Wonderlijke tijden. Verstoring van de bestaande orde. Wat voor jou belangrijk is wordt bedreigd – en je zoekt steun, houvast, geborgenheid. Je behoefte aan zekerheid groeit, maar waar vind je die nog? De werkelijkheid schreeuwt je toe: ’Je bent op jezelf aangewezen!’ Ben je dus alleen? Nee! Want we zijn hier samen. Niemand is alleen. En we hebben elkaar nodig. Meer dan ooit. Deze tijd vraagt om tevoorschijn komen. Laten zien wie je bent. Je niet meer verschuilen maar meedoen. Inbrengen wat jij kunt bijdragen – door te doen waar jíj blij van wordt. En je door niets of niemand meer bang laten maken. Wanneer je de moed kunt opbrengen om voluit te leven – recht uit je hart, en geholpen door je hoofd – ben je minder alleen dan je denkt. Dan kun je steun, houvast en geborgenheid ervaren. Bij jezelf, en bij de ander. En dan heb je ook wat te geven – dan geef je wie jij in wezen bent.

dinsdag, april 10, 2007

De c,mm,n gezien... Er is hoop!

Tweede Paasdag op de AutoRai. Het leek wel Vader&Zoon Dag. Kwam mezelf dus steeds tegen. Wat opvalt: auto’s worden groter, hoger, breder. Steeds meer auto’s voor het ‘Dikke-Ik’. Auto’s om bang van te worden. Auto’s om bang mee te maken. Elk merk z’n eigen BMW, Bange Mannen Wagen. En net toen ik me doodmoe afvroeg: ‘Kunnen auto’s ook zacht, vriendelijk, meegaand zijn?’ was daar ineens, midden in die kakafonie op die gigabeurs, de c,mm,n (spreek uit: common). Een vrolijk stemmende conceptcar. Net zo leuk als z'n naam.

Uitgedaagd door de Stichting Natuur en Milieu hebben studenten van de drie Technische Universiteiten (Delft, Eindhoven, Twente) een Auto in de Toekomst ontwikkeld. Een compleet mobiliteitsconcept. Overal is over nagedacht. Slim, schoon en zuinig. Vriendelijk en veilig, en niet alleen voor wie erin zit! Toegankelijk en handig. Een begrijpelijk concept, uitgaand van delen: het is een open source ontwerp. Je kunt als liefhebber en als autofabrikant aanhaken en meedoen. Dat was nou echt indrukwekkend. Pimp my Future!

maandag, april 09, 2007

Bange Mannen Wagens

Net terug van de AutoRai. Nog nooit zoveel BMW’s gezien. Nee, niet die auto's uit Bayern... Bange Mannen Wagens! In het autojargon SUV’s (Sport Utility Vehicles). Je ziet er ook steeds meer vrouwen in. Ook wel bekend als PC Hooft Tractoren. Afijn, die monsters die ze in Nijmegen niet meer in de binnenstad wilden hebben. (Het gaat niet alleen om Hummers. Die zijn trouwens zo potsierlijk dat ze ongewild een bijdrage leveren aan de volksgezondheid: ze maken je spontaan aan het lachen.)

Ik ben er net achter dat geen enkele autofabrikant meer achter wil blijven. Zelfs mijn eigen Peugeot kan de vraag niet weerstaan en heeft een nieuw model, de 4007. Volgens mijn zoon van twaalf gelukkig nog de meest vriendelijke van al die bakken. Volvo doet er al langer in, en introduceert nu iets op vrachtwagenwielen. (Het Zweedse merk dat nog niet zo lang geleden studie deed naar de meest voetgangersvriendelijke voorkant voor een auto: een motorkap waardoor je als voetganger niet onder de auto kwam maar erop - wel pijnlijk, niet dodelijk).

De algemene trend: hoog op de poten, dreigend kijkend, overweldigend van omvang. Hele hoge ‘taille’ (zijkant), kleine raampjes, dus weinig zicht voor de inzittenden. Hele hoge neus, borsthoog, dus levensgevaarlijk voor iedereen in de buurt. Als bestuurder kijk je domweg over voetgangers en wandelwagens heen. Zijspiegels lijken James Bond-achtige uitsteeksels om tegemoetkomende fietsers mee van de weg te maaien.

Wat drijft iemand om in zo’n bak te willen rijden? Op de brede lanen van Wassenaar, leef je uit! Maar wat heb je ermee te zoeken op het Noordeinde in Den Haag? Waarom verstop je de stad ermee? Als je zo’n gevaarte kunt veroorloven dan kun je toch ook nog wel iets vriendelijks 'voor erbij' kopen? Hoeft er niemand voor je aan de kant. Of is dat nou precies waar het om gaat? Laten zien wie er de baas is? Wie de grootste heeft? Of is het een kwestie van anderen bang maken? Pas op, aan de kant, hier kom ik aan! Of is dat allemaal hetzelfde?

Of is het gewoon een kwestie van biologie? Eten of gegeten worden, survival of the fittest? It’s a jungle out there? Misschien zijn er echt mensen die dat denken. Wees op alles voorbereid, je weet maar nooit! De hele dag bezig met je eigen veiligheid. Als mij en de mijnen maar niets overkomt. Aanval is de beste verdediging. Je kunt ze maar beter op voorhand bang maken. Imponeergedrag van grijze bavianen? (dank, Boelie van Leeuwen!)

Het is een wondere wereld, de autowereld. Gewoon een glanzende afspiegeling van de echte wereld. Vol mensen die bang zijn voor andere mensen. Krijg je oorlog van. Nu ook in het verkeer. Niet tussen automobilisten onderling, die zitten lekker veilig. Nee, tussen automobisten en mensen die geen stalen veiligheidskooien om zich heen hebben. Mensen die zich zonder pantser op straat wagen. Voetgangers en fietsers. Ongewapend en onbeschermd. De nieuwe dwazen. Echte helden.

maandag, maart 26, 2007

Schitterende schittering













Heleen Arends is een veelzijdig mens. Een van de dingen die ze doet is fotograferen. Met een simpele Kodak camera. Geen beeldbewerking, niks. Gewoon vastleggen, wat zij ziet. Bij haar om de hoek is het Haagse Gemeentemuseum, een 'Gesamtkunstwerk'. Het is licht, het heeft lucht, staat toch stevig en herbergt de allermooiste Haagse School en Mondriaans. Architect Berlage ontwierp alles er op en er aan, ook de vijvers ervoor. Daar ziet Heleen van alles in, en op, en aan. Ik voortaan ook. Heleen heeft me met haar foto's van die vijvers een nieuwe kijk op water gegeven. En op licht. Ik kijk nu met andere ogen omdat ik gezien heb wat Heleen ziet. De diepte van het wateroppervlak. Wat je terugziet als je je concenteert op het licht op de oppervlakte. Da's gek, het lijkt wel of je dan heel diep kijkt. Naar een nieuwe werkelijkheid, die er ook is. Waar je normaal gesproken geen acht op slaat. Tot Heleen me er bij stil liet staan. Bij de schittering van het licht. Bij de weerkaatsing van het lucht erboven, de spiegeling van het aardse eromheen. De reflectie van volle warme kleuren, waar komt dat allemaal vandaan? Wonderlijke vormen, diep en verzadigd, alsof ze geschilderd zijn. Impressionistisch. De vijvers van Claude Monet! Giverny is niet ver weg. Maar het is anders, directer, tastbaarder, van nu. En toch tijdloos, een andere wereld. En nog toegankelijk ook. Kijk maar. Schitterend, al die schittering.

dinsdag, maart 20, 2007

Nabijheid, nieuw toverwoord voor het openbaar bestuur

De Nationale Ombudsman trekt met zijn jaarverslag 2006 aan de bel. 'Het veelgehoorde politiek credo "regel is regel" is niet genoeg omdat regels niet altijd recht doen aan de maatschappelijke werkelijkheid.' Burgers willen respectvol en eerlijk worden behandeld. 'Eigenlijk zouden overheden bij klachten van mensen vaker persoonlijk contact met de burger moeten zoeken.' Eigenlijk... Waarom zo voorzichtig? Ik moet weer denken aan het Festival der Bestuurskunde op 8 februari jl in het Evoluon.

Er is me daar iets gaan dagen. Want ik heb er een mooi woord gehoord. Nabijheid. Klinkt niet erg bestuurskundig. Daarom maakte het indruk. Het was Jan Peter Balkenende die het noemde. En anderen noemden het niet maar bedoelden het soms wel. Want het ging die dag veel over vervreemding. Over afstand en hoe die te overbruggen. Marc Hertogh, rechtssocioloog in Groningen, noemt het rechtsvervreemding als je van de rechter ‘Fuck you!’ tegen een agent mag roepen. Dan is er geen verbinding meer. Dan gaat het niet meer om mensen. Wie wil er nog agent worden? Masochisten misschien? Vroeger leerde je: ‘Schelden doet geen pijn’. Leer je nu dan op de Politieacademie ‘Pijn is fijn!’? Kritische ontbinding, zo benoemde Wim van der Donk van de Wetenschappelijke Raad voor het Regringsbeleid wat er gaande is.

Maar, zoals altijd, er is hoop. Zeker op een festival. De Vice-President van de Raad van State Herman Tjeenk Willink nam ons mee naar een tijd die de studenten in de zaal niet eens hebben meegemaakt. Begin jaren zeventig, vorige eeuw. Roerige tijden. Piet de Jong was premier. Hij had een recept voor een nuchter oordeel.'Uiteindelijk zet je alle adviseurs de deur uit en stel je jezelf de vraag: Wat vind ik er nou zelf van?' Zo simpel? Zo simpel! Leg het niet buiten je zelf maar ga bij jezelf te rade. Durf dat aan. En Tjeenk Willink ging verder, over een vergelijkbaar soort moed. Kijk naar het individuele geval – in plaats van het meten en toepassen van het gemiddelde. Als voorbeeld noemde hij het afschaffen van het Kroonberoep, omdat het niet voldoende onafhankelijk zou zijn. Het gevolg is dat we nu een bestuursrechter hebben die focust op wat ‘rechtens juist’ is. En dat is soms bijzonder onbevredigend voor de burger. Want die heeft vaak een hele andere rechtsbeleving. En voelt zich dan niet gezien en niet gehoord. En dat is funest. Want dat ondergraaft niet alleen het rechtsgevoel, uiteindelijk ook de rechtsstaat.

Pieter Tops weet (bijna) alles over lokaal bestuur. Hij verhaalde over wat er zich afspeelt in de krochten van de grote stad. Waar je in Rotterdam zoal tegenaan kunt lopen. Over de noodzaak om echt in gesprek te gaan. Mensen werkelijk in de ogen te kijken. En ook een moreel oordeel te hebben. Grenzen durven stellen, zonodig streng straffen, laten voelen - naast het bieden van hulp en zorg. Of misschien wel als voorwaarde daarvoor: als je meedoet willen we je helpen. Engagement & Discipline als recept tegen verloedering en onveiligheid. En waar ligt dan de grens? How about privacy? Is er wel een zelfde grens te trekken voor iedereen? Werkt dat nog wel? Thom de Graaf heeft als minister van BZK aan de Raad voor het Openbaar Bestuur toch niet voor niets gevraagd daarover na te denken. We beginnen er achter te komen dat gelijkheid iets anders is dan gelijkwaardigheid. En dat het gelijkheidsbeginsel ons kan belemmeren om maatregelen (bijv. de Rotterdam Wet) te nemen die nodig zijn om mensen juist een gelijke kans op een menswaardig bestaan te geven.

We lopen aan tegen grenzen. De grenzen van de wet. De grenzen van ons denken. Met strikte toepassing van regels doen we mensen - en waar zij mee zitten - geen recht. Het roept afstand op. En op den duur opstand. De Opstand der Horden. Ze staan zo weer met stokken op de hekken bij het Torentje te slaan. Kan de volgende Ad Melkert liggend op de achterbank het Binnenhof ontvluchten. Aandacht en betrokkenheid zijn de sleutels. Werkelijke aandacht, oprechte betrokkenheid. Want het gaat om mensen. Ook in het openbaar bestuur. En dan hebben we het niet meer over burgers maar over mensen. Mensen als u en ik. Met hun dagelijkse zorgen en beslommeringen. Daar gevoel voor hebben, je daarin kunnen inleven. In die dagelijkse sores en besognes. Zonder daarin door te slaan en slap en meegaand (lekker makkelijk!) te worden. Kijk mensen in de ogen en weet wat er nodig is. Durf ‘Nee’ te zeggen. Of juist ‘Ja!’. De een heeft een waarschuwing nodig, de ander een ingrijpende straf. De een heeft hulp nodig, de ander een schop onder z’n kont. En durf je dat? Dat is de vraag. Dan komt het aan op zelfvertrouwen, weten waar je mee bezig bent. Keuzes durven maken, voor anderen. Omdat jij weet wat goed is voor die ander. Dat is toch de kracht van goed en gerespecteerd openbaar bestuur? Uiteindelijk gaat het toch om wijsheid? Niet om de slimste te zijn - maar de verstandigste? En ere wie ere toekomt: het was de Minister-President zelf die helemaal aan het begin van het festival het toverwoord noemde: NABIJHEID.

vrijdag, maart 16, 2007

Je inleven, de definitieve competentie

Kunt u het C-woord nog horen? Competenties? Kun je het daar eigenlijk nog wel over hebben? So nineties... Al die tientallen voor de hand liggende kwaliteiten. Of zijn het toch eigenschappen? Kun je ze nou wel of niet ontwikkelen? Wie moet wat straks kunnen? Of toch al in zich hebben? De lijst dijt in de praktijk van het personeelswerk maar uit, promovendi en professoren krimpen hem weer in. Misschien kunnen we er in één reuzenstap voorbij komen. Op zoek naar de definitieve competentie. ‘De competentie die alle andere competenties overbodig maakt’ (vrij naar W.F. Hermans).

De directeur van een grote instelling in de zorg vertelde het volgende. Ze braken zich met z’n allen het hoofd over wat nou het allerbelangrijkste was dat iedereen in hun instelling zou moeten kunnen. Een competentie die elke medewerker, professional en leidinggevende moest hebben, van de keuken tot de behandelkamer, van de tuinman tot de psychiater. Een doorslaggevende kwaliteit, voor elk moment en in elke situatie. Een wezenlijk talent, direct verbonden met het wezen van de organisatie. Waar alle patiënten, cliënten, leveranciers en financiers, waar alle betrokkenen, buren en familieleden hen op zou herkennen. Uiteindelijk kwamen ze uit bij het meest voor de hand liggende dat je je maar voor kunt stellen: Je inleven.

Je inleven. Het klinkt zo eenvoudig. En is zo lastig. Want het gaat niet meer om jou. Het gaat om iets buiten je, een andere situatie, een ander mens. Je leeft je in ... in een ander. Je verplaatst jezelf in die ander. En dan gebeurt het kleine wonder: die ander openbaart zich in jou, komt in jou tevoorschijn. Je schept in jezelf dus ruimte voor die ander. Je geeft toestemming dat die ander in jou omhoog komt. Je wordt even die ander, je bent even iemand anders. Toch ben je nog jezelf. Want die ander komt in jou naar boven. In jezelf ontmoet je die ander. Door je in te leven in die ander, beleef je die ander en diens situatie. En door dat werkelijk te ervaren, door te voelen wat je dan voelt, weet je precies wat die ander voelt, en hoe die ander zich voelt.

Maar wat heb je daar nou aan, je inleven in een ander? Als we ons allemaal in elkaar gaan inleven, wordt het toch een zootje? Wie durft er dan nog een ferme beslissing te nemen? Want dat doet altijd wel ergens pijn. En je doet altijd wel iemand verdriet. En dat ga je dan allemaal zelf voelen! Of je niet genoeg hebt aan je eigen pijn en verdriet! Of ... zou het zo kunnen zijn dat er dan minder stomme beslissingen worden genomen? Omdat je op voorhand de pijn en het verdriet van die ander voelt. En dus wel oppast. En andersom, dat je juist het plezier en het geluk gaat voelen van beslissingen die goed uitpakken. Want zo werkt ‘je inleven’ natuurlijk ook. Je kunt je evengoed voorstellen wat een ander blij maakt, wat een ander fijn vindt. Je bent geëngageerd: je kunt je inleven in de pijn en de blijdschap van de ander(en).

Wat zou het concreet kunnen opleveren, je werkelijk kunnen inleven? Bijvoorbeeld: nooit meer een product waar niemand op zit te wachten. Nooit meer een bonus of incentive die veel te kort werkt. Nooit meer te hoge prijzen. Nooit meer obligate teksten over ‘luisteren naar de klant’, want je kent de klant, je bent de klant. Nooit meer een popartiest die te snel het volgende meer-van-hetzelfde album uitbrengt, terwijl de fans iets nieuws willen. Nooit meer je medewerkers iets opdringen wat ze niet willen. En je nooit meer hoeven te verbazen dat iets wat jij wilt, domweg niet werkt!

Het kan nog meer betekenen. Mannen spreken hun vrouwelijke kant aan. En kunnen zich ineens veel beter voorstellen wat vrouwen willen. Het begrip sexuele revolutie krijgt een nieuwe lading! Andersom begrijpen vrouwen beter wat mannen drijft, en wat dat oplevert. Oordelen over en weer (‘Dat gezeik van die wijven...’, ‘Hij moet weer zo nodig z’n plasje doen...’) zijn niet meer nodig. Nog meer: mensen laten het kind in zich naar boven komen. Volwassenen kunnen weer spelen, grote mensen durven te dromen. En niet alleen op vakantie, of tijdens een duurbetaalde workshop, maar elke dag. Dat kind blijkt een grote economische waarde te hebben, want dat is ondernemend, onderzoekend en creatief. En nog meer: vult u zelf maar in.

‘Je inleven’ betekent ook een ander serieus nemen. Het niet meer beter hoeven te weten dan die ander. Niet meer denken dat jij alles moet weten. Omdat je toevallig de baas bent, of de volwassene, of de ouder en daarom over en voor anderen denkt te moeten beslissen. Of juist niets denkt te weten omdat je nog jong, een kind of ‘maar’ medewerker bent. Uiteindelijk betekent ‘je inleven’ jezelf serieus nemen. Want door je in te leven in de ander boor je een enorme kracht in jezelf aan. Om met Paracelsus te spreken: ‘Denkt hij een vuur, dan is hij een vuur’. Je blijkt het allemaal te kunnen, en alles te weten. Veel meer in je te hebben dan je ooit dacht. Voor vakkenvullers en winkelchefs, MD’ers en CEO’s: je inleven, de definitieve competentie.

(Gepubliceerd in het Tijdschrift voor Management Development, voorjaar 2007)

maandag, februari 12, 2007

Gevraagd: werkelijke betrokkenheid

Soms zie je op televisie de toekomst van Nederland. Tenminste, dat hoop je dan... Kort voor de verkiezingen 22 november j.l. was er zo’n moment. De Nova-redactie van NederlandKiest heeft Pieter Winsemius en Jan Marijnissen uitgenodigd om met elkaar in debat te gaan. Een mooie optelsom van tegenstellingen: rechts / links, ratio / emotie, elite / volk, hoogopgeleid / laagopgeleid, randstad / provincie, regering / oppositie. Maar niks debat, niks discussie, er wordt een gesprek gevoerd...

Het onderwerp is de oude wijken waarover Pieter Winsemius als nieuwe minister van VROM net een brief heeft gestuurd naar de Tweede Kamer. De wijken die Jan Marijnissen zo goed kent en waar hij al jarenlang - tevergeefs - aandacht voor vraagt. Marijnissen - aanvankelijk in de ‘debatstand’ - probeert Winsemius nog neer te zetten als ‘links’. We moeten vooral niet denken dat we hier met een echte VVD’er te maken hebben. Winsemius maakt duidelijk dat hij al jarenlang VVD’er is en bovendien lid van een ‘rechts’ kabinet. Marijnissen schakelt snel en geeft Winsemius de ruimte om te vertellen. Over de problemen in de oude wijken en over zijn zorgen daarover. Je hoort een minister rustig praten, geen cliché’s gebruiken en nadenken als het nodig is. Hij vertelt een warm verhaal over mensen die het niet redden, kinderen die er in uitzichtloze situaties opgroeien. Een begrijpelijk verhaal van iemand die echt betrokken is bij de wereld om zich heen. Een vertrouwenwekkend verhaal omdat het voelbaar van binnenuit komt. Kortom, een geloofwaardig verhaal.

De oppositieleider ervaart dat ook en gaat er op in. Geen discussie-om-de-discussie, geen debattrucjes, geen gespeelde opwinding, geen verongelijkte toon. Wat een verademing! Twee verstandige, levenswijze mannen die met elkaar pratend de partijpolitieke tegenstellingen overstijgen. Ze vinden elkaar in hun zorg over de achteruitgang van de oude wijken, in hun betrokkenheid bij de toekomst van de mensen die er nu wonen en in hun inschatting van de desastreuze effecten ervan op de samenleving. Hier zie je gebeuren wat er mogelijk is als politici zichzelf kunnen wegcijferen, hun partijbelangen kunnen relativeren en kunnen teruggaan naar waar het allemaal om begonnen is: werken aan en voor een samenleving waarin mensen het morgen beter hebben dan vandaag, zorg is voor elkaar en ruimte voor het individu.

Het kan dus. Ogenschijnlijk grote tegenstellingen kun je voorbijkomen. Sommige maatschappelijke problemen zijn onderhand (misschien) groot en (hopelijk) ook erg genoeg om de (partijpolitieke) belangentegenstellingen daarover te ontstijgen en de zaken op een nieuwe manier aan te pakken. Wat is de uitweg? Is er een sleutel naar meer verbondenheid? Ja, betrokkenheid. Werkelijke betrokkenheid bij de mensen waar het om gaat. Bij alleenstaande bijstandsmoeders met opgroeiende kinderen. Bij patiënten in niet goed georganiseerde verpleegtehuizen. Bij kinderen met taalachterstand omdat hun moeder geen Nederlands spreekt. Bij mensen die dagelijks vieze lucht inademen omdat ze in een flat langs de snelweg wonen. Bij de dieren in de bioindustrie. Bij het leven op de opwarmende aarde. Bij vluchtelingen die geen kant op kunnen. Betrokkenheid kortom bij wat niet goed gaat en beslist beter kan. Daar geldt geen links of rechts, progressief of conservatief. Daar telt maar een ding: menselijkheid.

zondag, januari 21, 2007

Happy Together - in english now!

Once upon a time... there was a choir in The Hague, Holland. It was a popmusic choir, called Pepperoni. They were part of a foundation of 4 popmusic choirs: VokaalTotaal, all from The Hague. A childrens choir, a youngsters choir, a girlzzz choir and the adults: Pepperoni. They all give their own concert once a year and do some separate activities. They all have their own audiences, mostly consisting of friends and families.

How it all began
‘Me and you and you and me, no matter how they toss the dice, it had to be, the only one for me is you and you for me, so happy together...’. Every Monday evening this was the warming up song of ‘Pepperoni’. But alas, nothing ‘happy together’ about it. There were rows, fights and hassle all the time. Everyone complained about each other: the director wasn’t good enough, the repertory made no sense and so on. The sopranos blamed the altos: ‘You are always tuning in too late’. Complaints from the basses about the tenors: ‘I can’t hear myself because of your loudness’. The director threatening to leave unless his pay would go up. This meant either the board or the director had to quit. Accusations from all sides, everyone pointing at eachother, no one was listening anymore. And then finally, it was enough, the crisis was complete, the choir had hit the bottom. Finally there was silence....

The listening
No one knew how to proceed, except that they didn’t want to give up. To buy time, they agreed a typical Dutch compromise: the director got a salary increase for the time being funded by a contribution increase for the members. The board temporarily resigned and a quality committee was installed.
They started by listening. They asked everybody involved the same question: ‘What do you want, what is it you want to achieve here’. And interestingly, everyone wanted the same things: more performances, better quality, a broader repertory, more sense of partnership and more discipline. In short: Offer more quality and seek new challenges - together’

The quality
They started off by working on their ‘core business’: singing. They looked at the singing qualities of the individual choir members. Because there were some areas for improvement. They introduced voice assessments. Some members appeared to be unable to keep tune. Or couldn’t keep good time. Not very practical when you sing in a choir. So these members were asked to leave. And this obviously resulted in loyaltyconflicts among the remaining members, because an amateur choir is also serves social needs. Nevertheless they agreed that the the test was a minimum requirement and needed if they wanted ‘more and better’. They also introduced voicetraining: learning how to make the best use of ones voice, how to use the whole body when singing. Confrontational, scary and exciting at the same time. From the improvement of the individual voices, the overall quality grew. They began to sing with one common voice, making the one sound, together.

The teaming up
Now that they had started working on the quality of their singing they then started looking at the the repertory: they wanted more songs and more challenges. They practiced more and they started to look from inside out. For whom were they actually practicing? For what purpose? And then it clicked: why don’t we take upon something together? With all 4 choirs and hence for all 4 audiences! And 4 choirs can also sing together, and in different constitutions... suddenly there was a reason to cooperate: there was a common ambition, a great way to get to better quality and more challenges. It only just had not yet been invented....

The roots
They started working together on a combined project, and yet, they felt something was missing. Because, all very well: more quality and challenges, but how so? It was abstract, not yet something to get excited about, they didn’t have a picture, let alone a sound..... A sound? That gave the inspiration: The Hague’s very own popsound! In the Netherlands, The Hague is Popcity No 1. Bands named The Golden Earring, Shocking Blue and Earth & Fire were were famous in the seventies; and today there are Kane, Anouk and Di-rect. It was so obvious and so logical: Choires from The Hague sing popmusic from The Hague. Four ‘Haguish’ choirs on one big ‘Haguish’ podium. Finally they had a direction for their repertory: only The Hague. It reduced the number of possible choices and thus, the chance of fights. It meant they could easily select 20 new songs. Moreover: they obtained subsidy from the City as it was a local project.

The dip
All in all it was a lot of hard work, practicing, finding a podium, singing with different choirs, with different people standing next to you. Lots of changes and lots of resistance. Disbelief: do you see it happen? Fights and rows again, just what they did not want to have.

The lifeline
And the whole thing might not have happened, had not one of the choir members sent a historical e mail to all the others.
‘Just imagine, on a Saturday night in November, in theatre ‘The Regentess’ 500 people in the audience, 4 choirs, 100 singers waiting anxiously backstage. Each choir gives their own performance, and also in mixed constellations, the children with the youngsters, the girlzz with the adults, all girls and women together and so on. At the end everyone together. There is an orchestra that accompanies us, consisting of popmusicians from bands in the Hague. A performance of real Haguish poplegend. There is real decor, videoclips, professional sounds. At the end the applause is overwhelming and the audience doesn’t stop asking for a reprise. Can you all see it, can you picture this?’
Yes, they could, it was suddenly conceivable, inspiring and challenging. They moved ahead, fully empowered by this story.

The Big Picture
This story was their lifeline in the months that followed. If the going got tough they went back to their Big Picture. Then they knew again what they worked for. Gradually everyone got more and more involved, eventually, everyone had a task to perform. And so it became everyones’ enterprise, not just the directors’, or the comittees’. They all worked for something they believed in. They all surfed along on the wave, even if someone else panicked or gave up.

The result
And then finally, came November. Their Saturday evening. There they stood, excited and nervous. Anxious how they would be received. It was a tremendous success. It was better and more beautiful than they had ever even dreamed about. The audience was thrilled but they were even more thrilled themselves. They didn’t know they could do this and were pleased as children with the result. Two years before they were in a mega crisis, the choir had almost collapsed. And now, from a fermate, a prolonged rest, they had found a new basis. A new goals gave them direction and with that a context for getting there. They reached their goal. ‘Happy Together’. For that moment at least, because eventually it will be time for a new goal, a new story!

Translation & editing: Henriette van Swinderen, Interdependency.com (THNX!)

woensdag, januari 10, 2007

Er is iets gaande, de mens is terug!


Volgens Time Magazine vertelt 2006 ons ‘a story about community and collaboration on a scale never seen before’. De mens is terug, en niet alleen in het kerstnummer van Time. Klanten zijn eigenlijk nét mensen is het best verkochte managementboek van 2006. Het CNV heeft Plezier in Werk op de CAO-agenda gezet. Zijn werkplezier en persoonlijk geluk binnenkort Key Performance Indicators (KPI’s)?. Wie weet, want tevreden medewerkers zijn produktiever, meer werkplezier betaalt uit in tevredener klanten en betere resultaten, en meer geluk betekent minder kosten. Het gaat weer om mensen. Noem het sociale innovatie, noem het maatschappelijk ondernemen, de menselijke maat telt weer mee.

Jaloersmakend
Juist in ‘zorgelijke’ sectoren als het onderwijs, de zorg en veiligheid is veel gaande, en veel te leren. Het blijken broedplaatsen van nieuwe vormen van ondernemerschap en bedrijvigheid. Ouders in de Pijp beginnen tegenover de school van hun kinderen een tussenschoolse opvang met warm eten om half één ‘s middags. Hans Becker vindt met zijn Humanitas Huizen in Rotterdam ‘de geluksbevorderende zorg’ uit: gelukkige mensen zijn gezonder, hebben daarom minder zorg nodig en kosten dus minder. En de VanHarte Resto’s die nu als een restaurantketen worden ‘uitgerold’ in alle grote steden blijkt een werkend recept te zijn tegen sociale armoede en leveren een daadwerkelijke, tastbare bijdrage aan de integratie in oude wijken. Er wordt op deze plekken gewerkt met een energie die jaloersmakend is. Vanuit intenties die niet alleen mooi en nobel maar ook zakelijk en realistisch zijn. Met zichtbare, tastbare resultaten die menig ‘harde’ manager als muziek in de oren zullen klinken.

‘Dit gaat ergens over!’
Steeds meer bedrijven sponsoren VanHarte Resto’s. Niet alleen met geld. Mensen uit die bedrijven werken er met veel enthousiasme als vrijwilliger. Wat is het geheim van VanHarte Resto’s? Het zijn buurtrestaurants waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Je kunt er voor 2,50 euro een driegangen maaltijd krijgen. Ze zijn opgezet als een antwoord op sociale uitsluiting en stille armoede. De leiding van een van de VanHarte Resto’s heeft elke maand een voortgangsgesprek met de directie van een grote verzekeraar, terwijl medewerkers daarvan koken en in de bediening lopen. Het zijn hun meest bevredigende werkuren: ‘Dit gaat ergens over!’ Jonge managers van een energiebedrijf bedienen eenzame bejaarden. Jong ontmoet oud, arm ontmoet rijk, alleen ontmoet samen. Het inspireert die high potentials. Ze ontmoeten mensen waar ze geen weet van hebben. Zo komen ze weer in verbinding met de wereld om hen heen. Misschien wel met zichzelf. Zingeving met een groot woord. En niet alleen de spreekwoordelijke arme oude vrouwtjes voelen zich eenzaam en alleen. ‘It’s lonely at the top’ zeggen de meeste topmanagers: ze zijn net zo eenzaam. Er is veel sociale armoede en dat gaat door alle maatschappelijke lagen en opleidingsniveaus heen. Misschien omdat veel werk, juist in de dienstverlening, erg rationeel en koud is geworden. Je kijkt naar een scherm en praat tegen spraakcomputers. Het gaat om kille cijfertjes en alles moet meetbaar zijn. Ondertussen heeft ieder mens behoefte aan warmte en contact. Ook op het werk! Contact met anderen, en uiteindelijk contact met jezelf. Met je eigen diepere wensen, behoeften en verlangens.

Stenen stapelen!
De menselijk maat blijkt profijtelijk, en zelf in aktie komen bevredigend. Niet wachten op de overheid of politiek. Geen open brief naar de kabinetsformateur maar gaan helpen in een buurtrestaurant. Niet praten, niet klagen maar zelf iets gaan doen. Stenen stapelen! Heel bevredigend.

Dit artikel verscheen - in iets aangepaste vorm - in het Financieele Dagblad van woensdag 3 januari 2007.

woensdag, november 29, 2006

Nederland wereldkampioen

Op 22 november konden we kiezen uit heel veel conservatieve partijen. Van links naar rechts: conservatief, conservatiever, conservatiefst. Behouden (de achterhaalde verzorgingsstaat) of terugdraaien (de belaagde vrijheid) is de vraag. Belangrijkste verkiezingsthema’s? Hypotheekrenteaftrek en de AOW. Nederland is een behoudend land vol bange, ouwelijke mensen geworden.

We hebben een nieuw doel nodig! Aansprekend en aantrekkelijk. Een doel dat ons weer naar de toekomst laat kijken. Hier is een doel: Nederland Wereldkampioen; in 2020 is Nederland het allerbeste land ter wereld. Dat betekent het land met de meest gelukkige en de meest welvarende mensen. Wat is er nodig om van Nederland het allerbeste land te maken?

> Het beste onderwijs

In 2020 krijgen onze kinderen het allerbeste onderwijs ter wereld. Uitdagend, inspirerend, verleidelijk. Alle vertrouwen in de kwaliteiten van elk kind. Zodat elk kind zijn uiterste best zal doen om te laten zien wat het kan. Dat vergt heel veel betrokkenheid en creativiteit van leerkrachten. Degenen die het beste in leerlingen naar boven halen worden beloond. Een enorme investering, vooral in de leerkrachten zelf. Er vertrekken mensen uit het onderwijs. En er komen veel bij. Het onderwijs is een bijzonder uitdagende omgeving geworden vol creatieve en ondernemende kinderen.

> De gezondste mensen

In 2020 gaat het in de gezondheidszorg vooral om preventie. Mensen begrijpen dat het in de eerste plaats hun eigen verantwoordelijkheid is om gezond te blijven. De huisarts is een gezondheidscoach (die je ook goed en snel kan helpen als je een klacht hebt). Ziekteverzuim en lange uitval komen veel minder voor want we nemen onszelf in acht. Andersom, we functioneren goed omdat we doen waar ons hart naar uitgaat. Effect: meer produktiviteit en minder (hart)klachten. Gezondheidszorg is een zichtbaar en zelf bepaald onderdeel van ieders persoonlijke uitgaven. Gezondheid is een lucratieve markt. Afwentelen op het collectief is uitzondering geworden.

> Het mooiste wonen

In 2020 is de bouw van tuindorpen en villawijken helemaal op gang gekomen. Op plekken die nu geen landschappelijke of cultuurhistorische waarde hebben (maar wel krijgen!). In Flevoland (wat een ruimte!), in het Westland (kassen naar de Noordoostpolder) en in de Peel (mensen in plaats van varkens) ontstaan parkachtige omgevingen. Slimme verbindingen zorgen ervoor dat je snel op je werk of leerplek bent. Je betaalt zelf voor het groen en de ruimte (een gezamenlijke garantie van gemeente en projectontwikkelaar). Alle marktverstorende subsidies en aftrekposten (hypotheekrenteaftrek, overdrachtsbelasting, huursubsidie) zijn afgeschaft. Iedereen weet en betaalt wat wonen kost. Een huis kopen is de standaard. De meeste mensen bouwen zo zelf een vermogen op en hoeven op niemand te leunen. De oude wijken zijn nog steeds broeinesten, maar nu van kleinschalige creatieve bedrijvigheid.

> De hoogste mobiliteit

In 2020 is de infrastructuur berekend op de vraag. Publiek-private ondernemingen investeren grootschalig in snelle en comfortabele vervoerssystemen. Die zijn rendabel omdat mobiliteit ook kost wat het echt kost. In de Randstad en de grote steden hoef je nauwelijks te wachten op vervoer. Op grotere afstanden is het tijdverspilling om nog in de auto te gaan zitten. De wegen hebben een lengte, hoogte en breedte die past bij de economische ontwikkeling. Mobiliteit is een van de spannendste technische en commerciële uitdagingen. Nederland is weer begaanbaar geworden, niet meer bezig met tijdverspilling.

> De meeste innovatie

In 2020 denkt een nieuwe generatie niet meer in beperkingen maar vanuit mogelijkheden. Ze zien overal onbenutte kansen. Ze komen doorlopend met oplossingen omdat ze niet problematiserend denken. Dit geeft een enorme boost aan de economie. Nederland wordt weer een waterland (een nieuwe rivier in de Betuwe, de terpen komen terug, drijvende dorpen). Met nanotechnologie maken we in de hele wereld vies water schoon en zout water zoet. We ontwikkelen schone energietechnologie en ijzersterke, superlichte materialen. Geen belasting van het milieu, geen uitputting van de aarde: duurzaamheid is uitgangspunt. Natuur wordt actief aangelegd op onrendabele landbouwgrond, het groene hart is een toegankelijk agripark, inclusief koeien in de wei. Art, design en entertainment integreren tot nieuwe vormen van relativerende ontspanning en inspirerende reflectie. Levenskunst onder de zeespiegel.

Wereldkampioen!

In 2020 is Nederland een alom bewonderd land. De steeds beter opgeleide immigranten integreren door steeds meer gemengde huwelijken. Ze zijn succesvol, vooral in de alsmaar groeiende dienstensector. Ze trekken massaal de stad uit. Senioren hebben elkaar ontdekt. Onderlinge dienstverlening is de nieuwe ruilhandel. Ze redden zichzelf door elkaar te helpen. Ze gebruiken de overwaarde van hun huis om goed verzorgde laatste jaren te hebben. Nederland is wereldwijd het toonbeeld van vindingrijkheid en creativiteit geworden. Door niet meer bang te zijn.

Dinsdag 28 november 2006 verscheen dit artikel (in iets gewijzigde vorm) in het Financieele Dagblad: Maak Nederland wereldkampioen. Het is een samenballing van de vervolgserie die in de zes weken voorafgaand aan de verkiezingen verscheen op www.debaak.nl.

dinsdag, november 14, 2006

Zin! ligt in de winkel!

Kijk voor alles over Zin! Leidinggeven aan jezelf en anderen (gratis download, bestellen, boekpresentatie, reacties en nog veel meer) op www.zinboek.nl

vrijdag, november 03, 2006

We hebben Zin! De toespraak die ik niet gehouden heb


Op Koninginnedag was het vijf graden. Toen had ik nog geen idee dat ik een half jaar later met een boek in handen zou staan. Zin! Leidinggeven aan jezelf en anderen. Mijn eigen boek. Dat idee moest toen nog geboren worden. Sinds 30 oktober hebben we
Zin! Een heel persoonlijk boek dat juist daardoor mensen raakt. Tenminste, dat is wat ik nu al terughoor. En dat is precies de bedoeling van dit boek: mensen raken, op het andere been zetten, in beweging krijgen. Zoals dat met mij ook gebeurd is. Dankzij alle mensen die mij redelijker, verstandiger, wijzer gemaakt hebben. Mensen die mij geïnspireerd hebben.

Zin! is in vijf maanden geschreven, vormgegeven en gedrukt. En ook nog op het internet gezet: www.zinboek.nl
. 'Je lijkt wel zwanger' zei mijn vrouw Léonne. Dat was ook zo. Ik was er vol van. In oktober voelde ik me letterlijk en figuurlijk een stuk lichter: bevallen van een boek en ook nog tien kilo kwijt.

Zin! is misschien wel een mooi voorbeeld van synchroniciteit. Bijna zeven jaar geleden vroeg ik Harry Starren, directeur van de Baak, of hij een aanbeveling wilde schrijven voor de Nederlandse vertaling van 'Synchronicity' van Joe Jaworski. Zo kwam ik in contact met de Baak en begon voor mij een nieuw leven als trainer. Nu staat er een aanbeveling van diezelfde Harry achterop Zin! 'Synchroniciteit' is inmiddels toe aan zijn zesde druk...

Ik voel me geholpen. Dit boek kon ontstaan dankzij alle mensen die spontaan hun hulp aanboden, erin durfden te investeren en wilden helpen het te lanceren. Mensen die hielpen andere mensen te vinden. Op dag twee kocht een goede fee de eerste exemplaren. Terwijl ik de eerste letter nog op papier moest zetten. Op dag tien zei uitgever Paul Quist 'Ja!'. Terwijl hij me nog nooit had ontmoet. Toen ik een grote bos bloemen kreeg met het kaartje 'Gefeliciteerd met de geboorte van je boek' kreeg ik tranen in mijn ogen. Misschien drong toen tot me door hoezeer ik geholpen en gesteund werd. Hoezeer mensen geloofden in wat ik aan het doen was. In de zomer stapte vormgever jacky-o vol vertrouwen in een project dat ze niet kon overzien. En de internetsite kreeg ik cadeau. Zoals iedereen die het wil Zin! nu ook cadeau krijgt: Je kunt het gratis downloaden op www.zinboek.nl

Ik hoop van harte dat de tijd rijp is voor Zin! Dat dit het moment is. Een boek als dit bestond nog niet. Het is een managementboek. En nog veel meer. Een plaatjesboek, een kijkboek, een leesboek. Iemand zei tegen de vormgever: 'Het Managers Vakantieboek!' Met Zin! krijg je jezelf een beetje beter door, je kunt meer om jezelf - en dus ook anderen ! - lachen. Je hoeft minder van een ander en bepaalt je meer tot jezelf. Zo kwam mijn vrouw op een leuke: 'Doe jezelf een plezier: Geef je man Zin!'

Ik hoop dat Zin! een kadoboek wordt. Dat je aan je relaties geeft, aan je medewerkers. Een boek waar je op verjaardagen mee aan kunt komen. Een boek waar je niet af kunt blijven. Een boek waarin je blijft bladeren, kijken en lezen. Een boek dat blijft en beklijft.

maandag, september 11, 2006

Zin! Leidinggeven aan jezelf en anderen

De afgelopen zomer heb ik een boek geschreven: Zin! Het gaat over leidinggeven aan jezelf en aan anderen. Over weten wat je wilt, en doen wat je kunt. Over zin krijgen, zin hebben en zin geven. In Zin! komt zeven jaar trainen en schrijven bij elkaar.

Zin! is een managementboek zonder moeilijke woorden. Je vind er geen ingewikkelde theorieën of complexe systemen in. Het is toegankelijk, begrijpelijk en herkenbaar.

Zin! is een kaleidoscoop van verhalen, belevenissen, observaties en beschouwingen. Het is ook een werkboek met vijfentwintig praktische opdrachten en oefeningen. En het is een full color kijkboek: het bestaat voor de helft uit illustraties en afbeeldingen. Zin! is een managementboek voor de beeldcultuur.

In Zin! vind je de meest uiteenlopende zaken bij elkaar gebracht: popmuziek, kwantum fysica, voetbal, het koninklijk huis, auto's, ambtenaren, grootmoeders en topondernemers. En even goed Adolf Hitler, Rembrandt, de rookcabine, Alice in Wonderland, Irak, Dutch Design en hondendrollen. Ook Prins Claus, Moeder Theresa, Osama bin Laden, Hermann Hesse, Albert Einstein en Jan Peter Balkenende passeren de revue. Steve Jobs, Marco van Basten, Nescio, Goethe, Johan Cruijff, Eminem, John Lennon en Van Kooten & de Bie: ze komen er allemaal in voor.

Zin! heeft niet alleen de flow en sfeer van een workshop, Het is een workshop in een boek. Je gaat er mee op reis en je kunt in- en uitstappen waar je wilt. Zin! is een belevenis die je naar eigen behoefte kunt vormgeven.

Zin! is vormgegeven door Jacky van Heist en verschijnt 30 oktober.

Klik hier voor meer info en om te bestellen bij uitgeverij Quist.



dinsdag, augustus 22, 2006

Naïef. Super. is Helemaal. Goed.

Af en toe gebeurt het me. Dat ik een boek in een ruk uitlees. En iedereen er over wil vertellen.

Naïef. Super. Van Erlend Loe. Zo'n titel verzin je niet. En hoe je die achternaam uitspreekt weet ik ook niet. Het is namelijk Noors. Het boek ligt niet in de winkel. Tenminste niet bij Verwijs, het boekenpaleis in Den Haag. Je moet het bestellen. Misschien omdat je van de cover (een speelgoedvliegtuigje dat in een natte loods is neergestort?) niet vrolijk wordt. Ik niet in ieder geval. Misschien had de vormgever net een documentaire over 11 september gezien. Of het boek halverwege in een hoek gegooid. Maar ik vind het toevallig wel het vrolijkst stemmende boek sinds jaren. Naiëf. Super. Daar word ik nou blij van. Het is een leuk boek. Een wijs boek. Het is ontroerend. Het raakt je. Dit boekje van nog geen tweehonderd bladzijden lees je op een zondag. Liefst als het regent dat het giet. Als het dak van de serre begint te lekken. Het maakt je niet uit. Tenminste, zo verging het mij.

Het bestaan van Naiëf. Super. (let op de punten!) ontdekte ik dankzij Margot Dijkgraaf van de NRC. Die krant had nooit een recensie geplaatst maar maakte dat weer goed door een grote reportage te plaatsen over de Prix Européen des jeunes lecteurs. Zeg maar Europese VWO'ers kiezen hun mooiste boek. Naiëf. Super. won, met afstand. "Het is een modern boek, echt een boek van onze generatie" zegt een scholier." En: "Naiëf. Super. gaat over onze generatie, onze tijd, over de consumptiemaatschappij, over individualisme. Hij geeft ons levenslessen, waar we van kunnen leren. Bovendien is het nog knap moeilijk om zo eenvoudig te schrijven over een ingewikkeld onderwerp." Waar gaat het dan over? Naiëf. Super. gaat over het leven. Niets minder dan dat. En de auteur Erlend Loe is veertig, twee keer zo oud als zijn lezers.

Dit zegt de uitgever de website (www.degeus.nl) : "De hoofdpersoon in Naïef. Super. verliest op zijn vijfentwintigste verjaardag niet alleen een partijtje croquet van zijn oudere broer, hij verliest ook de zin in het leven. Alle overbodige kennis die hij in de loop van zijn bestaan heeft vergaard, zit hem plotseling danig in de weg. Het liefst wil hij 's ochtends weer wakker kunnen worden met maar één gedachte in zijn hoofd. Dus bedenkt hij een therapie. Terug naar het nulpunt. Met een rode plastic bal, een speelgoedtimmerset en het aanleggen van lijstjes als hulpmiddelen probeert hij weer grip op zijn bestaan te krijgen."

En dit citaat geeft een aardige indruk van de toon en stijl van Naiëf. Super.:
"Ze hebben er een overweldigend assortiment ballen. Mooie en dure ballen. Van leer en andere degelijke materialen. Ik voel eraan, maar vind ze te veeleisend. Ik zal faalangst krijgen als ik zo’n bal koop. De tijd is nog niet rijp voor een kwaliteitsbal. Op dit moment moet het wedstrijdelement geheel uit mijn leven gebannen worden. Recreatie is het devies.
Ik heb een heel simpele bal nodig. Voor mijn part van plastic."

Goed. Nieuws. Er is nu een pocketuitgave voor € 5,99! Met een nieuwe omslag! Met een jongen! Met een rode bal! Komt het toch nog goed... Naïef? Super!



reageer

maandag, juli 10, 2006

De puzzel compleet...


All Missing Pieces














Hier zie je onze drie kinderen Camiel, Wrister en Quinten. Zo scherp als op deze foto zag ik het niet bij hun eerste optreden. Op het straatfeest. Teveel tranen in m’n ogen. Zo trots op die jongens. Ze hebben met elkaar een band gevormd, All Missing Pieces. Ze spelen zoals ze zelf zeggen ‘optimistische punkpoprock’. Ze schrijven alle nummers zelf. Ze zitten zelf achter optredens aan. Ze sparen en werken om hun instrumenten en installaties te kunnen kopen. Het speelplezier spat er vanaf, ze hebben een aanstekelijk enthousiasme. Ze staan er voor, ze gaan er voor. Ze doen het op hun manier, in hun tempo, op hun voorwaarden. En ze worden van de weeromstuit van alle kanten geholpen door een groeiende kring van mensen die in hen gelooft - omdat ze for real zijn. Zoals een buurtgenoot - iemand die het weten kan, zelf popmuzikant en producer - bij hun eerste optreden zei: ‘Het ziet er niet alleen leuk uit... ze zijn Ècht goed!’. Get up! heet hun eerste demo-CD.

Meer weten, horen en zien van All Missing Pieces?

Ga dan naar
  • de website van All Missing Pieces


  • reageer

    woensdag, juni 21, 2006

    Het gezin, een bron van inspiratie voor de overheidsorganisatie


    Rupsjenooitgenoeg
    Vergelijk de samenleving eens met een gezin. Met de overheid als ouder, en de burgers als kinderen. Wanneer je als ouder de hele dag voor je kinderen loopt te zorgen heb je het heel erg druk. Bovendien, je kinderen leren niet veel. Het effect is dat jij loopt te sloven, dat je elke dag bekaf bent, maar toch geen waardering krijgt. Erger nog, het is nooit goed en (Rupsje) nooit genoeg. Het eind van het liedje is dat je je als ouder gefrustreerd en niet gewaardeerd voelt en dat je verwende kinderen hebt met een grote mond en weinig incasseringsvermogen. Leg dat plaatje eens op Nederland: politici en ambtenaren in het verdomhoekje en burgers met een kort lontje. Overheid, houd op de hele dag voor alles te zorgen. Dan gaan al die verwende burgers misschien weer zien hoe goed we het hier hebben... dankzij die overheid.

    Shit Happens!
    Kinderen leren met vallen en opstaan. Letterlijk. En dat is wel eens huilen. Als je kind zich bijvoorbeeld aan de tafelrand stoot. Dat is meestal ook snel weer over. Toch is het vaak moeilijk om dat als ouder aan te zien. Je vindt het al snel zielig. Je wilt je kind voor pijn te behoeden. En toch, je kunt niet de hele dag achter je kind aan lopen. Wat je wel kunt doen is die leuke koffietafel met die scherpe hoeken uit de huiskamer weghalen tot je kinderen groter zijn. Zodat je echt gevaar voorkomt, dat is je verantwoordelijkheid als ouder. Maar verder? Kinderen stoten zich nu eenmaal. En daar leren ze van. Bijvoorbeeld om tegen een stootje te kunnen. Worden het geen watjes. Dat zou je de Nederlandse burger ook gunnen. Niet zo snel huilen en zichzelf (of een ander) zielig vinden. Weer incasseringsvermogen ontwikkelen, niet zo verontwaardigd als het even tegen zit. Overheid, leg de burger uit: Shit Happens! De overheid kan niet alles voorkomen. De overheid biedt geen geluksgarantie.

    Helemaal niet zielig
    In een gezin wil het nogal eens gebeuren dat er onevenredig veel aandacht gaat naar ÈÈn van de kinderen. Bijvoorbeeld een kind dat niet lekker in z’n vel zit of vaak ziek is. Onbedoeld kan zo’n kind de stemming in een gezin nogal bepalen. De andere kinderen kunnen zich tekort gedaan voelen of zelfs gaan denken dat je pas aandacht krijgt als het niet goed met je gaat. Het effect is soms dat kinderen waar het goed mee gaat, net gaan doen of het niet goed met ze gaat. Want dan krijg je wat je nodig hebt: aandacht. Voor ouders is het een kunst om de kinderen waar het goed mee gaat, ook voldoende aandacht te geven. En aandacht ligt ten grondslag aan het belangrijkste dat je je kind kunt meegeven: een stevige basis, fysiek, mentaal en moreel. En dan is het aan het kind wat het met die basis doet. Daar ga je niet over als ouder. Zo kan de overheid de burger voorzien van voldoende basis: veiligheid, zorg, onderwijs. En dan is het aan de burger om daarmee te doen wat hem goeddunkt, al naar gelang van wat hij kan en wil. Overheid, moedig eigen initiatief en ondernemerschap aan, in plaats van zieligheid als uitgangspunt te nemen. Want alle aandacht voor wat niet goed gaat is ontmoedigend voor degenen waar het wel goed mee gaat en die misschien nog wel veel beter kunnen. Waar we allemaal weer plezier (en inkomen) van kunnen hebben.

    Aardig, of respect?
    In een gezin werkt het niet om alle kinderen hetzelfde te geven. Elk kind heeft bijvoorbeeld een eigen vorm van aandacht nodig. Persoonlijke aandacht, afgestemd op de aard van het kind. Want elke ouder weet dat elk kind verschillend is. Ook al hebben ze dezelfde ‘bouwplaat’. Dat maakt het ook zo leuk. Soms is het verstandig om het ene kind iets toe te staan en het andere juist niet. Of te zorgen dat de een iets krijgt wat de ander niet krijgt. Ook al vindt dat kind dat helemaal niet aardig van je, want die vindt het ‘niet eerlijk’. Als ouder moet je helemaal niet aardig gevonden willen worden. Want dan valt er altijd met je te marchanderen. Zo is de overheid is er ook niet om aardig gevonden te worden. Met name politici vinden dat nogal eens lastig. Ze zijn bang dat dat zich vertaalt in slechte peilingen en uitslagen. Maar dat is nog maar de vraag. Want het gaat niet om aardig zijn, het gaat om respect. En respect betaalt zich uit. Kijk wat Gerd Leers in Maastricht bereikt met vriendelijke stevigheid.

    Geef me de ruimte
    Kinderen groeien van volle aandacht en oprechte betrokkenheid. Geloof in hun potentieel (‘Je kunt het!’) maakt dat ze zich groot en stevig voelen. Zo kunnen ze boven zichzelf (en hun ouders) uitstijgen. Hen beperken met nodeloze (vaak uit ‘hoe het hoort’ of uit angst geboren) regeltjes is fnuikend voor hun zelfvertrouwen en initiatief. Geef me de ruimte!, schreef Thea Beckman. Kinderen in hun nek hijgen maakt ze klein en onzeker. Vertrouwen is het sleutelwoord. Spreek met je kinderen een overzichtelijk aantal eenvoudige basisregels af, geef ze binnen dat kader de ruimte en je ziet ze groeien. Geef ze vertrouwen en je ziet ze groeien. Datzelfde geldt voor de burger. Overheid, geef de burger vertrouwen. Dan zullen we nog versteld staan van onszelf en van elkaar. Want de burger kan veel meer dan hij zelf denkt. Als we dat potentieel nou eens aanboren! Dat belooft wat aan innovatie! Dat is nog eens bestuurlijke vernieuwing!

    Dit artikel is geinspireerd door de opvoedkunst en pedagogische inzichten van mijn vrouw Leonne Meiresonne (de link naar haar weblog vind je in de sidebar).

    Dit artikel werd ook gepubliceerd op
    http://www.bestuurskunde.nl/publicaties/virtueel/archief/nieuw/juni2006.htm

    reageer

    maandag, mei 29, 2006

    Zeven persoonlijke vragen aan iedereen die leiding geeft

    .......................................................................

    ‘Niet weer een artikel over management en leiderschap. .!’ Er wordt wat over afgeschreven. Managementtheorieen te over: we proberen de werkelijkheid te vatten in systemen en modellen. Dingen kun je regelen, een project kun je managen, maar mensen? Mensen kun je leiding geven. Maar willen ze jouw leiding ook ontvangen?

    1. Wat wil je eigenlijk, en wat doe je eraan?

    Weet ik wat ik wil en ben ik daar duidelijk over?
    Wanneer je niet uitermate duidelijk bent over wat je wilt leidt dat al gauw tot verwarring bij alle betrokkenen. 'Dat heb ik toch gezegd?', 'Dat weet je toch?'. Niet dus. We noemen dat miscommunicatie, maar gebrek aan moed om duidelijk te zijn komt meer in de richting. Als je niet weet wat je wilt kun je ook niet duidelijk zijn. En andersom, je bent duidelijk als je helder voor ogen hebt wat je wilt.

    Handel ik er ook naar, geef ik zelf het goede voorbeeld?
    Niets is fnuikender dan een leidinggevende die niet de daad bij het woord voegt en zelf het goede voorbeeld geeft. Als de aanvoerder te laat komt, mag iedereen te laat komen, en als de baas fraudeert is dat een vrijbrief voor alle medewerkers. Als ik thuis tegen mijn kinderen roep: 'Jongens aan tafel!', gebeurt er niets als ik ondertussen nog even naar het toilet loop. Doe zelf wat je van anderen verlangt, wees het wandelende voorbeeld.

    Voor integriteit is bewustzijn nodig. Zo vertelde een getuige in de bouwfraude-enquete dat hij tijdens een cursus op De Baak erachter was gekomen dat het gebruikelijke sjoemelen in de bouw eigenlijk een vorm van fraude was. De reactie van Paul Fentener van Vlissingen op het gedrag van Cor Boonstra en Cees Van der Hoeven was: ‘Dat doe je gewoon niet..!’. Maar ja, dan moet je het je wel bewust zijn.

    2. Wat heb je te geven?

    Geef ik richting?
    Wijs je je mensen de weg en loop je zelf voorop? Markeer je steeds weer een volgend doel, schep je een aansprekend perspectief? Geef je een doel om naar te streven: begrijpelijk, haalbaar, binnen bereik voor alle betrokkenen?

    Geef ik ruimte?
    Schep je een duidelijk kader waarbinnen je mensen de ruimte hebben om zichzelf te zijn en het beste te geven? Elke ruimte, zelfs het heelal, houdt ergens op: geef je duidelijk aan waar de grens ligt in termen van tijd, geld en middelen?

    Geef ik rust?
    Laat je je mensen met rust, zodat ze hun werk kunnen doen? Val je hen niet lastig, laat je hen? Mensen weten vaak meer dan ze denken... en misschien ook wel meer dan jij denkt. Geef je mensen de kans dat te ontdekken? Geniet van hun vindingrijkheid!

    Durf ik vrijheid te geven?
    Kun je het aan om je mensen los te laten en het bereiken van resultaten aan hen over te laten? De meeste zijn per slot professionals, ze worden geacht te weten waar ze mee bezig zijn. En... als je echt denkt dat je het zelf beter kunt dan ga je het toch lekker zelf doen?!

    Durf ik verantwoordelijkheid te geven?
    Kun je niet alleen taken, maar ook de bijbehorende verantwoordelijkheden overdragen? We hebben het over volwassen mensen, goed opgeleid en toegerust voor hun werk. Ze zijn er toch voor aangenomen?

    Durf ik vertrouwen te geven?
    Kun je leven met de gedachte dat het misschien niet helemaal goed gaat, of in ieder geval anders dan je het zelf zou doen? Misschien gaat het wel beter dan je je voor kunt stellen. Laat je eens verrassen!

    Het management van Jenny Thunnissen, directeur van de Belastingdienst en overheidsmanager van het jaar, is van een briljante eenvoud: Wees duidelijk over het Wat (het resultaat dat je van je mensen verlangt), laat je mensen zelf het Hoe bepalen (de manier waarop ze dat resultaat bereiken) en spreek ze dan weer aan op het bereiken van het Wat.

    3. Wat durf je te vragen?

    ‘Dit kun je van mij verwachten’
    Het is natuurlijk eng om afspraken te maken over wat een ander van jou aan resultaten kan verwachten. Zeker als je in het behalen daarvan weer afhankelijk bent van anderen, bijvoorbeeld van je medewerkers. Want als het goed is word je er op aangesproken.

    ‘En wat kan ik van jou verwachten?’
    Misschien is het nog veel enger om met een ander af te spreken wat je van hem of haar kunt verwachten. Want je zult die ander daar weer op moeten aanspreken. Als je dat niet doet worden het lege, loze woorden en gaat die ander uiteindelijk met je aan de haal. Je weet het, en toch is het lastig.

    Als je met iemand een afspraak maakt dan mag je hem of haar daar toch op aanspreken? Daar stoot je iemand toch niet mee voor het hoofd? Je kunt iemand toch niet kwetsen door te rekenen op wat is toegezegd? En je mag toch teleurgesteld zijn als het niet gebeurd is? Je mag er zelfs boos over zijn! Want jij kunt op jouw beurt niet leveren wat jij hebt toegezegd omdat de afspraak met jou niet is nagekomen. Door een ander serieus te nemen, neem je jezelf serieus. En andersom, de ander zal jou serieus nemen. Eigenlijk hebben we het hier over volwassen met elkaar omgaan.

    ‘Dit heb ik nodig om mijn werk goed te kunnen doen’
    Om optimaal te kunnen presteren heb je resources nodig. En het is lastig om daar expliciet om te vragen. Het ‘Kinderen die vragen...’ zit diep. Vaak zijn we zo blij dat we iets mogen doen dat we vergeten om te vertellen wat we daarvoor nodig hebben: tijd, ruimte, mensen, middelen.

    ‘En wat heb jij nodig om je werk goed te kunnen doen?'
    Geconfronteerd met deze directe vraag komt bijna elke medewerker met suggesties voor kwaliteitsverbetering. De meesten weten heel goed wat ze nodig hebben om beter te presteren. Je hoeft als manager heus niet alles zelf te bedenken: vraag het je mensen en ze zullen je het vertellen.

    4. Kun je nog spelen?

    Kan ik plezier maken?
    Misschien is het hebben van plezier in je werk, en dat uitstralen!, wel het belangrijkste wat je als leidinggevende kunt bijdragen. En als je dat plezier in jezelf niet voelt, is het misschien de hoogste tijd om jezelf eens achter de oren te krabben. Een ander kan jou niet blij maken, dat kun je alleen zelf. Het helpt niet om te wachten op een nieuwe directeur, nieuw beleid of de volgende reorganisatie. ‘I can’t make you feel happy if you don’t feel happy already..!’, riep Donna Summer tijdens haar optredens.

    Ben ik echt zo belangrijk?
    Misschien is het niet nodig om de hele dag met zo’n uitgestreken gezicht rond te lopen. Natuurlijk, je hebt grote verantwoordelijkheden en je wilt serieus genomen worden... maar doe je thuis ook zo? Probeer jezelf eens voor te stellen, op weg naar de volgende bespreking - hoe zie je eruit? Als iemand die plezier heeft in zijn werk, die lekker bezig is? Of als iemand die het heel druk heeft, heel belangrijk is en zich veel zorgen maakt?

    Ben ik wel open en eerlijk?
    Durf je te zeggen wat je voelt? Over wat je voelt zul je nooit aanvaringen krijgen. Kun je terugkomen op uitspraken waarvan je spijt hebt? Een voorbeeld uit huiselijke kring. We zitten aan het avondeten. Ik voel me gespannen en val uit tegen de middelste van onze drie kinderen. Er valt een pijnlijke stilte. Ik begin me te schamen, maar kan geen sorry zeggen. Dan zegt de oudste: ‘Pap, jij bent toch trainer/coach..?’. Zo, die zit. Ik kan m’n excuses maken, opgeruimd.

    5. Ken je jezelf?

    Wie ben ik?
    De meest brandende vraag, die niemand voor je kan beantwoorden. Dat kun je alleen zelf en het is een hele zoektocht. Een ding is zeker, in een managementboek zul je het antwoord niet vinden. Een goeie film, een mooie roman, de stilte van muziek, een lange wandeling, een retraite, een fikse burn out - het kan allemaal helpen om (een stukje van) het antwoord te vinden. Maar recepten zijn er niet.

    Wat wil ik?
    Sjacherijn en depressie kunnen signalen zijn dat je niet bezig bent met wat je echt wilt. Maar misschien ben je gewoon nog niet zover dat je daar achter bent of al bij kunt. Hopeloze vragen als: ‘Waar ben ik in hemelsnaam mee bezig?’ helpen je bewust te worden van je ongemak en ongeluk. Zin en zingeving komen hier om de hoek kijken, net als bij de volgende vraag.

    Wat draag ik bij?
    Bij deze vraag komt de ander in beeld. Je omgeving beoordeelt jouw bijdrage op de relevantie voor het geheel - als gebruiker, klant, medewerker, leidinggevende, partner. Vraag het eens om je heen, aan de mensen in je omgeving: ‘Wat vind jij dat mijn belangrijkste bijdrage is?’. De antwoorden kunnen je nog verrassen. En meestal zijn het andere dingen dan je tot nu toe in je CV hebt gezet.

    Hoe verpest ik het?
    Een andere, verrassender vraag is: ‘Zeg nou eens eerlijk, waar kan ik wat jou betreft nou beter mee ophouden?’. Die antwoorden ken je soms wel, maar ja, je doet het nog steeds. Steeds diezelfde dingen waarmee je het jezelf moeilijk maakt. Maar zolang de mensen om je heen het je nog willen vertellen heb je nog krediet. En alleen al het durven stellen van de vraag levert je weer krediet op.

    6. Waar maak je je druk over?

    Ligt dit binnen mijn macht?
    Veel dingen die je op televisie ziet of waarover je in de krant leest kunnen je raken. Je voelt je bij een onderwerp betrokken (honger in de wereld, geweld op straat) maar heb je er ook echt invloed op? Hetzelfde geldt voor de koers van de organisatie waarvoor je werkt of wat de collega’s om je heen elkaar op een dag allemaal aandoen. Het raakt je, maar je kunt er minder aan doen dan je misschien zou willen. Om frustratie te voorkomen kun je jezelf de volgende vraag stellen.

    Wat kan ik er zelf aan doen?
    Bouw ik de frustratie al in door me te bemoeien met iets waar ik niet over ga, of misschien zelfs niets mee te maken heb? Deze nuchterheid hoeft er niet toe te leiden dat je het erbij laat zitten. Toen de oorlog tegen Irak begon waren mijn vrouw en ik er ons van bewust dat we er niets tegen konden doen: het lag buiten onze macht. Toen hebben tegen elkaar gezegd: 'Laten we hier thuis minder oorlog te maken’. Dat lukte, minder ruzie lag binnen ons bereik.

    7. Ben je echt?

    Durf ik mezelf te zijn?
    Ga maar na, van wie krijg je zelf liever leiding, van iemand die zichzelf is, of van iemand die doet zoals hij denkt dat hij moet doen: hoogst vermoeiend, eigenlijk een geaccepteerde vorm van elkaar voor de gek houden. Hou op een ander te spelen! Martin Buber vertelt het verhaal van Rabbi Susja, die kort voor zijn dood zegt: ‘In het toekomende Rijk zal mij niet gevraagd worden: ‘Waarom zijt gij Mozes niet geweest?’. Mij zal gevraagd worden: ‘Waarom zijt gij Susja niet geweest?’.

    Authenticiteit is in, je moet ‘echt’ zijn. Maar hoe doe je dat? Soms gebeurt het pas als het niet meer hoeft. Toen beroepspoliticus Ad Melkert zich terugtrok zagen we weer een mens tevoorschijn komen. Zijn afscheidsspeech was indrukwekkend, zijn bevlogenheid en betrokkenheid werd voelbaar. Toen lijsttrekker Thom de Graaf op de avond voor de verkiezingen niets meer te verliezen had liet hij bij Barend en Van Dorp eindelijk meer van zichzelf zien. ‘Als je altijd zo doet wil ik wel op je stemmen hoor!’, was het commentaar in de studio.

    Mogen anderen er ook zijn?
    Kun je bij binnenkomst je ego aan de kapstok hangen? Hoef je niet altijd haantje de voorste te zijn? Als je gewend bent om hard roepen en veel te toeteren is het vaak moeilijk om zelf te luisteren. Misschien ben je bang dat een ander je voor is: het beste-jongetje-van-de-klas syndroom. Geef een ander de ruimte, geef eens voorrang. Geniet van al die verzamelde energie en intelligentie om je heen!

    Weet ik veel?!

    'Ik weet het niet'
    Durf je tegen een medewerker, een leidinggevende of een opdrachtgever te zeggen: 'Ik weet het niet'? Durft een secretaris-generaal tegen zijn minister te zeggen: ‘Het spijt, maar dit kan gewoon niet’? Zegt een minister tegen de Tweede Kamer: ‘Wat jullie van me vragen is te zot voor woorden, ik doe het niet’? Niets is zo vermoeiend als de schijn ophouden, voor jezelf en voor een ander. Ja zeggen, nee doen: ‘Yes Minister’. Maar ‘Nee’ is ook een antwoord. Weinig dingen werken zo bevrijdend als durven zeggen: 'Ik weet het niet' of: 'Ik kan dit niet'.

    Bij zijn afscheid werd Wim Dik gevraagd wat nou het belangrijkste was dat hij geleerd had in zijn jaren als voorzitter van de Raad van Bestuur van KPN. Hij vertelde dat hij er achter was gekomen dat hij een grote organisatie kon aansturen, maar niet het leven van zijn eigen zoon. Je hoeft niet alles te weten, en zeker niet alles te kunnen - het maakt je menselijk.

    'Dit voelt me niet goed’
    Durf je op je gevoel te vertrouwen? In je hoofd is het een kloppend verhaal, je hebt het weer knap bedacht... en toch, het voelt niet goed. Want ergens weet je wel dat er iets niet klopt. Je hoofd argumenteert, maar je hart zegt anders. Kun je dat toelaten, of misschien nog beter: toegeven. Je weet meer dan je denkt... als je je hoofd af en toe uit kunt zetten.

    De internationale perschef van een van de grootste Nederlandse concerns leek er tijdens een bijeenkomst met communicatiecollega’s werkelijk van overtuigd dat het hem niets kon schelen dat de naam van zijn bedrijf in Nederland minder goed was dan in veel andere landen. ‘Helemaal niet erg, want...’ en dan volgde een sluitende redenering. Vanuit de steeds onrustiger zaal werd hem de ‘Jan Mulder-vraag’ gesteld: ‘Maar hoe voel je je nou..?’. De perschef ging er tot twee maal toe niet op in. Tot iemand het antwoord door de zaal schalde: ‘Je voelt je klote..!’. Toen viel hij eindelijk stil.

    'Wie het weet, mag het zeggen’
    Er wel eens aan gedacht om het je kinderen te vragen als je het niet meer weet? Die kunnen nog heel oorspronkelijk denken. Wij volgen creativiteitsworkshops om het weer te veroveren. Of een eind gaan wandelen: de cadans van stevig doorstappen brengt binnen de kortste keren een gedachtenstroom op gang. Ingevingen krijg je pas als je even niets meer aan je hoofd hebt: Archimedes riep ‘Eureka’ terwijl hij in bad lag, Newton zat te mijmeren onder een appelboom. Direct toegegeven, ogenschijnlijk niets doen is lastig voor ons calvinisten.

    ‘Ama et fac quod vis’ was de leefregel van kerkvader Augustinus. In het engels vertaalt: ‘Love, and do what you will’ - in het Nederlands lastig te vertalen zonder dat de diepte ervan verloren gaat. Mijn praktische vertaling: doe de dingen die je doet liefdevol. Want liefde is misschien het enige wat werkelijk telt. Op 11 september konden sommige mensen nog met hun geliefden bellen voor ze te pletter werden gevlogen. ‘I love you’ waren hun laatste woorden.


    (Dit artikel verscheen eerder in: Baak! 02 jaargang 05, april/mei 2004)

    reageer

    vrijdag, mei 19, 2006

    Uitzicht op andere politiek, voor mensen die niet bang zijn

    ............................................................................................


    A. HET BESTE ONDERWIJS TER WERELD

    1. Iedereen leert lezen en schrijven

    Taal is de belangrijkste, meest bepalende voorwaarde om maatschappelijk te kunnen functioneren.

    Daarom geen kind van de basisschool dat niet kan lezen en schrijven:
    > extra aandacht en extra taallessen voor kinderen met taalachterstand;
    > alle kinderen kunnen goed lezen en schrijven aan het eind van de basisschool;
    > alle analfabeten (ca 1 mln mensen!) krijgen taalles aangeboden, al of niet via werkgever.

    2. Leren op jouw manier

    Steeds meer kinderen vragen om een op hun eigen, persoonlijke manier van leren afgestemde onderwijsaanpak (dyslectisch, hoogbegaafd, creatief/associatief lerend etc). De gesloten, industriële rangen- en standenmaatschappij verandert in hoog tempo in een open, 'platte' en internationale samenleving. Daarin is creativiteit en ‘out of the box’-denken nodig.

    Daarom volop tijd en aandacht voor het individuele kind en diens talenten:
    > kleinere klassen, meer verschillende leer- en lesvormen;
    > tijdige (h)erkenning van speciale begaafdheden en daarop inspelen;
    > beter en breder opgeleide leerkrachten;
    > alle tijd en ruimte voor docenten om te handelen zoals hen als professional goeddunkt.

    3. Ook leren met je handen

    Teveel middelbare scholieren worden niet genoeg aangesproken op hun kwaliteiten en talenten (hart en handen). De eenzijdige nadruk op cognitief leren (hoofd) doet hen afhaken, terwijl er onophoudelijk vraag is naar mensen voor de zorg en mensen die een ambacht beheersen.

    Daarom het VMBO in het teken stellen van werken en werkplezier (niet ontmoedigen maar bevestigen):
    > het bedrijfsleven als partners de school in brengen en scholieren als jong talent naar de werkvloer;
    > zowel bedrijfsleven als scholen en leerlingen mogen en kunnen hier geld aan verdienen;
    > alle ruimte voor ondernemende scholen.

    4. Zoveel mogelijk mensen zo hoog mogelijk opleiden

    Om onze welvaart & welzijn te behouden is een zo hoog mogelijk opgeleide bevolking nodig.

    Daarom aantrekkelijk en toegankelijk onderwijs, ook voor mensen die er door sociale of leerachterstand langer over doen (tegelijkertijd voorkomen dat het niveau van het onderwijs daalt, geen ‘zesjescultuur’):
    > strenge toegangseisen en harde eindtermen;
    > eenvoudige en logische doorstroom van MBO naar HBO, en universiteit (niet iedereen volgt dezelfde leer- en ontwikkelweg);
    > ook op latere leeftijd nog kunnen leren: iedereen krijgt 10 jaar ‘leerrechten’ (voor je gehele leven).


    B. DIVERSITEIT EN ONDERNEMERSCHAP

    5. Lang leve de multiculturele samenleving!

    Ons land is vanouds een van de meest internationaal georiënteerde landen ter wereld, daar hebben we onze welvaart aan te danken. Impulsen van buiten hebben ons altijd scherp, actief en in beweging gehouden. Diversiteit is een zegen en de multiculturele samenleving is een enorme kans, kijk maar naar het groeiend ondernemerschap en toenemende bedrijvigheid van immigranten.

    Daarom:
    > iedereen die een aantoonbare economische of culturele bijdrage levert is van harte welkom, incl studenten;
    > de regelgeving voor het oprichten van een bedrijf wordt zo eenvoudig mogelijk gemaakt;
    > meer belastingvoordelen voor jonge starters, incl. ZZP'ers.
    > aanpassing faillissementsrecht (geen voorrang voor fiscus: minder risico voor investeerders).


    C. VRIJHEID VAN LEVEN EN WERKEN

    6. Werken zoals je wilt, wonen met wie je wilt

    Uitkeringen belemmeren op dit moment individuele ontplooiing en economische ontwikkeling: ze houden mensen gevangen in inactiviteit (armoedeval!). Controle op woon- en leefvormen is een inbreuk op de privacy, het systeem is een uitnodiging tot frauderen.

    Daarom:
    > Bijstand, AOW, Studiefinanciering en Kinderbijslag vervangen door een basisvoorziening voor iedereen (leeftijdsafhankelijk, via negatieve inkomstenbelasting);
    > van elke verdiende euro word je direct beter in je portemonnee;
    > de pensioengerechtigde leeftijd kan vervallen: je werkt zoveel en zolang je wilt.

    De arbeidsparticipatie neemt toe want werken loont. Iedereen is verzekerd van een bestaansminimum. Geen tandenborstels meer tellen: je mag samenwonen met wie je wilt! Dit is echte vrijheid, geen betutteling maar beschaving.

    7. Alle afspraken maken die je wilt

    De overheid hoeft zich niet te bemoeien met werknemersverzekeringen (WW, WIA), daar kunnen werknemers en werkgevers ook samen uitkomen.

    Daarom vrijheid om zelf te bepalen welke verzekeringen je af wilt sluiten:
    > WW en WIA verzelfstandigen, het zijn verzekeringen die werknemers zelf kunnen afsluiten, in overleg met, en/of aangeboden door de werkgever;
    > CWI kan opgeheven, UWV verzelfstandigd;
    > freelancers en ZZP'ers zijn ondernemers en als zodanig behandelen: ze doen geen beroep op sociale voorzieningen en betalen er evenmin aan mee, dus ook geen naheffingen wegens vermeend werknemerschap;
    > vakbonden kunnen zich ontwikkelen tot inkomensverzekeraars.

    8. CAO's voor wie wil

    Algemeen geldende CAO's belemmeren een gezonde economische ontwikkeling, ze beschermen gevestigde belangen en sluiten andere contractvormen en nieuwe intreders uit.

    Daarom alleen een CAO-contract als je er zelf voor kiest:
    > werknemers en werkgevers hebben de vrijheid om alle afspraken te maken die ze willen;
    > vrij kunnen kiezen tussen CAO-afspraken of maatwerk;
    > algemeen verbindend verklaren van CAO’s afschaffen.


    D. VAN HUREN NAAR KOPEN

    9. Een eigen huis, een plek onder de zon!

    Veel jonge mensen willen maar kunnen geen betaalbaar huis kopen en blijven ontevreden 'hangen' in de overvolle sociale huurmarkt die niet voor hen bedoeld is.

    Daarom zoveel mogelijk mensen de kans geven op een eigen huis:
    > woningbouwverenigingen gaan zich transformeren tot projectontwikkelaars van eenvoudige koopwoningen (tussen 1 en 2 ton) en gebruiken daarvoor hun enorme fondsen;
    > gemeenten bieden hiervoor grond aan zonder overwinst;
    > binnen dertig jaar is 80% van de huizen koopwoning.


    E. MAKKELIJKER BEWEGEN

    10. Stilstand is achteruitgang (en maakt sjacherijnig)

    We kunnen ons in ons niet snel genoeg bewegen; we verspillen met wachten en stilstaan tijd en energie die we beter kunnen besteden, om te werken en te ontspannen.

    Daarom betere verbindingen en beprijzen weggebruik:
    > meer bredere wegen;
    > meer dubbele sporen;
    > meer snelle lightrail;
    > kilometerheffing;
    > tolpoorten bij grote steden;
    > ondertunneling van kwetsbare gebieden.


    F. MEER NATUUR, BETER MILIEU

    11. Maak Nederland mooier

    Ons land 'verrommelt', ongemerkt slibt het dicht, het open en cultuurhistorisch karakter van grote gebieden wordt bedreigd.

    Daarom beschermen waar nodig, ontwikkelen waar mogelijk:
    > belangrijke historische cultuurgebieden echt beschermen en open houden;
    > natuur aanleggen op vrijgekomen landbouwgronden;
    > voor elke strekkende meter asfalt in de randstad een hectare natuur terug;
    > geclusterd bouwen in het buitengebied.


    G. ENERGIE-ALTERNATIEVEN

    12. Niet meer afhankelijk van olie en gas

    We zijn in onze energievoorziening afhankelijk van fossiele brandstoffen (olie en gas), die raken op en er ontstaat oorlog en politiek gemarchandeer door.

    Daarom de afhankelijkheid van olie en gas zo snel mogelijk verminderen:
    > investeren in fundamenteel onderzoek naar alternatieve energiebronnen (waterstof, kernfusie);
    > omschakelen naar andere energiedragers mogelijk maken (bijv. waterstof tanken) ;
    > hoe meer vervuilend en belastend de energiebron hoe hoger de belasting (zodat een level playing field ontstaat).


    reageer

    zondag, mei 14, 2006

    Workshop Ben ik duidelijk?

    Een workshop over heldere, dagelijkse communicatie
    Authentiek communiceren en effectief feedback geven

    Gedoe op het werk
    Veel 'gedoe' op het werk ontstaat door ongelukkig en onhandig communiceren. Veel mensen vinden het lastig om een duidelijk appèl te doen. Om vriendelijk te vragen in plaats van te eisen. Om de ander niet direct iets te verwijten als het even tegen zit. Om te praten vanuit vertrouwen in plaats vanuit wantrouwen. Heel menselijk allemaal. Dagelijkse kost. Het levert een hoop ‘gedoe’ op.

    Kun je duidelijk zijn?
    Aan dat ‘gedoe’ is wat te doen. En dat is hard nodig ook. Want er gaat veel teveel tijd mee heen. Allemaal energie die je beter kunt gebruiken. De oplossing ligt bij duidelijk durven zijn. Zeggen waar het op staat. Op een manier die werkt, die niet afstoot. Duidelijk tegen je collega's en je medewerkers. Om meer plezier in je werk te krijgen.

    Weten wat je wilt, laten weten wat je verwacht
    We hebben de neiging elkaar te willen sparen, we blijven vriendelijk, en ondertussen zijn we niet eerlijk. Voor wie heb je meer respect: aardig maar niet eerlijk, of duidelijk en wel eerlijk?
    Ben je bereid in iemand te investeren, door hem/haar te vertellen wat je echt van zijn/haar prestaties vindt. Met het risico dat iemand boos wordt, wegloopt? Maar ook met de kans dat een ander het begrijpt en zijn gedrag gaat veranderen?
    Durf je het er op aan te laten komen, wetende dat doormodderen, je ergeren, etc. vroeg of laat op jou terugslaat in de vorm van een suboptimaal functionerend team? Want wie heeft er uiteindelijk een probleem als een medewerker niet functioneert? Dat is toch altijd de leidinggevende? Het is de kunst om van meet af aan duidelijk te zijn.
    De vraag is: Weet je echt wat je wilt? Weet je wat je verwacht van de ander? En wat kunnen ze van jou verwachten? Daarna is het zaak steeds direct feed back te geven, niets op te zouten (dan wordt het groot). Het functioneringsgesprek vindt bij wijze van spreken dagelijks plaats. Het beoordelingsgesprek is letterlijk een formaliteit en bevat geen verrassingen.

    Effectieve gesprekken leren voeren
    Het doel van dit programma is dat deelnemers inzicht verkrijgen in hun manier(en) van communiceren. Daarbij staat het eigen doen en laten centraal en de effecten daarvan op de mensen om hen heen. Na afloop van het programma weten de deelnemers hoe ze in een eigen stijl en op een persoonlijke manier helder en transparant kunnen communiceren. De deelnemers leren effectief gesprekken voeren - op een manier waar alle betrokkenen baat bij hebben. Dit kunnen zowel beoordelings- en functioneringsgesprekken als opdracht- en feedbackgesprekken zijn. Het effect is minder ‘gedoe’ tussen mensen en meer plezier in het werk, wat resulteert in minder uitval en meer productiviteit.

    Moeite om je uit te spreken? Lastig om een ander aan te spreken?
    Het programma is ontwikkeld voor iedereen die moeite heeft met ‘moeilijke’ gesprekken op het werk. Het is bedoeld voor zowel leidinggevenden als professionals die het lastig vinden om op een effectvolle manier te zeggen waar het op staat. Effectvol wil zeggen: onbeladen, vrijlatend en uitnodigend, zonder te vervallen in oordelen, verwijten en dwingend eisen. Dit programma is bijzonder geschikt voor teamleden die moeite hebben om zich te uit te spreken en een ander aan te spreken.

    Bevrijdende ervaring - in drie stappen
    Het programma beslaat een volle dag: drie dagdelen, van 09.00u tot 20.00u.
    In het eerste dagdeel staat bewustwording van allergieën centraal. Je wordt je bewust van vooroordelen en vastgezette beelden, hoe (vaak onbewuste) ergernissen en irritaties een gesprek ‘moeilijk’ maken.
    Het tweede dagdeel is er om nieuwe manieren van communiceren te ontdekken en eigen te maken. Je brengt je ‘moeilijkste gesprek’ in en verkent dat met elkaar.
    Het derde dagdeel wordt besteed aan het verder en verdiepend oefenen met eigen cases: een gesprek voeren waarin je volstrekt duidelijk bent zonder dat dit leidt tot escalatie. En te ervaren hoe dat bevrijdend is.

    Een trainer en een theaterregisseur
    André Meiresonne is de trainer in dit programma. Hij heeft het ontwikkeld en is de vaste begeleider ervan. Hij werkt daarbij samen met co-trainers die tevens ervaren theaterregisseurs zijn. De regisseur zet de deelnemers in verschillende rollen en creëert interactie. Zo kunnen de deelnemers direct en persoonlijk ervaren hoe het is om vanuit verschillende perspectieven te communiceren en zelf ontdekken wat hen goed voelt en hen het beste past.

    Programma
    09.00 - 12.30u / Bewustwording
    12.30 - 13.30u / Lunch
    13.30 - 17.00u / Verdieping en oefening
    17.00 - 17.30u / Snack
    17.30 - 20.00u / Oefening en reflectie

    reageer

    woensdag, april 26, 2006

    Een overheid voor de 21e eeuw

    Politici, ambtenaren en burgers houden elkaar gevangen. Gevangen in een systeem van onhoudbare illusies en onhaalbare verwachtingen. Politici geloven in maakbaarheid. Dat daar grenzen aan zitten is nu wel gebleken. Zie een kwart eeuw onderwijsbeleid (vernieuwing of vernieling?) en de machteloze regiepogingen rond immigrantie en integratie (nu weer de verplichte inburgering van ‘oudkomers’). Ambtenaren op hun beurt voelen zich overal voor verantwoordelijk, nemen problemen over en willen alles regelen. Ze geloven dat ze voor iedereen kunnen (en moeten) zorgen. De uitkomst is goed bedoelde bemoeizucht die mensen verantwoordelijkheid ontneemt en creativiteit in de kiem smoort. Zie de immer uitdijende regelgeving en het alsmaar groeiende apparaat om het naleven van die regels weer te controleren. En tenslotte de burgers en hun roeptoeters, de media. Die verwachten veel te veel van de overheid. Ze geloven - op een nieuwe manier - dat alle geluk van boven komt. Ze houden de overheid verantwoordelijk voor hun persoonlijk welbevinden en de politiek moet hun levensgeluk maar regelen.

    De grens van dit paternalistische systeem - waarin iedereen van elkaar afhankelijk is en naar de ander wijst - is bereikt. In de twintigste eeuw was het een werkbaar systeem om de massa te emanciperen. Dat is gelukt, appausje voor onszelf. Het leverde ons de verzorgingssstaat op, die nu onbetaalbaar dreigt te worden. In de eenentwintigste eeuw is het een loden last. Het belemmert ons juist bij het nemen van de volgende stap. Het werkt contraproductief want het ontmoedigt eigen initiatief en ondernemerschap. Terwijl het nu juist gaat om het ontwikkelen van creativiteit en het nemen van verantwoordelijkheid. Het kan anders, en het kan beter.

    Je kunt meer dan je denkt
    Veel geboden, veel verboden, veel regeltjes en veel straf: zo werkt de overheid, nog steeds. Ondanks alle pogingen de regelgeving te verminderen en de administratieve lasten te verlagen. En de overheid heeft het er maar druk mee: regeltjes bedenken en daar weer op controleren. Ook veel goedbedoeld zorgen voor de burger ('Dat kan de burger toch niet zelf?') en veel zorgen over de burger ('Gaat het wel goed als de burger het zelf moet doen?'). Het effect is dat de burger ook gaat geloven dat hij het zelf niet kan en dus ook niets doet ('De overheid doet het toch?') en de overheid het nog drukker krijgt ('Zie je wel, de burger kan het niet!'). Het werk komt van binnenuit, het genereert zichzelf. Het komt direct voort uit de zorgende, en zorgelijke, instelling waarmee ambtenaren en politici omgaan met de burger: als met een kind dat niet in staat is tot het dragen van eigen verantwoordelijkheid. Draai dat nou eens om. Behandel je burgers als gelijkwaardige, volwaardige mensen, op een manier die zowel discipline en verantwoordelijkheid aanmoedigt als individualiteit en zelfstandigheid toelaat. Veel politici en ambtenaren vertrouwen de burger niet. Ze vertrouwen er niet op dat de burger het zelf kan. Opkomen voor zichzelf bijvoorbeeld, zelf verantwoordelijkheid nemen. Vandaar al die regeltjes en al die controle. Zo ontstaat onbedoeld een sfeer van wantrouwen. Geen klimaat om als burger in te gedijen, of als ondernemer zaken in te doen. Maar de burger kan veel meer dan de politiek, de overheid en vooral de burger zelf denkt... Neem nou alle regeltjes en controle rond de voedselveiligheid. Een restaurant dat z’n klanten bedorven waar voorzet is binnen de kortste keren out of business.

    Je kunt niet alles voorkomen
    De overheid kan niet voorkomen dat burgers fouten maken. Mensen maken fouten. Meestal leren ze daarvan. Als we het maken van fouten proberen uit te bannen leren mensen niet genoeg. Dan blijft er ook een overheid nodig om het maken van fouten te voorkomen. En ongewild houdt de overheid zichzelf op die manier in stand. Want fouten maken mag niet: het is zielig voor de mensen die de fouten maken (en soms ook gevaarlijk voor mensen die er last van hebben). Maar zo leren mensen niet dat persoonlijke beslissingen ook persoonlijke gevolgen hebben. Erger nog, zo leren mensen te denken dat het aan de overheid ligt als er iets niet goed gaat. Als er iets mis gaat in de maatschappij heeft de overheid het gedaan: de cafébrand in Volendam en de vuurwerkontploffing in Enschede waren te wijten aan te weinig inspectie! Of we geven de overheid de schuld als we ons ergens machteloos of schuldig over voelen: Pim Fortuyn en Theo van Gogh hadden beveiligd moeten worden! Dat werkt niet. De overheid kan niet alles voorkomen. En dat moeten we ook niet willen. De overheid is niet verantwoordelijk voor persoonlijke beslissingen en particuliere nalatigheid. En laten de politici en de ambtenaren ophouden de suggestie te wekken dat ze daar verantwoordelijkheid voor kunnen of willen dragen. Shit Happens!

    Doen wat je goeddunkt
    Het lijkt wel of de overheid er vooral is voor mensen waar het niet goed mee gaat. De ’kansarmen’ en de ‘zwakken’ worden door veel politici tot de maat der dingen verheven. Het gevolg is dat de mensen waar het wel goed mee gaat en die zichzelf goed kunnen redden het gevoel krijgen dat er met hen geen rekening gehouden wordt. Naar verhouding heel veel aandacht gaat naar de relatief kleine groep mensen die het zelfstandig niet redt. Door steeds uit te gaan van degenen die niet op eigen benen kunnen staan creëert de politiek, en de media!, een beeld van de maatschappij waarin veel mensen zich niet in herkennen. Een deprimerend beeld waarin het lijkt of het einde van onze beschaving nabij is en tien procent van de gezinnnen niet te eten zou hebben. Dat beeld gaat voorbij aan de emancipatie die we in de twintigste eeuw hebben doorgemaakt en de vermogenspiek waar we op zitten. Het gros van de burgers, zeg zo’n tachtig procent, kan inmiddels prima voor zichzelf zorgen, en doet dat ook. Daarom kunnen we het nu ook omdraaien. De burger die dankzij geslaagde emancipatie gezond en goed opgeleid is wordt de nieuwe maat der dingen. De overheid voorziet haar burgers van de beste basisvoorzieningen (zorg, veiligheid, infrastructuur) en een goede startpositie (onderwijs). En het is aan de burger om daar iets mee te doen. De overheid bepaalt zich dan tot drie zaken: het collectieve belang (zoals dijken, veiligheid, wegen, onderwijs), bescherming van alles wat kwetsbaar is (zoals milieu, natuur, landschap, cultuur) en zorg voor iedereen die echt niet voor zichzelf kan zorgen (zoals chronisch zieken en verpleegden, gehandicapten, verslaafden). De burger bepaalt zich op zijn beurt tot wat hem goeddunkt: werken zolang je wilt, studeren zoveel je wilt, genieten van de oude dag of gewoon niksen. Want daar gaat de overheid niet over. De overheid stimuleert niet maar schept de voorwaarden waarbinnen iets kan gebeuren. En dan is het aan de burger om daar iets mee te doen... of niet.

    Zorgen voor jezelf, zorgen voor elkaar
    Wanneer de overheid verantwoordelijkheid neemt voor het leven van haar burgers zullen mensen geen verantwoordelijkheid (kunnen en willen) nemen voor hun eigen leven. Want je kunt verantwoordelijkheid maar op een plek leggen. En die ligt nu vaak bij de overheid. Zo wordt de overheid er nu op aangekeken als een bejaarde vrouw een week dood in haar huis ligt. Maar het is een misvatting, daar kan de overheid helemaal niet voor zorgen! Instanties kennen geen mensen: mensen kennen mensen. Door zoveel verantwoordelijkheid (over) te nemen ontneemt de overheid aan de burger de kans om verantwoordelijkheid te (leren) dragen. Dat kan anders. Door terug te treden geeft de overheid ruimte voor persoonlijk en gezamenlijk initiatief. Zo kunnen mensen (weer) leren voor zichzelf en elkaar te zorgen. Pas als je goed voor jezelf kunt zorgen kun je ook goed voor een ander zorgen. Want mensen gaan met anderen om zoals ze met zichzelf omgaan. Als je niet hebt geleerd om verantwoordelijkheid te dragen voor jezelf hoe kun je je dan verantwoordelijk voelen voor een ander en daar ook verantwoordelijkheid voor dragen? De overheid kan niet van een afstand voor ons zorgen. Dat kunnen alleen burgers, zelf en met elkaar. Want dat zijn mensen. Daarom zijn de Voedselbanken, de Weggeefwinkels en de Van Harte Resto’s zulke mooie menselijke initiatieven: mensen helpen mensen, het boort menselijkheid aan. Het nodigt mensen uit hun zorgzame kant te laten zien, om te geven in plaats van te wachten en te katten op de overheid die per definitie te laat is.

    Hoezo recht op hetzelfde?
    We zijn gelijkwaardig. En dat is wat anders dan gelijk. We zijn niet hetzelfde. En omdat we niet hetzelfde zijn werkt eenheidsworst ook niet. Allerlei zaken die bedoeld zijn als vangnet voor mensen die pech hebben en het anders niet redden zijn veranderd in rechten voor iedereen. Vanuit het idee dat we allemaal recht hebben op hetzelfde. Vanuit een ideaal van gelijkheid. En vanuit het idee dat het anders ‘niet eerlijk’ is. Maar het onbedoelde effect is dat we iets bedenken voor mensen die het echt nodig hebben (solidariteit) en vervolgens vinden dat iedereen er recht op heeft (gelijkheid). Het eind van het liedje is dat we het met z’n allen niet meer kunnen opbrengen. ‘De verzorgingsstaat wordt onbetaalbaar’ horen we dagelijks. Is het gek? Je hebt recht op een gemeentelijke rollator als je niet goed meer ter been bent. Maar als je niet meer kunt fietsen heb je toch geld over voor een rollator? Goedbedoelde zaken verkeren in hun tegendeel door het doorgeschoten gelijkheidsdenken. Voor elkaar zorgen wordt niet onbetaalbaar, allemaal recht op hetzelfde wordt onbetaalbaar. Het gelijkheidsdenken maakt het onmogelijk om gericht noodzakelijke hulp te bieden. Het maaiveld houdt alles kort en vlak. Het zet niet aan tot activiteit en groei, en het geld raakt ervan op. Dat moet echt anders en dat kan ook. Wanneer de overheid iedereen een dezelfde goede basisvoorziening biedt (voldoende inkomen, adequate zorg, goed onderwijs) kan iedereen in vrijheid zijn leven inrichten. En ja, dan zullen er verschillen ontstaan. Want we willen niet hetzelfde, omdat we niet hetzelfde zijn. De een wil harder, of langer werken dan de ander. Of meer studeren, of meer vrije tijd. Maar is dat erg? Het is niet zielig dat we niet allemaal hetzelfde kunnen. Het gaat erom dat iedereen doet wat hij kan. En in een beschaafd land zorgen we er voor dat wie echt niet kan toch niet tekort komt. De een uit compassie met de ander, de ander uit welgemeend eigenbelang, of allebei. Want hoe dan ook, in Nederland wil toch niemand Amerikaanse toestanden?

    De menselijke maat is de enige maat
    De overheid kan geen menselijkheid organiseren. Per definitie niet. Alleen mensen hebben gevoel voor menselijke maat. Kijk wat de politiek, ongetwijfeld met de beste bedoelingen en gevoed door grote idealen, heeft aangericht in het onderwijs: groot, groter, grootst. Het is onmenselijk geworden. Terug naar de menselijke maat is de enige route. Het onderwijs, de zorg en de veiligheid moeten weer overzichtelijk, behapbaar en werkbaar worden. De leerling, de patient en de burger in het centrum van de aandacht. De verantwoordelijkheid terugleggen bij de mensen die het werk doen. Geef onderwijzers, verpleegsters en agenten de ruimte. Ze zijn er voor opgeleid. En dat opleiden kan en moet veel beter. En ze moeten over de beste faciliteiten kunnen beschikken. Maar laat hen met rust en geef hen vertrouwen. Daar gedijen ze bij. Geef ze verantwoordelijkheid en spreek hen aan op de uitkomsten. Bepaal wat de eindtermen zijn en laat hen zelf invullen hoe ze die bereiken. Weg met de regeltjes en al die inspecties. Neem deze mensen serieus. En laten die professionals zichzelf ook eens serieus gaan nemen. Ze kunnen het heft in eigen hand nemen. Doen zoals Alex Peltekian, een succesvol schoolhoofd, zegt: ‘Ik ken mijn grenzen, niet de regeltjes’. De ministeriële circulaires bij het oud papier zetten. Doen wat je nodig vindt, in plaats van doen zoals het hoort. Ophouden zo braaf te zijn. Het is tijd voor een heuse revolutie in het onderwijs, de zorg en de veiligheid. Een opstand van onderop, door de mensen die het werk doen. Mensen die zich weer herinneren waarom ze dat mooie werk zijn gaan doen: om kinderen wijzer te maken, om zieke mensen te verzorgen en burgers zich veiliger te laten voelen. Daaraan kracht ontlenen, dan zijn we die non-discussie over al die ‘foute’ managers die zoveel geld kosten ook in een keer voorbij. Want echt bevlogen en betrokken mensen die lusten al die managers rauw. Kom eens op voor jezelf en je eigen zaak! Datzelfde geldt voor de Nederlandse burger: laat je niet zo ringeloren door de politiek. Hou op je er zo afhankelijk van te maken! Trek je eigen plan...

    De huidige overheid werkt suboptimaal. Dat kan veel beter. Als we dat willen. Dat vergt verstandig en volwassen gedrag, van burgers, ambtenaren en politici. We kunnen toe met veel minder regeltjes. Als we dat durven, want dan gaat er wel eens wat mis. We kunnen ophouden alles en iedereen over een kam te scheren. Als we dat willen, want dan krijgen we niet allemaal meer hetzelfde. We kunnen ophouden voor anderen te denken. Als we dat kunnen, anderen (met rust) kunnen laten. We kunnen veel meer overlaten aan de mensen zelf, de markt en het middenveld. Als we dat kunnen verdragen, want er zullen verschillen ontstaan. Maar van de opbrengst worden we allemaal beter. Het maakt energie vrij. En mensen en middelen om te doen wat echt nodig is: het dagelijks werk aan veiligheid, zorg en onderwijs. Van denken voor anderen en denken over zaken buiten onszelf naar doen wat we echt kunnen en wat we eigenlijk willen. Dat vraagt om het stellen van duidelijke grenzen in de vorm van heldere kaders. En daarbinnen... ruimte, heel veel ruimte. Ruimte om te ondernemen en te innoveren. Ruimte voor creativiteit en bedrijvigheid. Ruimte voor plezier in je werk en plezier in elkaar. Dat is nog eens een taakstelling. En dat is nog eens sociale innovatie.

    Dit artikel werd op eerder gepubliceerd op bestuurskunde.nl / http://www.bestuurskunde.nl/actueel/nieuws.php?nieuwsid=135

    Twitter Delicious Facebook Digg Stumbleupon Favorites More