Wonderlijke tijden. Verstoring van de bestaande orde. Wat voor jou belangrijk is wordt bedreigd – en je zoekt steun, houvast, geborgenheid. Je behoefte aan zekerheid groeit, maar waar vind je die nog? De werkelijkheid schreeuwt je toe: ’Je bent op jezelf aangewezen!’ Ben je dus alleen? Nee! Want we zijn hier samen. Niemand is alleen. En we hebben elkaar nodig. Meer dan ooit. Deze tijd vraagt om tevoorschijn komen. Laten zien wie je bent. Je niet meer verschuilen maar meedoen. Inbrengen wat jij kunt bijdragen – door te doen waar jíj blij van wordt. En je door niets of niemand meer bang laten maken. Wanneer je de moed kunt opbrengen om voluit te leven – recht uit je hart, en geholpen door je hoofd – ben je minder alleen dan je denkt. Dan kun je steun, houvast en geborgenheid ervaren. Bij jezelf, en bij de ander. En dan heb je ook wat te geven – dan geef je wie jij in wezen bent.

woensdag, april 16, 2014

Moedig je jezelf aan zoals je je eigen kind zou aanmoedigen?


Aanmoediging. Ik kan er niet genoeg krijgen. Ik heb er niet genoeg van gehad. En heb het nog steeds nodig. Maar inmiddels ben ik geen kind meer. En toch voel ik nog die behoefte om aangemoedigd te worden. Ik kan me doodalleen en verschrikkelijk onzeker voelen als het niet gebeurt. Of boos en teleurgesteld, niet gezien of in de steek gelaten. Maar dat gaat me niet helpen en ik word er geen leuker mens van. Mensen kunnen me zelfs mijden als ze voelen dat ik teveel aandacht van ze wil.

Wat mij helpt is mezelf aanmoedigen. Alsof ik het tegen een kind hebt. Mijn eigen kind. Dat klinkt misschien raar. En het voelt in het begin ook raar als ik hardop tegen mezelf zeg: ‘Dat doe je goed André!’ Maar ik hou het nu al een tijd vol en ik ga het vanzelf meer doen. Want tegen mezelf praten werkt. Mijn eigen naam horen doet me goed. Ik wacht niet meer op een ander om te krijgen wat goed voor me is. Ik geef het aan mezelf. Moedig mezelf aan. En ik merk dat ik vanzelf ook anderen ga aanmoedigen. En dat doet niet alleen die ander, maar ook mij ook weer goed. 

maandag, april 14, 2014

Er is er maar een zoals jij. En ben je die ook?


Ik wacht niet op een ander. Ik vraag het niet aan een ander. Ik hang me niet op aan een ander. Ik leun niet op een ander. Ik sta op eigen benen. Ik neem verantwoordelijkheid voor mijn leven. En ik geniet van mijn vrijheid. Want er is er maar een zoals ik. Jaja. Nu nog doen.

Ik vind het niet leuk om mezelf te zijn. Want het is doodeng. Toch verlang ik ernaar. Enorm. Anderen ook trouwens: ‘Waar ben je?’ hoor ik. Vrienden missen me. ‘Waar is de André die... ‘ En dan komen verhalen over uitgesproken en uitgelaten zijn. En ondernemend, meeslepend.

Beter begin ik weer mezelf te zijn. Ga ik er weer plezier in krijgen. Want het levert veel op. Zelfstandigheid en autonomie. Uiteindelijk vrijheid. En ja, dat betekent altijd weer verantwoordelijkheid. Die vervelende verantwoordelijkheid. Die schrikt me af. Daar blokkeert het.

Maar wat is er vervelend aan verantwoordelijkheid – als ik er vrijheid mee verdien? Ik ga verantwoordelijkheid nemen voor wie ik ben. Want dit ben ik. Het is niet anders. Dit is zoals ik gebakken ben, dit is de vorm waarin ik gegoten ben. En ja, ik ben anders dan anderen. Net als ieder ander trouwens.

Maar ik ben bang. Bang dat iemand me niet aardig zal vinden. Bang dat ik niet begrepen word. Bang dat ik niet mee mag doen. Bang dat ik niet gezien, of zelfs afgewezen word. Bang voor het oordeel van anderen. Een oordeel dat er niet is, maar dat ik zelf creëer. In mijn hoofd.

Ik kan kiezen. Mijn eigen leven gaan leiden, mijn eigen keuzes maken, mijn eigen plan trekken –  en vanuit die eigenheid met anderen samen leven. Gerespecteerd worden om wie ik ben. Wellicht ook gewaardeerd worden. En vooruit, misschien zelfs wel geliefd zijn.

Maar ik kan ook blijven hangen in mijn angst om mezelf te zijn. In mijn angst om uitgesproken en uitgelaten te zijn. Bang om te doen waar ik zin in heb, omdat ik er plezier in heb. Bang omdat ik denk dat er misschien mensen zijn die het niet leuk zouden kunnen vinden.

Het zou wel eens mee kunnen vallen. Ik kan niet met iedereen vrienden zijn. Maar ik kan wel veel betere vrienden worden met wie mijn vrienden al zijn. Want die willen maar één ding: dat ik ontzettend mezelf ben. Met alles erop en eraan. Dat zijn vrienden. Echte vrienden.

vrijdag, april 11, 2014

Niemand verwacht dat je alles weet en alles kan. Waarom jij dan wel van jezelf?


Gek kun je jezelf maken door aan jezelf eisen te stellen die niemand aan je zal stellen – behalve jijzelf. Hou daar mee op. Want je maakt er niet alleen jezelf gek mee, maar ook je omgeving. Je raakt er gespannen van, en schept spanning om je heen. Niemand zit te wachten op iemand die alles perfect moet doen van zichzelf.

Zou je het zelf willen, een zenuwlijder als collega? Iemand die zich op voorhand verontschuldigt dat het niet perfect is? Of niet op kan houden en maar door blijft gaan? Daar word je toch doodmoe van, zo iemand om je heen? En jij, als perfectionist, wordt weer doodmoe van jezelf. Tenminste, ik wel. Doodmoe van mezelf en mijn eigen neuroses.

Het is nog maar de vraag of je het echt zelf bent die dit wil. Of je het zelf bent die zichzelf zo voortdrijft. Of zijn het stemmetjes van ooit? Herinneringen uit een tijd waarin je dacht dat het goed was om zo je best te doen. Misschien om in de smaak te vallen, om gewaardeerd te worden. Het werkte toen, ooit. Nu keert het zich tegen je, omdat je het niet meer trekt. De spanning van alles moeten weten en alles moeten kunnen is gewoon teveel.

Wat ik ontdek: ik kan ermee ophouden als ik besef dat het een gewoonte is. Ik ben het niet, ik ben het gaan doen. Dat betekent dat ik er ook mee kan ophouden. Als ik vind dat het niet meer nodig is. Nee, niet dat stemmetje. Ik zelf. En ja, dat is hard werken. Maar anders werken. Werken aan mijn bewustzijn. En ja, dat houdt nooit op. Het is nooit klaar. Extra uitdaging voor de perfectionist die ik ben. Leren zeggen: ‘Zo! Dit is voor nu goed genoeg.’

maandag, april 07, 2014

Zeg dat je iets stoms deed. Voor een ander het zegt.


Stomme dingen doen we allemaal. Niets bijzonders. Toch hebben we de neiging om ze voor ons te houden. Je schaamt je, of je voelt je schuldig. Niet geleerd dat je fouten mag maken. Dat het er zelfs bij hoort. We hebben ook de neiging om fouten te verdoezelen. Niet geleerd om ergens ronduit voor uit te komen. Misschien het voorbeeld gehad van wegduiken, of van ‘niets aan de hand’.

Hoe dan ook, je neiging is jezelf stom te vinden als je iets stoms gedaan hebt, en het niet te vertellen. Maar ja, de waarheid komt meestal, vroeg of laat, toch wel aan het licht. En dat weet je. Je bent er bang voor. Het effect is dat je rondloopt met de gedachte dat op een dag uitkomt wat je voor stoms gedaan hebt. En dat kost energie. Het zet je relaties onder druk. Het kan je zelfs relaties kosten. En dat allemaal omdat je niet durfde vertellen wat je gedaan hebt. Alsof je een kind bent dat bang is voor straf.

Maar je bent nu volwassen. Vertel direct aan iedereen die het aangaat wat er aan de hand is. En je zult zien, je krijgt geen straf. Het kan je zelfs respect opleveren. Heb je iets stoms gedaan? Zeg het. Niets zeggen, dat is pas stom.

Ik heb de neiging om niks te zeggen. Maar dan blijf ik er mee rondlopen. En het zeurt ondertussen wel. Achtergrondruis. Of om het weg te stoppen. Alsof het daarmee verdwijnt. Nee, het blijft aanwezig. En altijd de angst dat het boven komt. Dat iemand er over begint. Dus me al op voorhand schrap zetten. Wat een energieverspilling.

En hoe het komt? Het komt, denk ik, niet zozeer omdat ik nooit iets fout mocht doen. Het komt vooral ik van mezelf altijd alles goed moet doen. Omdat ik van mezelf geen fouten mag maken. Ik ben een stuk meer ontspannen sinds ik dat wel mag. En zo snel mogelijk toegeef dat ik iets stoms gedaan heb. Waarbij je je nog kunt afvragen in hoeverre iets stoms doen ‘fout’ is. 

vrijdag, april 04, 2014

Als je iets doet doe het goed


woensdag, april 02, 2014

Je kunt meer dan je ooit kan bedenken.


In ons hoofd zitten onze grootste beperkingen. Daar denken we te weten wat wel en niet kan. Vooral hoe het niet kan. Hoe het al of niet zit. Vooral niet zit. Zoals we ooit dachten dat aarde zo plat is als een pannenkoek. Waar je van de rand kon vallen.

We zijn tot grootste dingen in staat. In het klein en in het groot. Als je zou weten wat, zou dat je zo bang kunnen maken dat je gelijk afhaakt. Beter weet je het niet. Ga het maar doen. En gebruik daarbij je hoofd. Niet om jezelf te beperken. Maar om helder te denken en vooruit te komen.

maandag, maart 31, 2014

Als je nu ongebonden was, wat zou je dan doen?


Je kent het wel. Periodes in je leven dat je ongebonden was. Momenten dat je bij jezelf te rade moest gaan. Soms lastig, omdat je alleen moest beslissen. Tegelijkertijd makkelijk, want je hoefde met niemand rekening te houden. Vaak wist je het wel. Misschien was je wel verbaasd hoe zeker je van je zaak was. Je deed op je gevoel wat goed voelde.

Wanneer je je meer gebonden voelt – door een relatie, kinderen, collega’s – kan het lastig zijn om keuzes te maken. Gewoon omdat er anderen zijn om rekening mee te houden. Dat kan je blokkeren. Je kunt jezelf daarin ook vergeten, wegcijferen. Teveel rekening houden met anderen – waardoor je zelf tekort doet of in de knel komt. Uiteindelijk word je chagrijnig of teleurgesteld. Omdat je niet aan je trekken komt. Je kunt je zelfs een slachtoffer van je omgeving gaan voelen en met hen ruzie krijgen. Want zij zijn het die jou binden, denk je. Het kan hoog oplopen. En dat allemaal omdat je moeite hebt om goed voor jezelf te zorgen. Terwijl je prima weet wat je nodig hebt. Want wat zou je doen als je ongebonden was? Meestal is dat prima om te doen. En je hoort het wel als het echt niet kan.

Je gebonden voelen begint met je verbonden voelen. Bij mij in ieder geval wel. Zonder dat ik het in de gaten heb ga ik rekening houden met de ander. Beter gezegd, ga ik invullen wat ik denk dat de ander wil. Om vervolgens te doen wat ik denk dat de nader wil – zonder dat ik nog doe wat ik zelf wil. Terwijl ik helemaal niet weet wat de ander wil. Ik denk het te weten. Maar meestal klopt het niet. Die ander wil juist dat ik doe wat ik zelf wil. Of wil dat ik in ieder geval weten. Maar het kwaad is al geschied: ik doe iets wat ik zelf niet wil. Sterker nog, eigenlijk niet wil, maar wel denk te willen – omdat ik denk dat de ander het wil. Hoe ingewikkeld kun je het maken?

Terug naar eenvoud. Check bij jezelf wat je wilt. Wat voelt goed? Deel dat met de ander. Zonder van die ander instemming of toestemming te willen krijgen. Laat je verrassen door wat die ander wil. Misschien wel iets waar je zelf nog niet opgekomen was. Stem het af. En blijf checken wat voor jou goed voelt. Blijf bij jezelf terwijl je meebeweegt met de ander. In vrijheid verbonden. Dan heb je ook wat te geven. En waar doet dat toch aan denken. Inderdaad. Goeie seks. 

maandag, maart 24, 2014

Is dit ook belangrijk als je binnen een jaar dood bent?


De meeste dingen waar we ons druk over maken hebben weinig om het lijf. We vinden het ontzettend belangrijk als we er midden in zitten. Maar vaak denk je de volgende dag al: Was dit echt zo belangrijk? Moest ik me daar zo nou druk over maken? We verdoen er veel tijd aan.

Een manier om zin en onzin te onderscheiden is je steeds af te vragen: 'Maak ik me hier ook druk over als ik over een jaar dood zou zijn?' In veel gevallen – heel veel gevallen! – verdwijnt de drukte dan vanzelf. Het blijkt allemaal veel betrekkelijker te zijn dan je dacht. Je kunt makkelijker laten gaan. Je gelooft het wel. Het is de moeite niet waard. Je houdt tijd over voor zaken die er wel toe doen. Misschien ontdek je zelfs dat je je zo druk maakte om maar bezig te zijn, dat je niet anders kon. 

In de ruimte die zo ontstaat ontdek je ook zaken die wel de moeite waard zijn. Zaken waar je tot nu toe niet aan toe kwam omdat je zo in beslag genomen was door drukte om niets. Wezenlijke zaken. Zaken die ergens over gaan. Over wat jij toe kunt voegen. En om herinnerd kan worden als je er niet meer bent.

vrijdag, maart 21, 2014

In je hoofd zit geen leven.


Bijna alles in onze maatschappij is gericht op ons hoofd. We heten niet voor niets een kenniseconomie. Aan ons hoofd hebben we onze welvaart te danken. Toch zit in ons hoofd geen leven. In je hoofd voel je niets. Ja, hoofdpijn. Maar geen bruisend leven. Dat zit op andere plekken in je lijf.

Wandelen, rennen, fietsen, zwemmen, dansen, zingen, vrijen, dat doe je met je lijf. Je hoofd kan daarbij zelfs in de weg zitten. Want in je hoofd zitten behalve je hersenen ook hersenspinsels. Zorgen zitten daar boven. Ze kunnen eruit komen via je lijf, maar ze beginnen in je kop. Vandaar kopzorgen. Je hebt er niets aan. En door te denken gaan ze niet weg. Sterker nog, ze worden er groter door.

Verplaats je aandacht naar je lichaam. Wandel, ren, fiets, dans, zing, vrij zoveel als goed voor je is. Meestal is dat meer dan je denkt. Veel meer. Zo kun een begin maken met in balans komen. Dan is er ruimte voor de vraag waarom je zo weinig beweegt, zo weinig buiten bent, zo’n onnatuurlijk leven leidt. Dat zit in je hoofd. Daar heb je bedacht dat andere dingen belangrijker zijn.

Maar wat is nou belangrijker dan je gezondheid? Al kom je daar soms pas achter als je ziek bent. En daar wil je toch niet op wachten?

dinsdag, maart 18, 2014

Van wie moet dit?


‘Van wie moet dit?' Irritante vraag. En de kans is groot dat het antwoord luidt: ‘Van niemand’. Dit moet van helemaal niemand. Behalve van jezelf. Jij bent waarschijnlijk zelf de grootste slavendrijver die je kent. Al zul je misschien zelf denken dat er nog grotere slavendrijvers zijn. Waarschijnlijk de mensen waarvan je het hebt overgenomen. Of waarvan je het voorbeeld hebt uitvergroot.

Ga bij jezelf eens na: is er nu iemand die zegt dat je dit moet doen? Is het antwoord ‘Ja’, ga daar dan mee in gesprek. Goeie kans dat het antwoord ‘Nee’ is. Ga dan bij jezelf te rade. Welke stemmetjes vertellen je dit? Waar komen die vandaan? Je hebt ze blijkbaar in je, want je hoort ze. Maar zijn ze ook echt van jou? Of zijn het misschien stemmen van ooit? Stemmen van mensen die je hebben grootgebracht – stemmen uit je jeugd, die je opgeslagen en overgenomen hebt?

Hoe dan ook, en waar die stemmen ook vandaan komen, je bent nu een volwassen mens. Wil je nog bepaald worden door anderen dan jijzelf? Je hebt nu een keuze. Je had geen keuze toen je die stemmen voor het eerst hoorde, misschien wel dagelijks meemaakte. Nu wel. Het is jouw leven. Leef het. Voel je vrij om te doen waar je zin in hebt – omdat je er blij van wordt. Leid je eigen leven. Jij bent de baas. Niemand anders.

En ja, makkelijker gezegd dan gedaan. Want was is het lastig. Ik loop dan aan tegen mezelf. Tenminste, tegen wie ik aanzie voor mezelf. Want het kan niet waar zijn dat ik iemand ben die zichzelf voortdrijft. Ten diepste ben ik dat niet. Ik heb het overgenomen en aangeleerd. En toegeven, het heeft me een eind gebracht. Maar inmiddels ook op een plek waar ik niet langer gelukkig wordt. En dan moet ik oppassen dat ik anderen daar niet de schuld van geef. Maar ik was het echt zelf die mezelf tot hier voortgedreven – althans, dat stemmetje in mij.

Wat mij helpt als ik mijn slavendrijver stil wil krijgen zijn twee dingen. Het echt helemaal zat zijn om te leven zoals ik leef. En een diep gevoeld verlangen naar een ander leven. In eerste instantie wordt de stem, die met tot hier gebracht heeft, dan alleen maar sterker: Doe het niet! Je weet niet wat je weggooit! Hoe moet het dan verder?! Geen idee, eerlijk gezegd. Maar ik wel weet: wat ik doe wil ik niet meer. En hoe meer ik die gedachte durf toe te laten hoe meer ruimte ik voel ontstaan voor wat ik wel wil. Spannend. En benieuwd.

vrijdag, maart 14, 2014

Op je levenspad #4


Je levenpad bewandel je in je stoffelijk omhulsel. Dat eerst nog groeit en bloeit. En daarna krimpt en verdort. Het is niet anders. Maar binnen dat omhulsel, verborgen in het stof, gebeurt er wat anders. Daar gaat dat groeien en bloeien door. Tenminste, dat kan. Als jij dat wilt. Dat heet ontwikkeling. Lichamelijk takel je hoe dan ook af, geestelijk kun je nog heel ver groeien. Je lichaam, daar ga je niet over, net zomin als de omstandigheden. Maar je geest is een ander verhaal. Die kun je zelf ontwikkelen en sterken. Juist als de omstandigheden tegenzitten. Of als je lichaam het laat afweten. Dan kun je je eigen geestkracht ontdekken. Een kracht die niemand je kan afnemen. Een kracht die groter is dan jezelf.  Groter dan wie jij voor jezelf aanziet.

donderdag, maart 13, 2014

Op je levenspad #3


De loop van je levenspad ken je niet. Terugkijkend wel, vooruitkijkend niet. Je probeert vooruit te zien, te voorzien, maar het leven loopt altijd anders dan je denkt. Wat je denkt zijn alleen maar projecties van je bewuste verlangens. Wat je werkelijk wilt, of wat het leven met je voor heeft – het is maar hoe je het bekijkt en waar je in gelooft – daar heb je meestal geen idee van. Soms een vermoeden, maar ook niet meer dan dat. Je weet ‘s morgens echt niet hoe een dag eindigt. Je kunt zomaar op een operatietafel komen te liggen, ander werk aangeboden krijgen, of de liefde van je leven tegenkomen. Een ding is zeker, het gaat altijd anders dan je denkt. Net het weer, uiteindelijk niet te voorspellen. Gelukkig maar, want wat zou het saai worden.



woensdag, maart 12, 2014

Op je levenspad #2


De kunst is ieder je eigen pad te lopen. Al is dat soms niet leuk. Want je voelt misschien de druk om samen te lopen. Uit jezelf, vanuit de ander, of vanuit je omgeving. Je zou liever samen op lopen maar weet niet hoe. Of ‘het hoort’ dat je samen oploopt, maar het voelt niet goed. Maar soms is het nodig, ook al loop je in dezelfde richting, om in je eentje te lopen. Of om een omweg te maken. Gun het jezelf, gun het de ander. En dat is lastig als een van de twee graag samen op zou lopen. Of, als in de uitdrukking, met de ander zelfs wil ‘lopen’: een relatie wil. Dat kan zaken ingewikkeld maken. ‘De ene die wil een ander, maar die ander wil die ene niet. De ander wil een ander, maar die ene heeft verdriet,’ zoals Ramses Shaffy al zong. Het kan je dagen verpesten, en je kunt jezelf er doodongelukkig mee maken. Maar bottomline is: Ben je echt blij met je eigen levenspad? Dan ben je vanzelf blij dat ieder ander zijn eigen pad heeft. Ook al loopt dat anders dan jij misschien zou willen. Kun je je overgeven aan je eigen pad? Hoe dat ook loopt? En waar het je ook brengt? 


dinsdag, maart 11, 2014

Op je levenspad #1


We lopen allemaal ons eigen levenspad. Op dat pad komen we anderen tegen, op hun levenspad. Soms kruis je elkaars pad. Soms lopen je paden gelijk op. Soms begrijp je niet waarom het pad van de ander afbuigt. Soms ga je mee op het pad van de ander en kom je erachter dat het jouw pad niet is. Moet je je eigen pad weer terug vinden. En wat is het dan fijn om na het nodige zoeken je eigen pad weer terug te vinden. Je eigen slingerende pad, of jouw kaarsrechte pad. Breed en comfortabel, of hobbelig en inspannend. Soms ben je misschien jaloers op andermans pad, omdat diens pad gemakkelijker of opwindender lijkt. Maar niets is wat het lijkt. Andermans pad lopen is misschien even leuk, maar uiteindelijk werkt het niet. Je wordt er ongemakkelijk en ongelukkig van. Gek genoeg ben je op andermans pad op den duur alleen. Terwijl je het deed om samen te zijn. 

maandag, maart 03, 2014

Gooi je weg wat je niet meer dient? Leef je opgeruimd? Wat een rust.


Een opgeruimd huis geeft rust. Dat weet je. Gun je jezelf ook de rust van een opgeruimd gemoed? Om op te ruimen is het wel nodig alle rommel beet te pakken. Anders kun je het niet weggooien. En ja, dat kan pijn doen, er kan verdriet boven komen. Maar weet, het is oud verdriet, en oude pijn. Het zijn tranen van ooit. Het is al gebeurd – toen.

Kijk het nog een keer aan, en vraag jezelf hardop af: ‘Wil ik dit verdriet, en deze pijn, nog langer in mijn leven?’ Als je echt kunt voelen dat je deze rommel niet meer wilt, omdat je er niets meer aan hebt, dan kun je het laten gaan. Bewust. Want gek genoeg, uit zichzelf verdwijnt het niet. Je moet er echt wat voor doen. Net als in je huis. Het kost tijd en het kost energie. Maar niet opruimen kost je nog veel meer tijd en energie. Want het stapelt zich maar op.

Stel je voor. Je bewaart alles wat je niet gebruikt. Je gooit niets weg. Je huis zou snel vol staan met vuilnis, en groot vuil. Geen doorkomen meer aan. Dat gebeurt ook als je van binnen niet opruimt. Als je blijft rondlopen met wat je allemaal hebt meegemaakt maar niet hebt verwerkt. En dat kan veel zijn, misschien wel meer dan je in de gaten hebt. Leuke dingen, minder leuke dingen. De leuke dingen kun je meestal wel mee uit de voeten. Dat worden leuke herinneringen. Die liggen in een open kast, in het zicht en voor het grijpen.

De minder leuke dingen, dat is een ander verhaal. Die slingeren rond, raken uit het zicht, misschien heb  je ze goed opgeborgen – maar je weet dat ze er zijn. En je kunt er zomaar over struikelen, waardoor je er weer boos over wordt. Ze kunnen ook in een hoek liggen te stinken en te rotten, waardoor het je steeds weer irriteert en je moe maakt. Ze kunnen zelfs ongedierte aantrekken – beesten die je besmetten met een nare ziekte. Opruimen en schoonmaken, dat is nodig. Misschien ben je het niet gewend, maar het is wel nodig. Van binnen net zo goed als in je huis.

Wat ik zo lastig vind is dat opruimen zoveel tijd kost. Maar hoe langer ik het uitstel hoe groter de rommel wordt. Gek genoeg, als ik eenmaal er aan begin valt het altijd weer mee. In mijn huis en in mijn gemoed. Precies eender. Ik ben laatst mijn kasten doorgelopen. Dat kostte me dagen. Vier volle vuilniszakken kwamen eruit. En ik ben relaties aan het checken waar volgens mij nog rommel op te ruimen valt. Eens kijken wat daar nog ligt aan oud zeer – hopelijk zijn het misverstanden. Maar misschien is het ook wel nodig om ferme beslissingen te nemen. Het kan maar duidelijk zijn. Dat geeft rust  en ruimte voor iets nieuws.

donderdag, februari 27, 2014

Mededogen. Om te beginnen met jezelf. Een sleutel naar geluk.


Mededogen. Klinkt zo vaag, en groot tegelijk. Onbereikbaar, en niet zo bruikbaar. Mooie gedachte, maar wat moet je ermee? Hoe kan ik mededogen hebben als ik al genoeg aan mijn kop heb? Als er al zoveel tegen zit ook nog tijd hebben voor een ander? Dat gaat er echt niet meer bij. Ik heb genoeg aan mezelf en mijn eigen sores. Genoeg ellende om op te lossen. Ga me eerst maar eens bepalen tot mijn eigen zaken.

En precies daar zat voor mij de doorgang. Bij mezelf. Het besef dat ik mededogen mag hebben met mezelf. Dat ik mezelf niet zo hard hoef te vallen. Dat ik niet alle tegenvallers op mezelf hoef te betrekken. Niet van alles hoef te denken dat het allemaal door mij komt. Dat het mijn eigen schuld is. Dat ik lief mag zijn voor mezelf.  Mezelf de tijd en de rust mag geven om bij te komen. Moe mag zijn. Omdat er nou eenmaal veel gebeurd is waar ik moe van ben. Daar mededogen voor voelen. Vriendelijk zijn voor mezelf.

Wat ik merk is dat er met het mededogen met mezelf, mededogen met een ander naar boven komt. Het lijkt wel vanzelf te gaan. Maar wel in een volgorde. Eerst ik, en dan de ander. Mededogen met een ander is een gevolg van mededogen met mezelf. Het werkt onbedoeld en onbewust. En zo krijg ik een kado, twee zelfs. Mededogen met mezelf geeft me de rust en overgave waar ik naar verlang. Even niets hoeven, van mezelf. Mezelf niet meer zo opjagen en afstraffen. En vanzelf doe ik het ook minder naar anderen.

Het duurde lang voor dat het besef kwam dat ik mededogen mag hebben met mezelf. Het heeft iets van gunnen. Mezelf mededogen gunnen. En wat mij helpt zijn mensen om me heen die het me ook gunnen. Die met mededogende ogen naar mij kijken. Maar uiteindelijk moet ik het zelf doen. Met andere ogen naar mezelf kijken. Vriendelijk. Met liefde, om het grote woord maar te noemen. Mededogen is een liefdevolle blik – op mezelf. Die vanzelf een liefdevolle blik op de mensen om me heen oplevert. En zo kan ik uit mijn kijk op mijn omgeving afleiden hoe liefdevol ik naar mezelf ben.

Noot: Mededogen is wat anders dan medelijden. Medelijden kan zielig maken. Voelt niet stevig. Je kunt bijvoorbeeld met mededogen naar een ander en diens leven kijken. Dan heb je een begripvolle blik, zonder dat je in de ellende die je ziet opgaat of verdwijnt, waardoor die ander ook niet veel meer aan je heeft. Medelijden kan meehuilen worden, waar een ander meestal niet mee geholpen is. Met mededogen blijf je bij jezelf, en kun je er voor de ander zijn. 

dinsdag, februari 25, 2014

Narigheid komt voort uit machteloosheid en frustratie – van jezelf, over jezelf.


Veel gedoe met anderen kun je voorkomen als je in de gaten hebt hoe het met jou zelf gaat. Dat je bijvoorbeeld moe bent. Misschien wel afgepeigerd, of zelfs uitgeput. Of dat je geïrriteerd bent, gespannen of boos. Vaak heb je dat van jezelf niet in de gaten. Misschien omdat het zich langzaam ontwikkelt, zich ongemerkt heeft opbouwd. Je denkt dat het allemaal wel meevalt, maar mensen om je heen pikken het op. Vaak onbewust, maar dan heb je de poppen wel aan het dansen.

Vaak ben je je er niet van bewust hoe je je gedraagt – en de ander is zich er meestal niet van bewust hoe ie daar weer op reageert. Dan heb je zomaar gedoe, dat vaak nergens over gaat. Ja, over emoties – die alle kanten op gaan. Grappig om van een afstandje naar te kijken, maar niet als je er zelf middenin zit. Soaps zijn gebaseerd op dit menselijk gedoe. Goede Tijden Slechte Tijden is niet voor niets al een kwart eeuw zo goed bekeken. Een en al herkenning.

Veel van die narigheid komt voort uit machteloosheid en frustratie – van jezelf, over jezelf. Je denkt dat het gaat over iets buiten je, iets dat anderen gedaan hebben. Daar ben je chagrijnig of boos over. Het is hun schuld. Maar meestal gaat het over jezelf. Jij wilt iets – maar je krijgt het niet voor elkaar. Jij maakt je ergens druk over – maar er gebeurt niets. Jij wilt het anders – maar niemand doet mee. Jij bent boos... en je geeft een ander de schuld. Want de ander werkt niet mee, die begrijpt het niet, die wil niet luisteren.

Maar diep van binnen weet je: Ik ben boos op mezelf. Boos dat je iets wilt wat je niet lukt, en boos dat je daarbij afhankelijk bent van anderen. De doorgang ligt voor de hand. Bepaal je tot jezelf. Bepaal je tot wat binnen je eigen macht ligt. Doe wat je zelf  kan doen en doe dat goed. Hou op met je druk maken over zaken waar je niet over gaat. Zoals de mensen om je heen: je partner, je kinderen, je collega’s, je buren. Want je gaat er niet over. Bepaal je tot jezelf en doe wat je kunt. Het scheelt je veel gedoe. En je wordt er een stuk gelukkiger van.

En ja, wat is het lastig om je tot jezelf te bepalen. Want de hele dag heb je mensen om je heen, die van alles vinden en die van alles willen. Misschien wel iets van jou vinden en iets van jou willen. Die hun stemmingen hebben en die uitstralen – ook naar jou. En blijf dan maar eens bij jezelf. Niet gevoelig voor andermans stemmingen – terwijl je er wel mee werkt of leeft! – zonder gevoelloos te worden. Jezelf afsluiten voor andermans stemming, zonder je hart te sluiten – omdat je het met die ander liever goed wilt hebben.

Wat ik – met veel vallen en opstaan! – doe, is eerst zo goed als ik kan onderzoeken of ik boos ben. Boos op mezelf wel te verstaan, boos omdat ik de macht buiten mezelf leg. Boos omdat ik me afhankelijk maak van een ander, waardoor ik me machteloos en gefrustreerd voel, soms tot huilens toe. Maar dat is huilen naar buiten, huilen om aandacht en begrip. Als dat zo is laat ik me nog teveel bepalen door die ander.

Andersom, als ik me genoeg tot mezelf weet te bepalen en me minder druk maak om wat een ander mij aan zou doen, merk ik minder boosheid bij mezelf. Ik kan me dan wel verdrietig voelen, heel verdrietig. Tot huilens toe – en toch is het een ander huilen dan huilen van boosheid. Stiller, bij mezelf. Maar dat gebeurt pas als ik geen reden meer heb om boos te zijn.

Dan kan ik verdrietig zijn dat ik het met een ander niet lukt, dat we niet samen kunnen zijn, dat het tussen ons niet werkt. En vanuit dat verdriet kan ik rustiger en meer overwogen beslissen dat het beter is om met die ander niet iets te willen, of niet meer te willen. Dan kan ik langzaam maar zeker ook met plezier en dankbaarheid terugkijken op wat er geweest is. En wat misschien ooit weer kan komen, misschien in een andere vorm – maar wat er nu niet is. 

vrijdag, februari 21, 2014

Tranen die je tegenhoudt maken je moe en boos. En uiteindelijk ziek.


We hebben allemaal pijn. En we hebben allemaal verdriet. Het is niet anders. Het hoort bij het leven. Op een dag kom je erachter dat weglachen niet meer helpt. Of hard werken. Of verdoven. Allemaal vormen van ontkenning. Manieren die je jezelf hebt aangeleerd om verder te kunnen met je leven. Meestal na een ontregeling. Tegenslag. Er gaat iets niet goed. Je krijgt niet wat je hoopt, waar je op rekent dat gaat niet door. Vroeger thuis, of op school. Nu in je relatie, of op je werk. Iets met kinderen en familie. Er gebeurt iets onverwachts met een grote impact. Niet fit, geen werk, of je relatie gaat over. Ziekte of dood, misschien heel dichtbij. Het ontregelt jou, het ontregelt je leven.

Wat het ook is, de vraag is: hoe ga ik ermee om? Vaak is je reactie: doorgaan. Een kwestie van overleven. Je neemt je niet de tijd om wat er gebeurd is te verstouwen en te verteren. Geen tijd voor verdriet. Je wilt ervan weg, je wilt verder. Begrijpelijk, maar niet handig. Want je verdriet slaat zich op, in jou. Zonder dat je het in de gaten hebt zitten die tranen daar ergens. En ben je  – helemaal onbewust – bezig om ze daar te houden. Je wilt er niet meer aan denken, dat stuwmeer vol tranen. Maar ondertussen bepaalt het je wel – meer dan je in de gaten hebt.

Zo is veel onderhuidse spanning te verklaren. Je wordt er moe en boos van om die tranen tegen te houden. Je kunt er zelfs ziek van worden. Je gedrag kan je er een aanwijzing voor geven. Je bent luidruchtig of weglachend, klagend of afgesloten – allemaal vormen van tegenhouden. Als je dat gedrag kunt herkennen kun je ook een begin maken met verwerken. Erkennen wat er aan de hand is. De werkelijkheid onder ogen zien: ‘Dit is mijn leven. En het gaat niet zoals ik hoopte. Het valt me zo tegen.’ En dat omarmen: ‘Maar het is wel míjn leven. En er is er maar één die er wat van kan maken. En dat ben ik.’ De doorgang naar een gelukkiger leven. Waar altijd wat te beleven is, waarin het meezit en tegenzit. Waarin je kunt lachen en huilen. En je tranen mogen stromen. Omdat ze nu eenmaal bij het leven horen.

Durven voelen. Ik vind het doodeng. Maar er is een beloning. Wat ik merk is dat tranen van geluk makkelijker komen als mijn tranen van verdriet er mogen zijn. Dan raak ik ontroerd, als ik voel wat iemand voor mij betekent. Of ik schiet vol, als iets me echt raakt. Dat kan bijna pijn doen – in mijn hart. Daar maak ik me maar geen zorgen over. Mijn hart zal er wel aan moeten wennen dat het iets voelt. Mag voelen. Van mij. Als ik mijn tranen niet meer probeer tegen te houden. Misschien is het wel de redding van mijn hart. En uiteindelijk de redding van mijzelf. Door mijzelf. Als ik durf te voelen. 

woensdag, februari 19, 2014

Je hebt alles al. Je weet alles al. Nu iets mee doen. Dat is geluk.



Okee, dit is een lastige. Het besef dat je alles al hebt. En alles al weet. Allang. Je hebt jezelf. En meer is er ook niet. Maar ook niet minder. Dit is wie je bent en daar heb je het mee te doen. Met jouw talenten en begaafdheden. Met jouw geschiedenis en bagage. Je denkt misschien dat het niet genoeg is. En dat je een ander nodig hebt. Om jou aan te vullen. Of zelfs te vervullen. Vergeet het. Een keiharde afdaling naar ongeluk. Want dan maak je jezelf afhankelijk van andermans goede zin. En beste bedoelingen. Die nooit volledig overeen komen met die van jou. En dan begint het gedoe. Je gaat die ander verwijten dat ie niet is wie jij hoopt of denkt dat ie is. Je verwachtingen over de ander komen niet uit. Teleurstelling volgt. In de ander. Maar een ander kan jou niet gelukkig maken.

Geluk werkt andersom. Het begint met ‘Dit ben ik’. Met alles erop en eraan. Je leuke kanten, en vooral je minder leuke kanten – die trouwens wel mee blijken te vallen als je andermans teleurstellingen daarover er vanaf haalt. ‘Dit ben ik’ – in het besef dat je diep van binnen alles al weet, en meer dan genoeg hebt. Als je bijvoorbeeld iets leest of hoort waarvan je denkt of voelt: ‘Ja! Zo waar!’ dan wist je het al. Het wordt nu wakker, het lag te slapen. Of als je tot je door laat dringen wat je allemaal hebt. Al de mensen het dichtst om je heen. Die van je houden. Ook de familieleden waar je misschien al jaren gedoe (of erger) mee hebt. Je familie, die je misschien niet meer wilt zien. Vraag het ze maar. Laat je verrassen.

In mijn hart weet ik alles. Ook dat ik alles al hebt. Mezelf – en de mensen om me heen die van me houden. En als ik leer te houden van mezelf maak ik het anderen makkelijker om van mij te houden. Want als ik van mezelf houd hoef ik geen liefde van een ander. Die krijg ik. En ik deel mijn liefde uit. Het heeft mij mijn leven tot nu gekost om hier achter te komen. Hoe het bij mij gaat: als ik niets meer denk te weten en niets meer denk te hebben, kom ik er (juist! eindelijk!) achter wat ik weet. Eigenlijk alles (inclusief de wetenschap dat ik uiteindelijk niets zeker weet). En wat ik heb. Mezelf. En het is nooit te laat om jezelf te vinden. Al is het op je sterfbed. Maar eerder is wel fijner.  

maandag, februari 17, 2014

Ga eens na hoe vaak je geholpen bent. Ben je dankbaar?


Hoe vaak ben je in je leven geholpen? Van jongs af aan? Alle mensen die je ontmoet hebt, en die iets voor je hebben gedaan? Mensen die je hebben grootgebracht, waarvan je geleerd hebt? Misschien vind je dat je daar niets aan hebt gehad, of niet veel van hebt geleerd. Of dat het precies het tegendeel was van wat je had willen krijgen of leren. Hoe dan ook, mensen probeerden je te helpen, en meestal met de beste bedoelingen – al weet je misschien niet wat die waren. En dat is je hele leven doorgegaan. Onnoemelijk veel mensen hebben iets voor je gedaan, vaak zonder dat je het zelf in de gaten had. Zoals jij ook dingen voor anderen doet, wat zij misschien weer niet in de gaten hebben. Voor je kinderen bijvoorbeeld, broers of zussen, collega’s of je buren. Ik heb vaak niet in de gaten gehad wat ik kreeg, nog steeds niet. Net zo goed geef ik anderen misschien wel iets dat ik niet in de gaten heb. Nou ja, soms dan – aan sommige anderen. Ik weet het eigenlijk niet. Ik merk wel dat het een lekker gevoel is om stil te staan bij wat ik allemaal krijg. ‘Hulp en bijstand’ die ik krijg zonder erom te vragen. Als het me lukt om er echt bij stil te staan komt er dankbaarheid bij me boven. Voor alles wat ik krijg. Zomaar, uit het niets. Het zal wel iets met liefde te maken hebben. Denk ik dan maar. Volgende stap: het helemaal voelen (wordt vervolgd).

Twitter Delicious Facebook Digg Stumbleupon Favorites More