Wonderlijke tijden. Verstoring van de bestaande orde. Wat voor jou belangrijk is wordt bedreigd – en je zoekt steun, houvast, geborgenheid. Je behoefte aan zekerheid groeit, maar waar vind je die nog? De werkelijkheid schreeuwt je toe: ’Je bent op jezelf aangewezen!’ Ben je dus alleen? Nee! Want we zijn hier samen. Niemand is alleen. En we hebben elkaar nodig. Meer dan ooit. Deze tijd vraagt om tevoorschijn komen. Laten zien wie je bent. Je niet meer verschuilen maar meedoen. Inbrengen wat jij kunt bijdragen – door te doen waar jíj blij van wordt. En je door niets of niemand meer bang laten maken. Wanneer je de moed kunt opbrengen om voluit te leven – recht uit je hart, en geholpen door je hoofd – ben je minder alleen dan je denkt. Dan kun je steun, houvast en geborgenheid ervaren. Bij jezelf, en bij de ander. En dan heb je ook wat te geven – dan geef je wie jij in wezen bent.

maandag, maart 03, 2014

Gooi je weg wat je niet meer dient? Leef je opgeruimd? Wat een rust.


Een opgeruimd huis geeft rust. Dat weet je. Gun je jezelf ook de rust van een opgeruimd gemoed? Om op te ruimen is het wel nodig alle rommel beet te pakken. Anders kun je het niet weggooien. En ja, dat kan pijn doen, er kan verdriet boven komen. Maar weet, het is oud verdriet, en oude pijn. Het zijn tranen van ooit. Het is al gebeurd – toen.

Kijk het nog een keer aan, en vraag jezelf hardop af: ‘Wil ik dit verdriet, en deze pijn, nog langer in mijn leven?’ Als je echt kunt voelen dat je deze rommel niet meer wilt, omdat je er niets meer aan hebt, dan kun je het laten gaan. Bewust. Want gek genoeg, uit zichzelf verdwijnt het niet. Je moet er echt wat voor doen. Net als in je huis. Het kost tijd en het kost energie. Maar niet opruimen kost je nog veel meer tijd en energie. Want het stapelt zich maar op.

Stel je voor. Je bewaart alles wat je niet gebruikt. Je gooit niets weg. Je huis zou snel vol staan met vuilnis, en groot vuil. Geen doorkomen meer aan. Dat gebeurt ook als je van binnen niet opruimt. Als je blijft rondlopen met wat je allemaal hebt meegemaakt maar niet hebt verwerkt. En dat kan veel zijn, misschien wel meer dan je in de gaten hebt. Leuke dingen, minder leuke dingen. De leuke dingen kun je meestal wel mee uit de voeten. Dat worden leuke herinneringen. Die liggen in een open kast, in het zicht en voor het grijpen.

De minder leuke dingen, dat is een ander verhaal. Die slingeren rond, raken uit het zicht, misschien heb  je ze goed opgeborgen – maar je weet dat ze er zijn. En je kunt er zomaar over struikelen, waardoor je er weer boos over wordt. Ze kunnen ook in een hoek liggen te stinken en te rotten, waardoor het je steeds weer irriteert en je moe maakt. Ze kunnen zelfs ongedierte aantrekken – beesten die je besmetten met een nare ziekte. Opruimen en schoonmaken, dat is nodig. Misschien ben je het niet gewend, maar het is wel nodig. Van binnen net zo goed als in je huis.

Wat ik zo lastig vind is dat opruimen zoveel tijd kost. Maar hoe langer ik het uitstel hoe groter de rommel wordt. Gek genoeg, als ik eenmaal er aan begin valt het altijd weer mee. In mijn huis en in mijn gemoed. Precies eender. Ik ben laatst mijn kasten doorgelopen. Dat kostte me dagen. Vier volle vuilniszakken kwamen eruit. En ik ben relaties aan het checken waar volgens mij nog rommel op te ruimen valt. Eens kijken wat daar nog ligt aan oud zeer – hopelijk zijn het misverstanden. Maar misschien is het ook wel nodig om ferme beslissingen te nemen. Het kan maar duidelijk zijn. Dat geeft rust  en ruimte voor iets nieuws.

donderdag, februari 27, 2014

Mededogen. Om te beginnen met jezelf. Een sleutel naar geluk.


Mededogen. Klinkt zo vaag, en groot tegelijk. Onbereikbaar, en niet zo bruikbaar. Mooie gedachte, maar wat moet je ermee? Hoe kan ik mededogen hebben als ik al genoeg aan mijn kop heb? Als er al zoveel tegen zit ook nog tijd hebben voor een ander? Dat gaat er echt niet meer bij. Ik heb genoeg aan mezelf en mijn eigen sores. Genoeg ellende om op te lossen. Ga me eerst maar eens bepalen tot mijn eigen zaken.

En precies daar zat voor mij de doorgang. Bij mezelf. Het besef dat ik mededogen mag hebben met mezelf. Dat ik mezelf niet zo hard hoef te vallen. Dat ik niet alle tegenvallers op mezelf hoef te betrekken. Niet van alles hoef te denken dat het allemaal door mij komt. Dat het mijn eigen schuld is. Dat ik lief mag zijn voor mezelf.  Mezelf de tijd en de rust mag geven om bij te komen. Moe mag zijn. Omdat er nou eenmaal veel gebeurd is waar ik moe van ben. Daar mededogen voor voelen. Vriendelijk zijn voor mezelf.

Wat ik merk is dat er met het mededogen met mezelf, mededogen met een ander naar boven komt. Het lijkt wel vanzelf te gaan. Maar wel in een volgorde. Eerst ik, en dan de ander. Mededogen met een ander is een gevolg van mededogen met mezelf. Het werkt onbedoeld en onbewust. En zo krijg ik een kado, twee zelfs. Mededogen met mezelf geeft me de rust en overgave waar ik naar verlang. Even niets hoeven, van mezelf. Mezelf niet meer zo opjagen en afstraffen. En vanzelf doe ik het ook minder naar anderen.

Het duurde lang voor dat het besef kwam dat ik mededogen mag hebben met mezelf. Het heeft iets van gunnen. Mezelf mededogen gunnen. En wat mij helpt zijn mensen om me heen die het me ook gunnen. Die met mededogende ogen naar mij kijken. Maar uiteindelijk moet ik het zelf doen. Met andere ogen naar mezelf kijken. Vriendelijk. Met liefde, om het grote woord maar te noemen. Mededogen is een liefdevolle blik – op mezelf. Die vanzelf een liefdevolle blik op de mensen om me heen oplevert. En zo kan ik uit mijn kijk op mijn omgeving afleiden hoe liefdevol ik naar mezelf ben.

Noot: Mededogen is wat anders dan medelijden. Medelijden kan zielig maken. Voelt niet stevig. Je kunt bijvoorbeeld met mededogen naar een ander en diens leven kijken. Dan heb je een begripvolle blik, zonder dat je in de ellende die je ziet opgaat of verdwijnt, waardoor die ander ook niet veel meer aan je heeft. Medelijden kan meehuilen worden, waar een ander meestal niet mee geholpen is. Met mededogen blijf je bij jezelf, en kun je er voor de ander zijn. 

dinsdag, februari 25, 2014

Narigheid komt voort uit machteloosheid en frustratie – van jezelf, over jezelf.


Veel gedoe met anderen kun je voorkomen als je in de gaten hebt hoe het met jou zelf gaat. Dat je bijvoorbeeld moe bent. Misschien wel afgepeigerd, of zelfs uitgeput. Of dat je geïrriteerd bent, gespannen of boos. Vaak heb je dat van jezelf niet in de gaten. Misschien omdat het zich langzaam ontwikkelt, zich ongemerkt heeft opbouwd. Je denkt dat het allemaal wel meevalt, maar mensen om je heen pikken het op. Vaak onbewust, maar dan heb je de poppen wel aan het dansen.

Vaak ben je je er niet van bewust hoe je je gedraagt – en de ander is zich er meestal niet van bewust hoe ie daar weer op reageert. Dan heb je zomaar gedoe, dat vaak nergens over gaat. Ja, over emoties – die alle kanten op gaan. Grappig om van een afstandje naar te kijken, maar niet als je er zelf middenin zit. Soaps zijn gebaseerd op dit menselijk gedoe. Goede Tijden Slechte Tijden is niet voor niets al een kwart eeuw zo goed bekeken. Een en al herkenning.

Veel van die narigheid komt voort uit machteloosheid en frustratie – van jezelf, over jezelf. Je denkt dat het gaat over iets buiten je, iets dat anderen gedaan hebben. Daar ben je chagrijnig of boos over. Het is hun schuld. Maar meestal gaat het over jezelf. Jij wilt iets – maar je krijgt het niet voor elkaar. Jij maakt je ergens druk over – maar er gebeurt niets. Jij wilt het anders – maar niemand doet mee. Jij bent boos... en je geeft een ander de schuld. Want de ander werkt niet mee, die begrijpt het niet, die wil niet luisteren.

Maar diep van binnen weet je: Ik ben boos op mezelf. Boos dat je iets wilt wat je niet lukt, en boos dat je daarbij afhankelijk bent van anderen. De doorgang ligt voor de hand. Bepaal je tot jezelf. Bepaal je tot wat binnen je eigen macht ligt. Doe wat je zelf  kan doen en doe dat goed. Hou op met je druk maken over zaken waar je niet over gaat. Zoals de mensen om je heen: je partner, je kinderen, je collega’s, je buren. Want je gaat er niet over. Bepaal je tot jezelf en doe wat je kunt. Het scheelt je veel gedoe. En je wordt er een stuk gelukkiger van.

En ja, wat is het lastig om je tot jezelf te bepalen. Want de hele dag heb je mensen om je heen, die van alles vinden en die van alles willen. Misschien wel iets van jou vinden en iets van jou willen. Die hun stemmingen hebben en die uitstralen – ook naar jou. En blijf dan maar eens bij jezelf. Niet gevoelig voor andermans stemmingen – terwijl je er wel mee werkt of leeft! – zonder gevoelloos te worden. Jezelf afsluiten voor andermans stemming, zonder je hart te sluiten – omdat je het met die ander liever goed wilt hebben.

Wat ik – met veel vallen en opstaan! – doe, is eerst zo goed als ik kan onderzoeken of ik boos ben. Boos op mezelf wel te verstaan, boos omdat ik de macht buiten mezelf leg. Boos omdat ik me afhankelijk maak van een ander, waardoor ik me machteloos en gefrustreerd voel, soms tot huilens toe. Maar dat is huilen naar buiten, huilen om aandacht en begrip. Als dat zo is laat ik me nog teveel bepalen door die ander.

Andersom, als ik me genoeg tot mezelf weet te bepalen en me minder druk maak om wat een ander mij aan zou doen, merk ik minder boosheid bij mezelf. Ik kan me dan wel verdrietig voelen, heel verdrietig. Tot huilens toe – en toch is het een ander huilen dan huilen van boosheid. Stiller, bij mezelf. Maar dat gebeurt pas als ik geen reden meer heb om boos te zijn.

Dan kan ik verdrietig zijn dat ik het met een ander niet lukt, dat we niet samen kunnen zijn, dat het tussen ons niet werkt. En vanuit dat verdriet kan ik rustiger en meer overwogen beslissen dat het beter is om met die ander niet iets te willen, of niet meer te willen. Dan kan ik langzaam maar zeker ook met plezier en dankbaarheid terugkijken op wat er geweest is. En wat misschien ooit weer kan komen, misschien in een andere vorm – maar wat er nu niet is. 

vrijdag, februari 21, 2014

Tranen die je tegenhoudt maken je moe en boos. En uiteindelijk ziek.


We hebben allemaal pijn. En we hebben allemaal verdriet. Het is niet anders. Het hoort bij het leven. Op een dag kom je erachter dat weglachen niet meer helpt. Of hard werken. Of verdoven. Allemaal vormen van ontkenning. Manieren die je jezelf hebt aangeleerd om verder te kunnen met je leven. Meestal na een ontregeling. Tegenslag. Er gaat iets niet goed. Je krijgt niet wat je hoopt, waar je op rekent dat gaat niet door. Vroeger thuis, of op school. Nu in je relatie, of op je werk. Iets met kinderen en familie. Er gebeurt iets onverwachts met een grote impact. Niet fit, geen werk, of je relatie gaat over. Ziekte of dood, misschien heel dichtbij. Het ontregelt jou, het ontregelt je leven.

Wat het ook is, de vraag is: hoe ga ik ermee om? Vaak is je reactie: doorgaan. Een kwestie van overleven. Je neemt je niet de tijd om wat er gebeurd is te verstouwen en te verteren. Geen tijd voor verdriet. Je wilt ervan weg, je wilt verder. Begrijpelijk, maar niet handig. Want je verdriet slaat zich op, in jou. Zonder dat je het in de gaten hebt zitten die tranen daar ergens. En ben je  – helemaal onbewust – bezig om ze daar te houden. Je wilt er niet meer aan denken, dat stuwmeer vol tranen. Maar ondertussen bepaalt het je wel – meer dan je in de gaten hebt.

Zo is veel onderhuidse spanning te verklaren. Je wordt er moe en boos van om die tranen tegen te houden. Je kunt er zelfs ziek van worden. Je gedrag kan je er een aanwijzing voor geven. Je bent luidruchtig of weglachend, klagend of afgesloten – allemaal vormen van tegenhouden. Als je dat gedrag kunt herkennen kun je ook een begin maken met verwerken. Erkennen wat er aan de hand is. De werkelijkheid onder ogen zien: ‘Dit is mijn leven. En het gaat niet zoals ik hoopte. Het valt me zo tegen.’ En dat omarmen: ‘Maar het is wel míjn leven. En er is er maar één die er wat van kan maken. En dat ben ik.’ De doorgang naar een gelukkiger leven. Waar altijd wat te beleven is, waarin het meezit en tegenzit. Waarin je kunt lachen en huilen. En je tranen mogen stromen. Omdat ze nu eenmaal bij het leven horen.

Durven voelen. Ik vind het doodeng. Maar er is een beloning. Wat ik merk is dat tranen van geluk makkelijker komen als mijn tranen van verdriet er mogen zijn. Dan raak ik ontroerd, als ik voel wat iemand voor mij betekent. Of ik schiet vol, als iets me echt raakt. Dat kan bijna pijn doen – in mijn hart. Daar maak ik me maar geen zorgen over. Mijn hart zal er wel aan moeten wennen dat het iets voelt. Mag voelen. Van mij. Als ik mijn tranen niet meer probeer tegen te houden. Misschien is het wel de redding van mijn hart. En uiteindelijk de redding van mijzelf. Door mijzelf. Als ik durf te voelen. 

woensdag, februari 19, 2014

Je hebt alles al. Je weet alles al. Nu iets mee doen. Dat is geluk.



Okee, dit is een lastige. Het besef dat je alles al hebt. En alles al weet. Allang. Je hebt jezelf. En meer is er ook niet. Maar ook niet minder. Dit is wie je bent en daar heb je het mee te doen. Met jouw talenten en begaafdheden. Met jouw geschiedenis en bagage. Je denkt misschien dat het niet genoeg is. En dat je een ander nodig hebt. Om jou aan te vullen. Of zelfs te vervullen. Vergeet het. Een keiharde afdaling naar ongeluk. Want dan maak je jezelf afhankelijk van andermans goede zin. En beste bedoelingen. Die nooit volledig overeen komen met die van jou. En dan begint het gedoe. Je gaat die ander verwijten dat ie niet is wie jij hoopt of denkt dat ie is. Je verwachtingen over de ander komen niet uit. Teleurstelling volgt. In de ander. Maar een ander kan jou niet gelukkig maken.

Geluk werkt andersom. Het begint met ‘Dit ben ik’. Met alles erop en eraan. Je leuke kanten, en vooral je minder leuke kanten – die trouwens wel mee blijken te vallen als je andermans teleurstellingen daarover er vanaf haalt. ‘Dit ben ik’ – in het besef dat je diep van binnen alles al weet, en meer dan genoeg hebt. Als je bijvoorbeeld iets leest of hoort waarvan je denkt of voelt: ‘Ja! Zo waar!’ dan wist je het al. Het wordt nu wakker, het lag te slapen. Of als je tot je door laat dringen wat je allemaal hebt. Al de mensen het dichtst om je heen. Die van je houden. Ook de familieleden waar je misschien al jaren gedoe (of erger) mee hebt. Je familie, die je misschien niet meer wilt zien. Vraag het ze maar. Laat je verrassen.

In mijn hart weet ik alles. Ook dat ik alles al hebt. Mezelf – en de mensen om me heen die van me houden. En als ik leer te houden van mezelf maak ik het anderen makkelijker om van mij te houden. Want als ik van mezelf houd hoef ik geen liefde van een ander. Die krijg ik. En ik deel mijn liefde uit. Het heeft mij mijn leven tot nu gekost om hier achter te komen. Hoe het bij mij gaat: als ik niets meer denk te weten en niets meer denk te hebben, kom ik er (juist! eindelijk!) achter wat ik weet. Eigenlijk alles (inclusief de wetenschap dat ik uiteindelijk niets zeker weet). En wat ik heb. Mezelf. En het is nooit te laat om jezelf te vinden. Al is het op je sterfbed. Maar eerder is wel fijner.  

maandag, februari 17, 2014

Ga eens na hoe vaak je geholpen bent. Ben je dankbaar?


Hoe vaak ben je in je leven geholpen? Van jongs af aan? Alle mensen die je ontmoet hebt, en die iets voor je hebben gedaan? Mensen die je hebben grootgebracht, waarvan je geleerd hebt? Misschien vind je dat je daar niets aan hebt gehad, of niet veel van hebt geleerd. Of dat het precies het tegendeel was van wat je had willen krijgen of leren. Hoe dan ook, mensen probeerden je te helpen, en meestal met de beste bedoelingen – al weet je misschien niet wat die waren. En dat is je hele leven doorgegaan. Onnoemelijk veel mensen hebben iets voor je gedaan, vaak zonder dat je het zelf in de gaten had. Zoals jij ook dingen voor anderen doet, wat zij misschien weer niet in de gaten hebben. Voor je kinderen bijvoorbeeld, broers of zussen, collega’s of je buren. Ik heb vaak niet in de gaten gehad wat ik kreeg, nog steeds niet. Net zo goed geef ik anderen misschien wel iets dat ik niet in de gaten heb. Nou ja, soms dan – aan sommige anderen. Ik weet het eigenlijk niet. Ik merk wel dat het een lekker gevoel is om stil te staan bij wat ik allemaal krijg. ‘Hulp en bijstand’ die ik krijg zonder erom te vragen. Als het me lukt om er echt bij stil te staan komt er dankbaarheid bij me boven. Voor alles wat ik krijg. Zomaar, uit het niets. Het zal wel iets met liefde te maken hebben. Denk ik dan maar. Volgende stap: het helemaal voelen (wordt vervolgd).

donderdag, februari 13, 2014

Je wilt met niemand ruilen als je zijn verleden kent.


We hebben allemaal een verhaal. En alles wat we doen is begrijpelijk. Ook als mensen onbegrijpelijk doen. Als je het verhaal kent. Maar wat is het lastig om je verhaal te vertellen. Vaak schaam je je voor je verhaal – voor wat je hebt meegemaakt. Of je voelt je schuldig – over wat je hebt gedaan. Of heb je spijt – over wat je niet hebt gedaan. Schaamte, schuld en spijt. Allemaal redenen om je verhaal niet te vertellen. Of je denkt dat jouw verhaal niet de moeite waard is: ‘Wie is er nou geïnteresseerd in mijn verhaal?’ Of je bent je verhaal vergeten. Je hebt het opgeborgen, want het is te pijnlijk.

Ondertussen voel je je niet begrepen, tekortgedaan of verkeerd beoordeeld. Tot je je verhaal vertelt. Zonder het groter of kleiner te maken, zonder zelfbeklag of zelfverwijt. De kale feiten en hoe je je daarbij gevoeld hebt. En wat het met je gedaan heeft. Je zult merken: je verhaal vertellen levert je begrip en respect op. Waar elk mens naar verlangt. Je maakt jezelf begrijpelijk als je je verhaal vertelt. Je maakt het de ander makkelijker om je gedrag te plaatsen. Niet om je excuseren maar om je te begrijpen. En met je mee te kunnen voelen.

Durf je die opening te maken? Jezelf in die kwetsbaarheid te laten zien? Het is doodeng. Ik moet altijd al mijn moed bij elkaar rapen. Maar ik heb gemerkt: je gaat er niet aan dood. En je krijgt terug waar je het meest naar verlangt: aandacht en begrip. En daarachter: liefde. Precies waarnaar je verlangt. Je hebt de sleutel zelf in handen. Door je verhaal te vertellen. Open te gaan. Jezelf in al je kwetsbaarheid te laten zien.

Durf je de deur open te zetten? Welke deur? De deur naar je hart. De meest enge deur. De dikste en de zwaarste deur. Bij mij zat ie muurvast. Maar het is wel de doorgang naar het grootste geluk: het besef dat je verleden achter de rug is – dat het je heeft gevormd, maar nu niet meer hoeft te bepalen. En dat begint met je verhaal vertellen. Alleen al om jezelf beter te begrijpen.

En andersom, je gaat anders naar iemand kijken als je diens verhaal kent. Als je een kijkje krijgt in andermans verleden. Je zult al gauw merken dat je diens verleden liever niet had willen meemaken. Misschien krijg je zelfs wel bewondering voor die ander. Want die heeft het toch maar mooi gered tot hier. Net zo goed als jij. We hebben allemaal een verhaal. En vaak een verleden dat je niet had willen meemaken. Waardoor je met niemand wilt ruilen. Als je het echte verhaal kent.

NB – Het is lastig om je verhaal te vertellen zonder er een verhaal van te maken. Want je verhaal is vaak een verhaal geworden. Het heeft zich in je hoofd genesteld en heeft daar een kleur en een vorm aangenomen. Weet dat het jouw beleving van jouw werkelijkheid is. Misschien zelfs een vervorming. Neem het serieus maar maak het niet absoluut. Zeker niet als een ander, die dezelfde situatie heeft meegemaakt, een heel ander verhaal heeft. Bijvoorbeeld een broer of een zus. Het kan allebei waar zijn. Omdat het gaat om beleving en waarneming. En die zijn altijd persoonlijk gekleurd. Zet het naast elkaar. Het is allemaal waar. Het zijn persoonlijke verhalen. Geen absolute waarheden. Zo hebben mijn broer en ik een volkomen verschillend beeld van onze jeugd – die we met elkaar hebben doorgebracht. Voor het eerst kan ik zien dat zijn verhaal niet onwaar is maar net zo waar als dat van mij. Sterker nog, het geheel wordt een rijker verhaal. 

dinsdag, februari 11, 2014

Je bent zo veel meer dan je persoonlijkheid. Gelukkig maar.


Persoon komt van ‘persona’, het Latijnse woord voor masker, de persoon die je voorgeeft te zijn. Je bent het niet, je denkt het maar. Anders gezegd: ‘Je bent niet je persoonlijkheid, je hebt een persoonlijkheid.’ Want stel je voor dat je niet meer zou zijn dan je persoonlijkheid. Je masker, je jas – je bescherming, je overleving. Dat ding waarmee je je vertoont. Dat je psychologisch kunt testen. Of astrologisch kunt duiden. Waarmee je in een hokje gestopt kunt worden. Dat beeld vol trekken en tekortkomingen. Waar je je soms zo door beperkt kunt voelen. Dat je misschien ook gebruikt om je achter te verschuilen: ‘Zo ben ik nou eenmaal, ‘ of ‘Zo zit ik tenslotte in elkaar.’ Makkelijk excuus. Maar wil je dat? Wil je jezelf beperken tot een psychologische testuitslag of een astrologische karakterschets? Je persoonlijkheid is het vehikel waarvan je je in dit leven bedient. Dat is alles. En ook weer veel. Want je kunt van je persoonlijkheid wat maken – je persoonlijkheid kan zich ontwikkelen, groeien. Zo kun je je persoonlijkheid tot jouw dienaar maken. Het is tenslotte jouw persoonlijkheid. Van niemand anders. En je gaat er zelf over. Wel lastig.  Tenminste, ik vind het lastig. Om me er steeds van bewust te zijn dat het mijn persoonlijkheid is die met mij aan de haal gaat. Zijn eigen gang lijkt te gaan, buiten mij om. Maar dat kan toch niet waar zijn? Daarom is het wel handig om mijn persoonlijkheid steeds beter te leren kennen. Er in te duiken. En extra attractie: mijn blinde vlekken te spotten. Want die zitten ook in mijn persoonlijkheid. Kun je wel chagrijnig van worden, vooral als je het met anderen erbij doet: ‘Doe ik echt zo?’ ‘Ja!’ ‘Nee joh, echt niet!’ En ja, het gaat gepaard met labels en etiketten. En daar dan weer geen verhaal van maken. ‘Ik ben een ENFT’er, en een boogschutter met schorpioen als ascendant, en een 7, en een neuroot, en een...’ Noem maar op.  Om op een dag zeggen: ‘WTF? Ik ben dat allemaal, en gelukkig nog veel meer – mezelf bijvoorbeeld.’ Om bij de diepste vraag te komen: ‘Maar wie is dat dan, mezelf? Wie ben ik?’ (Wordt vervolgd)

vrijdag, februari 07, 2014

Je bent zo oneindig veel meer dan degene die je aanziet voor jezelf.


Je persoonlijkheid zegt niets over wie je in wezen bent. Je wezen is eeuwig en niet van deze wereld. Je wezen staat in verbinding met grotere machten, ver voorbij dit aardse niveau. Zo kom je aan je ingevingen en inzichten. Daar bevindt zich de bron van je creativiteit. En als die bron stroomt kun je je een kanaal van iets groters voelen. Zo kan je wezen – wie je in wezen bent – zich door jou heen uitdrukken. Dan kun je voelen dat je onderdeel bent van een groter geheel. En dan weet je ook dat degene die je aanziet voor jezelf alleen maar je persoonlijkheid is. De vorm waarin jouw ziel zich hier vertoont. Maar verwar het niet met wie je in wezen bent. Dan doe je jezelf echt tekort.

woensdag, februari 05, 2014

Je hebt heel je leven om erachter te komen wie je in wezen bent.


Het is nogal wat, wie je in wezen bent. Zou jij het weten? Weten wie je in wezen bent? Ik zou het nu niet weten, wie ik ben, daar diep van binnen. Laat staan dat ik het voor een ander zou weten. Soms kun je wel een glimp opvangen. Ineens lijkt het of je even door iemand heen kunt kijken. Of iemand door jou heen kijkt. Meer een gevoel dan een gedachte. Voorbij het dagelijkse gedoe. En kijkje in iemand krijgen. Maar alleen als iemand zich ook wil laten zien. Dat kan gebeuren als je je allebei ontzettend op je gemak voelt. Bij elkaar, met elkaar. Want durf je dat misschien, je zo blootgeven. En wat voelt dat heerlijk: een ander echt zien, en zelf echt gezien worden – je gezien voelen, je gezien weten. En dan nog zie je maar een stukje. Wat je laat zien, en wat je kunt zien. Bij mij begint het met de ander echt aan durven kijken. En mij aan laten kijken. Voorbij alle onhandigheid en verlegenheid. Gelukkig heb ik mijn hele leven om er zo, samen met anderen, langzaam maar zeker achter te komen wie ik in wezen ben. Een caleidoscoop van indrukken en ervaringen, die ervoor zorgt dat ik misschien op een dag kan zeggen: ‘Zou dit zijn, wie ik in wezen ben?’ Ik ben benieuwd naar alle glimpen die ik nog krijg. Van mezelf en van anderen. Aan het eind van mijn leven is vroeg genoeg. En later mag ook. 

maandag, januari 27, 2014

De dood bevrijdt je geest uit je lichaam


Op een dag ben je klaar. Je lichaam doet het niet meer. Terwijl je geest nog wakker en helder is. Je verbaast je erover dat je ziek bent, dat je lijf het niet meer doet. Je kunt dan een wonderlijke scheiding ervaren tussen lichaam en geest. Je geest snapt niet dat je lichaam ziek is: ‘Waarom ben ik zo ziek?’ Maar het is alleen je lichaam dat ziek is. Je ooit gezonde lijf is blijkbaar op. Ondertussen kan je geest nog even helder zijn. Misschien zelfs helderder dan ooit. Juist omdat je geest langzaam maar zeker los komt van je lichaam. Dan kun je steeds beter voelen: ík ben niet ziek, mijn lijf is ziek. Dat is bevrijdend. In zijn laatste dagen maakte mijn zieke oude vader een gebaar, spiralend naar boven. Zijn geest was zich aan het losmaken, klaar voor vertrek. Niet veel later gleed hij weg. Op reis, vertrokken naar een andere wereld – zijn geest bevrijd uit zijn lichaam.

vrijdag, januari 17, 2014

Tegenslag? Het beste dat je kan overkomen!



Sta je wel eens stil? Letterlijk? Stil bij wat er allemaal te beleven valt? Er is zoveel om je over te verbazen, en te verwonderen. Dat gebeurt je als je ergens in opgaat, je aan overgeeft. Als je de tijd vergeet, niet meer weet waar je bent. Even in een andere ruimte bent. Loslaat wat je normaal gesproken vasthoudt. Je zekerheden, materie.

Soms laat het leven je los. Dat noemen we tegenslag. Je relatie blijkt op, je werk houdt op, of je lichaam zegt stop. Dan voel je je kwetsbaar. Naakt. Je weet het even niet meer. Je wilt het niet meemaken maar ondertussen gebeurt het. In die kwetsbaarheid vind je ook een doorgang. ‘Ring the bells that still can ring. Forget your perfect offering. There is a crack in everything. That’s how the light gets in,’ zingt Leonard Cohen. Tel je zegeningen, het hoeft niet perfect. De barst in je pantser laat licht binnen. En jouw licht schijnt erdoor naar buiten.

Je ontdekt dat je niets liever wilt dan jezelf zijn. Maar wat is dat? Jezelf zijn? Het klinkt zo makkelijk. Maar wat kun je anders dan jezelf zijn?! Een crisis helpt daarbij. Je bent jezelf kwijt. Om daarna jezelf terug te vinden. Want dat zeggen mensen die terugkijken op een doorleefde crisis: ‘Na mijn scheiding, mijn ontslag, mijn operatie... vond ik mezelf terug.’ En het gaat gepaard met loslaten. Loslaten van wat je hebt opgebouwd en verzameld. Materieel, en immaterieel. Je inkomen, functie, aanzien. Het oude vertrouwde – dat je ver heeft gebracht, maar niet meer werkt. ‘Ego, and old habits.’


Loslaten kan heel pijnlijk zijn. Je kunt je niet voorstellen dat je zonder kunt. Tot je de bevrijding ervaart. Het opent je voorstellingsvermogen. Je blijkt dingen te kunnen die je niet vermoedde, maar onbewust wel naar verlangde. Rust en ruimte, aandacht en liefde. En vertrouwen en dromen – als een kind, nog onbevangen. Naïef, in de oorspronkelijke betekenis: eenvoudig en natuurlijk.

Je gaat een verschil ervaren tussen je persoonlijkheid en je wezen. Onderscheiden hoe je je voordoet en wie je in wezen bent. Je ziet jezelf en je verpakking. Je herkent de automatische piloot en je wilt je bewust worden van wat je drijft en wat je doet. Je wilt zelf aan het stuur, want het is jouw leven.

Dan loop je aan tegen wat zich heeft vastgezet. Ik noem het mijn systeem. Alles wat ik in mijn leven heb opgepikt en me eigen heb gemaakt. Wat ik ben gaan aanzien voor mezelf. Maar gelukkig, dat ben ik niet. Want je zult toch denken dat je je persoonlijkheid bent! In mijn geval een neuroot. Weliswaar een lieve neuroot, maar toch: een neuroot.

Je persoonlijkheid is alleen maar wat je ooit hebt opgebouwd – om jezelf te beschermen, tegen pijn en verdriet. Maar je bent niet meer klein, je bent nu volwassen. Een laagje minder kan wel. En dan blijkt, die bescherming bestaat ook uit oordelen. Over anderen, en vooral over jezelf. Meningen die je ooit hebt overgenomen. En waarmee je jezelf en de rest van de wereld tekort doet. Ze staan blijdschap in de weg – ‘Joy’.

Plezier, dat we onszelf pas op vakantie toestaan. Dan durven we ons masker te laten zakken, onze wapens te laten rusten. Wat zouden we graag zo leven. Oprecht en ontspannen. Zonder oordelen en zonder verwachtingen. Het kan wel. Als je verlangen naar wie je in wezen bent groot genoeg is. En wonderlijk genoeg, tegenslag helpt daarbij. Het opent je voor wie je werkelijk, diep van binnen bent. Daarom gun ik je de grootste crisis die je nog net aan kan. Je wordt er beter van.

Verschenen in: Academy Magazine, no 19 (2013)

dinsdag, januari 14, 2014

Wendingen in je leven (Souper Friday, 24 januari, Den Haag)

Vrijdagavond 24 januari

Souper Friday bij Bethel Boven, Den Haag

Een avond vol verhalen, over wendingen in je leven:
daarna was je leven anders - het kreeg een nieuw draai.
Kom je ook? Breng iemand mee. Wordt goed. En er is soep.


Souper Friday bij Bethel Boven

dinsdag, januari 07, 2014

Je grootste gave is overgave. Het kost je een leven om dat te bereiken.


Hij komt van Toon Hermans: ‘Een mens kan allerlei gaven hebben, maar de grootste gave is toch overgave.’ Die schreef het toen hij al behoorlijk op leeftijd was. In zijn wijze jaren. Misschien moet je wel oud worden om je aan het leven te kunnen overgeven. Ik zie het bij mijn zieke oude vader. Hoe goed het hem doet om zich – na een leven van willen, sturen en regelen – over te geven. Over te geven aan de loop van het leven. Te aanvaarden dat hij er binnenkort niet meer is. Hij wordt er licht van. En dat helpt mij weer om zijn heengaan te accepteren. Bij Toon Hermans las ik het ooit: 'De grootste gave is toch overgave.' Mijn vader leeft het mij nu voor. 


donderdag, januari 02, 2014

Aan het eind van je leven begrijp je de loop van je leven. Dat is vroeg genoeg.


Kun je het verdragen? Dat het leven onbegrijpelijk is? En zich niet laat regelen? Dat het leven je overkomt? Dat er grotere machten in het spel zijn dan je ooit zult kunnen bevatten? En dat je niet veel anders kan doen dan omgaan met wat zich aandient? Aan het eind van je leven kun je er misschien iets van begrijpen. En zien dat het goed is. Of niet eens goed is, maar is. Dat het leven gelopen is zoals het gelopen is. Dat je gedaan hebt wat je gedaan hebt. Op jouw manier. En dat willen sturen en regelen heel menselijk is, maar vaak niet lukt. Omdat het leven zijn eigen loop heeft. Je gaat er niet over. Niet over je eigen leven, en niet over andermans leven. Aan het eind van je leven ontdek je de betrekkelijkheid ervan. Die ervaar je dan aan den lijve. Letterlijk. Ik maakte het mee met mijn zieke vader. ‘Alles is zo betrekkelijk,’ zei hij steeds. Het laatste dat ik van hem verwachtte. ‘Je begint steeds meer op Prediker te lijken pa,’ zei ik. Hij moest lachen. Hij begreep welk bijbelwoord ik bedoelde: ‘Een en al vluchtigheid, zegt Prediker, een en al vluchtigheid, alles is even vluchtig.’* Wat een rust. Wat een overgave. Daar verlang ik ook naar. Of moet je daar eerst voor doodgaan?

*) Voor de liefhebber: Prediker 1, vers 2. 

zaterdag, december 28, 2013

Iemand gaat binnenkort dood. Kun je er van genieten dat ie er nu nog is?


Natuurlijk, het is verschrikkelijk als iemand dood gaat. Zeker als die nog jong is, of als het toch onverwacht is. Je kunt overmand zijn door emoties en verdoofd door verdriet. Misschien lukt het je om te beseffen dat diegene er nu nog is. En daar, terwijl je verdrietig bent of je gevloerd voelt, toch van te genieten. Misschien op een andere manier dan je gewend bent. Dieper, voller, rijker. Stiller ook, en ingetogener. Misschien meer dan ooit. Ik maak het nu mee met mijn vader. Door op het andere been te gaan staan – het been van genieten van wat er nog is – is het een bijzondere tijd. Ik heb de neiging om te verdwijnen in regelen. Zoals een ander vlucht in redderen. Zo hoef je de pijn en het verdriet niet te voelen. Wat op zich weer heel begrijpelijk is, want het is veel. Maar dan mis ik de intensiteit die ook mogelijk is. Die ik trouwens niet de hele tijd trek. En dan is het juist fijn om even met iets anders bezig te zijn. Om daarna weer te kunnen genieten van wat nog rest. Genieten van dat laatste leven. Waarbij alles wat er niet echt toe doet wegvalt. En overblijft wat werkelijk blijkt te tellen. Diepe verbinding. Bijna zonder woorden. Intenser contact dan ooit.

vrijdag, december 20, 2013

Gedoe. Je kijkt naar andermans masker. En die kijkt naar jouw masker.


De onmogelijkheid van communicatie. Hoeveel films en romans gaan daar niet over? Langs elkaar heen praten. Gelijk willen hebben, maar geen gelijk krijgen. Kibbelen en bakkeleien. Hoeveel tijd gaat daar mee heen? Hoeveel energie verstook je daar aan? 

We hebben allemaal een bril. Die hebben we ooit opgezet om beter te kunnen zien. Om te begrijpen wat we zagen. Dat is onze kijk geworden. Geen idee dat er nog veel meer of nog heel iets anders te zien is. Of dat een ander misschien heel iets anders ziet. Ieder kijkt door zijn eigen bril naar de werkelijkheid. En noemt dat ‘de werkelijkheid’. 

Maar er zijn zeven miljard mensen. En evenveel brillen. Dat betekent dus zeven miljard verschillende kijken op dezelfde werkelijkheid. Alleen hebben we niet in de gaten dat we een bril op hebben. En dus een eigen kijk hebben, bepaald door het moment – ooit, in ons verleden, toen we besloten die eigen bril op te doen. Zodat onze ogen konden verdragen wat we zagen.

Daar bovenop dragen we ook nog een masker. Daarmee vertonen we ons in de buitenwereld. Zeven miljard maskers. Die hebben we op en daar kijken we tegenaan. Door onze brillen. Ons ondertussen afvragend wie er toch achter al die maskers zitten. Nee, niet waar – deden we dat maar! Meestal vragen we ons dat niet eens af. We nemen die maskers voor waar, zien niet dat het maskers zijn.

We lopen te hoop tegen elkaar maskers. Het leven is een maskerade, maar we hebben het niet door. En zijn steeds weer teleurgesteld dat iemand een masker op blijkt te hebben. Nieuws! Onthulling! Zo iemand noemen we dan onbetrouwbaar.  Maar iedereen heeft een masker op. Het is de pot verwijt de ketel.

De uitweg is erkennen dat je zelf een bril, èn een masker op hebt. Kun je de moed vinden om de bril af te zetten en de werkelijkheid onder ogen te zien? Die is soms prettiger, en soms onprettiger dan je verwacht – afhankelijk van je bril. Het is een reality check.

En durf je, als je aan je zicht op de nieuwe werkelijkheid gewend bent, je masker laten zakken? Dan kun je merken dat je zonder kunt. Sterker nog, dat het leven een stuk eenvoudiger is zonder masker. En dat anderen dan ook bereid zijn om hun masker – langzaam maar zeker – te laten zakken. Als jij begint.

Nu denk je misschien: mooie praatjes, doe het maar eens! Klopt. Dit is ongeveer het allerlastigste wat je kunt doen in je leven. Soms moet je eerst doodgaan voor je het durft.

Mijn vader doet het nu. Zijn masker zakt. Omdat hij doodziek is. En bij hem gaat het vanzelf. Hij heeft niets meer op te houden. ‘Als je niets meer te verliezen hebt ben je vrij.’ Ik merk hoe blij ik ermee ben. Nu kan ik hem zien. Ik zie de vader waar ik mijn hele leven al verlang. De man waarvan ik weet dat ie er altijd geweest is. En nu, daar is ie dan, ineens.

Hij kwam binnen een dag vanachter zijn masker tevoorschijn . Dat geeft mij de moed om het ook te willen. Mijn masker te laten zakken. In mijn geval het allemaal niet precies te weten. Me niet zo groot te houden. Zo omzichtig te doen. Om risico’s te nemen. Mezelf te laten zien.

Maar het is doodeng. Want ik denk echt dat ik niet zal overleven zonder masker. Maar misschien is het andersom: als ik niet meer hoef te overleven heb ik geen masker meer nodig. Durf ik verder zonder masker? Wat heb ik nog te verliezen? Ik heb een leven te winnen. 

donderdag, december 19, 2013

De boardroom als zandbak. Over samenwerken, beoordelen en veroordelen


We leven in een van de meest efficiënte landen ter wereld. Nog sneller en strakker kan bijna niet. Als er ergens nog iets te verbeteren valt, dan is het door beter samen te werken. En als er iets is dat samenwerken belemmert, dan zijn het oordelen. Niet een professionele beoordeling van een situatie of een doordachte mening over een vraagstuk. Nee, oordelen over een ander. Iets van een ander vinden. Het persoonlijk maken. Veroordelen. Waardoor we al snel belanden op het niveau van een kleuterklas. Ons gedragen alsof we op het schoolplein zijn. Sympathieën en antipathieën, erin of eruit, onder of boven. De boardroom als zandbak.

Vertraging en verstopping
We hebben niet door hoeveel tijd we verdoen en hoeveel energie we verstoken aan iets-van-elkaar-vinden. We modderen voort en noemen het werken. En worden er nog goed voor betaald ook. ‘Drukke dag, zware vergadering, ingewikkelde bespreking.’ Maar is het nou echt zo druk, zwaar en ingewikkeld? We maken het ervan. Door de oordelen die we onbewust over elkaar hebben en ongemerkt uitspreken. Of, als we op managementtraining zijn geweest, de oordelen voor ons houden, maar nog steeds uitstralen. Of door, als we ervaren raken en ons leiders wanen, heel beschaafd niets te zeggen maar wel vooringenomen te handelen. Met alle gevolgen van dien: verwarring en misverstanden, conflicten en tegenwerking. Wat weer leidt tot nog meer oordelen. De ander begrijpt het niet, of deugt zelfs niet. Het vertraagt en het verstopt. En het kost ongelofelijk veel tijd, geld en energie. Weg winst, weg werkplezier. Hoezo doelmatig?

Veinzen en lippendienst
Ga eens na waar in de laatste bespreking over gesproken werd. Was dat echt allemaal relevant? Had dat niet veel korter gekund? Waarom werd over dat ene onderwerp zo lang en oeverloos gediscussieerd? En waarom werd op dat andere heikele punt nauwelijks ingegaan? Wat gebeurde er eigenlijk? Welke agenda’s speelden er ondertussen? Wat werd er juist niet gezegd? Hoe werd er geveinsd? Was er lippendienst? En hoe was het na afloop van de bespreking? Bij de deur, in de lift, bij een broodje? En met wie heb je dat weer besproken?

Beoordelen en veroordelen
Allemaal gedoe waar niemand blij van wordt. Maar waar we allemaal aan meedoen. We weten niet beter. Want zo gaat het toch in ‘het echte leven’? We zijn er mee grootgebracht. Al heel snel en jong leer je ‘hoe de wereld in elkaar zit’.  En dat gaat langs de lijnen van tegenstellingen. En oordelen helpen daarbij. Goedkeuring en afkeuring. Dat maakt het overzichtelijk en indeelbaar. Niet het praktische beoordelen waar we sinds de oertijd gevaar mee inschatten en het juiste voedsel mee onderscheiden. Nee, het persoonlijk oordelen over andere mensen. Iets vinden van  de persoon van de ander. Niet beoordelen maar veroordelen. Wat vanzelf leidt tot conflicten en uiteindelijk oorlogen. Hoef je niets voor te doen.

In de spiegel kijken
Oordelen zijn de oorzaak van oorlogen. In het klein en in te groot. Thuis en op het werk. In de polder en in Syrië. De vraag is niet: Hoe stop je oorlog? De vraag is: Hoe stop je met oordelen? Veroordelen wel te verstaan. Niet nuttig beoordelen, zoals mensen of situaties goed inschatten. Nee, persoonlijke oordelen, vooroordelen. Oordelen vol vooringenomenheid, omdat je kijkt door een gekleurde bril. Een roze of een donkere bril is dan om het even, de werkelijkheid is vertekend.
En wat als die oordelen dan ook nog projecties zijn? Projecties van oordelen die je onbewust over jezelf hebt? Die je naar buiten knalt omdat ze te erg zijn om over jezelf te hebben? Dan helpt naar binnen kijken. Maar hoe doe je dat als je denkt dat het allemaal komt door ‘hen, daar buiten’? Door ‘hullie’, iedereen die jou kwaad wil doen?
Wat dan nog helpt is tot stilstand komen. Niet meer verder kunnen, je gevloerd voelen. Of je helemaal lens schrikken, en verbijsterd zijn. En in die kwetsbaarheid zien wat er werkelijk gaande is. Gaan begrijpen dat wat je denkt te zien allemaal over jezelf gaat. En dat je er alleen maar uitkomt als je jezelf onder ogen ziet. In de spiegel kijkt en begrijpt dat je goed bent zoals je bent. Dat je niet over het hoofd gezien wordt, of niet gehoord. Dat niemand boos op je is, dat je niemand teleurstelt. Dat aanval en verdediging niet meer nodig zijn. Dat oordelen je niet verder brengen. Integendeel.

Zonder pantser
Oordelen brengen je waar je niet wilt zijn. In oorlog, op zijn best gewapende vrede. En op een dag trek je het niet meer. Dan is het op. Voel je je kwetsbaar. Gek genoeg precies wat nodig is. In die kwetsbaarheid kun je de moed vinden om jezelf te laten zien. Zonder je pantser, ongewapend – dit ben ik. Je overgevend, met een witte vlag. Dat is doodeng. Maar het is de enige weg naar vrede. Vrede met jezelf, en houden van jezelf. En dan volgt de rest, de anderen, wonderlijk genoeg vanzelf. Want oordelen over jezelf verdwijnen vanzelf, als je jezelf onder ogen kunt zien en accepteert. Wanneer je het ontkende en het onopgeloste, het onbekende en het onbewuste in jezelf bewust wordt. Beter, bewust wilt worden, of nog beter, durft te worden. Omdat je voelt en begrijpt dat het zo niet langer gaat - dat je het gewoonweg niet meer trekt.

Verlangens en behoeften
Pas dan kom je erachter dat die oordelen projecties zijn. Ze gaan niet over die ander. Je krijgt door dat het klopt wat je vroeger zong: ‘Wat je zegt ben je zel-luf!’ Ineens begrijp je dat je in die ander je eigen opgeborgen verlangens en onderdrukte behoeften ziet. ‘Je bent gewoon jaloers!’, blijkt een waar woord. Nee, natuurlijk ben je niet jaloers op die karikatuur waar je je zo aan ergert en boos over maakt. Je verlangt naar de kracht en de energie die daar achter zit. En die bij jezelf – van jou zelf! – niet boven mag komen. Allemaal oordelen over jezelf. Onmacht en frustratie die je naar buiten richt. En dan heeft de ander het gedaan.

Gevoelige plekken
En je ontdekt nog iets. Die oordelen zijn bescherming. Ze houden mensen van je af. Zorgen voor voldoende afstand. Dat voelt veilig. Het is slim en handig. En daar heb je goede redenen voor. Want ooit ben je – net als ieder ander – geraakt op je meest gevoelige plekken.En dat gaat je niet nog een keer gebeuren. Zeker niet door mensen die je doen denken aan degenen die jou ooit kwetsten. Maar die beschermende oordelen sluiten ook af. De deur gaat ervan dicht. Waardoor de communicatie niet soepel, of zelfs niet loopt. Waarvoor je weer op cursus wordt gestuurd. Enzovoorts.

Open en kwetsbaar
Op een dag wil je dat gedoe niet meer. De dag dat je besluit volwassen te worden. Omdat je begrijpt dat al die oordelen over jezelf gaan. En dat ze een vorm van bescherming zijn die je niet meer nodig hebt. Sterker nog, dat oordelen verwijdering veroorzaken waardoor je alleen komt te staan. En dat omgekeerd het loslaten van je bescherming juist verbinding met je omgeving oplevert. Dat openheid en kwetsbaarheid weliswaar doodeng zijn maar ook supereffectief. Dan ervaar je dat je op je werk blij kunt zijn. Omdat je blij bent met jezelf. En als je het goed hebt met jezelf ben je niet bezig met wat er aan anderen niet deugt. Met mensen die er van zichzelf mogen zijn is het goed samenwerken. Want mensen die blij zijn met zichzelf veroorzaken geen gedoe. Samenwerken begint met werken aan jezelf.

Leestip: Godfried IJsseling, Weg van de eenvoud – Essentie als kompas voor organisaties, Scriptum (2011) | www.weg-van-de-eenvoud.com

Verschenen in: Tijdschrift voor Management Development, jaargang 21 | nummer 4 | winter 2013

woensdag, december 18, 2013

Gaat het over je vader en moeder? Of om wat je hen hebt overgenomen?



Je kunt je leven bezig zijn met je vader en moeder. Over hun impact op jouw leven. Over je jeugd, en hoe jou dat bepaald heeft. Natuurlijk, de ervaringen in je eerste jaren laten diepe indrukken bij je achter. En je ouders waren daarbij, of in de buurt. Maar dat wil nog niet zeggen dat het aan hen ligt hoe jij met die indrukken bent omgegaan. Of vanaf nu mee om wilt gaan. Die indrukken bestaan waarschijnlijk uit het voorbeeld dat je hebt gezien en meegemaakt. Meestal het voorbeeld dat je ouders je gegeven hebben. Waarschijnlijk grotendeels onbewust. Net zo goed als jij het onbewust hebt opgepikt en overgenomen. Want kinderen leren door kopiëren. Je doet na wat je ziet. En zo ga je vanzelf lijken op je ouders. Vaak meer dan je zelf in de gaten hebt. En nog steeds. Dat overnemen daar kun je nu nog bij. Door te kijken naar je ouders, te zien hoe zij leven. Met hen te praten over wat zij belangrijk vinden. En bij jezelf na te gaan hoe dat voor jou ligt. Maar dat lukt alleen als je niet boos bent over wat zij je hebben aangedaan. Wat daarbij helpt is naar hen kijken of ze bijvoorbeeld een oom en tante zijn. Dat maakt hen voor even wat meer los van jou. Je ziet ineens mensen die ook maar hun best doen, en hebben gedaan. Die het vaak ook niet wisten, en deden wat hen op dat moment het beste leek. Net zo goed als jij dat nu misschien met je eigen kinderen doet. Bijna alle ouders doen wat binnen hun vermogen ligt. Die van jou waarschijnlijk ook. Het is nu aan jou om te onderzoeken wat je van hen hebt overgenomen, wat je daarvan bevalt, en van de rest te zeggen: Niet meer nodig, weg ermee. Vaak ligt dat op het niveau van waarden en normen. Over hoe het hoort, en over ‘Kan niet, mag niet’. Onderzoek dat bij jezelf, en gooi weg wat je niet meer dient. Je maakt jezelf gelukkiger, en de relatie van je ouders verbetert – ogenblikkelijk. 

maandag, december 16, 2013

Gelukkig worden met iemand op een andere golflengte. Je krijgt het niet afgestemd.


Kansloos. Een garantie voor ongeluk. Gelukkig willen zijn met iemand die je erg mag, waar je misschien zelfs wel van houdt, maar die toch op een andere golflengte zit. Je wilt bij elkaar zijn... maar het sluit niet aan. Je wilt iets dat er niet is. De bron van veel liefdesleed. Want je verlangen blijft botsen op de realiteit – die je niet wilt accepteren. Wat kan je wel doen? Om te beginnen erkennen dat iets wat je graag zou willen er niet is. Daar boos en verdrietig over zijn. Dat geeft ruimte. Dan krijg je zicht op wat er misschien wel is. Dat je het goed met elkaar kunt vinden maar dat samen gelukkig zijn wel even wat anders is. Met wie heb je dat nou in de loop van je leven? Misschien een handjevol mensen? En wil je in je zoektocht naar die ene (of die paar) alle andere leukerds van je verwijderen omdat ze niet die ‘ene’ zijn? Omdat het niet uitkomen van je verwachtingen je zo’n pijn doet? Klinkt niet handig. Waar ik achter kom: hou op verwachtingen te creëren over een ander, over ‘samen’. Je ziet de ander niet meer, alleen nog je eigen geprojecteerde verwachtingen – die ander geen recht doen. Onderzoek samen waar je elkaar raakt, van nature afgestemd  bent. Geniet daarvan. Wil niet meer, maar ook niet minder – een recept voor geluk.

Twitter Delicious Facebook Digg Stumbleupon Favorites More