ruimte geven? Wie zijn die actieve burgers eigenlijk en wat kunnen ambtenaren van hen leren?"

Daarover gaat de publicatie Help! Een burgerinitiatief, waaraan ik op uitnodiging van Jornt van Zuylen van InAxis, Commissie Innovatie Openbaar Bestuur met veel plezier heb meegewerkt. Tientallen mensen die daadwerkelijk ervaring hebben met de zgn. derde generatie burgerparticipatie (oeps, wat een begrip!) komen aan het woord, honderden geslaagde voorbeelden passeren de revue. Meer dan honderd pagina's praktijklessen, columns, schema's, theorie, literatuur, portretten, perspectieven en een behartenswaardig nawoord van Pieter Winsemius. Je kunt de hele publicatie, barstensvol informatie, ideeën en wetenswaardigheden, meningen en opvattingen bestellen en downloaden.

Dr Jurgen van der Heijden van AT Osborne en Universiteit van Amsterdam moet even apart genoemd (en geroemd). Jurgen is NL Kampioen Opsporen & Duiden Burgerinitiatieven, een wandelende databank. Zonder hem was dit boek er niet gekomen. Hij is een bijzonder mens die het verdient om binnenkort bijzonder hoogleraar te worden.

Initiatiefnemer en ambtenaar Jornt van Zuylen kent de weerbarstige gemeentepraktijk vanuit de Rotterdamse (dus heftige) realiteit. Hij had het lef de publicatie aan te bieden aan twaalf 'burgerhoogleraren' van de Pendrecht Universiteit. U weet wel: het Rotterdamse Pendrecht, zo'n dramatische wijk, een van die vermaledijde veertig. En wat trof ik daar: een zaal vol mondige, zeer zelfbewuste mensen die bijzonder goed weten wat wel en niet goed is voor hen en hun wijk. Niks zielig, niks triest. Mensen die bijzonder trots zijn op 'hun' wijk en volop mogelijkheden zien. Waar je maar beter naar kunt luisteren. Scheelt ambtenaren een hoop werk. De burgerhoogleraren gaven het boek en de auteurs ongezouten kritiek, maar ook lof en prijs en uiteindelijk gemiddeld een acht. Die is binnen!

Hieronder vind je een column van mij die in de publicatie is opgenomen. Gestrooid door het boek kun je ook nog een aantal 'Prikkelingen' lezen. Acht pogingen tot humor en relativering in een wereld die daar niet direct om bekend staat. Confronterend ook wel. Met hulde aan InAxis om het te plaatsen. Wie zegt dat de overheid niks durft? Hieronder 'Op het andere been' (incl. wat prikkeling). Voor veel meer, van al die anderen, en minstens zo interessant, zo niet vele malen interessanter: bestellen of downloaden maar dat hele boek!


W a a r s c h u w i n g !

De hieronder volgende tekst verwoordt niet noodzakelijkerwijs de mening van de verantwoordelijke bewindspersoon.


Sterker nog, de redactie distantieert zich nadrukkelijk van deze al te gemakkelijke opvattingen die geen enkel recht doen aan de enorme complexiteit van de materie waar hardwerkende ambtenaren dagelijks mee te maken hebben. Wij nodigen u van harte uit om afstand te nemen van deze tekst door duidelijk, bij voorkeur met een fluorescerende markeerstift, aan te geven met welke passages u het niet eens bent.


Op het andere been

Ambtenaren willen besturen. Daarom heeft u gekozen voor werken in het openbaar bestuur. U studeerde misschien bestuurskunde, bestuursrecht, bestuurswetenschappen. Besturen is uw ding. En besturen doe je vanuit één punt. Net als een auto, die heeft ook maar één stuur. Zo bestuurt de regering dit land, en het gemeentebestuur de gemeente. Toch? Niet dus. Was het maar zo! Dan was het bestuurlijke leven nog overzichtelijk. Dan was uw dagelijkse werk een stuk minder ingewikkeld.

De sturing van onze samenleving gebeurt steeds minder vanuit één punt. Met het complexer worden van onze maatschappij verdwijnt de centrale sturing. De macht raakt verdeeld over steeds meer mensen, de macht zoekt de breedte en gaat naar beneden, de macht versnippert over steeds meer partijen en spelers. Steeds meer mensen krijgen het voor het zeggen omdat ze zelf willen bepalen hoe hun leven en hun omgeving eruit ziet. Ze nemen zelf het heft in handen. Ze willen hun eigen zaakjes oplossen. Zonder asociaal te worden. Juist niet.

De Republiek
Voor zover er natuurlijk ooit centrale sturing is geweest in Nederland. Want als er een ding is waar Nederlanders niet tegen kunnen is het centrale sturing. Even ter opfrissing: de Republiek der Zeventien Nederlanden ontstond uit een opstand tegen het centrale gezag van de Spaanse koning. En ook nu is Nederland om met Prins Claus te spreken ‘een republiek met een koning’. En die koning mag er zijn zolang hij maar niet doet of hij de baas is.

Het aantal ‘sociale’ initiatieven groeit exponentieel. Maatschappelijk verantwoord ondernemen heet dat. Of sociale innovatie. En dat kan heel profijtelijk zijn. Met uitgekiende zorg kun je geld verdienen. Of budget overhouden voor ‘leuke dingen’. Zonder subsidies kun je ook overleven. Sponsoring is vaak interessanter: het geeft meer vrijheid en minder gedoe. Succes is minder afhankelijk van politieke grillen en meer van de kwaliteit van je contacten. Welkom in de netwerksamenleving. En wat valt er daarin nog te besturen?

We hebben in de 20e eeuw met elkaar een reflex ontwikkeld: de Overheids Reflex. ‘Daar moet de overheid nou eens iets aan doen’, ligt menigeen in de mond bestorven. Een item op het journaal of een bericht in de krant leidt in veel gevallen tot een Kamervraag met de bekende formulering ‘Is het de minister bekend dat’ (volgt de korte inhoud van het televisie-item of het krantenbericht). Het antwoord is uiteraard ‘Ja’. ‘En wat denkt de minister daaraan te gaan doen?’ Wat zou het een verademing zijn wanneer de minister dan ‘Niets’ zegt. En uitlegt dat de overheid daar niet over gaat.

Particuliere initiatieven
Tot de 20e eeuw was het gros van wat nu onder de ‘spending departments’ valt een kwestie van particulier initiatief. In de vorige eeuw draaide dat gegeven om. De overheid nam het met goede redenen over. Inmiddels heeft de overheidszorg zijn grenzen bereikt. En aan het begin van een nieuwe eeuw komt het (blijkbaar onuitroeibare!) particulier initiatief weer boven. Bijna een eeuw lang het primaat van de staat: sociale zaken, gezondheidszorg, onderwijs en cultuur. En juist op die terreinen schieten de initiatieven als paddestoelen uit de grond. De Voedselbanken, de Weggeefwinkels, de Van Harte Resto’s, de Thomas Huizen, de Iederwijs Scholen, de Joop van de Ende Foundation. Er komt (bijna) geen ambtenaar aan te pas...


Bespiegeling: Wat is uw mening over bovenstaande column?

Ik vind deze column:
- Onzin
- Links geleuter
- Wishfull thinking
- Goed spul!

Ik ga:
- Deze column snel vergeten
- Mijn eigen column schrijven
- André mailen dat ik het volledig met hem eens ben (a.meiresonne@planet.nl)
- André mailen dat hij niet goed wijs is (a.meiresonne@planet.nl)

maandag, april 23, 2007

Zin! is een sociaal virus: delen is vermenigvuldigen

When you and I have a dollar each and exchange it, you and I would still have one dollar each. When you and I have one idea each and exchange it, you and I have two ideas. (Anonymous)

Vorige zomer schreef ik een managementboek: Zin! Leidinggeven aan jezelf en anderen. Vijf jaar werken als managementtrainer stroomde in vijf weken in m’n iBook. Na de zomer veranderde het in vijf weken tijd in een kleurrijk beeldboek. Door zomereditie van de Great Place To Live krant ontmoette ik Jacky-o. Zij maakte van elke tekstpagina een spannende spread. ‘Het vakantieboek voor managers!’ riep een vriendin van haar.

Maar het verhaal is nog niet klaar.
‘Wil je zoveel mogelijk boeken verkopen?’ vroegen Martijn Aslander en Sanne Roemen. ‘Dan moet je het weggeven!’
Ja, dahag! We hebben al zoveel geïnvesteerd... en dan zomaar weggeven zeker... die is gek! Omdat twee zelfbenoemde internetgoeroes dat zeggen zeker. Sociaal virus, virale marketing... Lekker makkelijk, zoiets adviseren over andermans boek!
‘Ja, echt waar, probeer maar: een gratis download, dat werkt.’
EEN GRATIS DOWNLOAD? VAN HET HELE BOEK? VAN KAFT TOT KAFT?
Dat vindt m’n uitgever vast niks, dacht ik. Maar Paul Quist vond het een prima idee...

Toen had ik een gek probleem. Want in m’n trainingen zeg ik altijd: Begin met geven! Desnoods haal ik Jezus zelf aan: Het is beter te geven dan te nemen. Maar nu ik zelf voor de keuze stond kwam het wel heel dichtbij. Ik voelde hoe moeilijk het is om ‘zomaar’ weg te geven wat je lief is: het boek waar zo hard aan gewerkt is. Op internet zetten, te downloaden door wie maar wil. Met een druk op de knop binnenhalen, 10 MB, 144 pagina’s. Er geen enkele controle meer over hebben. Te printen en te kopiëren, en ook nog te bewerken en zelfs te verhaspelen.

Al weifelend realiseerde ik me ineens hoe ik zelf aan het boek gekomen was. Dat ik me vaak een doorgeefluik voelde. Dat ik dagen had waarop het leek of het boek zichzelf schreef. Hoezo, 'heb ik geschreven'? Misschien is het wel een doorlopende ingeving! Heb ik het ook maar gekregen... Die gedachte hielp!
We hebben een site rond Zin! gebouwd: http://www.zinboek.nl/ Met een hele grote DOWNLOAD-knop erop. Het boek verspreidt zich nu als een virus over het net en in de wereld. Het komt op plekken terecht waar ik geen weet van had. Bij mensen die ik anders nooit zou bereiken of ontmoeten. Ver buiten de doelgroep die ik in m’n hoofd had. Zin! wordt virtueel cadeau gegeven, bijvoorbeeld via nieuwsbrieven. Het boek wordt van het scherm gelezen door studenten, huismoeders, mensen die voor zichzelf willen beginnen. Het komt terecht bij trainees, ambtenaren, marketeers, profvoetballers en hulpverleners. Het wordt aangeraden aan mensen die in gedachten met zelfmoord bezig zijn... En ik maar denken dat ik een managementboek had geschreven!

Zin! is ook een zelfhulpboek aan het worden. Voor heel veel mensen. Omdat we zijn begonnen met geven. Mensen geven de site aan elkaar door en het boek cadeau op verjaardagen. Mailen erover, vormen inspiratiegroepjes, doen met elkaar de oefeningen. Zin! is het sociale virus aan het worden dat Martijn en Sanne beloofden. Dankzij het internet, en al die mensen op het net. Het is echt waar: Delen = Vermenigvuldigen. Ik heb het nu zelf beleefd. Begin met geven... Heel soft! Of is dit het nieuwe ondernemen?

(Dit artikel verscheen op 21 maart 2007 in de Great Place To Live krant, een uitgave van Pentascope)

maandag, april 16, 2007

Frans Bauer heeft gelijk, en maakt school bij Ahmed Marcouch!

Frans Bauer kan het kort en goed zeggen. Zoals vorige week bij Pauw & Witteman: Als kinderen zich thuis niet thuis kunnen voelen gaan ze de straat op...’ Heel waar, maar ik bleef ook achter met de vraag: En nu? Maar goed, Frans is geen politicus, en verwacht van hem geen oplossingen. Wat overheerst is bewondering voor zoveel grondige bondigheid. Bijna Cruijffiaans.

En Frans maakt nog school ook. En een politicus kan leren. Dat gaat als volgt: bij het gesprek bij Pauw & Witteman was ook Ahmed Marcouch aanwezig. Hij is stadsdeelraadvoorzitter (onthouden voor Scrabble!) van Amsterdam-Slotervaart. Want het ging over 'zijn' onderwerp: Marokkaanse jongeren (en dan natuurlijk vooral degenen die niet willen deugen, tegenwoordig: 'niet meedoen').

Toen Frans Bauer, zeker voor zijn doen, al lang z'n mond gehouden had (minstens vijf minuten) kwam hij met die memorabele zin. Marcouch had lang gepraat zonder veel te zeggen. Jeroen Pauw nam hem al à la Sarkozy onder handen: 'Het is gewoon tuig en dat moet je toch aanpakken?!' Marcouch kwam er niet goed uit, en er niet goed vanaf.

Goed nieuws, er is hoop! Wat zegt Ahmed Marcouch een paar dagen later, op zondagavond in het Acht Uur Journaal? 'Als het leuk thuis is dan blijf je thuis'. Inderdaad, de positieve formulering van de behartenswaardige analyse Frans! Het begin van een oplossing? Het bleek de intro naar een pleidooi, breed gedragen, voor uithuisplaatsing van kinderen naar internaten.

Nu zit ik weer met een vraag: Zouden die kinderen zich in een opvoedingsgesticht wèl thuis voelen..?

donderdag, april 12, 2007

Wouter Bos, zie de mens

‘Sinds Wouter Bos partijleider is vind ik hem niet meer zo leuk’ zei mijn oudste zoon (toen twaalf) een paar jaar geleden ineens. ‘Hoezo?’ vroeg ik hem. ‘Kweenie, hij doet zo ingewikkeld’ was het niet te beredeneren antwoord. ‘Ik vertrouw hem niet’ zei een bejaarde vrouw op televisie toen haar naar Wouter Bos werd gevraagd. ‘Waarom niet?’ ‘Z’n ogen staan niet goed!’ Je zal partijstrateeg zijn, wat moet je ermee? Of je zal Wouter Bos zijn, en dat over jezelf horen. Wat doe je dan? Wat kun je ermee? Misschien wel niets. Maar ondertussen ben je wel een middelbare scholier kwijt. En een bejaarde. En dat zullen niet de enigen geweest zijn. Dat bleek op 22 november. Weg waren de virtuele zestig zetels. Niks grootste partij, niks premierschap.

‘Hij heeft geen vergezichten, en hij organiseert geen tegenspraak.’ Zo vatte Clairy Polak in Nova de kritiek op Wouter Bos samen. Kritiek die omhoog kwam na uitzending van De Wouter Tapes. Kritiek gevoed door Wouter Bos zelf, door wat hij insprak op de bandjes van de VPRO. Kritiek zoals die hoort te klinken in de politiek: beredeneerd, gerationaliseerd. Ondertussen geeft Wouter Bos in de De Wouter Tapes een schokkend (en misschien wel ontluisterend) beeld van iemand die de weg kwijt raakt. Maar dan ook echt. De weg overigens ook weer terug begint te vinden. Luister mee naar wat hij inspreekt:


‘Het is voor mij ook nieuw om te merken dat m’n intuïtie me in de steek laat. Vorige campagnes die ik gewonnen heb (...) gingen heel veel dingen goed omdat m’n intuïtie klopte. Net de goeie reactie op het goeie moment, de juiste woorden... En nou maak ik ook fouten deze keer en ik weet niet goed hoe dat komt. Ik vermoed dat dat komt omdat de campagne zo hard en zo persoonlijk is af en toe, dat me dat toch meer van m’n stuk brengt dan ik wil... en dat ik dan teveel ga nadenken en onvoldoende op m’n intuïtie vertrouw. Wel heel merkwaardig, ik weet niet goed waar het aan ligt.’


Spreekt hij in, ongeveer een week voor de verkiezingen. Het gaat snel, maar dit is het sleutelzinnetje: ‘... en dat ik dan teveel ga nadenken en onvoldoende op m’n intuïtie vertrouw’. Wouter heeft zich omringt met veel adviseurs, heel veel. Hij wordt keihard aangepakt door zijn grootste concurrenten, CDA en SP. En hij raakt in een kramp. Hij is de gedoodverfde winnaar en hij moet winnen. En je ziet hem steeds meer doen wat hij vooral niet moet doen: nadenken. En hoe harder hij nadenkt hoe meer hij twijfelt, en hoe meer hij twijfelt hoe harder hij nadenkt. Een dodelijke spiraal. Vlak voor de verkiezingen voelt hij z’n intuïtie verdwijnen.


‘(...) mijn intuitie (heeft) me in de steek gelaten tijdens deze campagne. Dat is eigenlijk wel de meest verschrikkelijke ervaring. M’n intuïtie liet mij in de steek. (...) Wat dat betekende is (...) dat je dan dus ook wel aan jezelf gaat twijfelen.’


Spreekt hij in, na de verloren verkiezingen. Hij beschrijft zijn intuïtie als een op zichzelf staand iets. Een zelfstandige entiteit die hij blijkbaar kan onderscheiden. Anders dan zijn denken, iets dat zelf ook wat doet: hem verlaten, waardoor hij zich in de steek gelaten voelt. Zo zie je hem: alleen, onzeker, afgesloten. Gespannen als een veer. En je ziet wat het gevolg is: hij gaat meer en meer aan zichzelf twijfelen. Een dodelijke neergang. Die zich vertaalt en versterkt in de dagelijkse polls: Going down, going down...


‘Ik merk dat naarmate de onderhandelingen vorderen ik steeds beter in m’n vel zit. Het gevoel dat m’n intuïtie wat terugkomt, dat ik de dingen weer wat meer meester ben... Dat ik eigenlijk aan het doen ben waar ik het beste in ben: dat is niet alleen over dingen praten maar gewoon problemen oplossen, dat vind ik eigenlijk hartstikke leuk ook...’


Spreekt hij in, drie maanden na de verkiezingen, aan het eind van de kabinetsonderhandelingen. 'Het gevoel dat m’n intuïtie wat terugkomt, dat ik de dingen weer wat meer meester ben...' Hij begint niet alleen zijn intuïtie terug te vinden, hij weet ook waarom: 'Dat ik eigenlijk aan het doen ben waar ik het beste in ben'. Hij verdenkt zichzelf van een rationalisatie. Wie weet is dat ook wel zo. Maar net als bij de verkiezingen in 2003 (toen Job Cohen door hem ineens tevoorschijn werd getoverd als kandidaat-premier) krijg je ook het gevoel dat hij eigenlijk helemaal geen premier wíl worden. Tenminste, nu nog niet. Omdat hij daar niet het beste in is, op dit moment.


Hoe dat zit kun je nalezen in M, het maandblad van NRC Handelsblad, van november 2006. De coverstory ‘Ik wil een doodnormale premier zijn’ biedt een nog veel onthullender kijkje in de keuken dan de De Wouter Tapes.


‘Ik zit liever aan de koffietafel met oude mensen te beppen, ik sta liever op een markt om campagne te voeren. Ik moet een paar drempels over om zo’n podium op te gaan, naar een eenzame lessenaar. Dat zal de oude calvinist in mij wel zijn. En ik kan niet goed tegen applaus. Dan hoor ik de stem van mijn moeder: je moet niet denken dat je belangrijk bent.’


Hier kun je de spagaat van Wouter Bos meevoelen. Uit elkaar getrokken tussen zijn ambitie (premier worden), mede gevoed door zijn idealen (een betere wereld), en hoe hij in elkaar zit (verlegen, onzeker) plus daar boven op wat hij heeft meegekregen (doe maar gewoon).


Misschien heeft hij het allemaal wel gedaan uit ijdelheid, zich een of twee jaar laten volgen: De Wouter Tapes, het verhaal in M. Zal best. De eerste politicus zonder ego moet nog geboren worden. Maar ik vind Wouter Bos een held dat hij het uit laat zenden, publiceren. Hij durft heel wat van zichzelf te laten zien. Waar wij weer van kunnen leren. Hoe je jezelf kwijt kunt raken. Hoe dat komt. Wat de mechanismen zijn. Hoe het werkt. En het overkomt ons allemaal, dagelijks. Tenminste, mij wel. Misschien met minder heftige gevolgen. Maar hij doet het toch maar. Wouter Bos, zie de mens.

woensdag, april 11, 2007

Frans heeft gelijk, en nu?


‘Als kinderen zich thuis niet thuis kunnen voelen gaan ze de straat op...’

Frans Bauer,
over Marokkaanse probleemjongeren,
bij Pauw & Witteman, 10 april 2007

dinsdag, april 10, 2007

De c,mm,n gezien... Er is hoop!

Tweede Paasdag op de AutoRai. Het leek wel Vader&Zoon Dag. Kwam mezelf dus steeds tegen. Wat opvalt: auto’s worden groter, hoger, breder. Steeds meer auto’s voor het ‘Dikke-Ik’. Auto’s om bang van te worden. Auto’s om bang mee te maken. Elk merk z’n eigen BMW, Bange Mannen Wagen. En net toen ik me doodmoe afvroeg: ‘Kunnen auto’s ook zacht, vriendelijk, meegaand zijn?’ was daar ineens, midden in die kakafonie op die gigabeurs, de c,mm,n (spreek uit: common). Een vrolijk stemmende conceptcar. Net zo leuk als z'n naam.

Uitgedaagd door de Stichting Natuur en Milieu hebben studenten van de drie Technische Universiteiten (Delft, Eindhoven, Twente) een Auto in de Toekomst ontwikkeld. Een compleet mobiliteitsconcept. Overal is over nagedacht. Slim, schoon en zuinig. Vriendelijk en veilig, en niet alleen voor wie erin zit! Toegankelijk en handig. Een begrijpelijk concept, uitgaand van delen: het is een open source ontwerp. Je kunt als liefhebber en als autofabrikant aanhaken en meedoen. Dat was nou echt indrukwekkend. Pimp my Future!

maandag, april 09, 2007

Bange Mannen Wagens

Net terug van de AutoRai. Nog nooit zoveel BMW’s gezien. Nee, niet die auto's uit Bayern... Bange Mannen Wagens! In het autojargon SUV’s (Sport Utility Vehicles). Je ziet er ook steeds meer vrouwen in. Ook wel bekend als PC Hooft Tractoren. Afijn, die monsters die ze in Nijmegen niet meer in de binnenstad wilden hebben. (Het gaat niet alleen om Hummers. Die zijn trouwens zo potsierlijk dat ze ongewild een bijdrage leveren aan de volksgezondheid: ze maken je spontaan aan het lachen.)

Ik ben er net achter dat geen enkele autofabrikant meer achter wil blijven. Zelfs mijn eigen Peugeot kan de vraag niet weerstaan en heeft een nieuw model, de 4007. Volgens mijn zoon van twaalf gelukkig nog de meest vriendelijke van al die bakken. Volvo doet er al langer in, en introduceert nu iets op vrachtwagenwielen. (Het Zweedse merk dat nog niet zo lang geleden studie deed naar de meest voetgangersvriendelijke voorkant voor een auto: een motorkap waardoor je als voetganger niet onder de auto kwam maar erop - wel pijnlijk, niet dodelijk).

De algemene trend: hoog op de poten, dreigend kijkend, overweldigend van omvang. Hele hoge ‘taille’ (zijkant), kleine raampjes, dus weinig zicht voor de inzittenden. Hele hoge neus, borsthoog, dus levensgevaarlijk voor iedereen in de buurt. Als bestuurder kijk je domweg over voetgangers en wandelwagens heen. Zijspiegels lijken James Bond-achtige uitsteeksels om tegemoetkomende fietsers mee van de weg te maaien.

Wat drijft iemand om in zo’n bak te willen rijden? Op de brede lanen van Wassenaar, leef je uit! Maar wat heb je ermee te zoeken op het Noordeinde in Den Haag? Waarom verstop je de stad ermee? Als je zo’n gevaarte kunt veroorloven dan kun je toch ook nog wel iets vriendelijks 'voor erbij' kopen? Hoeft er niemand voor je aan de kant. Of is dat nou precies waar het om gaat? Laten zien wie er de baas is? Wie de grootste heeft? Of is het een kwestie van anderen bang maken? Pas op, aan de kant, hier kom ik aan! Of is dat allemaal hetzelfde?

Of is het gewoon een kwestie van biologie? Eten of gegeten worden, survival of the fittest? It’s a jungle out there? Misschien zijn er echt mensen die dat denken. Wees op alles voorbereid, je weet maar nooit! De hele dag bezig met je eigen veiligheid. Als mij en de mijnen maar niets overkomt. Aanval is de beste verdediging. Je kunt ze maar beter op voorhand bang maken. Imponeergedrag van grijze bavianen? (dank, Boelie van Leeuwen!)

Het is een wondere wereld, de autowereld. Gewoon een glanzende afspiegeling van de echte wereld. Vol mensen die bang zijn voor andere mensen. Krijg je oorlog van. Nu ook in het verkeer. Niet tussen automobilisten onderling, die zitten lekker veilig. Nee, tussen automobisten en mensen die geen stalen veiligheidskooien om zich heen hebben. Mensen die zich zonder pantser op straat wagen. Voetgangers en fietsers. Ongewapend en onbeschermd. De nieuwe dwazen. Echte helden.

maandag, maart 26, 2007

Schitterende schittering













Heleen Arends is een veelzijdig mens. Een van de dingen die ze doet is fotograferen. Met een simpele Kodak camera. Geen beeldbewerking, niks. Gewoon vastleggen, wat zij ziet. Bij haar om de hoek is het Haagse Gemeentemuseum, een 'Gesamtkunstwerk'. Het is licht, het heeft lucht, staat toch stevig en herbergt de allermooiste Haagse School en Mondriaans. Architect Berlage ontwierp alles er op en er aan, ook de vijvers ervoor. Daar ziet Heleen van alles in, en op, en aan. Ik voortaan ook. Heleen heeft me met haar foto's van die vijvers een nieuwe kijk op water gegeven. En op licht. Ik kijk nu met andere ogen omdat ik gezien heb wat Heleen ziet. De diepte van het wateroppervlak. Wat je terugziet als je je concenteert op het licht op de oppervlakte. Da's gek, het lijkt wel of je dan heel diep kijkt. Naar een nieuwe werkelijkheid, die er ook is. Waar je normaal gesproken geen acht op slaat. Tot Heleen me er bij stil liet staan. Bij de schittering van het licht. Bij de weerkaatsing van het lucht erboven, de spiegeling van het aardse eromheen. De reflectie van volle warme kleuren, waar komt dat allemaal vandaan? Wonderlijke vormen, diep en verzadigd, alsof ze geschilderd zijn. Impressionistisch. De vijvers van Claude Monet! Giverny is niet ver weg. Maar het is anders, directer, tastbaarder, van nu. En toch tijdloos, een andere wereld. En nog toegankelijk ook. Kijk maar. Schitterend, al die schittering.

dinsdag, maart 20, 2007

Nabijheid, nieuw toverwoord voor het openbaar bestuur

De Nationale Ombudsman trekt met zijn jaarverslag 2006 aan de bel. 'Het veelgehoorde politiek credo "regel is regel" is niet genoeg omdat regels niet altijd recht doen aan de maatschappelijke werkelijkheid.' Burgers willen respectvol en eerlijk worden behandeld. 'Eigenlijk zouden overheden bij klachten van mensen vaker persoonlijk contact met de burger moeten zoeken.' Eigenlijk... Waarom zo voorzichtig? Ik moet weer denken aan het Festival der Bestuurskunde op 8 februari jl in het Evoluon.

Er is me daar iets gaan dagen. Want ik heb er een mooi woord gehoord. Nabijheid. Klinkt niet erg bestuurskundig. Daarom maakte het indruk. Het was Jan Peter Balkenende die het noemde. En anderen noemden het niet maar bedoelden het soms wel. Want het ging die dag veel over vervreemding. Over afstand en hoe die te overbruggen. Marc Hertogh, rechtssocioloog in Groningen, noemt het rechtsvervreemding als je van de rechter ‘Fuck you!’ tegen een agent mag roepen. Dan is er geen verbinding meer. Dan gaat het niet meer om mensen. Wie wil er nog agent worden? Masochisten misschien? Vroeger leerde je: ‘Schelden doet geen pijn’. Leer je nu dan op de Politieacademie ‘Pijn is fijn!’? Kritische ontbinding, zo benoemde Wim van der Donk van de Wetenschappelijke Raad voor het Regringsbeleid wat er gaande is.

Maar, zoals altijd, er is hoop. Zeker op een festival. De Vice-President van de Raad van State Herman Tjeenk Willink nam ons mee naar een tijd die de studenten in de zaal niet eens hebben meegemaakt. Begin jaren zeventig, vorige eeuw. Roerige tijden. Piet de Jong was premier. Hij had een recept voor een nuchter oordeel.'Uiteindelijk zet je alle adviseurs de deur uit en stel je jezelf de vraag: Wat vind ik er nou zelf van?' Zo simpel? Zo simpel! Leg het niet buiten je zelf maar ga bij jezelf te rade. Durf dat aan. En Tjeenk Willink ging verder, over een vergelijkbaar soort moed. Kijk naar het individuele geval – in plaats van het meten en toepassen van het gemiddelde. Als voorbeeld noemde hij het afschaffen van het Kroonberoep, omdat het niet voldoende onafhankelijk zou zijn. Het gevolg is dat we nu een bestuursrechter hebben die focust op wat ‘rechtens juist’ is. En dat is soms bijzonder onbevredigend voor de burger. Want die heeft vaak een hele andere rechtsbeleving. En voelt zich dan niet gezien en niet gehoord. En dat is funest. Want dat ondergraaft niet alleen het rechtsgevoel, uiteindelijk ook de rechtsstaat.

Pieter Tops weet (bijna) alles over lokaal bestuur. Hij verhaalde over wat er zich afspeelt in de krochten van de grote stad. Waar je in Rotterdam zoal tegenaan kunt lopen. Over de noodzaak om echt in gesprek te gaan. Mensen werkelijk in de ogen te kijken. En ook een moreel oordeel te hebben. Grenzen durven stellen, zonodig streng straffen, laten voelen - naast het bieden van hulp en zorg. Of misschien wel als voorwaarde daarvoor: als je meedoet willen we je helpen. Engagement & Discipline als recept tegen verloedering en onveiligheid. En waar ligt dan de grens? How about privacy? Is er wel een zelfde grens te trekken voor iedereen? Werkt dat nog wel? Thom de Graaf heeft als minister van BZK aan de Raad voor het Openbaar Bestuur toch niet voor niets gevraagd daarover na te denken. We beginnen er achter te komen dat gelijkheid iets anders is dan gelijkwaardigheid. En dat het gelijkheidsbeginsel ons kan belemmeren om maatregelen (bijv. de Rotterdam Wet) te nemen die nodig zijn om mensen juist een gelijke kans op een menswaardig bestaan te geven.

We lopen aan tegen grenzen. De grenzen van de wet. De grenzen van ons denken. Met strikte toepassing van regels doen we mensen - en waar zij mee zitten - geen recht. Het roept afstand op. En op den duur opstand. De Opstand der Horden. Ze staan zo weer met stokken op de hekken bij het Torentje te slaan. Kan de volgende Ad Melkert liggend op de achterbank het Binnenhof ontvluchten. Aandacht en betrokkenheid zijn de sleutels. Werkelijke aandacht, oprechte betrokkenheid. Want het gaat om mensen. Ook in het openbaar bestuur. En dan hebben we het niet meer over burgers maar over mensen. Mensen als u en ik. Met hun dagelijkse zorgen en beslommeringen. Daar gevoel voor hebben, je daarin kunnen inleven. In die dagelijkse sores en besognes. Zonder daarin door te slaan en slap en meegaand (lekker makkelijk!) te worden. Kijk mensen in de ogen en weet wat er nodig is. Durf ‘Nee’ te zeggen. Of juist ‘Ja!’. De een heeft een waarschuwing nodig, de ander een ingrijpende straf. De een heeft hulp nodig, de ander een schop onder z’n kont. En durf je dat? Dat is de vraag. Dan komt het aan op zelfvertrouwen, weten waar je mee bezig bent. Keuzes durven maken, voor anderen. Omdat jij weet wat goed is voor die ander. Dat is toch de kracht van goed en gerespecteerd openbaar bestuur? Uiteindelijk gaat het toch om wijsheid? Niet om de slimste te zijn - maar de verstandigste? En ere wie ere toekomt: het was de Minister-President zelf die helemaal aan het begin van het festival het toverwoord noemde: NABIJHEID.

vrijdag, maart 16, 2007

Je inleven, de definitieve competentie

Kunt u het C-woord nog horen? Competenties? Kun je het daar eigenlijk nog wel over hebben? So nineties... Al die tientallen voor de hand liggende kwaliteiten. Of zijn het toch eigenschappen? Kun je ze nou wel of niet ontwikkelen? Wie moet wat straks kunnen? Of toch al in zich hebben? De lijst dijt in de praktijk van het personeelswerk maar uit, promovendi en professoren krimpen hem weer in. Misschien kunnen we er in één reuzenstap voorbij komen. Op zoek naar de definitieve competentie. ‘De competentie die alle andere competenties overbodig maakt’ (vrij naar W.F. Hermans).

De directeur van een grote instelling in de zorg vertelde het volgende. Ze braken zich met z’n allen het hoofd over wat nou het allerbelangrijkste was dat iedereen in hun instelling zou moeten kunnen. Een competentie die elke medewerker, professional en leidinggevende moest hebben, van de keuken tot de behandelkamer, van de tuinman tot de psychiater. Een doorslaggevende kwaliteit, voor elk moment en in elke situatie. Een wezenlijk talent, direct verbonden met het wezen van de organisatie. Waar alle patiënten, cliënten, leveranciers en financiers, waar alle betrokkenen, buren en familieleden hen op zou herkennen. Uiteindelijk kwamen ze uit bij het meest voor de hand liggende dat je je maar voor kunt stellen: Je inleven.

Je inleven. Het klinkt zo eenvoudig. En is zo lastig. Want het gaat niet meer om jou. Het gaat om iets buiten je, een andere situatie, een ander mens. Je leeft je in ... in een ander. Je verplaatst jezelf in die ander. En dan gebeurt het kleine wonder: die ander openbaart zich in jou, komt in jou tevoorschijn. Je schept in jezelf dus ruimte voor die ander. Je geeft toestemming dat die ander in jou omhoog komt. Je wordt even die ander, je bent even iemand anders. Toch ben je nog jezelf. Want die ander komt in jou naar boven. In jezelf ontmoet je die ander. Door je in te leven in die ander, beleef je die ander en diens situatie. En door dat werkelijk te ervaren, door te voelen wat je dan voelt, weet je precies wat die ander voelt, en hoe die ander zich voelt.

Maar wat heb je daar nou aan, je inleven in een ander? Als we ons allemaal in elkaar gaan inleven, wordt het toch een zootje? Wie durft er dan nog een ferme beslissing te nemen? Want dat doet altijd wel ergens pijn. En je doet altijd wel iemand verdriet. En dat ga je dan allemaal zelf voelen! Of je niet genoeg hebt aan je eigen pijn en verdriet! Of ... zou het zo kunnen zijn dat er dan minder stomme beslissingen worden genomen? Omdat je op voorhand de pijn en het verdriet van die ander voelt. En dus wel oppast. En andersom, dat je juist het plezier en het geluk gaat voelen van beslissingen die goed uitpakken. Want zo werkt ‘je inleven’ natuurlijk ook. Je kunt je evengoed voorstellen wat een ander blij maakt, wat een ander fijn vindt. Je bent geëngageerd: je kunt je inleven in de pijn en de blijdschap van de ander(en).

Wat zou het concreet kunnen opleveren, je werkelijk kunnen inleven? Bijvoorbeeld: nooit meer een product waar niemand op zit te wachten. Nooit meer een bonus of incentive die veel te kort werkt. Nooit meer te hoge prijzen. Nooit meer obligate teksten over ‘luisteren naar de klant’, want je kent de klant, je bent de klant. Nooit meer een popartiest die te snel het volgende meer-van-hetzelfde album uitbrengt, terwijl de fans iets nieuws willen. Nooit meer je medewerkers iets opdringen wat ze niet willen. En je nooit meer hoeven te verbazen dat iets wat jij wilt, domweg niet werkt!

Het kan nog meer betekenen. Mannen spreken hun vrouwelijke kant aan. En kunnen zich ineens veel beter voorstellen wat vrouwen willen. Het begrip sexuele revolutie krijgt een nieuwe lading! Andersom begrijpen vrouwen beter wat mannen drijft, en wat dat oplevert. Oordelen over en weer (‘Dat gezeik van die wijven...’, ‘Hij moet weer zo nodig z’n plasje doen...’) zijn niet meer nodig. Nog meer: mensen laten het kind in zich naar boven komen. Volwassenen kunnen weer spelen, grote mensen durven te dromen. En niet alleen op vakantie, of tijdens een duurbetaalde workshop, maar elke dag. Dat kind blijkt een grote economische waarde te hebben, want dat is ondernemend, onderzoekend en creatief. En nog meer: vult u zelf maar in.

‘Je inleven’ betekent ook een ander serieus nemen. Het niet meer beter hoeven te weten dan die ander. Niet meer denken dat jij alles moet weten. Omdat je toevallig de baas bent, of de volwassene, of de ouder en daarom over en voor anderen denkt te moeten beslissen. Of juist niets denkt te weten omdat je nog jong, een kind of ‘maar’ medewerker bent. Uiteindelijk betekent ‘je inleven’ jezelf serieus nemen. Want door je in te leven in de ander boor je een enorme kracht in jezelf aan. Om met Paracelsus te spreken: ‘Denkt hij een vuur, dan is hij een vuur’. Je blijkt het allemaal te kunnen, en alles te weten. Veel meer in je te hebben dan je ooit dacht. Voor vakkenvullers en winkelchefs, MD’ers en CEO’s: je inleven, de definitieve competentie.

(Gepubliceerd in het Tijdschrift voor Management Development, voorjaar 2007)

maandag, februari 12, 2007

Gevraagd: werkelijke betrokkenheid

Soms zie je op televisie de toekomst van Nederland. Tenminste, dat hoop je dan... Kort voor de verkiezingen 22 november j.l. was er zo’n moment. De Nova-redactie van NederlandKiest heeft Pieter Winsemius en Jan Marijnissen uitgenodigd om met elkaar in debat te gaan. Een mooie optelsom van tegenstellingen: rechts / links, ratio / emotie, elite / volk, hoogopgeleid / laagopgeleid, randstad / provincie, regering / oppositie. Maar niks debat, niks discussie, er wordt een gesprek gevoerd...

Het onderwerp is de oude wijken waarover Pieter Winsemius als nieuwe minister van VROM net een brief heeft gestuurd naar de Tweede Kamer. De wijken die Jan Marijnissen zo goed kent en waar hij al jarenlang - tevergeefs - aandacht voor vraagt. Marijnissen - aanvankelijk in de ‘debatstand’ - probeert Winsemius nog neer te zetten als ‘links’. We moeten vooral niet denken dat we hier met een echte VVD’er te maken hebben. Winsemius maakt duidelijk dat hij al jarenlang VVD’er is en bovendien lid van een ‘rechts’ kabinet. Marijnissen schakelt snel en geeft Winsemius de ruimte om te vertellen. Over de problemen in de oude wijken en over zijn zorgen daarover. Je hoort een minister rustig praten, geen cliché’s gebruiken en nadenken als het nodig is. Hij vertelt een warm verhaal over mensen die het niet redden, kinderen die er in uitzichtloze situaties opgroeien. Een begrijpelijk verhaal van iemand die echt betrokken is bij de wereld om zich heen. Een vertrouwenwekkend verhaal omdat het voelbaar van binnenuit komt. Kortom, een geloofwaardig verhaal.

De oppositieleider ervaart dat ook en gaat er op in. Geen discussie-om-de-discussie, geen debattrucjes, geen gespeelde opwinding, geen verongelijkte toon. Wat een verademing! Twee verstandige, levenswijze mannen die met elkaar pratend de partijpolitieke tegenstellingen overstijgen. Ze vinden elkaar in hun zorg over de achteruitgang van de oude wijken, in hun betrokkenheid bij de toekomst van de mensen die er nu wonen en in hun inschatting van de desastreuze effecten ervan op de samenleving. Hier zie je gebeuren wat er mogelijk is als politici zichzelf kunnen wegcijferen, hun partijbelangen kunnen relativeren en kunnen teruggaan naar waar het allemaal om begonnen is: werken aan en voor een samenleving waarin mensen het morgen beter hebben dan vandaag, zorg is voor elkaar en ruimte voor het individu.

Het kan dus. Ogenschijnlijk grote tegenstellingen kun je voorbijkomen. Sommige maatschappelijke problemen zijn onderhand (misschien) groot en (hopelijk) ook erg genoeg om de (partijpolitieke) belangentegenstellingen daarover te ontstijgen en de zaken op een nieuwe manier aan te pakken. Wat is de uitweg? Is er een sleutel naar meer verbondenheid? Ja, betrokkenheid. Werkelijke betrokkenheid bij de mensen waar het om gaat. Bij alleenstaande bijstandsmoeders met opgroeiende kinderen. Bij patiënten in niet goed georganiseerde verpleegtehuizen. Bij kinderen met taalachterstand omdat hun moeder geen Nederlands spreekt. Bij mensen die dagelijks vieze lucht inademen omdat ze in een flat langs de snelweg wonen. Bij de dieren in de bioindustrie. Bij het leven op de opwarmende aarde. Bij vluchtelingen die geen kant op kunnen. Betrokkenheid kortom bij wat niet goed gaat en beslist beter kan. Daar geldt geen links of rechts, progressief of conservatief. Daar telt maar een ding: menselijkheid.

Twitter Delicious Facebook Digg Stumbleupon Favorites More