Wonderlijke tijden. Verstoring van de bestaande orde. Wat voor jou belangrijk is wordt bedreigd – en je zoekt steun, houvast, geborgenheid. Je behoefte aan zekerheid groeit, maar waar vind je die nog? De werkelijkheid schreeuwt je toe: ’Je bent op jezelf aangewezen!’ Ben je dus alleen? Nee! Want we zijn hier samen. Niemand is alleen. En we hebben elkaar nodig. Meer dan ooit. Deze tijd vraagt om tevoorschijn komen. Laten zien wie je bent. Je niet meer verschuilen maar meedoen. Inbrengen wat jij kunt bijdragen – door te doen waar jíj blij van wordt. En je door niets of niemand meer bang laten maken. Wanneer je de moed kunt opbrengen om voluit te leven – recht uit je hart, en geholpen door je hoofd – ben je minder alleen dan je denkt. Dan kun je steun, houvast en geborgenheid ervaren. Bij jezelf, en bij de ander. En dan heb je ook wat te geven – dan geef je wie jij in wezen bent.

maandag, maart 24, 2014

Is dit ook belangrijk als je binnen een jaar dood bent?


De meeste dingen waar we ons druk over maken hebben weinig om het lijf. We vinden het ontzettend belangrijk als we er midden in zitten. Maar vaak denk je de volgende dag al: Was dit echt zo belangrijk? Moest ik me daar zo nou druk over maken? We verdoen er veel tijd aan.

Een manier om zin en onzin te onderscheiden is je steeds af te vragen: 'Maak ik me hier ook druk over als ik over een jaar dood zou zijn?' In veel gevallen – heel veel gevallen! – verdwijnt de drukte dan vanzelf. Het blijkt allemaal veel betrekkelijker te zijn dan je dacht. Je kunt makkelijker laten gaan. Je gelooft het wel. Het is de moeite niet waard. Je houdt tijd over voor zaken die er wel toe doen. Misschien ontdek je zelfs dat je je zo druk maakte om maar bezig te zijn, dat je niet anders kon. 

In de ruimte die zo ontstaat ontdek je ook zaken die wel de moeite waard zijn. Zaken waar je tot nu toe niet aan toe kwam omdat je zo in beslag genomen was door drukte om niets. Wezenlijke zaken. Zaken die ergens over gaan. Over wat jij toe kunt voegen. En om herinnerd kan worden als je er niet meer bent.

vrijdag, maart 21, 2014

In je hoofd zit geen leven.


Bijna alles in onze maatschappij is gericht op ons hoofd. We heten niet voor niets een kenniseconomie. Aan ons hoofd hebben we onze welvaart te danken. Toch zit in ons hoofd geen leven. In je hoofd voel je niets. Ja, hoofdpijn. Maar geen bruisend leven. Dat zit op andere plekken in je lijf.

Wandelen, rennen, fietsen, zwemmen, dansen, zingen, vrijen, dat doe je met je lijf. Je hoofd kan daarbij zelfs in de weg zitten. Want in je hoofd zitten behalve je hersenen ook hersenspinsels. Zorgen zitten daar boven. Ze kunnen eruit komen via je lijf, maar ze beginnen in je kop. Vandaar kopzorgen. Je hebt er niets aan. En door te denken gaan ze niet weg. Sterker nog, ze worden er groter door.

Verplaats je aandacht naar je lichaam. Wandel, ren, fiets, dans, zing, vrij zoveel als goed voor je is. Meestal is dat meer dan je denkt. Veel meer. Zo kun een begin maken met in balans komen. Dan is er ruimte voor de vraag waarom je zo weinig beweegt, zo weinig buiten bent, zo’n onnatuurlijk leven leidt. Dat zit in je hoofd. Daar heb je bedacht dat andere dingen belangrijker zijn.

Maar wat is nou belangrijker dan je gezondheid? Al kom je daar soms pas achter als je ziek bent. En daar wil je toch niet op wachten?

dinsdag, maart 18, 2014

Van wie moet dit?


‘Van wie moet dit?' Irritante vraag. En de kans is groot dat het antwoord luidt: ‘Van niemand’. Dit moet van helemaal niemand. Behalve van jezelf. Jij bent waarschijnlijk zelf de grootste slavendrijver die je kent. Al zul je misschien zelf denken dat er nog grotere slavendrijvers zijn. Waarschijnlijk de mensen waarvan je het hebt overgenomen. Of waarvan je het voorbeeld hebt uitvergroot.

Ga bij jezelf eens na: is er nu iemand die zegt dat je dit moet doen? Is het antwoord ‘Ja’, ga daar dan mee in gesprek. Goeie kans dat het antwoord ‘Nee’ is. Ga dan bij jezelf te rade. Welke stemmetjes vertellen je dit? Waar komen die vandaan? Je hebt ze blijkbaar in je, want je hoort ze. Maar zijn ze ook echt van jou? Of zijn het misschien stemmen van ooit? Stemmen van mensen die je hebben grootgebracht – stemmen uit je jeugd, die je opgeslagen en overgenomen hebt?

Hoe dan ook, en waar die stemmen ook vandaan komen, je bent nu een volwassen mens. Wil je nog bepaald worden door anderen dan jijzelf? Je hebt nu een keuze. Je had geen keuze toen je die stemmen voor het eerst hoorde, misschien wel dagelijks meemaakte. Nu wel. Het is jouw leven. Leef het. Voel je vrij om te doen waar je zin in hebt – omdat je er blij van wordt. Leid je eigen leven. Jij bent de baas. Niemand anders.

En ja, makkelijker gezegd dan gedaan. Want was is het lastig. Ik loop dan aan tegen mezelf. Tenminste, tegen wie ik aanzie voor mezelf. Want het kan niet waar zijn dat ik iemand ben die zichzelf voortdrijft. Ten diepste ben ik dat niet. Ik heb het overgenomen en aangeleerd. En toegeven, het heeft me een eind gebracht. Maar inmiddels ook op een plek waar ik niet langer gelukkig wordt. En dan moet ik oppassen dat ik anderen daar niet de schuld van geef. Maar ik was het echt zelf die mezelf tot hier voortgedreven – althans, dat stemmetje in mij.

Wat mij helpt als ik mijn slavendrijver stil wil krijgen zijn twee dingen. Het echt helemaal zat zijn om te leven zoals ik leef. En een diep gevoeld verlangen naar een ander leven. In eerste instantie wordt de stem, die met tot hier gebracht heeft, dan alleen maar sterker: Doe het niet! Je weet niet wat je weggooit! Hoe moet het dan verder?! Geen idee, eerlijk gezegd. Maar ik wel weet: wat ik doe wil ik niet meer. En hoe meer ik die gedachte durf toe te laten hoe meer ruimte ik voel ontstaan voor wat ik wel wil. Spannend. En benieuwd.

vrijdag, maart 14, 2014

Op je levenspad #4


Je levenpad bewandel je in je stoffelijk omhulsel. Dat eerst nog groeit en bloeit. En daarna krimpt en verdort. Het is niet anders. Maar binnen dat omhulsel, verborgen in het stof, gebeurt er wat anders. Daar gaat dat groeien en bloeien door. Tenminste, dat kan. Als jij dat wilt. Dat heet ontwikkeling. Lichamelijk takel je hoe dan ook af, geestelijk kun je nog heel ver groeien. Je lichaam, daar ga je niet over, net zomin als de omstandigheden. Maar je geest is een ander verhaal. Die kun je zelf ontwikkelen en sterken. Juist als de omstandigheden tegenzitten. Of als je lichaam het laat afweten. Dan kun je je eigen geestkracht ontdekken. Een kracht die niemand je kan afnemen. Een kracht die groter is dan jezelf.  Groter dan wie jij voor jezelf aanziet.

donderdag, maart 13, 2014

Op je levenspad #3


De loop van je levenspad ken je niet. Terugkijkend wel, vooruitkijkend niet. Je probeert vooruit te zien, te voorzien, maar het leven loopt altijd anders dan je denkt. Wat je denkt zijn alleen maar projecties van je bewuste verlangens. Wat je werkelijk wilt, of wat het leven met je voor heeft – het is maar hoe je het bekijkt en waar je in gelooft – daar heb je meestal geen idee van. Soms een vermoeden, maar ook niet meer dan dat. Je weet ‘s morgens echt niet hoe een dag eindigt. Je kunt zomaar op een operatietafel komen te liggen, ander werk aangeboden krijgen, of de liefde van je leven tegenkomen. Een ding is zeker, het gaat altijd anders dan je denkt. Net het weer, uiteindelijk niet te voorspellen. Gelukkig maar, want wat zou het saai worden.



woensdag, maart 12, 2014

Op je levenspad #2


De kunst is ieder je eigen pad te lopen. Al is dat soms niet leuk. Want je voelt misschien de druk om samen te lopen. Uit jezelf, vanuit de ander, of vanuit je omgeving. Je zou liever samen op lopen maar weet niet hoe. Of ‘het hoort’ dat je samen oploopt, maar het voelt niet goed. Maar soms is het nodig, ook al loop je in dezelfde richting, om in je eentje te lopen. Of om een omweg te maken. Gun het jezelf, gun het de ander. En dat is lastig als een van de twee graag samen op zou lopen. Of, als in de uitdrukking, met de ander zelfs wil ‘lopen’: een relatie wil. Dat kan zaken ingewikkeld maken. ‘De ene die wil een ander, maar die ander wil die ene niet. De ander wil een ander, maar die ene heeft verdriet,’ zoals Ramses Shaffy al zong. Het kan je dagen verpesten, en je kunt jezelf er doodongelukkig mee maken. Maar bottomline is: Ben je echt blij met je eigen levenspad? Dan ben je vanzelf blij dat ieder ander zijn eigen pad heeft. Ook al loopt dat anders dan jij misschien zou willen. Kun je je overgeven aan je eigen pad? Hoe dat ook loopt? En waar het je ook brengt? 


dinsdag, maart 11, 2014

Op je levenspad #1


We lopen allemaal ons eigen levenspad. Op dat pad komen we anderen tegen, op hun levenspad. Soms kruis je elkaars pad. Soms lopen je paden gelijk op. Soms begrijp je niet waarom het pad van de ander afbuigt. Soms ga je mee op het pad van de ander en kom je erachter dat het jouw pad niet is. Moet je je eigen pad weer terug vinden. En wat is het dan fijn om na het nodige zoeken je eigen pad weer terug te vinden. Je eigen slingerende pad, of jouw kaarsrechte pad. Breed en comfortabel, of hobbelig en inspannend. Soms ben je misschien jaloers op andermans pad, omdat diens pad gemakkelijker of opwindender lijkt. Maar niets is wat het lijkt. Andermans pad lopen is misschien even leuk, maar uiteindelijk werkt het niet. Je wordt er ongemakkelijk en ongelukkig van. Gek genoeg ben je op andermans pad op den duur alleen. Terwijl je het deed om samen te zijn. 

maandag, maart 03, 2014

Gooi je weg wat je niet meer dient? Leef je opgeruimd? Wat een rust.


Een opgeruimd huis geeft rust. Dat weet je. Gun je jezelf ook de rust van een opgeruimd gemoed? Om op te ruimen is het wel nodig alle rommel beet te pakken. Anders kun je het niet weggooien. En ja, dat kan pijn doen, er kan verdriet boven komen. Maar weet, het is oud verdriet, en oude pijn. Het zijn tranen van ooit. Het is al gebeurd – toen.

Kijk het nog een keer aan, en vraag jezelf hardop af: ‘Wil ik dit verdriet, en deze pijn, nog langer in mijn leven?’ Als je echt kunt voelen dat je deze rommel niet meer wilt, omdat je er niets meer aan hebt, dan kun je het laten gaan. Bewust. Want gek genoeg, uit zichzelf verdwijnt het niet. Je moet er echt wat voor doen. Net als in je huis. Het kost tijd en het kost energie. Maar niet opruimen kost je nog veel meer tijd en energie. Want het stapelt zich maar op.

Stel je voor. Je bewaart alles wat je niet gebruikt. Je gooit niets weg. Je huis zou snel vol staan met vuilnis, en groot vuil. Geen doorkomen meer aan. Dat gebeurt ook als je van binnen niet opruimt. Als je blijft rondlopen met wat je allemaal hebt meegemaakt maar niet hebt verwerkt. En dat kan veel zijn, misschien wel meer dan je in de gaten hebt. Leuke dingen, minder leuke dingen. De leuke dingen kun je meestal wel mee uit de voeten. Dat worden leuke herinneringen. Die liggen in een open kast, in het zicht en voor het grijpen.

De minder leuke dingen, dat is een ander verhaal. Die slingeren rond, raken uit het zicht, misschien heb  je ze goed opgeborgen – maar je weet dat ze er zijn. En je kunt er zomaar over struikelen, waardoor je er weer boos over wordt. Ze kunnen ook in een hoek liggen te stinken en te rotten, waardoor het je steeds weer irriteert en je moe maakt. Ze kunnen zelfs ongedierte aantrekken – beesten die je besmetten met een nare ziekte. Opruimen en schoonmaken, dat is nodig. Misschien ben je het niet gewend, maar het is wel nodig. Van binnen net zo goed als in je huis.

Wat ik zo lastig vind is dat opruimen zoveel tijd kost. Maar hoe langer ik het uitstel hoe groter de rommel wordt. Gek genoeg, als ik eenmaal er aan begin valt het altijd weer mee. In mijn huis en in mijn gemoed. Precies eender. Ik ben laatst mijn kasten doorgelopen. Dat kostte me dagen. Vier volle vuilniszakken kwamen eruit. En ik ben relaties aan het checken waar volgens mij nog rommel op te ruimen valt. Eens kijken wat daar nog ligt aan oud zeer – hopelijk zijn het misverstanden. Maar misschien is het ook wel nodig om ferme beslissingen te nemen. Het kan maar duidelijk zijn. Dat geeft rust  en ruimte voor iets nieuws.

donderdag, februari 27, 2014

Mededogen. Om te beginnen met jezelf. Een sleutel naar geluk.


Mededogen. Klinkt zo vaag, en groot tegelijk. Onbereikbaar, en niet zo bruikbaar. Mooie gedachte, maar wat moet je ermee? Hoe kan ik mededogen hebben als ik al genoeg aan mijn kop heb? Als er al zoveel tegen zit ook nog tijd hebben voor een ander? Dat gaat er echt niet meer bij. Ik heb genoeg aan mezelf en mijn eigen sores. Genoeg ellende om op te lossen. Ga me eerst maar eens bepalen tot mijn eigen zaken.

En precies daar zat voor mij de doorgang. Bij mezelf. Het besef dat ik mededogen mag hebben met mezelf. Dat ik mezelf niet zo hard hoef te vallen. Dat ik niet alle tegenvallers op mezelf hoef te betrekken. Niet van alles hoef te denken dat het allemaal door mij komt. Dat het mijn eigen schuld is. Dat ik lief mag zijn voor mezelf.  Mezelf de tijd en de rust mag geven om bij te komen. Moe mag zijn. Omdat er nou eenmaal veel gebeurd is waar ik moe van ben. Daar mededogen voor voelen. Vriendelijk zijn voor mezelf.

Wat ik merk is dat er met het mededogen met mezelf, mededogen met een ander naar boven komt. Het lijkt wel vanzelf te gaan. Maar wel in een volgorde. Eerst ik, en dan de ander. Mededogen met een ander is een gevolg van mededogen met mezelf. Het werkt onbedoeld en onbewust. En zo krijg ik een kado, twee zelfs. Mededogen met mezelf geeft me de rust en overgave waar ik naar verlang. Even niets hoeven, van mezelf. Mezelf niet meer zo opjagen en afstraffen. En vanzelf doe ik het ook minder naar anderen.

Het duurde lang voor dat het besef kwam dat ik mededogen mag hebben met mezelf. Het heeft iets van gunnen. Mezelf mededogen gunnen. En wat mij helpt zijn mensen om me heen die het me ook gunnen. Die met mededogende ogen naar mij kijken. Maar uiteindelijk moet ik het zelf doen. Met andere ogen naar mezelf kijken. Vriendelijk. Met liefde, om het grote woord maar te noemen. Mededogen is een liefdevolle blik – op mezelf. Die vanzelf een liefdevolle blik op de mensen om me heen oplevert. En zo kan ik uit mijn kijk op mijn omgeving afleiden hoe liefdevol ik naar mezelf ben.

Noot: Mededogen is wat anders dan medelijden. Medelijden kan zielig maken. Voelt niet stevig. Je kunt bijvoorbeeld met mededogen naar een ander en diens leven kijken. Dan heb je een begripvolle blik, zonder dat je in de ellende die je ziet opgaat of verdwijnt, waardoor die ander ook niet veel meer aan je heeft. Medelijden kan meehuilen worden, waar een ander meestal niet mee geholpen is. Met mededogen blijf je bij jezelf, en kun je er voor de ander zijn. 

dinsdag, februari 25, 2014

Narigheid komt voort uit machteloosheid en frustratie – van jezelf, over jezelf.


Veel gedoe met anderen kun je voorkomen als je in de gaten hebt hoe het met jou zelf gaat. Dat je bijvoorbeeld moe bent. Misschien wel afgepeigerd, of zelfs uitgeput. Of dat je geïrriteerd bent, gespannen of boos. Vaak heb je dat van jezelf niet in de gaten. Misschien omdat het zich langzaam ontwikkelt, zich ongemerkt heeft opbouwd. Je denkt dat het allemaal wel meevalt, maar mensen om je heen pikken het op. Vaak onbewust, maar dan heb je de poppen wel aan het dansen.

Vaak ben je je er niet van bewust hoe je je gedraagt – en de ander is zich er meestal niet van bewust hoe ie daar weer op reageert. Dan heb je zomaar gedoe, dat vaak nergens over gaat. Ja, over emoties – die alle kanten op gaan. Grappig om van een afstandje naar te kijken, maar niet als je er zelf middenin zit. Soaps zijn gebaseerd op dit menselijk gedoe. Goede Tijden Slechte Tijden is niet voor niets al een kwart eeuw zo goed bekeken. Een en al herkenning.

Veel van die narigheid komt voort uit machteloosheid en frustratie – van jezelf, over jezelf. Je denkt dat het gaat over iets buiten je, iets dat anderen gedaan hebben. Daar ben je chagrijnig of boos over. Het is hun schuld. Maar meestal gaat het over jezelf. Jij wilt iets – maar je krijgt het niet voor elkaar. Jij maakt je ergens druk over – maar er gebeurt niets. Jij wilt het anders – maar niemand doet mee. Jij bent boos... en je geeft een ander de schuld. Want de ander werkt niet mee, die begrijpt het niet, die wil niet luisteren.

Maar diep van binnen weet je: Ik ben boos op mezelf. Boos dat je iets wilt wat je niet lukt, en boos dat je daarbij afhankelijk bent van anderen. De doorgang ligt voor de hand. Bepaal je tot jezelf. Bepaal je tot wat binnen je eigen macht ligt. Doe wat je zelf  kan doen en doe dat goed. Hou op met je druk maken over zaken waar je niet over gaat. Zoals de mensen om je heen: je partner, je kinderen, je collega’s, je buren. Want je gaat er niet over. Bepaal je tot jezelf en doe wat je kunt. Het scheelt je veel gedoe. En je wordt er een stuk gelukkiger van.

En ja, wat is het lastig om je tot jezelf te bepalen. Want de hele dag heb je mensen om je heen, die van alles vinden en die van alles willen. Misschien wel iets van jou vinden en iets van jou willen. Die hun stemmingen hebben en die uitstralen – ook naar jou. En blijf dan maar eens bij jezelf. Niet gevoelig voor andermans stemmingen – terwijl je er wel mee werkt of leeft! – zonder gevoelloos te worden. Jezelf afsluiten voor andermans stemming, zonder je hart te sluiten – omdat je het met die ander liever goed wilt hebben.

Wat ik – met veel vallen en opstaan! – doe, is eerst zo goed als ik kan onderzoeken of ik boos ben. Boos op mezelf wel te verstaan, boos omdat ik de macht buiten mezelf leg. Boos omdat ik me afhankelijk maak van een ander, waardoor ik me machteloos en gefrustreerd voel, soms tot huilens toe. Maar dat is huilen naar buiten, huilen om aandacht en begrip. Als dat zo is laat ik me nog teveel bepalen door die ander.

Andersom, als ik me genoeg tot mezelf weet te bepalen en me minder druk maak om wat een ander mij aan zou doen, merk ik minder boosheid bij mezelf. Ik kan me dan wel verdrietig voelen, heel verdrietig. Tot huilens toe – en toch is het een ander huilen dan huilen van boosheid. Stiller, bij mezelf. Maar dat gebeurt pas als ik geen reden meer heb om boos te zijn.

Dan kan ik verdrietig zijn dat ik het met een ander niet lukt, dat we niet samen kunnen zijn, dat het tussen ons niet werkt. En vanuit dat verdriet kan ik rustiger en meer overwogen beslissen dat het beter is om met die ander niet iets te willen, of niet meer te willen. Dan kan ik langzaam maar zeker ook met plezier en dankbaarheid terugkijken op wat er geweest is. En wat misschien ooit weer kan komen, misschien in een andere vorm – maar wat er nu niet is. 

vrijdag, februari 21, 2014

Tranen die je tegenhoudt maken je moe en boos. En uiteindelijk ziek.


We hebben allemaal pijn. En we hebben allemaal verdriet. Het is niet anders. Het hoort bij het leven. Op een dag kom je erachter dat weglachen niet meer helpt. Of hard werken. Of verdoven. Allemaal vormen van ontkenning. Manieren die je jezelf hebt aangeleerd om verder te kunnen met je leven. Meestal na een ontregeling. Tegenslag. Er gaat iets niet goed. Je krijgt niet wat je hoopt, waar je op rekent dat gaat niet door. Vroeger thuis, of op school. Nu in je relatie, of op je werk. Iets met kinderen en familie. Er gebeurt iets onverwachts met een grote impact. Niet fit, geen werk, of je relatie gaat over. Ziekte of dood, misschien heel dichtbij. Het ontregelt jou, het ontregelt je leven.

Wat het ook is, de vraag is: hoe ga ik ermee om? Vaak is je reactie: doorgaan. Een kwestie van overleven. Je neemt je niet de tijd om wat er gebeurd is te verstouwen en te verteren. Geen tijd voor verdriet. Je wilt ervan weg, je wilt verder. Begrijpelijk, maar niet handig. Want je verdriet slaat zich op, in jou. Zonder dat je het in de gaten hebt zitten die tranen daar ergens. En ben je  – helemaal onbewust – bezig om ze daar te houden. Je wilt er niet meer aan denken, dat stuwmeer vol tranen. Maar ondertussen bepaalt het je wel – meer dan je in de gaten hebt.

Zo is veel onderhuidse spanning te verklaren. Je wordt er moe en boos van om die tranen tegen te houden. Je kunt er zelfs ziek van worden. Je gedrag kan je er een aanwijzing voor geven. Je bent luidruchtig of weglachend, klagend of afgesloten – allemaal vormen van tegenhouden. Als je dat gedrag kunt herkennen kun je ook een begin maken met verwerken. Erkennen wat er aan de hand is. De werkelijkheid onder ogen zien: ‘Dit is mijn leven. En het gaat niet zoals ik hoopte. Het valt me zo tegen.’ En dat omarmen: ‘Maar het is wel míjn leven. En er is er maar één die er wat van kan maken. En dat ben ik.’ De doorgang naar een gelukkiger leven. Waar altijd wat te beleven is, waarin het meezit en tegenzit. Waarin je kunt lachen en huilen. En je tranen mogen stromen. Omdat ze nu eenmaal bij het leven horen.

Durven voelen. Ik vind het doodeng. Maar er is een beloning. Wat ik merk is dat tranen van geluk makkelijker komen als mijn tranen van verdriet er mogen zijn. Dan raak ik ontroerd, als ik voel wat iemand voor mij betekent. Of ik schiet vol, als iets me echt raakt. Dat kan bijna pijn doen – in mijn hart. Daar maak ik me maar geen zorgen over. Mijn hart zal er wel aan moeten wennen dat het iets voelt. Mag voelen. Van mij. Als ik mijn tranen niet meer probeer tegen te houden. Misschien is het wel de redding van mijn hart. En uiteindelijk de redding van mijzelf. Door mijzelf. Als ik durf te voelen. 

woensdag, februari 19, 2014

Je hebt alles al. Je weet alles al. Nu iets mee doen. Dat is geluk.



Okee, dit is een lastige. Het besef dat je alles al hebt. En alles al weet. Allang. Je hebt jezelf. En meer is er ook niet. Maar ook niet minder. Dit is wie je bent en daar heb je het mee te doen. Met jouw talenten en begaafdheden. Met jouw geschiedenis en bagage. Je denkt misschien dat het niet genoeg is. En dat je een ander nodig hebt. Om jou aan te vullen. Of zelfs te vervullen. Vergeet het. Een keiharde afdaling naar ongeluk. Want dan maak je jezelf afhankelijk van andermans goede zin. En beste bedoelingen. Die nooit volledig overeen komen met die van jou. En dan begint het gedoe. Je gaat die ander verwijten dat ie niet is wie jij hoopt of denkt dat ie is. Je verwachtingen over de ander komen niet uit. Teleurstelling volgt. In de ander. Maar een ander kan jou niet gelukkig maken.

Geluk werkt andersom. Het begint met ‘Dit ben ik’. Met alles erop en eraan. Je leuke kanten, en vooral je minder leuke kanten – die trouwens wel mee blijken te vallen als je andermans teleurstellingen daarover er vanaf haalt. ‘Dit ben ik’ – in het besef dat je diep van binnen alles al weet, en meer dan genoeg hebt. Als je bijvoorbeeld iets leest of hoort waarvan je denkt of voelt: ‘Ja! Zo waar!’ dan wist je het al. Het wordt nu wakker, het lag te slapen. Of als je tot je door laat dringen wat je allemaal hebt. Al de mensen het dichtst om je heen. Die van je houden. Ook de familieleden waar je misschien al jaren gedoe (of erger) mee hebt. Je familie, die je misschien niet meer wilt zien. Vraag het ze maar. Laat je verrassen.

In mijn hart weet ik alles. Ook dat ik alles al hebt. Mezelf – en de mensen om me heen die van me houden. En als ik leer te houden van mezelf maak ik het anderen makkelijker om van mij te houden. Want als ik van mezelf houd hoef ik geen liefde van een ander. Die krijg ik. En ik deel mijn liefde uit. Het heeft mij mijn leven tot nu gekost om hier achter te komen. Hoe het bij mij gaat: als ik niets meer denk te weten en niets meer denk te hebben, kom ik er (juist! eindelijk!) achter wat ik weet. Eigenlijk alles (inclusief de wetenschap dat ik uiteindelijk niets zeker weet). En wat ik heb. Mezelf. En het is nooit te laat om jezelf te vinden. Al is het op je sterfbed. Maar eerder is wel fijner.  

maandag, februari 17, 2014

Ga eens na hoe vaak je geholpen bent. Ben je dankbaar?


Hoe vaak ben je in je leven geholpen? Van jongs af aan? Alle mensen die je ontmoet hebt, en die iets voor je hebben gedaan? Mensen die je hebben grootgebracht, waarvan je geleerd hebt? Misschien vind je dat je daar niets aan hebt gehad, of niet veel van hebt geleerd. Of dat het precies het tegendeel was van wat je had willen krijgen of leren. Hoe dan ook, mensen probeerden je te helpen, en meestal met de beste bedoelingen – al weet je misschien niet wat die waren. En dat is je hele leven doorgegaan. Onnoemelijk veel mensen hebben iets voor je gedaan, vaak zonder dat je het zelf in de gaten had. Zoals jij ook dingen voor anderen doet, wat zij misschien weer niet in de gaten hebben. Voor je kinderen bijvoorbeeld, broers of zussen, collega’s of je buren. Ik heb vaak niet in de gaten gehad wat ik kreeg, nog steeds niet. Net zo goed geef ik anderen misschien wel iets dat ik niet in de gaten heb. Nou ja, soms dan – aan sommige anderen. Ik weet het eigenlijk niet. Ik merk wel dat het een lekker gevoel is om stil te staan bij wat ik allemaal krijg. ‘Hulp en bijstand’ die ik krijg zonder erom te vragen. Als het me lukt om er echt bij stil te staan komt er dankbaarheid bij me boven. Voor alles wat ik krijg. Zomaar, uit het niets. Het zal wel iets met liefde te maken hebben. Denk ik dan maar. Volgende stap: het helemaal voelen (wordt vervolgd).

donderdag, februari 13, 2014

Je wilt met niemand ruilen als je zijn verleden kent.


We hebben allemaal een verhaal. En alles wat we doen is begrijpelijk. Ook als mensen onbegrijpelijk doen. Als je het verhaal kent. Maar wat is het lastig om je verhaal te vertellen. Vaak schaam je je voor je verhaal – voor wat je hebt meegemaakt. Of je voelt je schuldig – over wat je hebt gedaan. Of heb je spijt – over wat je niet hebt gedaan. Schaamte, schuld en spijt. Allemaal redenen om je verhaal niet te vertellen. Of je denkt dat jouw verhaal niet de moeite waard is: ‘Wie is er nou geïnteresseerd in mijn verhaal?’ Of je bent je verhaal vergeten. Je hebt het opgeborgen, want het is te pijnlijk.

Ondertussen voel je je niet begrepen, tekortgedaan of verkeerd beoordeeld. Tot je je verhaal vertelt. Zonder het groter of kleiner te maken, zonder zelfbeklag of zelfverwijt. De kale feiten en hoe je je daarbij gevoeld hebt. En wat het met je gedaan heeft. Je zult merken: je verhaal vertellen levert je begrip en respect op. Waar elk mens naar verlangt. Je maakt jezelf begrijpelijk als je je verhaal vertelt. Je maakt het de ander makkelijker om je gedrag te plaatsen. Niet om je excuseren maar om je te begrijpen. En met je mee te kunnen voelen.

Durf je die opening te maken? Jezelf in die kwetsbaarheid te laten zien? Het is doodeng. Ik moet altijd al mijn moed bij elkaar rapen. Maar ik heb gemerkt: je gaat er niet aan dood. En je krijgt terug waar je het meest naar verlangt: aandacht en begrip. En daarachter: liefde. Precies waarnaar je verlangt. Je hebt de sleutel zelf in handen. Door je verhaal te vertellen. Open te gaan. Jezelf in al je kwetsbaarheid te laten zien.

Durf je de deur open te zetten? Welke deur? De deur naar je hart. De meest enge deur. De dikste en de zwaarste deur. Bij mij zat ie muurvast. Maar het is wel de doorgang naar het grootste geluk: het besef dat je verleden achter de rug is – dat het je heeft gevormd, maar nu niet meer hoeft te bepalen. En dat begint met je verhaal vertellen. Alleen al om jezelf beter te begrijpen.

En andersom, je gaat anders naar iemand kijken als je diens verhaal kent. Als je een kijkje krijgt in andermans verleden. Je zult al gauw merken dat je diens verleden liever niet had willen meemaken. Misschien krijg je zelfs wel bewondering voor die ander. Want die heeft het toch maar mooi gered tot hier. Net zo goed als jij. We hebben allemaal een verhaal. En vaak een verleden dat je niet had willen meemaken. Waardoor je met niemand wilt ruilen. Als je het echte verhaal kent.

NB – Het is lastig om je verhaal te vertellen zonder er een verhaal van te maken. Want je verhaal is vaak een verhaal geworden. Het heeft zich in je hoofd genesteld en heeft daar een kleur en een vorm aangenomen. Weet dat het jouw beleving van jouw werkelijkheid is. Misschien zelfs een vervorming. Neem het serieus maar maak het niet absoluut. Zeker niet als een ander, die dezelfde situatie heeft meegemaakt, een heel ander verhaal heeft. Bijvoorbeeld een broer of een zus. Het kan allebei waar zijn. Omdat het gaat om beleving en waarneming. En die zijn altijd persoonlijk gekleurd. Zet het naast elkaar. Het is allemaal waar. Het zijn persoonlijke verhalen. Geen absolute waarheden. Zo hebben mijn broer en ik een volkomen verschillend beeld van onze jeugd – die we met elkaar hebben doorgebracht. Voor het eerst kan ik zien dat zijn verhaal niet onwaar is maar net zo waar als dat van mij. Sterker nog, het geheel wordt een rijker verhaal. 

dinsdag, februari 11, 2014

Je bent zo veel meer dan je persoonlijkheid. Gelukkig maar.


Persoon komt van ‘persona’, het Latijnse woord voor masker, de persoon die je voorgeeft te zijn. Je bent het niet, je denkt het maar. Anders gezegd: ‘Je bent niet je persoonlijkheid, je hebt een persoonlijkheid.’ Want stel je voor dat je niet meer zou zijn dan je persoonlijkheid. Je masker, je jas – je bescherming, je overleving. Dat ding waarmee je je vertoont. Dat je psychologisch kunt testen. Of astrologisch kunt duiden. Waarmee je in een hokje gestopt kunt worden. Dat beeld vol trekken en tekortkomingen. Waar je je soms zo door beperkt kunt voelen. Dat je misschien ook gebruikt om je achter te verschuilen: ‘Zo ben ik nou eenmaal, ‘ of ‘Zo zit ik tenslotte in elkaar.’ Makkelijk excuus. Maar wil je dat? Wil je jezelf beperken tot een psychologische testuitslag of een astrologische karakterschets? Je persoonlijkheid is het vehikel waarvan je je in dit leven bedient. Dat is alles. En ook weer veel. Want je kunt van je persoonlijkheid wat maken – je persoonlijkheid kan zich ontwikkelen, groeien. Zo kun je je persoonlijkheid tot jouw dienaar maken. Het is tenslotte jouw persoonlijkheid. Van niemand anders. En je gaat er zelf over. Wel lastig.  Tenminste, ik vind het lastig. Om me er steeds van bewust te zijn dat het mijn persoonlijkheid is die met mij aan de haal gaat. Zijn eigen gang lijkt te gaan, buiten mij om. Maar dat kan toch niet waar zijn? Daarom is het wel handig om mijn persoonlijkheid steeds beter te leren kennen. Er in te duiken. En extra attractie: mijn blinde vlekken te spotten. Want die zitten ook in mijn persoonlijkheid. Kun je wel chagrijnig van worden, vooral als je het met anderen erbij doet: ‘Doe ik echt zo?’ ‘Ja!’ ‘Nee joh, echt niet!’ En ja, het gaat gepaard met labels en etiketten. En daar dan weer geen verhaal van maken. ‘Ik ben een ENFT’er, en een boogschutter met schorpioen als ascendant, en een 7, en een neuroot, en een...’ Noem maar op.  Om op een dag zeggen: ‘WTF? Ik ben dat allemaal, en gelukkig nog veel meer – mezelf bijvoorbeeld.’ Om bij de diepste vraag te komen: ‘Maar wie is dat dan, mezelf? Wie ben ik?’ (Wordt vervolgd)

vrijdag, februari 07, 2014

Je bent zo oneindig veel meer dan degene die je aanziet voor jezelf.


Je persoonlijkheid zegt niets over wie je in wezen bent. Je wezen is eeuwig en niet van deze wereld. Je wezen staat in verbinding met grotere machten, ver voorbij dit aardse niveau. Zo kom je aan je ingevingen en inzichten. Daar bevindt zich de bron van je creativiteit. En als die bron stroomt kun je je een kanaal van iets groters voelen. Zo kan je wezen – wie je in wezen bent – zich door jou heen uitdrukken. Dan kun je voelen dat je onderdeel bent van een groter geheel. En dan weet je ook dat degene die je aanziet voor jezelf alleen maar je persoonlijkheid is. De vorm waarin jouw ziel zich hier vertoont. Maar verwar het niet met wie je in wezen bent. Dan doe je jezelf echt tekort.

woensdag, februari 05, 2014

Je hebt heel je leven om erachter te komen wie je in wezen bent.


Het is nogal wat, wie je in wezen bent. Zou jij het weten? Weten wie je in wezen bent? Ik zou het nu niet weten, wie ik ben, daar diep van binnen. Laat staan dat ik het voor een ander zou weten. Soms kun je wel een glimp opvangen. Ineens lijkt het of je even door iemand heen kunt kijken. Of iemand door jou heen kijkt. Meer een gevoel dan een gedachte. Voorbij het dagelijkse gedoe. En kijkje in iemand krijgen. Maar alleen als iemand zich ook wil laten zien. Dat kan gebeuren als je je allebei ontzettend op je gemak voelt. Bij elkaar, met elkaar. Want durf je dat misschien, je zo blootgeven. En wat voelt dat heerlijk: een ander echt zien, en zelf echt gezien worden – je gezien voelen, je gezien weten. En dan nog zie je maar een stukje. Wat je laat zien, en wat je kunt zien. Bij mij begint het met de ander echt aan durven kijken. En mij aan laten kijken. Voorbij alle onhandigheid en verlegenheid. Gelukkig heb ik mijn hele leven om er zo, samen met anderen, langzaam maar zeker achter te komen wie ik in wezen ben. Een caleidoscoop van indrukken en ervaringen, die ervoor zorgt dat ik misschien op een dag kan zeggen: ‘Zou dit zijn, wie ik in wezen ben?’ Ik ben benieuwd naar alle glimpen die ik nog krijg. Van mezelf en van anderen. Aan het eind van mijn leven is vroeg genoeg. En later mag ook. 

maandag, januari 27, 2014

De dood bevrijdt je geest uit je lichaam


Op een dag ben je klaar. Je lichaam doet het niet meer. Terwijl je geest nog wakker en helder is. Je verbaast je erover dat je ziek bent, dat je lijf het niet meer doet. Je kunt dan een wonderlijke scheiding ervaren tussen lichaam en geest. Je geest snapt niet dat je lichaam ziek is: ‘Waarom ben ik zo ziek?’ Maar het is alleen je lichaam dat ziek is. Je ooit gezonde lijf is blijkbaar op. Ondertussen kan je geest nog even helder zijn. Misschien zelfs helderder dan ooit. Juist omdat je geest langzaam maar zeker los komt van je lichaam. Dan kun je steeds beter voelen: ík ben niet ziek, mijn lijf is ziek. Dat is bevrijdend. In zijn laatste dagen maakte mijn zieke oude vader een gebaar, spiralend naar boven. Zijn geest was zich aan het losmaken, klaar voor vertrek. Niet veel later gleed hij weg. Op reis, vertrokken naar een andere wereld – zijn geest bevrijd uit zijn lichaam.

vrijdag, januari 17, 2014

Tegenslag? Het beste dat je kan overkomen!



Sta je wel eens stil? Letterlijk? Stil bij wat er allemaal te beleven valt? Er is zoveel om je over te verbazen, en te verwonderen. Dat gebeurt je als je ergens in opgaat, je aan overgeeft. Als je de tijd vergeet, niet meer weet waar je bent. Even in een andere ruimte bent. Loslaat wat je normaal gesproken vasthoudt. Je zekerheden, materie.

Soms laat het leven je los. Dat noemen we tegenslag. Je relatie blijkt op, je werk houdt op, of je lichaam zegt stop. Dan voel je je kwetsbaar. Naakt. Je weet het even niet meer. Je wilt het niet meemaken maar ondertussen gebeurt het. In die kwetsbaarheid vind je ook een doorgang. ‘Ring the bells that still can ring. Forget your perfect offering. There is a crack in everything. That’s how the light gets in,’ zingt Leonard Cohen. Tel je zegeningen, het hoeft niet perfect. De barst in je pantser laat licht binnen. En jouw licht schijnt erdoor naar buiten.

Je ontdekt dat je niets liever wilt dan jezelf zijn. Maar wat is dat? Jezelf zijn? Het klinkt zo makkelijk. Maar wat kun je anders dan jezelf zijn?! Een crisis helpt daarbij. Je bent jezelf kwijt. Om daarna jezelf terug te vinden. Want dat zeggen mensen die terugkijken op een doorleefde crisis: ‘Na mijn scheiding, mijn ontslag, mijn operatie... vond ik mezelf terug.’ En het gaat gepaard met loslaten. Loslaten van wat je hebt opgebouwd en verzameld. Materieel, en immaterieel. Je inkomen, functie, aanzien. Het oude vertrouwde – dat je ver heeft gebracht, maar niet meer werkt. ‘Ego, and old habits.’


Loslaten kan heel pijnlijk zijn. Je kunt je niet voorstellen dat je zonder kunt. Tot je de bevrijding ervaart. Het opent je voorstellingsvermogen. Je blijkt dingen te kunnen die je niet vermoedde, maar onbewust wel naar verlangde. Rust en ruimte, aandacht en liefde. En vertrouwen en dromen – als een kind, nog onbevangen. Naïef, in de oorspronkelijke betekenis: eenvoudig en natuurlijk.

Je gaat een verschil ervaren tussen je persoonlijkheid en je wezen. Onderscheiden hoe je je voordoet en wie je in wezen bent. Je ziet jezelf en je verpakking. Je herkent de automatische piloot en je wilt je bewust worden van wat je drijft en wat je doet. Je wilt zelf aan het stuur, want het is jouw leven.

Dan loop je aan tegen wat zich heeft vastgezet. Ik noem het mijn systeem. Alles wat ik in mijn leven heb opgepikt en me eigen heb gemaakt. Wat ik ben gaan aanzien voor mezelf. Maar gelukkig, dat ben ik niet. Want je zult toch denken dat je je persoonlijkheid bent! In mijn geval een neuroot. Weliswaar een lieve neuroot, maar toch: een neuroot.

Je persoonlijkheid is alleen maar wat je ooit hebt opgebouwd – om jezelf te beschermen, tegen pijn en verdriet. Maar je bent niet meer klein, je bent nu volwassen. Een laagje minder kan wel. En dan blijkt, die bescherming bestaat ook uit oordelen. Over anderen, en vooral over jezelf. Meningen die je ooit hebt overgenomen. En waarmee je jezelf en de rest van de wereld tekort doet. Ze staan blijdschap in de weg – ‘Joy’.

Plezier, dat we onszelf pas op vakantie toestaan. Dan durven we ons masker te laten zakken, onze wapens te laten rusten. Wat zouden we graag zo leven. Oprecht en ontspannen. Zonder oordelen en zonder verwachtingen. Het kan wel. Als je verlangen naar wie je in wezen bent groot genoeg is. En wonderlijk genoeg, tegenslag helpt daarbij. Het opent je voor wie je werkelijk, diep van binnen bent. Daarom gun ik je de grootste crisis die je nog net aan kan. Je wordt er beter van.

Verschenen in: Academy Magazine, no 19 (2013)

dinsdag, januari 14, 2014

Wendingen in je leven (Souper Friday, 24 januari, Den Haag)

Vrijdagavond 24 januari

Souper Friday bij Bethel Boven, Den Haag

Een avond vol verhalen, over wendingen in je leven:
daarna was je leven anders - het kreeg een nieuw draai.
Kom je ook? Breng iemand mee. Wordt goed. En er is soep.


Souper Friday bij Bethel Boven

Twitter Delicious Facebook Digg Stumbleupon Favorites More