Wonderlijke tijden. Verstoring van de bestaande orde. Wat voor jou belangrijk is wordt bedreigd – en je zoekt steun, houvast, geborgenheid. Je behoefte aan zekerheid groeit, maar waar vind je die nog? De werkelijkheid schreeuwt je toe: ’Je bent op jezelf aangewezen!’ Ben je dus alleen? Nee! Want we zijn hier samen. Niemand is alleen. En we hebben elkaar nodig. Meer dan ooit. Deze tijd vraagt om tevoorschijn komen. Laten zien wie je bent. Je niet meer verschuilen maar meedoen. Inbrengen wat jij kunt bijdragen – door te doen waar jíj blij van wordt. En je door niets of niemand meer bang laten maken. Wanneer je de moed kunt opbrengen om voluit te leven – recht uit je hart, en geholpen door je hoofd – ben je minder alleen dan je denkt. Dan kun je steun, houvast en geborgenheid ervaren. Bij jezelf, en bij de ander. En dan heb je ook wat te geven – dan geef je wie jij in wezen bent.

dinsdag, augustus 14, 2012

Kappen met oordelen (Je ego, wat moet je ermee? deel 4, slot)

Hoeveel tijd besteden we aan oordelen over onszelf en anderen? Hoeveel energie verstoken we aan machteloos en gefrustreerd ergens iets van vinden? Ga eens een week lang, elke dag na hoeveel tijd je die dag besteed hebt aan gedachten, gesprekken en mails die te doen hebben met je wat je allemaal vond. Waarover. En over wie. En met wie je het daar over gehad hebt. En wat die daar dan weer van vond. En wat die dan ook nog te vertellen had. Ga maar door. Levert het je iets op? Word je er blij van? Oordelen en ‘ge-jij’ horen bij elkaar. Het ligt aan de ander, die heeft het gedaan. Wijzen en verwijten. ‘Jij-en’ is de grootste belemmering naar werkelijk succesvol zijn. Succesvol in de betekenis van blijvend succes – omdat je iets toevoegt, waardoor mensen bij je blijven of bij je terugkomen. Door te oordelen en het bijbehorende ‘ge-jij’ belast je je relaties en zorg je voor verwijdering en verwijten. Het eindigt in ruzie en gedoe – en dat kost tijd en energie. Dus ben je minder effectief, minder productief en minder creatief – en heb je minder succes. Andersom, hoe minder oordelen en hoe minder ‘ge-jij,’ hoe meer tijd en energie je hebt. Je bent creatiever, productiever en effectiever. Je hebt meer tijd en energie om je inspiratie en ideeën om te zetten in iets waar een ander op zit te wachten. Al weet die ander dat misschien nog niet. Dan heb je toegevoegde waarde. Succes verzekerd. En dan dit nog. Minder oordelen en minder ‘ge-jij’ helpen je ook om meer aandacht te hebben. Je bent gewoon minder afgeleid. Daardoor kun je met meer aandacht bij jezelf en in het moment zijn, en ben je ook in staat om aandacht voor een ander te hebben – en dat is een andere sleutel naar succes: werkelijke aandacht is een geschenk, aan jezelf en aan een ander. En dat betaalt zich ook nog eens terug – in de vorm van succes. Minder oordelen hebben en meer aandacht kunnen geven hangen samen. Je bent minder afgeleid, bent er beter bij. Je hebt meer oog voor wat er gebeurt. Je komt op betere ideeën. Je voegt meer toe. Het begin van succes. (Einde van deze serie van vier)

maandag, juli 30, 2012

Ik oordeel, dus ik besta (Je ego, wat moet je ermee? deel 3)

Door te oordelen, door iets van een ander te vinden, beperk je je zicht op die ander. Of het nou een positief of een negatief oordeel is, dat maakt niet uit. De ander is bijvoorbeeld leuk, of goed, of mooi, of fantastisch. Of vervelend, naar. Maar die ander is van alles! En je beperkt je beeld van de ander tot je oordeel over die ander. Waarmee je de ander per definitie tekort doet omdat je de ander niet meer als een geheel met heel veel kanten kunt zien. Als je iemand heel aardig vindt, of helemaal okee, dan is het best lastig om er iets minder aardigs aan op te merken. Want dat past niet in het plaatje dat je van die ander gemaakt hebt. Hetzelfde geldt andersom: iemand deugt niet – en kan dan ook weinig goeds meer doen. Door het plaatje dat je erop geplakt hebt. Op die sticker staat: Beperkt zicht! Om het verschil tussen waarnemen , oordelen en voelen te ervaren kun je het weer gebruiken. Bijvoorbeeld zonneschijn. ‘De zon schijnt,’ of: ‘De zon schijnt niet’ is een waarneming. Het doet (nog) niets met je, het is gewoon zo. ‘Goed dat de zon schijnt!’ of: ‘K... dat de zon niet schijnt!’ is een oordeel. Dat kun je ook voelen in je lijf. Je voelt waarschijnlijk iets samentrekken. ‘Fijn dat de zon schijnt’ of ‘Jammer dat de zon niet schijnt’ is de uitdrukking van een gevoel. Je voelt je blij of teleurgesteld. En misschien voel je in je lijf iets open gaan. Het is je ego dat zich van oordelen bedient: ‘Ik oordeel, dus ik besta.’ Om zich te onderscheiden – wat zomaar kan uitlopen op afscheiden. Want oordelen vernauwt. Het vernauwt het zicht op de ander. Eigenlijk zie je de ander niet meer. Je kijkt naar het beeld dat je van die ander gemaakt hebt. Je relatie bestaat op een gegeven moment uit de oordelen die je over elkaar hebt. Goed mens, fantastische kerel, klootzak, lul, toffe peer, lieverd, trut, ect. En we raken in verwarring als dat beeld niet klopt: de lieverd kan niets fout doen, en de klootzak kan niets goed doen. Daar komt nog bij dat de meeste oordelen ook nog projecties zijn. Spiegelingen, die vooral iets zeggen over degene die oordeelt. Look who’s talking. En kinderen weten het: ‘Wat je zegt ben je zel-luf..!’ (Wordt vervolgd - Dit is een aflevering uit de feuilleton andre-speelt-met-zijn-ego op de site van hetkind, een platform voor iedereen die is toegewijd aan de ontwikkeling van kinderen en jonge mensen.

maandag, juli 09, 2012

Het leven is een soap (Je ego, wat moet je ermee? deel 2)

De meester en de juf geven de hele dag door beoordelingen. Maar ze zeggen niet tegen de kinderen: ‘Jij bent goed, en jij bent fout.’ Want dat is geen beoordeling maar een oordeel. Toch doen we dat de hele dag door. De meester en de juf trouwens ook – in de lerarenkamer. Daar vinden ze van alles van elkaar. Net als de kinderen op het schoolplein: ‘Ik vind jou lief,’ of ‘Ik vind jou stom!’ Je ego heb je nodig om iets voor elkaar te krijgen. En ongemerkt speel je egospelletjes. Om overeind te blijven, je uit te drukken, jezelf te laten zien, en je te laten gelden. Dagwerk, en ’s nachts gaat het in je dromen door. Alles wat je vindt van jezelf, en alles wat je moet van jezelf. En alles wat je vindt van anderen, en alles wat anderen moeten van jou. Wat een drukte, en wat een gedoe. Jezelf groothouden, de boel ophouden. Keeping up appearances. Zes egospelletjes Egospelletjes zijn bekend en herkenbaar. 1. Ik ben de baas (en jij dus niet) 2. Ik heb gelijk (en jij hebt ongelijk) 3. Ik ben goed (en bent jij slecht) 4. Het is de schuld van de ander 5. Ik heb het echt niet gedaan 6. Ik heb het wel goed gedaan > Welke zijn op jou van toepassing? Van een afstandje gezien vaak bijzonder grappig. Alleen kunnen we er meestal niet om lachen. Wordt het een soap vol pijn en venijn. Terwijl je je dagelijks leven ook als komedie kunt beleven. Door eens om jezelf te lachen. Waar je nu weer in beland bent. Hoe ver je het nu weer hebt laten komen. Door je ego. Lachûh om je ègûh. Kijk ‘s avonds je eigen gedoe op de dag eens terug. En vooral de verwarring, de ongemakken, de verwijten, de ruzies. Allemaal bedoeld als bescherming en verdediging. En stel je daar dan bulderend publieksgelach bij voor. Alsof je in een hilarische cabaretvoorstelling zit. Bij het groothouden en de boel ophouden bedient je ego zich van oordelen. Met oordelen is op zich niets mis. We hebben oordeelsvermogen nodig om te kunnen leven. Je komt je dag niet door zonder allerlei afwegingen te maken en beslissingen te nemen. Allemaal gebaseerd op oordelen. Maar er is een wezenlijk verschil tussen beoordelen en waardeoordelen. Droge beoordelingen zorgen voor praktische onderscheiding. Waardeoordelen scheppen afscheiding. Het begint als onderscheiding: ik ben iemand anders dan jij. En dat kan zomaar eindigen als afscheiding: ik ben zo anders dan jij dat ik niets meer met jou te maken wil hebben. Terwijl je een relatie hebt of samenwerkt, en waarschijnlijk veel van elkaar weg hebt. (Wordt vervolgd)

maandag, juli 02, 2012

Zorgen delen (Verbinding)

De moeder wil aan haar dochter haar gevoelens van zorg niet laten zien. Dat heeft een geschiedenis. Als kind heeft de moeder zelf veel verantwoordelijkheid genomen. Beter, overgenomen van háár moeder. En nu wil ze haar dochter niet belasten. Om te voorkomen dat haar dochter zich verantwoordelijk gaat voelen en hetzelfde gaat doen als zij gedaan heeft - zorgen overnemen. Haar dochter voelt ondertussen wel dat er iets aan de hand is met haar moeder, maar ze begrijpt niet wat. En de moeder loopt in haar eentje rond met zorgen. En voelt zich weer net zo alleen als vroeger, toen ze zelf dochter was met de zorg van haar moeder op haar schouders. En haar dochter kan ondertussen niets voor haar doen. Sterker nog, ze baalt van haar moeder... De moeder kreeg op een dag door hoe het werkt. Hoe ze door zorgen niet te delen met haar dochter een afstand schept die ze zelf niet wil. Hoe haar zorgen er alleen maar groter door worden. Sterker nog, dat ze zelfs zorgen schèpt - door niet te delen. Want ze krijgt er nog zorgen bij - over de afstand en het gedoe met haar dochter. De moeder is haar dochter gaan vertellen waar ze zich zorgen over maakt. En haar dochter voelt zich niet belast. Want de moeder vertelt het niet om van haar zorgen af te zijn. Ze vertelt het haar dochter om te laten zien wat er in haar omgaat. Haar dochter kan nu met haar meeleven. Dat schept een band.

woensdag, juni 13, 2012

Ophouden met òphouden

Ik geloof het niet meer. Ik geloof niet meer wat mensen zeggen. Ook niet wat ik zelf zeg. Ik hoor zoveel onzin. Ook van mezelf. Mooie verhalen, kletsverhalen. ‘Hoe gaat het met je?’ ‘Goed!’ En nog erger: ‘Alles goed?!’ ‘Ja!’ Kan niet waar zijn! Waarom willen we elkaar zo graag laten geloven dat het goed gaat? En niet alleen de ander, om te beginnen onszelf. Waarom wil ik mezelf iets wijsmaken? Omdat ik denk dat ik het niet aan kan wanneer ik toegeef (daar gaat ie al!) dat er iets niet goed gaat. Want dan doe ik iets niet goed. Sterker nog, dan ben ik niet goed. Schaamte. Daarom moet ik het goed doen. Ik mag geen fouten maken. En als er iets niet goed gaat, denk ik ook nog dat ik het allemaal moet oplossen. Mijn eigen problemen, en andermans problemen. Want het is mijn schuld. Het komt allemaal door mij. Magisch denken, als een kind. En zeker in werksituaties kom ik daar zo maar in terecht. Pure regressie... En ik ben niet de enige. Welke mensen vinden we wijs? Mensen die uitgewogen zijn, in balans, begripvol, niet oordelend, toegankelijk, relativerend. Hoe komt het dat ze zo zijn? Ze zijn het geworden. Meestal door levenservaring. Wijze mensen hebben wat meegemaakt. Het leven aan den lijve ondervonden. Wijsheid ontstaat door levenservaring. Door te erkennen, al of niet noodgedwongen, dat het leven geen lolletje is. Want het leven is niet leuk... Het leven kan mooi zijn. En rijk. Maar leuk? Wie heeft ons toch ooit verteld dat het leven leuk zou zijn? Waar staat dat? ‘Leuk’ is toch veel te plat voor zoiets bijzonders als het leven? Al kom je daar meestal pas achter als je echt iets hebt meegemaakt. Ontslag, scheiding. Geboorte, ziekte, overlijden. Tegenslag en verlies – wat je juist dankbaar kan maken voor het leven. Ontkennen van tegenslag – beter, het ontkennen van de werkelijkheid, waar tegenslag onlosmakelijk aan verbonden is – is een garantie om onwijs te blijven. Blijven hangen in weerstand kost heel veel energie en levert evenmin wijsheid op. Je overleeft. Maar... of je leeft? Eigenlijk vecht je tegen het leven. En tegelijkertijd, niets is zo lastig als je voluit overgeven aan het leven. En gek genoeg begint voluit leven met de erkenning dat je op een dag oud bent, ziek wordt, en dood gaat. En dat laatste soms al voor je oud bent. En dat geldt ook voor iedereen om je heen. Iedereen wordt oud, ziek en gaat dood. Als je die werkelijkheid van het verval onder ogen kunt zien, misschien beter: durft, te zien, is het makkelijker om te zeggen hoe het is. Hoe het echt met je gaat. Vertellen waar je mee zit. Van binnen. Niet de klaagverhalen. Niet het leunen en steunen. Nee, je werkelijke zorgen. Niets is zo lastig als zeggen: ‘Ik zit ergens mee.’ We hebben blijkbaar geleerd dat we het allemaal zelf moeten kunnen, onze eigen zaakjes oplossen. Een ander daar niet mee lastig vallen. Zo lopen we onszelf groot te houden, en ons succesverhaal overeind te houden. Om onszelf vooral maar niet te laten kennen. Letterlijk. Met mij alles goed! Met mij niets aan de hand! Terwijl het precies andersom blijkt te zijn. Als je oprecht zegt: ‘Ik zit ergens mee. Ik weet het even niet. Wil je me helpen?’ staan de hulptroepen meestal klaar. De meeste mensen willen elkaar helpen. Sterker nog, een ander helpen doet goed. Je voelt je er goed door. En het doet de relatie goed. Als je ooit een ander hielp en zelf geholpen bent op een moment dat je het echt niet meer wist, dan heugt je dat. Dat blijft je bij, dat draag je met je mee. Je hebt samen iets meegemaakt. Het echte leven. Waarin je je niet groot hoeft te houden. En ophoudt met iets ophouden. Verschenen in Tijdschrift voor Management Development zomer 2012

zondag, juni 10, 2012

Voetstuk (Gevoel)

‘M’n vader huilde,’ vertelde ze toen ze terug kwam van de begrafenis van haar oma. ‘Voor mij viel hij van z’n voetstuk!’ Hij voldeed niet meer aan het stoere beeld dat ze van hem had: mijn vader huilt niet. Voor het eerst zag ze haar vader werkelijk z’n gevoel tonen. En daar schrok ze van. Zelf heeft ze grote moeite haar gevoel te tonen. Dat doe je niet, zeker niet in de stoere mannenwereld waarin ze werkt. Zo hielden vader en dochter elkaar al jaren voor de gek: ik heb wel gevoel maar ik laat het jou niet zien. Tot zijn moeder overleed. En zij naar een training ging omdat ze vastliep in haar werk. Omdat ze te weinig gevoel toonde.

dinsdag, juni 05, 2012

Stel je voor (Loslaten)

Ze is ziek, al jarenlang. Het is kanker. Ze heeft bijzonder vervelende relaties achter de rug. En ze had geen gelukkige jeugd. Ze wil flink en opgewekt zijn. Maar door alles heen voel je haar pijn en venijn, boosheid en teleurstelling. ‘Kun je je voorstellen dat je niet meer boos bent? En niet meer verdrietig? Teleurgesteld? Dat je verleden je geen pijn meer doet? Hoe zou je je dan voelen?’ vroeg ik haar. Ze kijkt me aan. Verward. Verbaasd ook. Dat kan toch niet? Ze lijkt boos te worden. En dan gebeurt het... Haar gezicht klaart op. Ze gaat rechtop zitten. En ineens weet ze dat ze zich beter zou voelen. Ondanks haar nare ziekte.

vrijdag, juni 01, 2012

Je ego, wat moet je ermee? (deel 1)

Succes klinkt ouderwets. Plat ook.
Succes betekent geld, status, macht. Banken en politiek. Ego. 
Daar wil je toch niet meer mee bezig zijn? Maar het is ook te kort door de bocht. Want wat is er mis met macht? Of met geld? Het is maar hoe je er mee omgaat. En daar ben je zelf bij. Tenminste, als je ego je niet in de weg zit. Want je ego kan het zomaar overnemen. En voor je het in de gaten heb verzeil je in gedoe. Wat je energie kost, je relaties belast en je afhoudt van succes. Ego als successtopper. Uiterlijk succes lijkt me niet iets dat je nog meetelt als je doodgaat. Ik kan me voorstellen dat op je sterfbed alleen nog maar telt wat je betekend hebt. Voor anderen, wel te verstaan. Wat heb je toegevoegd? Hoe rijk, machtig of beroemd je bent geworden maakt dan niet meer uit. Wel of je misschien een voorbeeld bent geweest. Of dat een ander je nu mist, om wie je werkelijk was en wat je betekende. Het enige wat hier blijft zijn de liefde en de inspiratie die je bracht. Daarom leeft Steve Jobs voort. In de producten Apple die zijn ideeën belichamen. In de schoonheid, de eenvoud en het gemak ervan. Je hebt wel een ego nodig om iets voor elkaar te krijgen. Zonder het ego van Steve Jobs hadden we geen i-pod, geen i-phone en geen i-pad. Met je ego kun je dingen voor elkaar krijgen. Je kunt er jezelf en je scheppingen mee in de wereld zetten. Maar wanneer slaat het om? Wanneer keert je ego zich tegen je? Waar wordt je ego een sta in de weg, een blok aan je been? Waar ik op uitkom is: als ik geloof dat ik mijn ego ook bèn, ik mijn ego aanzie voor wie ik wezenlijk ben, dan verwar ik mijn ego en mijn wezen. Dan doe ik mezelf hopeloos tekort. Want hopelijk is mijn wezen meer dan mijn ego. (Wordt vervolgd) Dit is deel 1 van een feuilleton op de site van hetkind, een platform voor iedereen die is toegewijd aan de ontwikkeling van kinderen en jonge mensen.

donderdag, mei 31, 2012

Pakketje (Aandacht)

De TNT Post-man keek me echt aan toen hij mij het pakketje overhandigde. Meestal kijkt een pakketjesman naar zijn scanner en het pakje. Ik trouwens ook. Wat zou het zijn? Wie is de afzender? Maar deze man deed dat niet. Hij keek mij aan, en ik keek terug. Hij zag mij, en ik zag hem. Dat voelt goed. Om iemand echt even te zien. Door naar mij te kijken liet hij zich zien. En omdat ik hem naar mij liet kijken liet ik mezelf zien. Zomaar even werkelijk contact. Zonder iets te zeggen. Alleen maar even aandachtig kijken, en terugkijken.

maandag, mei 21, 2012

Als een zeventienjarige (Voorstellingsvermogen)

Vorig jaar. Voor het eerst op trektocht. In Zuid-Limburg, met m’n rugzak om. Alles deed pijn. M’n benen, knieën, heupen, schouders. Ik voelde me een bejaarde. Wat ik volgens mijn kinderen ook ben - 'oude man' - maar dat terzijde. Ineens herinnerde ik mezelf als zeventienjarige – op vakantie, liftend en rondtrekkend in Frankrijk. Eerst uit chagrijn: toen ging het nog prima! Hoe makkelijk ik liep, met een rugzak om die drie keer zo zwaar was. Ik merkte dat ik anders begon te lopen. Sterker nog, ik was al anders aan het lopen. Fiefer en kwieker, in bejaardentermen. Sneller, lichter. Ik voelde me als degene waar ik aan dacht: een zeventienjarige. Zo werkt het dus. Je stelt je iets uit je eigen geschiedenis voor en zo ga je je weer voelen. Wat je dus met je geest kunt doen. Sindsdien denk ik aan die zeventienjarige jongen als ik even geen puf meer heb. Het helpt.

maandag, mei 14, 2012

‘Ja. En?’ vroeg oma (Niet oordelen)

Hij had een oma waaraan hij alles kon vertellen. Alles wat hem dwarszat of waar hij zich ongelukkig over voelde kon hij met haar bespreken. Over alles waar hij zich zorgen over maakte, of waar hij bang voor was, kon hij bij haar terecht. Het enige wat zijn oma zei wanneer hij vertelde was: ‘Ja. En?’ En dan vertelde hij verder. Zo drong hij steeds dieper door tot waar hij last van had, tot wat er knaagde of knelde. Vaak werd het probleem minder groot. Of verdween het zelfs. Hij kon dat allemaal leren omdat zijn oma niets vond. Als hij bij haar kwam met een verhaal gaf ze hem geen gelijk, en ook geen ongelijk. Ze praatte niet met hem mee, en sprak hem ook niet tegen. Oma luisterde naar hem. En oma oordeelde niet.

dinsdag, mei 08, 2012

Taoïst ('Dit is geen crisis, zo gaat het leven...')

Ik ken een wijs iemand die nooit een crisis meemaakt. Niet omdat hij nooit iets meemaakt, integendeel. Maar hij noemt een crisis geen crisis. Volgens hem is dat gewoon het leven. Zoals het mee kan zitten, zo zit het soms ook tegen. Zo gaat het leven nou eenmaal, op en neer. Voorspoed en tegenslag. Zoals je ook winst en verlies hebt, in een bedrijf of op de beurs. Dat is alles. Je er niet tegen verzetten. Gewoon meebewegen met het leven. Eigenlijk is ie taoïst. Maar dat vindt ie onzin. Ook weer zo’n naampje.

maandag, april 23, 2012

Zwaartekracht (Het mag er zijn)

Hij is een melancholische jongen van in de veertig. Ik ken hem van avonden bomen over het leven – leven, hoe doe je dat nou? Hij doet hetzelfde werk als ik, hij traint en coacht. Hij stelt vragen, luistert naar de antwoorden en vertelt wat hem opvalt. Mensen kunnen nogal kriegel van hem worden omdat hij vaak precies de vinger op de zere plek weet te leggen. En daar zit niet iedereen op te wachten. Ook al zitten ze in training, of al worden ze gecoacht. Weerstand heet dat. Natuurlijk loopt ook hij tegen zichzelf aan. Bijvoorbeeld tegen zijn eigen melancholische aard. Van nature is hij zwaar op de hand. Daarmee maakt hij het zichzelf niet makkelijk. Best een moeilijke jongen. Vooral voor zichzelf. Op een ochtend wordt hij wakker. Eigenlijk is hij nog in een halfslaap. Zijn gebruikelijke zwaarmoedigheid meldt zich. Nog niet helemaal wakker zegt hij zomaar: ‘Welkom!’. Ineens verwelkomt hij zijn eigen zwaarte. Vanaf dat moment, met de verwelkoming van zijn zwaarte, verdwijnt zijn zwaarmoedigheid. Tot zijn eigen verbazing. Hij deed het er niet om. Was er niet mee bezig, was er niet op uit. Het gebeurde, het welde in hem op. Het is al weer lang geleden. En nog steeds geen zwaarmoedigheid. Natuurlijk, zijn aard is niet veranderd. Hij blijft een hele serieuze jongen. Geen luchtige lachebek. Maar het moeilijke is er af. Hij is makkelijker. Sinds zijn zwaarte er mag zijn.

maandag, april 16, 2012

Dagopening (Liefde voor jezelf)


Op een ochtend wordt er aangebeld. Twee – zo te zien Surinaamse – dametjes staan op de stoep. Ze kijken me stralend aan en vragen of ze me een blaadje mogen geven. Ik zeg dat het goed is maar dat ik ze daarna niet meer wil zien. Daar moeten ze wel om lachen want ze weten dat ze toch weer langs komen. Ik ook.

Het blijken twee blaadjes te zijn. Ontwaakt! en daaronder De Wachttoren. Mijn oog valt op het woord SEKS dat daar groot op staat. Ik vraag of dit nummer over de liefde gaat. Ze moeten weer lachen en zeggen dat dat inderdaad het geval is: het gaat over de bijbelse kijk op liefde.

Ik vraag of die bijbelse kijk op liefde dan ook over liefde voor jezelf gaat. En met pretoogjes zegt de oudste van het stel: ‘Natuurlijk gaat het over liefde voor jezelf! Want als je geen liefde voor jezelf hebt, heb je een ander toch niets te geven?’

We zijn het helemaal eens. Ik bedank ze voor de dagopening.

maandag, april 09, 2012

Zoveel liefde...


Ze was 9 jaar toen haar vader overleed. Hij was 42. Het was een heftige tijd, voor iedereen. Familie, vrienden, collega’s.

Een heel intense tijd door zoveel persoonlijke betrokkenheid van zoveel mensen. Midden in het verdriet zei ze ineens: ‘Ik voel zoveel liefde’.

Ze benoemde precies wat er vrijkwam tijdens het stervensproces. Zoveel liefde.

vrijdag, april 06, 2012

En het leven gaat gewoon door



Het overleg in het Catshuis zit vast. Ze komen er niet uit, geven niet toe.

Om elkaar heen draaiende, bange mannen houden elkaar gevangen.

In Park Sorghvliet, het bos ernaast, bloeit een boom...

Gelukkig, het echte leven gaat gewoon door.

woensdag, maart 28, 2012

‘Hullie!’ ('Ik' zeggen)


Misschien wel het meest irritante aan de politiek... Iemand moet altijd de schuld hebben. Want hoor je nou eigenlijk als een politicus praat of twittert? ‘Zij’ dit, en ‘zij’ dat. En ‘zij’ zijn dan niet goed. En ‘wij’ uiteraard wel. De ander deugt niet. En ‘wij’ vanzelfsprekend wel.

Daarom zijn politici ook zo voorzichtig. Want morgen kunnen zij zelf de schuld krijgen. Dat krijg je van al dat een ander de schuld geven. Wie de bal kaatst kan hem terug verwachten. Dus daar begint ook het grote indekken. Als wij het maar niet gedaan hebben! ‘It wasn’t me...’

Daar begint ook het voor de gek houden. Want als je de hele dag door vertelt dat de ander niet deugt, houd je boel voor de gek. Want dat kan helemaal niet. Dat er echt niks deugt. Pim Fortuijn heeft het tot kunst verheven: ‘De puinhopen van Paars’. En nu is het goed gebruik.

Het ge-’Zij!’ is de nette vertaling van ‘Hullie!’ Het is taxichauffeurspraat. Die kunnen feilloze analyses ten beste geven van de toestand op straat en in het land. Meestal is het pijnlijk waar. Even pijnlijk zijn hun oplossingen. Meestal een verbod, of gewoon de doodstraf.

En om even door te gaan over taxichauffeurs: die praten graag over anderen. En geef toe, wie niet? Ik nu ook, over taxichauffeurs :-) Waar het op neer komt: een ander heeft het gedaan. De ander moet veranderen. De ander moet zich aanpassen. Of de ander moet vertrekken.

Het zou wat zijn als we ‘Ik’ gingen zeggen. Verantwoordelijkheid nemen voor onszelf. In plaats van ons druk te maken over een ander. ‘Wat kan ik doen?’ Daar kun je elke ochtend de dag mee beginnen. Sorry, daar kan ik elke ochtend de dag mee beginnen...

Laatst sprak ik een taxichauffeur. Gelijk maar gezegd, het was een vrouw. Van middelbare leeftijd. Wat een verstandig mens... Ze vertelde dat ze in opleiding was tot buschauffeur. Haar docent zei dat je een bepaald traject in een kwartier kon rijden. Ze geloofde er niets van.

Wat ze niet deed was stennis maken. Of eindeloze discussies voeren. Steun zoeken bij de andere deelnemers. ‘Hij!’ dit of ‘Hij!’ dat. Ze regelde een lege bus, en zei: ‘Kom. We gaan rijden.’ Na een kwartier waren ze nog niet halverwege het traject. Het was duidelijk. En klaar.

Ik zal niet meer mutsen over taxichauffeurs met hun ge-‘Hullie!’ Of over politici die ‘Zij!’ zeggen. Ik zal zelf ‘Ik ‘ zeggen als ik vind ergens iets van vind. En ik zal me beperken tot wat ik er aan kan doen. Een stukje op m’n blog schrijven. Vragen wat jij ervan vindt. En, wat vind je er van?

maandag, maart 26, 2012

Hulp vragen


Wat vind ik het lastig om te zeggen: ‘Ik zit ergens mee... Wil je me helpen?’ En wat een opluchting als ik dat toch doe.

En altijd word ik weer geholpen. Vaak wel anders dan ik dacht of wilde. Maar ik word geholpen. In ieder geval tot nu toe.

En niemand vind het raar. Sterker nog, ik merk dat mensen het fijn vinden – fijn dat ik mijn twijfels toen, en fijn om te helpen.

maandag, maart 19, 2012

Handig (Het slimste jongetje)


Op de lagere school was ik het slimste jongetje van de klas. Eigenlijk verveelde ik me, er was voor mij niet genoeg te leren.



Tot ik samen met het domste jongetje van de klas, die het niet lukte om genoeg te leren, de brommer van de juf moest schoonmaken.

De grijze Mobylette van juffrouw Moorees, ‘juffrouw motorsjees’. Poetsen en boenen. Met aluminiumfolie (net uitgevonden) de roest van de velgen laten verdwijnen.



Toen leerde ik dat ik niet echt goed was in werken met m'n handen. En dat het domme jongetje een stuk handiger was, en het nog slimmer aanpakte ook. ‘Goed voor de nederigheid’

Wat ik me ondertussen afvraag is: was het van de juf nou een opvoedkundig briljante zet, of een slimme truc om van ons af te zijn? Of allebei? Ik weet het niet.

dinsdag, maart 13, 2012

Breken om open te gaan


Het is jaren geleden dat ik hem gezien of gesproken heb. Hij heeft de crisis aan den lijve ondervonden. Van zijn bedrijf van tien mensen rest nog één man, hij zelf. Zijn vrijstaande huis werd een flat.

Maar hij is niet failliet gegaan, iedereen is betaald. Zijn relatie is steviger dan voorheen, en ze willen nu graag een kind. Hij is afgevallen, en gaat daar mee door. Hij is steeds zekerder van zijn geloof.

En hij is opener dan ooit. Hij vertelt wat hem raakt, en dat kun je aan zijn ogen zien. Hij hoeft zich niet meer groot te houden, laat zich minder gelden. Hij vindt het genoeg om er te zijn.

‘Blijkbaar moest ik breken om open te gaan,’ zegt hij.


‘There is a crack in everything, that’s how the light gets in.’
Leonard Cohen, Anthem

Twitter Delicious Facebook Digg Stumbleupon Favorites More