Wonderlijke tijden. Verstoring van de bestaande orde. Wat voor jou belangrijk is wordt bedreigd – en je zoekt steun, houvast, geborgenheid. Je behoefte aan zekerheid groeit, maar waar vind je die nog? De werkelijkheid schreeuwt je toe: ’Je bent op jezelf aangewezen!’ Ben je dus alleen? Nee! Want we zijn hier samen. Niemand is alleen. En we hebben elkaar nodig. Meer dan ooit. Deze tijd vraagt om tevoorschijn komen. Laten zien wie je bent. Je niet meer verschuilen maar meedoen. Inbrengen wat jij kunt bijdragen – door te doen waar jíj blij van wordt. En je door niets of niemand meer bang laten maken. Wanneer je de moed kunt opbrengen om voluit te leven – recht uit je hart, en geholpen door je hoofd – ben je minder alleen dan je denkt. Dan kun je steun, houvast en geborgenheid ervaren. Bij jezelf, en bij de ander. En dan heb je ook wat te geven – dan geef je wie jij in wezen bent.

vrijdag, juni 19, 2009

Nieuw boekje! Vrouwen in de top, mannen op het schoolplein

Nodig tien topambtenaren uit voor een etentje en vraag hen te praten over mannen, vrouwen en leiderschap... en je krijgt een boekje. Dat was het plan van de Baak en het werkte. En de tien genodigden werkten van harte mee. Een boekje vol inzichten, relativering en humor. Ik heb het met veel plezier geschreven. Met rake foto's van Sanneke Fisser. En als gebruikelijk prachtig verzorgd uitgegeven door de Baak.

Hier de inleiding van het boekje:

Natuurlijk zijn er verschillen tussen vrouwen en mannen. Van nature, vanzelfsprekend. Er zijn boeken over volgeschreven en er is wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. En er zijn gemeenplaatsen en platitudes te over. Veel is terug te voeren op de evolutie. Vanaf het moment dat we ophielden samen rond te scharrelen op zoek naar noten en bessen is er wezenlijk iets veranderd in de verhouding tussen mannen en vrouwen. We vestigden ons op vaste plaatsen en de ellende begon. Vrouwen bleven thuis en mannen trokken er op uit. Helemaal seksebepaald. Het gender issue was geboren.

Watjes en bitches
Vanaf de jaren zestig kwamen steeds meer mannen erachter dat ze eigenlijk niet deugden in de ogen van steeds meer vrouwen. Mannen waren de onderdrukkers. Daar waren die mannen zich niet altijd van bewust maar ze voelden zich er vaak wel schuldig over. Veel mannen deden daarop hun uiterste best om vrouwvriendelijk te worden en hun vrouwelijke kwaliteiten te ontwikkelen. Of werden ze van de weeromstuit watjes? Waar was hun stevigheid en relativeringsvermogen gebleven?
Veel vrouwen werkten hard om hogerop te komen. Een aantal kwam erachter dat ‘meedoen met de mannen’ een succesvolle strategie kan zijn. Met als gevolg dat vrouwen die zich mannelijk gedroegen, vooral in de top bitches genoemd werden. Wat zowel andere vrouwen als mannen in verwarring bracht. Is dit nou een vrouw of eigenlijk een man? Typisch vrouwelijke kwaliteiten als zelfreflectie en open staan voor signalen uit de omgeving kwamen juist niet uit de verf.

Biologie en chemie

Terug naar het stenen tijdperk. Vrouwen zaten samen met de kinderen bij de hut, mannen trokken er met elkaar opuit om te jagen en te vissen. Daarom kunnen mannen zich goed bepalen tot een ding, liefst wat verder weg – Daar! Straks! – maar ook instinctief handelen – Schieten! Ophalen! – terwijl vrouwen van alles tegelijk kunnen doen en ondertussen de rust en het overzicht bewaren. Vandaar dat vrouwen goed kunnen zorgen en multitasken en mannen goed zijn in plannen maken en plotseling in actie komen. Niet alleen een kwestie van biologie maar ook van chemie: vrouwen kunnen genieten van de aanmaak van het zorghormoon oxytocine terwijl mannen kunnen kicken op een adrenalinestoot.

Grenzen en drempels
Tot zover wat we allemaal wel weten. Lossen die wetenschap en die algemeenheden over mannen en vrouwen nou iets op? Wat moet je ermee als je nadenkt over leiderschap? Of leiding probeert te geven? Waar loop je dan tegenaan? Wat werkt mee, wat werkt tegen? In hoeverre zijn het de omstandigheden die je bepalen? Op wat voor manier kom je jezelf tegen? Hoe loop je aan tegen je eigen grenzen en drempels, opvattingen en vooroordelen?

Inzicht en ervaring

Daarover zijn we in gesprek gegaan met vrouwen en mannen op topposities bij de rijksoverheid. Slimme mensen, succesvolle mensen en vooral... mensen. Ze hebben allemaal hun twijfels, net als iedereen. Het mooie is: dat durven ze ook te laten zien. Ze weten het ook niet precies. Dat maakt hen bijzonder. Lees en geniet mee van hun inzichten en ervaring.

En dan begint het gesprek...

Meer lezen? Vrouwen in de top, mannen op het schoolpein (48 pag. full color) kost € 9,95 excl. portokosten. Te bestellen via de Klantendesk van de Baak, 0343 556369 of email@debaak.nl
.

woensdag, juni 10, 2009

Eenvoud heeft de toekomst


Laatst was ik op een bijeenkomst van de Publieke Zaak. Onderwerp: 21minuten.nl – de tussenrapportage over de Europese resultaten. Geen uitkomsten om blij van te worden: de kloof tussen hoog en laagopgeleid en hoge en lage inkomens tekent zich steeds pijnlijker af. Juist als het over Europa gaat. Europa als splijtzwam. Kort gezegd: vooral hoog is voor, vooral laag is tegen. Kosmopolieten vs nationalisten, zoals Mark Bovens het laatst zo mooi zei.

De Europese lijsttrekker van de PvdA probeerde een zaal vol EU-betrokken hoogopgeleiden ervan te overtuigen dat Europa er echt niet alleen voor de elite is: ‘Ook MBO’ers kunnen dankzij Europa in Spanje gaan studeren.’ Toevallig zat ik naast een van de leukste marktonderzoekers van Nederland. Een echte NL-kenner. Die zei: ‘Loodgieters gaan niet naar Spanje om te studeren, die gaan naar Spanje om vakantie te vieren.’ ‘Liefst temidden van andere Nederlanders,’ dacht ik er achteraan.

Op een gegeven moment kon ik de goedbedoelde politieke gewenstheden niet meer verdragen en deed iets ongepasts. Ik riep met m’n handen aan m’n mond naar de lijsttrekker: ‘Geloof je het zelluf?!’ Daar werd hij erg boos over. ‘Ik ben twintig jaar journalist geweest en nu vijf jaar Europarlementariër...’ (Als je iemand autoriteitsargumenten hoort gebruiken dan weet je wel hoe het zit ;-) ‘En,’ ging hij verder, ‘ik heb geleerd: onderschat de mensen nooit!’

‘Onderschat de mensen nooit!’ Dat is precies wat hij deed. Maar steeds meer mensen laten zich niet meer onderschatten, laat staan voor de gek houden. ‘Het is complex’ is te lang gebruikt om anderen uit te sluiten. Het is een teken van onvermogen. Tegelijkertijd, veel politici en ambtenaren zijn dol op complexiteit. Het lijkt wel of je er in Den Haag op geselecteerd wordt. Complexiteit als intellectuele uitdaging. Maar val een ander daar alsjeblieft niet mee lastig. Zolang iets complex is doorzie je het nog niet. En als je het doorziet is het niet meer ingewikkeld. Integendeel, dan is het doorzichtig en kun je het iedereen eenvoudig uitleggen en er helder over vertellen.

Ingewikkelde boodschappen werken niet. Niet omdat de mensen ze niet zouden begrijpen. Ze werken niet omdat je ze zelf niet begrijpt. En dat voelen mensen haarfijn aan. Die confronteren jou met hun ongeloof en dan word jij boos. Maar je bent boos over je eigen onmacht om ingewikkelde zaken te doorzien – of te aanvaarden wat je daar ziet: politieke ongewenstheden. Maar zoals onze nationale filosoof al zei: ‘Je gaat het pas zien als je het doorhebt.’

Mensen zijn niet gek. En probeer ze ook niet voor de gek te houden. Anders word je in de Tweede Kamer zomaar tot drie keer toe ‘flapdrol’ genoemd als je een ingewikkeld - staat gelijk aan: geen - antwoord geeft op een eenvoudige vraag. En terecht! Hou jezelf voor de gek. Mensen voelen haarfijn aan dat jij iets niet door hebt, of tegen beter weten in iets niet door wilt hebben.

Andersom, transparantie werkt. Daarmee schep je volstrekte duidelijkheid. Dan wordt het weer eenvoudig. ‘Lekker simpel?’ Je wint er de verkiezingen mee. En de harten van de mensen. Of je nou Fortuyn of Obama heet, voor of tegen Europa bent, Wilders of Pechtold. Eenvoud heeft de toekomst.

Gesproken column, Reuring!Café 10 juni 2009

vrijdag, juni 05, 2009

vrijdag, mei 15, 2009

Opvoeden, de toekomst van de ambtenaar

Steeds meer mensen weten zich prima te redden. Ze zijn goed in nutstaken. Ze richten scholen op voor hun kinderen, stichten verpleeghuizen voor hun ouders, beginnen een onderling waarborgfonds, delen auto’s, produceren samen schone energie, regelen met elkaar de waterhuishouding in hun wijk, onderhouden het groen in hun buurt, maken voor hun gebied een bestemmingsplan, stellen een wijkmanager aan.

Ze zeggen: ‘Voor ons hoef je niet te zorgen, dat doen we zelf wel.’ Mensen die niet klagen dat de overheid te weinig doet en niet naar hen omkijkt. Ze vinden dat de overheid juist te veel doet: ‘Loop niet in de weg, vertrouw ons nou maar en laat ons met rust!’ Ze leven in een betere toekomst – waarin ze goed voor zichzelf en goed voor elkaar zorgen.

De ambtenaar van de toekomst ziet dat dit toekomst heeft. Weet dat dit zelfsturende burgers zijn. Is niet bang voor deze weldenkenden, prijst zich met hen gelukkig en juicht ze toe. Weet dat dit net kinderen zijn die op kamers gaan: ze willen graag op eigen benen staan maar wel kunnen terugvallen op het vertrouwde nest. De ambtenaar van de toekomst maakt voor deze zelfredzamen graag uitzonderingen op de regels: weet dat niets zo ongelijk is als het gelijk behandelen van ongelijken.

Maar ondertussen... ‘Uit onderzoek blijkt’ dat vier miljoen volwassen Nederlanders zich buitenstaander voelen. Deze mensen kíjken niet alleen naar Hart van Nederland, ze zíjn het hart van Nederland. Volgens bureau Motivaction leven er middenin onze samenleving vier miljoen ontevreden mensen. Ze hebben het gevoel dat ze niet meetellen. Een derde van de volwassen bevolking! Goed voor vijftig kamerzetels. Ze doen de boekhouding, rijden taxi’s, staan op steigers en draaien ploegendiensten. Ze voelen zich overvraagd, en ondergewaardeerd – in de steek gelaten, vooral door de overheid. Ze leven in een verleden waarin alles beter was – omdat er goed voor hen werd gezorgd.

Misschien ligt de grootste maatschappelijke uitdaging bij deze vier miljoen mensen. Ze zorgen voor verkiezingsuitslagen waarbij ‘zomaar’ een derde van de kamerzetels naar de flanken links en rechts kan gaan. (Dat krijg je van algemeen kiesrecht ;-) Ooit konden we lachen om Boer Koekoek, een randverschijnsel. Populisme bevindt zich niet meer aan de rand, het is mainstream geworden.

‘Volksvertegenwoordiging’ wordt inmiddels heel letterlijk ingevuld: het volk wordt vertegenwoordigd, in woord en gebaar: ‘U (dat wel!) bent knettergek.’ Wim Kan zong het al: ‘Ik vertolluk, ik vertolluk, de gevoelens van het volluk.’ Het wachten is op de volksvertegenwoordiger die Gerdi Verbeet toebijt: ‘Fok Jou Bitch!’ Of eentje met een petje, bozig tegen de premier: ‘Watzmetjou?!’ Of een met een oranje pruik op, die in de hal van Nieuwspoort ‘Ollee-ollee’ aan het wildplassen is.

De ambtenaar van de toekomst begrijpt dat ontevreden hart van Nederland. Kent die gezinnen waar inlevingsvermogen, gemeenschapszin, tolerantie, matiging en zelfbeheersing geen vanzelfsprekende waarden zijn. Weet wat het is om je niet gehoord en niet gezien te voelen. Kent de onderbuik van Nederland maar al te goed – zowel de boze capuchons (‘Pannenkoek!’) als de wanhopige plusglazen (‘Zakkenvullers!). Hoeft niet naar Rondom 10 te kijken om te ontdekken hoe de machtelozen zich voelen: bang en boos, teleurgesteld en tekortgedaan. De ambtenaar van de toekomst weet wat hier nodig is: veel liefde, nog meer begrip en volstrekte duidelijkheid – inderdaad, zoals je kinderen grootbrengt. Opvoeden, de toekomst van de ambtenaar.

Gesproken column tijdens Reuring!Café van 13 mei 2009

Ik hoop dat mijn kinderen in opstand komen

Mijn generatie is aan de macht. Ik schaam me dood voor onze kortzichtigheid en behoudzucht. We zijn groot in klein denken. En goed in achteruitkijken.

Waar is onze aansprekende toekomstvisie? Waar blijven onze baanbrekende plannen om van Nederland het schoonste, slimste, gezondste en meest tevreden land ter wereld te maken? Waar zijn onze inspirerende vergezichten die vertrouwen in de toekomst geven? Plannen waar je blij van wordt, waar je in wilt geloven en die daardoor ook werken?

We weten dat deze crisis een uitgelezen kans biedt om alles wat achterhaald is en niet meer werkt achter ons te laten: vele 20e eeuwse verworvenheden (lees: zekerheden) die een gezonde en eerlijke ontwikkeling van onze samenleving inmiddels danig in de weg zitten. Gouden ketenen. Vastigheid en vadsigheid. Bescherming en bevoordeling van de gevestigden is de norm. Je zult toch jong zijn of van buiten komen en mee willen doen.

We kunnen een reuzensprong maken en de toekomst die we willen naar ons toehalen. Vanuit deze crisis transformeren naar iets nieuws, onszelf optillen naar een ander niveau van leven en werken. Dat is nog eens volksverheffing. Van consumeren naar produceren. Maken in plaats van opmaken. Misschien is er nog steeds niet genoeg urgentie. Moet het eerst nog gekker worden?

Ik hoop van harte dat mijn kinderen niet op ons wachten. Ik hoop dat ze massaal in opstand komen. Niet met van die suffe demonstraties. Nee, letterlijk in opstand: dat ze opstaan. Ik hoop dat ze volop gaan ondernemen en zich niets gelegen laten liggen aan onze heilige huisjes. Ik hoop dat ze niet wachten op de politiek. Ik hoop dat ze zich niets aantrekken van onze rituele dansen, achterhoedegevechten en schijnoverwinningen. Ik hoop dat hun wereld groter is dan de onze.

Ik hoop dat ze zaken ondernemen die bijdragen aan een betere wereld, om te beginnen Nederland – dat een voorbeeld kan worden voor de rest van de wereld: een schoon land, met gelukkige kinderen, creatieve ondernemers, gezonde werkers, trotse ouders en tevreden bejaarden. Ik hoop dat de jeugd van tegenwoordig tegen ons zegt: ‘Hoe jullie leven is zó 20e eeuws.’

Ik hoop dat mijn kinderen laten zien dat je kunt leven en werken zonder de aarde uit te putten, zonder buitenstaanders en nieuwkomers uit te sluiten en zonder anderen – mens en dier – uit te buiten. Ons laten zien dat in een wereld waarin alles met elkaar samenhangt je eigen belang en andermans belang uiteindelijk hetzelfde is. Een nieuwe kijk op waar we zo goed in zijn: eigenbelang.

Ik wil tegen ze zeggen: ‘Wacht niet op ons. Wij geven niet het goede voorbeeld. Doe het zelf. En ik kan alleen maar hopen dat jullie ons straks niet vergeten zijn.’

Ook te vinden op De Nationale Dialoog

woensdag, april 15, 2009

Krachtig bestuur, of krachtige bestuurders?

Gesproken column, Reuring!Café, Vereniging voor Overheids Management - 15 april 2009, Den Haag


Krachtig bestuur... Ik merk dat ik niet verlang naar krachtig bestuur. Ik verlang naar krachtige bestuurders.

Ik verlang naar krachtige bestuurders die wandelende voorbeelden zijn. Ik verlang naar politici en ambtenaren die in hun kracht staan. Ik verlang naar bestuurders die niets liever willen dan samenwerken – met collega’s, met burgers, met wie maar wil: samen werken. En niet ophouden tot problemen werkelijk zijn opgelost en projecten echt klaar. Niet versagen, volharden. Mensen die ten behoeve van het grote geheel zichzelf kunnen ontstijgen. Voorbij de kleingeestigheid en het dagelijkse gedoe. Grote mensen.

Ik verlang naar krachtige bestuurders – mensen die leven en werken vanuit vertrouwen in plaats vanuit wantrouwen. Die nergens bang voor zijn. Zeker niet voor andere mensen. Normaal doen. Het vuilnis buiten zetten. Zoals Michelle Obama daarover tegen de nieuwe president zei: ‘Yes, you can!’ Ik verlang naar krachtige mensen. Allemaal bestuurders – bestuurders van hun eigen leven.

Een krachtig bestuurder is de ambtenaar die ‘Nee’ zegt. Die grenzen stelt. ‘Nee’ zegt tegen consumerende, verwende of gewoon onbeschofte burgers. Of ‘Nee’ tegen een ambitieuze wethouder of gedeputeerde die wil scoren met een onuitvoerbaar, maar politiek o zo interessant plan.

Een krachtig bestuurder is de minister die zijn ambtenaren niet het bos instuurt maar zegt: ‘Ik kan je geen duidelijke opdracht geven want ik weet het niet precies. Kom met je beste ideeën. En alles mag.’

Een krachtig bestuurder is de Kamervoorzitter die tegen een zwartgallige jongeman met witgebleekte haren zegt: ‘Kom eens bij me, haal even diep adem’, een arm om hem heen slaat en heel zachtjes vraagt: ‘Lieve jongen, word je hier nou echt blij van? Van zo boos doen tegen andere mensen? Nee toch?!’

Een krachtig bestuurder is de premier die tijdens de Grote Recessie tegen zijn regering zegt: ‘Een ding: het woord ‘onbespreekbaar’ wil ik hier niet meer horen – we maken onszelf belachelijk, we zijn niet meer serieus te nemen. Alle heilige huisjes zijn vanaf nu bespreekbaar, ook dat huis van mij. Dus laten we beginnen met de hypotheekrenteaftrek te bespreken.’

Een krachtig bestuurder is de vakbondsleider die op haar beurt – gesteund door dit krachtige voorbeeld – tegen haar leden zegt: ‘Ik zou over het stapje-voor-stapje verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd kunnen zeggen: ‘Dat ga ik niet meemaken.’ Maar daarmee wek ik bij jullie valse hoop. Dat zou grootspraak zijn. Net zoiets als: ‘Ik geloof dat ik het van tafel kreeg’, terwijl ik weet dat het er nog op ligt.’

Een krachtig bestuurder is de staatssecretaris die op het jaarlijkse feestje van de bestuurskundigen zegt: ‘Ik weet dat jullie tot de redelijkste mensen van dit land behoren, het land met misschien wel de redelijkste overheid ter wereld. Maar dat is niet genoeg. Wat ik nu van jullie verwacht is wijsheid en compassie. Juist van jullie, en juist nu. Want wijsheid en compassie zijn echt nodig om iedereen mee te krijgen. Obama is de nieuwe maat. Voor mij, en ook voor jullie.'

U hoort het wel. Ik verlang naar krachtige bestuurders, naar mensen die in hun kracht staan. Dat wens ik iedereen hier dan ook van harte toe. Stap in je kracht. Eigen Kracht. Dan komt het met dat Krachtig Bestuur vanzelf wel goed.

Ik dank u voor uw aandacht.

(Deze column vind je ook op De Nationale Dialoog van De Publieke Zaak)

maandag, maart 23, 2009

Voortschrijdend inzicht ('Nooit te oud om te leren') - Speech voor onze Maria

"Als Minister van Economische Zaken wil ik - zeker nu het crisis is - innovatie stimuleren. Grappig genoeg had ik daarvoor in mijn vorige kabinetsperiode als Minister van Onderwijs juist de kans: geen betere economische stimulans dan het best denkbare onderwijs. Onderwijs dat gaat over een kind in zijn geheel, met al zijn talenten. Potentieel dat met geen Citotoets of examen te meten valt. Creativiteit en verbeeldingskracht, ondernemerschap en doorzettingsvermogen. Kwaliteiten die nodig zijn om echt iets nieuws tot stand te brengen, en die we meer dan ooit nodig hebben. Ondertussen ligt het talent voor het oprapen en we laten het met z’n allen liggen. We zien het niet en hebben er dus ook geen aandacht voor. En aandacht is nou net de sleutel. Tijd en aandacht voor elk kind. Omdat het er recht op heeft, en het economisch slim is.

Ik zie u denken: is dit onze Maria? Mea culpa? Nee hoor, nooit te oud om te leren. Gewoon voortschrijdend inzicht. Dat hebben we allemaal. Ik ook. ‘Een mens is ook maar een minister’, om Wim T. Schippers aan te halen. Bij mij ging het als volgt. Ik hoorde over een kind van twaalf jaar oud. Een muzikale Haagse jongen. Een creatief en ondernemend kind. Zo creatief en ondernemend dat mijn collega van Sociale Zaken hem een ontheffing van de wettelijke regels voor de kinderarbeid heeft verleend. Diezelfde jongen is dyslectisch, en zijn hersenen werken anders dan bij de meeste kinderen. In ons onderwijssysteem heeft hij dus ‘leerproblemen’. Nu komt hij in aanmerking voor LWOO, leerweg ondersteunend onderwijs. Dan krijgt zijn school voor hem tweemaal zoveel budget als voor een ‘normale’ leerling. Godzijdank heeft hij genoeg eigenwaarde om zijn nieuwe label niet te beleven als een afgang of een handicap. Want hij weet wat hij in zijn mars heeft. Hij heeft zin in zijn nieuwe school – met maximaal vijftien leerlingen per klas. Dus volop aandacht, alle tijd voor betrokkenheid! Bijna De school van Prem, met z’n tienen in een kasteel. Maar dat is eenmalig voor de televisie, en dit is echt.

Het heeft mij aan het denken gezet. Dit kind heeft geluk: hij heeft een officieel erkend probleem. Maar met z’n vijftienen in een klas, dat gun je toch elk kind? Vreemd genoeg hebben we het gewoon niet over voor onze kinderen. Het is stuitend en dom tegelijk, daar ben ik nu wel achter. Want ondertussen besteden we ons geld wel aan de gevolgen van het falende systeem. Wat zijn de maatschappelijke kosten van een onderpresteerder of een schooluitvaller? En wat lopen we met z’n allen mis aan productiviteit en belastinginkomsten als iemand niet meedoet, niet optimaal functioneert?

We zijn nog steeds, ondanks de crisis, een van de allerrijkste landen ter wereld, maar of we het nou hebben over lerarensalarissen of kleinere klassen, bijscholing of extra begeleiding, de discussie gaat niet over nut en noodzaak maar altijd weer over geld – dat we wel hebben maar anders willen besteden. Maar uiteindelijk zijn we dat geld toch kwijt: aan problemen waarvan we er waarschijnlijk veel kunnen voorkomen – door het best denkbare onderwijs. We zien het onderwijs als een kostenpost, in plaats van een investering in onze eigen toekomst. Het is Hollandse zuinigheid, en klassieke kortzichtigheid. Zeker nu.

Degenen die het zich kunnen veroorloven laten hun pubers op het nippertje bijspijkeren bij Luzac, of kopen voor hun kleuters gegarandeerde aandacht bij Florencius. Het Gooi redt zich prima, crisis of geen crisis. Kinderen van betrokken ouders komen er ook wel. Maar je zult toch ouders hebben die niet goedgebekt, hoogopgeleid of veelverdienend zijn. Ik gun elk kind een klas van vijftien kinderen. En elke leerkracht ook. Het is te zot voor woorden dat je eerst een officieel probleem moet hebben (of zijn) om de aandacht te krijgen die je verdient. Elk kind heeft recht op Speciaal Onderwijs. Omdat alle kinderen speciaal zijn.

Wat zouden we met z’n allen er op vooruitgaan – materieel en immaterieel – als we werkelijk gingen investeren in onze toekomst: onze eigen kinderen. Die aandacht gaat zich terugbetalen. Dat is nog eens innovatiesubsidie. En effectieve crisisbestrijding. Je krijgt er een nieuwe maatschappij voor terug: een duurzame samenleving waarin het niet om GSM: geld, macht en status gaat, maar om mensen. Om te beginnen in het onderwijs. Ik dank u voor uw aandacht."

(Speech voor minister Maria van der Hoeven, haar graag aangeboden door André Meiresonne - geplaatst op educare.nl)

donderdag, maart 12, 2009

Going back to my roots

Hoe toepasselijk kan een songtekst van dertig jaar geleden zijn?

Zippin' up my boots
goin' back to my roots
To the place of my birth
back down to earth.

I've been standing in the rain
drenched and soaked with pain
Tired of short time benefits
and being exposed to the elements.
I'm homeward bound
got my head turned around.

Zippin' up my boots
goin' back to my roots
To the place of my birth
back down to earth.

Ain't talkin' 'bout no roots in the land
talkin' 'bout the roots in the man.
I feel my spirit gettin' old
it's time to recharge my soul.http://www.blogger.com/img/blank.gif

I'm zippin' up my boots
goin' back to my roots
To the place of my birth
back down to earth.


Kijk en luister hier naar de discoklassieker van Odyssey.


En kijk even op dit blogje voor het verband met de crisis.

donderdag, maart 05, 2009

Waarderen door complimenteren - positieve bekrachtiging werkt

Er groeit een verlangen naar fundamentele verandering. Het is niet voor niets dat er een golf van enthousiasme over de wereld ging toen Barack Obama tot president van de Verenigde Staten werd gekozen. Hij belichaamt een hoopvol verlangen naar verandering. En: hij laat zien dat het kan. Maar verandering van wat? Van een steeds dieper gevoelde behoefte aan geloof in mensen en hun mogelijkheden. En dat willen aanboren. ‘Kom maar tevoorschijn en laat maar zien wat je kunt. Je kunt meer dan je denkt.’ De stemming waarmee Obama de verkiezingen won. De tegenpool van ongeloof en cynisme.

Vertrouwen en waarderen
Gebrek aan vertrouwen, en verlangen naar verandering. Dat is waar we staan. Het materialisme is doorgeslagen. Er is een immaterieel antwoord nodig op de materiële crisis. Hoe verschuiven we de focus van korte termijn gewin naar lange termijn geluk? De financiële crisis heeft alles te maken met waarden. En dat is heel wat anders dan beurswaarde. De financiële waarde van bedrijven en vastgoed blijkt schromelijk overschat, terwijl de immateriële waarde zwaar is onderschat. We zijn bedrijven en bezittingen opnieuw aan het waarderen. Dat kunnen we ook doen met de mensen die er aan verbonden zijn. Want organisaties uit bestaan uit mensen. Zij vormen het werkelijke kapitaal. Dat menselijk kapitaal kun je ook waarderen. Niet door hen op de balans te zetten. Of door te speculeren over hun toekomstige waarde of schaarste. Het kan door hen naar waarde te schatten. En dat kan dagelijks. Niet materieel, in de vorm van bonussen met alle mogelijke ontsporingen van dien. Nee, immaterieel. In de vorm van werkelijke en individuele waardering. Menselijk, betrokken. Oprecht en waarachtig. Aandacht voor iemands inzet, voor iemands betrokkenheid. Als iemand iets goed doet. Of het goede doet. Elke keer. Elke keer? Ja, elke keer weer!

Complimenten
Voor dat dagelijks waarderen bestaat een vorm: complimenteren. Complimenteren is de krachtigste vorm om de sfeer in een organisatie te verbeteren en de prestaties van de medewerkers te verhogen. Complimenteren is een vorm van bemoediging en bekrachtiging. Daar is grote behoefte aan. Ook op het werk. Zonder soft of vaag te worden. Realistisch en eerlijk. Hoeveel bemoedigende boodschappen geven en ontvangen we op het werk? Hoe vaak zeggen we: ‘Goed gedaan.’ of ‘Bedankt’? Hoe vaak geven we elkaar een welgemeend compliment? We zijn ongelofelijk terughoudend in het uitdrukken van waardering naar elkaar. Terwijl we er zo’n grote behoefte aan hebben.

Positief of negatief
Hoe werken complimenten? Complimenten halen het beste naar boven, omdat ze het beste benoemen. Een compliment maakt op een positieve manier duidelijk welk gedrag gewaardeerd wordt. Degene die het compliment ontvangt weet dat en kan uit verlangen naar die waardering dat gedrag vaker vertonen. Want gewaardeerd gedrag zet je voort, het herhaalt zich. Complimenteren is een vorm van positieve bekrachtiging. Het is het tegenovergestelde van negatieve bekrachtiging. Dan wordt er druk uitgeoefend, of er is sprake van dwang of sancties. Een voorbeeld is afgedwongen verandering. Je doet het niet uit vrije wil, of omdat je zin hebt om dat te doen. Je doet alleen maar het hoogst noodzakelijke en je houdt er ook weer zo snel mogelijk mee op. Daarom mislukken zoveel verandertrajecten. En in samenlevingen en bedrijven met een steeds hoger opleidingsniveau laten steeds minder mensen zich dwingen.

Druk en dwang komen goed beschouwd voort uit angst. Angst dat iets niet vanzelf gaat. Of niet op de gewenste manier gaat. Vaak ontstaat druk en dwang ook uit de behoefte om op korte termijn iets voor elkaar te krijgen. Of uit angst om de controle te verliezen. Dan kan het zelfs door roeien en ruiten gaan. Vaak met weinig duurzaam resultaat. En soms ook tegen hoge kosten (handhaven, straffen). Druk en dwang werken ook via angst. Belonen, waarderen en complimenteren is het omgekeerde van controleren, dreigen en straffen. De aandacht gaat uit naar wat goed is, in plaats van wat niet goed gaat.

Creativiteit en groei
Belonen laat ook ruimte. In die ruimte kan creativiteit gedijen. Voor creativiteit heb je nu eenmaal ruimte nodig. Om creatief te zijn moet je risico durven nemen: uitproberen, het fout laten gaan, overnieuw beginnen. Angst om gestraft te worden belemmert creativiteit. Ook gehoorzaamheid belemmert creativiteit. Gehoorzaamheid is uiteindelijk vermijding van straf. Daarom is gehoorzaamheid, met op de achtergrond dreiging met straf, de dood in de pot. Gehoorzaamheid ontstaat door druk en dwang: er moet van alles wel, en er mag van alles niet.
Creativiteit vraagt om onbevangenheid en zelfvertrouwen. Die kwaliteiten groeien niet in een sfeer van angst. wel in een sfeer van bemoediging en bekrachtiging. Daarom draagt complimenteren bij aan het creëren van een innovatief klimaat. Een omgeving waarin geen angst is om het fout te doen en juist het goed(e) doen wordt toegejuicht.

Natuurlijk is het nodig om grenzen te stellen aan ongewenst gedrag. Maar het is de vraag of dat moet in de vorm van straffen. Want daarmee voed je schuld en schaamte. Wat weer een remmende en beperkende werking heeft op het vrij laten stromen van de creativiteit. Grenzen stellen kan ook in de vorm van het waarderen van gewenst gedrag. Ook hier geldt: richt je op wat beslist niet mag (of op wat persé moet), of waardeer het gedrag dat wel gewenst is. Alles wat je aandacht geeft groeit... ook het negatieve!

Gedragsverandering
Beloning is veel effectiever dan straf. Straf zorgt voor vermijdingsleren en angstmotivatie. Mensen doen alleen het minimum dat gevraagd wordt en er is veel controle en toezicht nodig. En het werk wordt er vervelend door. Bij de meeste organisaties wordt toch op die manier leiding gegeven. Managers denken vaak dat mensen voor 80% worden gemotiveerd door aansporingen, maar dat is maar 20%.

Gedrag wordt voor 80% door consequenties bepaald. Het heeft dus geen zin om mensen tien keer hetzelfde te vragen of je alleen te beperken tot communicatie (flitsende brochures, handboeken en optredens). Deze zijn belangrijk om een eenmalige gedragsverandering op gang te brengen, maar leiden niet tot duurzame verandering. Doorvoor zullen mensen positieve consequenties moeten ervaren in de vorm van concrete vooruitgang.

Ook op de consequenties zelf blijkt de 80-20 regel van toepassing: 80% van de consequenties zijn negatief, 20% is positief. Terwijl om effectief leiding te geven dat precies omgekeerd zou moeten zijn: 80% belonen en 20% straffen. Dus vier complimenten tegenover hooguit een kritiekpunt.

Beïnvloeding, of manipulatie?
We zijn continu bezig elkaars gedrag te beïnvloeden, of we willen of niet. Sterker nog: het is de taak van de leidinggevende om dit te doen. Elke succesvolle leidinggevende weet dat oprechtheid en authenticiteit sleutelfactoren zijn om tot lange termijn resultaten te komen. Onoprecht complimenteren zal dan ook niet werken, sterker nog, contraproductief zijn. Complimenteren heeft alleen duurzaam effect als het geen kunstje wordt, maar voorkomt uit een persoonlijke vertrouwen dat het meer effect heeft dan negatieve feedback.

Bewerking van een artikel dat verscheen in Tijdschrift voor Management Development, voorjaar 2009.

Auteurs: André Meiresonne, Marius Rietdijk, Bram Schaper

Mr A.A. Meiresonne (a.meiresonne@planet.nl) is trainer, spreker en schrijver. Hij is o.m. voor Bout en Partners docent Ik en de Anderen bij de Baak Management Centrum VNO-NCW en auteur van Zin! Leidinggeven aan jezelf en anderen (www.zinboek.nl) en het zojuist verschenen Vrij! Leef je eigen leven (www.vrijlevenboek.nl).

Drs. M.M. Rietdijk (mariusrietdijk@plimenten.com) is directeur van plimenten.com, organisatieadviseur en universitair docent Strategie en Gedragsverandering aan de VU. Hij is o.a. auteur van Slag om de toekomst en en hoopt in 2009 te promoveren op Organisaties conditioneren. De invloed van beloning en straf op werkprestaties.

Drs. Ing. Bram Schaper (bramschaper@plimenten.com) is directeur van plimenten.com, organisatieadviseur en coach gedragsverandering bij NedTrain.

dinsdag, februari 10, 2009

Crisis is naar, maar hoeft niet erg te zijn

CRISIS IS NAAR, MAAR HOEFT NIET ERG TE ZIJN. Je zit er niet op te wachten, maar de verandering die in de lucht hangt is welkom. Veranderen is niet makkelijk, maar meestal wel nodig. Om bij te blijven, en om vooruit te komen. Soms is daar een crisis voor nodig, maar daar kun je beter uit komen. Als je zo diep gaat als je kunt. Over veranderen en het vergroten van bewustzijn geef ik workshops en lezingen, schrijf teksten en artikelen en maak boeken.

CRISIS IS DE ULTIEME KANS OM EEN NIEUWE STAP TE MAKEN, OM TE TRANSFORMEREN. Want oude regels en bestaande manieren, wat gebruikelijk en gewoon is.... het werkt niet meer. In je relatie, je werk, je organisatie. Als het echt tegenzit is er urgentie. Je kunt diepgaande veranderingen doorvoeren, omdat de weerstand is verdwenen. Ik heb er een boek over geschreven: Vrij! Leef je eigen leven - over het nut van crisis, en transformatie als uitkomst.

CRISIS LEVERT VRIJHEID OP, WANT JE HEBT WEINIG MEER TE VERLIEZEN. Wat je kent raakt je kwijt, er wil iets nieuws geboren worden. Crisis geeft ruimte aan creativiteit, je gaat weer ondernemen. Vlak boven het nulpunt kun je de energie in een organisatie een andere kant opsturen. Weer gaan werken met passie en gedrevenheid. Kwaliteit leveren. Een bekend voorbeeld: zonder het Ahold-drama was Albert Heijn niet opnieuw zo’n goeie supermarkt geworden.

DE UITWEG VIND JE BENEDEN, DOOR AF TE DALEN IN HET BEWUSTZIJN. Eerst naar de wortels, naar waar het allemaal om begonnen was: iets bieden waar een ander op zit te wachten. Wat maakt jou of jouw organisatie uniek en onderscheidend? Waar ben je goed in, wat doe je het liefst? Waar loop je warm voor, waar gaat je hart naar uit? Terug naar de oorsprong en weer waarde toevoegen. Mijn ervaring: in een crisis wil wat werkelijk van waarde is (weer) tevoorschijn komen - en daar ga je met meer bewustzijn (opnieuw) vorm aan geven.

Ervaring met verandering
Begin jaren tachtig, bezuinigingen alom. Na mijn afstuderen kwam ik terecht bij de Stichting Film en Wetenschap. Jarenlange ervaring met educatieve film en video, maar ook verstofd en bedreigd. Zes jaar later was de organisatie getransformeerd tot een bruisende verzameling audiovisuele bedrijven en educatieve activiteiten – innovatief en ondernemend.
Begin jaren negentig raakte ik betrokken bij Weleda. Daar maken ze al sinds de jaren ‘20 geneesmiddelen en verzorgingsproducten. Volledig ambachtelijk en 100% natuurlijk. Maar hun prachtige producten dreigden uit de schappen te verdwijnen: vergrijsd klantenbestand, onvoldoende promotie. We zijn de onovertroffen kwaliteit van de producten en de bijzondere achtergrond van het bedrijf gaan benadrukken. Weleda is nu een succesvolle duurzame onderneming.
Enkele jaren geleden verbond ik me met D66. Ogenschijnlijk geen goed moment. Zes verkiezingsnederlagen op een rij. Ik heb meegewerkt aan het opnieuw formuleren van de uitgangspunten voor toekomstgerichte vrijzinnig-liberale politiek. Duidelijke focus, heldere kaders, toepasbare richtingwijzers. Het werkt. Inmiddels is D66 de politieke partij met de grootste ledenaanwas.

donderdag, januari 29, 2009

Naar, en ook mooi (als er liefde is)

In de kerstvakantie overleed Nick. De man van de beste vriendin van mijn vrouw. Tweeënveertig, twee kinderen. Niet eerlijk, onbegrijpelijk, moeilijk te verdragen. Hij had kanker. Vier jaar geleden al. Toen redde hij het nog. Nu was het klaar. Zijn lichaam was op. Hij ging over.

Bijna twee weken was mijn vrouw weg. Ze was in Zwitserland, aan het meer van Genève. In de verte af en toe de Mont Blanc. Maar daar kwam ze nu niet voor. Ze was er voor haar vriendin, en de kinderen. En voor Nick. Om het voor hen allemaal minder moeilijk, minder zwaar te maken. Er waren nog meer mensen. Familie, vrienden. Met elkaar hadden ze een heftige tijd. En gek genoeg, ook een hele mooie tijd. Voor hen een tijd om nooit te vergeten. Zo intens. ‘Ik voel zoveel liefde,’ zei Nick z’n dochter van negen.

Thuis hadden we vanaf de kerstdagen ineens een jongenshuishouden. Zo lang waren nog nooit met z’n vieren geweest. Zonder ‘mama’. We hebben het goed gehad. Alles samen gedaan. Echt met elkaar. Geen taakverdelingen, geen rollen. Alles in overleg. Boodschappen, koken, opruimen. Overal de tijd voor nemen. Niet haasten, geen druk.

Het hielp dat het de eerste week nog vakantie was. De tweede week werd al lastiger om het zo relaxed te doen. De jongens gingen weer naar school. Huiswerk, SE’s. Ik wilde weer aan het werk, me kunnen concentreren. Toen voelde ik hoe lastig het is om zo soepel te leven als school en werk roepen. En toen mijn vrouw terugkwam waren alle wasmanden vol. Dat waren we vergeten. Want we hadden nog schone kleren genoeg.

Schitterend weer was het op de dag van de begrafenis. Volop zon, een wintersblauwe lucht. Rijp op de bomen, sneeuw op de grond. We liepen over het middenpad achter de kist de kerk uit. De deuren gingen open en het witte sneeuwlicht stroomde naar binnen. Of je de hemel in keek.

Nare dingen kunnen ook zo mooi zijn. Als je het goed hebt met elkaar. Als er liefde is.

maandag, januari 19, 2009

Het groeiende verlangen naar menselijk en duurzaam leven

De financiële crisis is een blessing in disguise. Een kans om het echt anders te gaan doen. Want er klopt iets niet in hoe we het doen met z’n allen en hoe we met elkaar omgaan. Dat voelen we allemaal wel. Niets voor niets zijn zoveel mensen blij met Barack Obama. Er moet iets veranderen. Maar wat precies? Het gaat over verdeling van macht en rijkdom. Maar hoe dan? Zomaar weggeven wat we in jaren hebben opgebouwd? Samenwerken met mensen die we niet vertrouwen? En toch, we voelen ons steeds minder op ons gemak bij ellende, of het nou in het groot is of in het klein. Oorlog en honger ver weg, maar evengoed falend onderwijs en tekortschietende zorg, we kunnen er steeds minder tegen. Gelukkig maar, want dan kan er iets veranderen. Tenminste, als genoeg mensen het willen. De financiële crisis is een uitgelezen kans om alles wat we niet meer verdragen aan te pakken.


Wat is er gebeurd?

In alle drukte en opwinding van de jacht naar groter en meer zijn we kwijtgeraakt wat we eigenlijk willen, waar we ten diepste naar verlangen. Wat willen we graag onbevangen, creatief en inspirerend zijn. Zeker, stevig, vastberaden – innerlijk en uiterlijk. We verlangen naar eenvoud en kwaliteit, eenheid en verbondenheid. Inderdaad, precies wat we zo bewonderen in Obama! Daarom zijn zoveel mensen blij met hem. Want hij belichaamt dat verlangen, hij is die hoop op verandering. Want diep van binnen willen we allemaal graag ruimhartig en ruimdenkend zijn. Zijn we het misschien ook wel. ‘Cool, calm and collected,’ zoals Obama. Authentiek en kwetsbaar, zoals steeds meer jonge mensen. En vrij van oordeel, vrij van angst, zoals de grote spirituele leraren ons voorleven. Maar hoe komen we daar? Door deze crisis tot op de bodem te doorleven.

De financiële crisis gaat ook door - en komt weer terug - totdat we de boodschap hebben begrepen. We kunnen er niet langer op los leven, op de pof en ten koste van anderen - liefdeloos, zonder besef van wat we aanrichten. Uitbuiten van andere mensen en uitputten van de aarde, uitsluiten van anderen en uitschakelen van tegenstanders – het gaat zo niet langer. Zeg maar alle dingen die je niet kunt uitleggen aan je kinderen. Dus zonder moeilijke woorden en ‘lekker belangrijk’ begrippen en verhalen. En dat ‘aanrichten’ is misschien ook wel het verband tussen de opstapeling van crises: kredietcrisis, klimaatcrisis, energiecrisis, voedselcrisis en niet te vergeten alle oorlogen die we voeren over natuurlijke rijkdommen.

De jacht naar alsmaar meer

We zijn onszelf kwijtgeraakt in een jacht naar alsmaar meer. En waar gaat het over? Geld, status, macht – zaken waar je nooit genoeg van kunt krijgen. Roem en fortuin – allemaal illusies. We zijn er wezenloos van geworden. Letterlijk: zonder wezen. We zijn ons wezen kwijtgeraakt. Kwijt wie we in wezen zijn. De crisis waar we in zitten kan ons helpen uit te vinden wie we zijn, wat we willen, en wat we kunnen worden. Mensen die liefdevol met elkaar willen leven. In een omgeving waarin niemand de baas speelt. Geen vooropgezette bedoelingen. Geen verborgen agenda’s. Geen machtsspelletjes. Geen manipulaties. Echt samen leven. De wereldwijde beweging is duidelijk. Steeds meer mensen willen dat het om mensen gaat. Zodat zoveel mogelijk mensen tot hun recht kunnen komen. In een wereld waarin iedereen zich gezien voelt en meetelt - en daarom ook meedoet. Waarin mensen geen nummers zijn, kinderen en patiënten geen elektronische dossiers, medewerkers geen fte’s.

De stap naar echt samen leven

Deze crisis geeft ons de kans een volgende stap te zetten naar echt samen leven. Een stap die alles te maken heeft met oprechte aandacht en werkelijke betrokkenheid – voor onszelf, elkaar en onze omgeving. Met een groot woord: Liefde. Want liefde is het cadeau dat op de bodem van het dal op ons ligt te wachten. Liefde voor elkaar en liefde voor het leven – menselijk en duurzaam. De economische kans die dat oplevert is niet te becijferen.

dinsdag, januari 06, 2009

Ontwapen je angst (Najiba Abdellaoui) - Of: Nieuwjaarswens 2009

Pak een grote zware hamer
(je weet wel die ene)
en haal de muren van je hokje naar beneden
Dit is stap één

Pak tussen het puin
je koffer met gesloten ogen
Neem alleen het hoognodige mee
Alleen wat je ooit gevonden hebt
en dat wat je bereid bent te
verliezen
Ga dan op pad

Kijk bij iedere stap die je neemt
verder dan je blik
de koker van je gedachtes
Laat jezelf los
en meevoeren met alle streken
van de wind
Praat met de kwajongens
vossen
vreemden
Lees jouw verhaal
in hun spiegelbeeld
en breek het met steentjes

Haal de angst uit je bitterheid
maar bovenal
ontwapen je angst

Ontdoe jezelf van
Kwetsende granaten
Gefrustreerde pijlen
Onzekere onderzeeërs
Belerende bommen
Stekende sneren
Ieder stuk uit jouw haatzaaiende woordenarsenaal

Ontwapen je angst
(ontwapen mij)
Haal de angel uit je verbetenheid
Doe het licht aan
(verlicht)
en zaai ongeladen woorden

Najiba Abdellaoui


Najiba Abdellaoui heeft vrijdagavond [12 december] het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam gewonnen. In discotheek Tivoli in Utrecht deden tien dichters een gooi naar de winst in de dichtwedstrijd. Abdellaoui werd door de jury geprezen vanwege haar ,,virtuoze taalbehandeling''. (De Pers, 13 december 2008)

donderdag, december 11, 2008

Je kunt nog jaren mee! (Old School Rules!)

Pijnlijke tijden. Vooral voor de gevestigden. Voor iedereen die dacht het voor elkaar te hebben. Zoals: binnenkort met pensioen. Dat duurt ‘ineens’ een stuk langer. En: welk pensioen? Het kan ‘zomaar’ verdampen. En als MD’er heb je er een probleem (‘aandachtsgebied’) bij: de vijfenvijftigplusser die nog jaren ‘mee moet’.
Niet lang geleden werkte ik met operators op een energiecentrale. Een behoorlijk deel van hen werkte daar al meer dan dertig jaar. Bij de oplevering van het complex waren ze ingestroomd. Net klaar met hun technische opleiding. Trots op hun werk bij hun centrale. In ploegendiensten. Leuk werk met leuke toeslagen. Opgewekt wekten ze stroom op. Dat opgewekte ging er in de loop van de jaren wel wat van af. Automatisering en bezuinigingen betekenden steeds minder collega’s. Dus ook minder gezellig. Vooral ’s nachts. Maar het bleef hun werk op hun centrale.
Toen kwam de eerste uitstroom op gang. Collega’s die gebruik maakten van alle goudgerande regelingen die tot voor kort bestonden. ‘Ben je van voor of na 1-1-47?’ was de meest gestelde vraag. ‘Van daarvoor’ kon gaan vissen met z’n maten en gaan fietsen met z’n vrouw, ‘van daarna’ had pech en bleef boos achter. Die moesten ‘ineens’ nog heel lang. Veel langer dan waar ze op gerekend hadden. Maar de grootste schok moest nog komen. Dat waren hun nieuwe collega’s. Dertig jaar jonger. Goed opgeleid. En ambitieus.
Deze ‘jonkies’ bestonden het om na een week te zeggen: ‘Zo, nou wil ik wat anders doen!’ Stel je voor... Je hebt dertig jaar lang dag en nacht min of meer hetzelfde werk gedaan. Dan komt er iemand binnen die zich na een week begint te vervelen. Iemand met een hbo-opleiding, terwijl jij mbo-er bent. Die vanwege zijn leeftijd en ervaring de helft verdient wat jij verdient. Maar ondertussen wel twee keer zo snel werkt. Alleen al omdat hij alles veel eerder begrijpt dan jij. Ineens ben je oud, langzaam en duur.

Extreem voorbeeld? Zal best. Maar vijftigenvijftigplussers – en niet alleen mbo’ers, hbo’ers en wo’ers evengoed - zeggen niet voor niets dat ze geen kans meer maken op de arbeidsmarkt. Jong en willig, gezond en ambitieus, dat is wat we zoeken. Mensen die je om een boodschap kunt sturen. Maar de demografische piramide verandert onherroepelijk. We hebben de vijfenvijftigplussers binnenkort hard nodig. En dan doemt op wat we tot nu toe niet hoefden te zien. Achterstallig onderhoud. Oorzaak: een veel te opgewekt zelfbeeld van de senioren. Junioren zien hen heel anders.
Hoe dan? Vergelijk het met het beeld van het Westen in de ogen van mensen in het Oosten. Volgens sommigen een karikatuur. In ieder geval lastig om te horen. Want wat zeggen ‘ze’ over ons? ‘Ze zijn zelfvoldaan, arrogant. Ze willen de baas spelen. Ze denken het allemaal te weten. Ze zijn naar binnen gekeerd, op zichzelf gericht.’ Herkenbare overeenkomsten met onze senioren? Wie kent ze niet? Mannen - inderdaad: veel mannen! – die niet in de gaten hebben dat ze niet meer aansluiten. Dat hun powerplay niet meer werkt. Hun dominant gedrag weinig impact meer heeft. Grote grijze gorilla’s die steeds minder indruk maken.

Als MD’er word je wel geacht iets voor deze groep te doen. Niet alleen vanwege de komende krapte op de arbeidsmarkt, maar ook omdat ze voor veel geld op de loonlijst staan. En blijven staan. Hebben ze nog potentieel? Hoe kan dat tevoorschijn komen? Wat is daar voor nodig? Bescheidenheid! ‘Give up your domination. Adjust to the new world order.’ is het advies aan het Westen van een onconventionele oud-diplomaat, de Singaporees Kishore Mahbubani. Hij schreef de bestseller De eeuw van Azië. Misschien ook wel van toepassing op de vijfenvijftigplussers die ‘ineens’ nog tien jaar mee moeten. Erken de veranderde situatie. Je bent niet meer de baas. Er zijn anderen die minstens zo goed zijn.
Het begint met het besef wie het salaris van de vijfenvijftigplussers verdienen: hardwerkende twintigers en dertigers. Zij buffelen, zij zorgen voor de hefboom. Zoals de westerse rijkdom niet zou bestaan zonder al die harde werkers in de opkomende economieën. En het daarbij behorende besef dat we elkaar nodig hebben en op elkaar aangewezen zijn. Net als het Westen kunnen vijfenvijftigplussers zich steeds minder op hun macht beroepen. Dus? Ken je plaats! Voor een ander je er hardhandig op wijst.

Ondertussen zijn er veel mensen van in de vijftig en zestig die het juist goed doen. Die iets toevoegen. Die vanwege die waarde gevraagd en gewaardeerd worden. Wat aan hen opvalt is dat ze niet bezig zijn met machtsspelletjes. Ze zijn integer en toegankelijk. Je ziet jonge mensen naar hen toetrekken. Die voelen zich bij hen op hun gemak. De grijze haren zijn eerder vertrouwenwekkend dan indrukwekkend.
Deze senioren weten heel goed wat ze allemaal niet weten. Hun mobieltje vinden ze vaak al te ingewikkeld. Maar ze weten ook dat het daar uiteindelijk niet om gaat. Ze weten wat ze waard zijn. Ze kennen hun eigen waarde, ze hebben eigenwaarde. Het laatste wat ze doen is concurreren. Want ze weten dat ze daar veel te oud voor zijn. Wat ze wel kunnen is aansluiten, levelen. Deze mensen verdienen op een natuurlijke manier respect. Sterker nog, ze zijn in de ogen van jonge mensen zelfs cool.
Hoe ben je overduidelijk old school maar ondertussen toch alom gewaardeerd? Door te genieten van het aanstormend talent. Door niet bang voor ze te zijn. Hen te waarderen voor wat ze tot stand brengen. Soms totaal anders dan wat je zelf zou bedenken en vaak in onbegrijpelijk korte tijd. Laten weten dat jij dat echt niet kunt. En dat je trots op ze bent. Hartstikke trots. En door ze een moreel kompas te bieden. Door ‘Dat kun je niet maken! Dat doe je toch niet?’ voor te leven. Inderdaad, zoals je kinderen grootbrengt. Je bent toch ook niet bang voor de ontwikkeling van je kinderen? Daar geniet je toch van? Het bestaansrecht van een senior wordt bepaald door zijn waarde voor een junior. Niet door de baas te spelen. Want dat lukt vroeg of laat toch niet meer.
Praktisch? Heb je als senior de moed om elke junior in je omgeving de vraag te stellen: ‘Ben jij blij met mij?’ En: ‘Wat zou ik kunnen doen waardoor jij blij van mij wordt?’ en ‘Wat zou ik kunnen laten zodat jij blij van mij wordt?’ Goede kans je te horen krijgt: ‘Geef me de ruimte’, ‘Vertrouw me’, ‘Laat het mij op mijn manier doen’, ‘Zorg goed voor me’, ‘Wees niet bang’, ‘Luister naar me’, ‘Wees duidelijk’, ‘Wees eerlijk’, ‘Laat je waardering blijken’, ‘Vertel me vooral wat goed gaat’, ‘Wees doorzichtig’, ‘Hou niets achter’. Inderdaad, alle bekende antwoorden. Je weet het allang. En nu gewoon doen. Dan kun je nog jaren mee. Old School Rules!

Verschenen in: Tijdschrift voor Management Development, nummer 4, winter 2008

woensdag, november 12, 2008

Cool, calm and collected - Obama's eigenwaarde

‘It feels like hope won. (…) It feels like there’s a shift in consciousness. It feels like something really big and bold has happened here (…). It feels like anything is now possible,’ zei Oprah Winfrey op CNN na de overwinning van Barack Obama. Vanuit Grant Park in Chicago. Met tranen in haar ogen. Net als Jesse Jackson, vlak bij haar. En Colin Powell de volgende ochtend.

Het waren niet alleen zwarten die huilden. Ik heb de dagen die volgden veel mensen horen vertellen dat ze waren volschoten. Toen ze Barack Obama met zijn vrouw Michelle en hun dochters het podium zagen opkomen. Op verschillende momenten tijdens zijn overwinningstoespraak. Gewoon blanke Nederlanders. Niet alleen vrouwen, ook mannen. Ik ook. Mijn vrouw - die dat bijna nooit doet - ook. Collega’s ook. Yes We Can!

Best gek. Mensen die huilen omdat iemand tot president van Amerika is verkozen. Ik weet nog dat mensen huilden om een Amerikaanse president. Maar die was doodgeschoten. Toen huilden ze door de schok, van verdriet. Nu van blijdschap en ontroering. Dat kan een man dus bereiken. One Man. Huilende mensen over de hele wereld. Vreugdetranen. Je kunt het sentimenteel noemen. Lekker veilig. Of cynisch?

Het ontbreken van cynisme is een van de dingen die me aan Obama opvallen. Dirty campaigning leek nauwelijks vat op hem te hebben. Als water van een eend gleden de aanvallen van hem af. Tot wanhoop van zijn tegenstanders. Hij ging er ook niet bovenstaan. Net zoals zijn victoryspeech niet triomfantelijk was. ‘He’s cool, calm and collected’ zoals een dominee - Alvin Love, what’s in a name? - over hem zei.

Obama geeft mensen hoop op een betere toekomst. Volgens sommigen valse hoop. Maar hij heeft nieuwe groepen mensen naar de stembus gekregen. Uiteraard om op hem te stemmen. Mensen die nog nooit gestemd hadden. Omdat ze dachten dat het toch niet veel zou uitmaken. Wel dus. Zonder de hoogste opkomst ooit (met al die nieuwe jonge en gekleurde kiezers) had het heel anders kunnen aflopen. Was er in ieder geval minder gehuild.

Het verhaal van Obama is op papier een onmogelijk verhaal. Daarom is het ook een Amerikaans verhaal. Hij komt niet uit een rijke en machtige familie. Zoals de Kennedy’s. Vader weggelopen, moeder kwijt. Opgevoed door zijn oma. Geen cent te makken. De familie zoekt nu een puppy, in het asiel. Vuilnisbakkenras. ‘Een mengelmoes, just like me.’ Dan moet je zelfvertrouwen hebben. En eigenwaarde.

Dat gevoel van eigenwaarde is wat Obama aantrekkelijk maakt. Hij staat er. Cool, calm and collected. Hij is niet boos, hij is niet opgewonden. Hij is begrijpelijk. Gebruikt geen moeilijke woorden als het niet nodig is. Maar weet wel waar hij het over heeft. Hij sluit niets en niemand uit, hij sluit geen anderen buiten. Hij is een ster maar heeft geen sterallures. En misschien het belangrijkste: hij is niet tegen. Hij is voor.

Nog even terug naar Oprah. Hysterisch? Of heeft ze een feilloos gevoel voor wat er gaande is in de wereld? Ik vermoed het laatste. ‘There’s a shift in consciousness.’ Een bewustzijnsverandering. Begin november 1988 stond ik bij de Berlijnse Muur. Als iemand mij toen gezegd had: ‘Over een jaar staan hier mensen op te dansen’ had ik het niet geloofd. Onvoorstelbaar. Dream on! Toch was het 9 november 1989 zover. Binnen een jaar. Zo snel kan het gaan. Het kan wel!


dinsdag, oktober 28, 2008

Aandeelhouderswaarde? Eigenwaarde!

[Toelichting: Dit stuk schreef ik toen ik boos was. Zie ik achteraf. Ik kan besluiten het niet te plaatsen: de toon is niet liefdevol genoeg. En toch, ik weet dat er mensen zijn die zeggen: precies de spijker op z'n kop. Misschien kan de toon toch werken, juist omdat ie veel te confronterend is. Als mij dat gebeurt vind ik dat niet leuk. Maar soms werkt het wel, als ik heel eigenwijs ben. Dus deze is voor mensen met net zo'n hard hoofd als ik. Het komt uit een goed hart. Vind ik zelf.]


Wat gebeurt er eigenlijk met je als de koers van je bank ineens, zomaar keldert? Terwijl jij weet dat je bedrijf nog steeds hetzelfde bedrijf is als gisteren, als vorige week, vorige maand. Ineens vindt iemand, of veel iemanden, jou minder waard, zelfs veel minder waard. Dan ben je toch geneigd jezelf ook minder waard te vinden. Net zoals je jezelf meer waard vond toen anderen jou veel waarde toekenden. Zelfs heel veel waarde. Toen je gevierd was, toen het niet op kon. En nu ben je ineens van minder waarde. Minderwaardig. Voor een grijpstuiver te koop. Alleen de overheid wil je nog redden. De overheid waar je altijd wat lacherig over deed. Misschien vond je die ambtenaren wel wat minderwaardig. Nu ben je zelf een ambtenaar. Feitelijk. Maar was je dat al niet? Overheid en banken, wie is er meer bureaucratisch? Doen ze voor elkaar onder?

‘Dit is onze bank’ bleek ook al niet te kloppen. Dat werd in een klap duidelijk toen de hedge funds langskwamen. Je was helemaal geen baas in eigen huis. De aandeelhouders bleken de baas. En die deden wat je kunt verwachten maar waar niemand op rekende: dollars in de ogen en voor grootste gewin gaan. Een aandeelhouder is een belegger. Vroeger heetten dat speculanten. En veel mensen die in beursfondsen beleggen zijn gewoon speculanten. Mensen die ergens geld insteken met als enig doel om in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk geld te verdienen. Niets mis mee. Gewoon kapitalisme.

Maar je komt van een koude kermis thuis als je denkt dat aandeelhouders het beste met jou en je bedrijf voorhebben. Of als je denkt dat het jouw bedrijf is. Niet dus. Het heet op de balans niet voor niets: vreemd vermogen. Niet eigen vermogen maar vreemd vermogen. En vreemd vermogen gedraagt zich ook heel vreemd. Althans in jouw ogen. Uiteindelijk bleek het niet om jouw welzijn en jouw voortbestaan te gaan maar om hun centen. Dat was schrikken. Dat is de betekenis van aandeelhouderswaarde: jouw waarde in de ogen van de aandeelhouder. En die kijkt echt niet naar jou als organisatie, als samenhangend geheel, als verband van mensen. Aandeelhouders zien iets dat geld verdient, voor hen. Een moneymaking machine. Niks mis mee, gewoon kapitalisme.

Maar wil je dat ook? Want het knaagt aan je eigenwaarde: ineens ben je niets meer waard. Omdat de aandeelhouder dat vindt. Alleen maar omdat hij even niet genoeg aan je denkt te kunnen verdienen. Die aandeelhouder blijkt niets met jou of met jouw bedrijf te hebben. Hij heeft iets met zijn eigen portemonnee. Kun je dat een aandeelhouder kwalijk nemen? Nee, natuurlijk niet! Jij wilde zo graag geloven in zijn goede bedoelingen. Jij wilde leven in de illusie dat dit jouw bedrijf was. En ondertussen had iedereen het over aandeelhouderswaarde. Niet begrijpend wat dat betekende: het draait allemaal om de aandeelhouder. Niet om jouw werk maar om zijn geld.

Alle nadruk op aandeelhouderswaarde maakt de aandeelhouder de baas. En we hebben nu gezien wat dat doet. Vreemd geld dat zich vreemd gedraagt. Bezig met ogenschijnlijke waarde, in de ogen van de aandeelhouder. Niet in de ogen van de klanten, van de medewerkers, of van de omgeving. Geld van ver weg, geld dat geen enkele band heeft met het bedrijf zelf. Geld zonder verbinding. Waar dat in zijn uitwassen toe kan leiden hebben we gezien: totale vervreemding. Mensen die toevallig veel geld hebben - of erger: het niet ineens hebben maar er alleen maar handig mee zijn - zijn zomaar, ineens, de baas. En kunnen jouw bedrijf zomaar, ineens, ten gronde richten omdat zij daar geld mee kunnen verdienen. Vreemd geld doet vreemde dingen. En dat heb je misschien zelf ook wel gedaan, toen het nog goed ging. Dat wil zeggen toen jij er ook van profiteerde. Je begreep het misschien zelf ook niet maar je verdiende onwaarschijnlijk veel geld.

En nu? De eerste ballonnen zijn lekgeprikt, en ze blijven doorgeprikt worden tot ze echt allemaal leeg zijn. Het gaat nu over werkelijke waarde. En werkelijke waarde heeft alles te maken met eigenwaarde. Eigenwaarde is niet koersgevoelig. Daar kun je niet mee speculeren. Die is niet afhankelijk van de luimen van een ander. Om je eigenwaarde te kunnen ervaren en bepalen is het eerst nodig je niets meer aan te trekken van wat anderen van je vinden. Dan kun je je eigen plan trekken. Dat dwingt respect af. Weten wie je bent. Weten wat je wilt. Doen wat je kunt. Waar sta je voor? Onafhankelijk, autonoom, soeverein. En dan je vrienden kiezen. En alleen nog maar geld aannemen van mensen die je kent en die je vertrouwt. Mensen die met jou en jouw onderneming het beste voor hebben.

Dat betekent wel dat je zelf ook ophoudt met wat je aandeelhouders verwijt: greed, hebzucht. Dat betekent je volwassen gedragen. Zelf ook niet in de verleiding komen. Begrijpen dat je niet gelukkig wordt van GSM: geld, status en macht. Maar dan moet je vaak eerst wel goed voor op je bek zijn gegaan. Ophouden met kinderachtige gegoochel, stoppen met flauwe slimmigheid. Perverse prikkels niet meer financiële innovaties noemen. Ophouden elkaar na te praten en elkaar op te jutten. Ophouden met dat schoolpleingedrag. Misschien is dat wel het nut en de opbrengst van de financiële crisis. Dat zou wat zijn.

Business ethics

‘I want to be able to explain my mistakes. This means I do only the things I completely understand.’ is een van de meest bekende uitspraken van Warren Buffett. Een van de rijkste mensen ter wereld. Niet zomaar, en al jaren. Iemand die het graag eenvoudig houdt. Bijvoorbeeld bijzonder eenvoudig woont (zie foto).

Hij zegt ook: ‘There seems to be some perverse human characteristic that likes to make easy things difficult.’ Hij weigert gewoon te geloven dat ingewikkeld beter is. Sterker nog, hij weet dat er dan gevaar dreigt. En hij weet waar complexiteit nogal eens wordt aangeleerd: ‘The business schools reward difficult complex behavior more than simple behavior, but simple behavior is more effective.’

Niet begrijpen wat je aan het doen bent, dingen nodeloos ingewikkeld maken, anderen uitsluiten door slim te doen, perverse prikkels, het is allemaal van toepassing op de financiële crisis. En dat is niet zozeer een kwestie van organiseren, daarin komt het uiteindelijk tot uitdrukking. Het is vooral een kwestie van mentaliteit, en ook moraal. Ethiek, met een groot woord. Business ethics.

woensdag, oktober 22, 2008

Vrij!gelaten

Vrij! Leef je eigen leven is afgelopen vrijdag vrijgelaten. En ligt vanaf vandaag in de boekhandel, is te bestellen, leverbaar. Alle informatie vind je op de site van mijn uitgever, Uitgeverij Quist.

Vrij! Leef je eigen leven gaat over de golven van het leven. En hoe daar mee om te gaan: soms zit het mee, soms zit het tegen. Maar wat heet ‘tegen zitten’? Een crisis kan een blessing in disguise zijn.

Vrij! Leef je eigen leven verschijnt middenin de financiële crisis. Een sleutelzin in Vrij! is: ‘De schat ligt op de bodem van het dal’. Voor de volhouders heeft elke tegenslag een cadeau in petto.

Vrij! Leef je eigen leven is het cadeau dat ik vond. Dit boek is wat ik – in vrijheid - te geven heb. Ik hoop dat je het mooi vindt.

(foto Rob Schippers / www.freelancefoto.nl)

maandag, september 29, 2008

De strijd met de draak in jezelf: vind je jezelf belangrijk, of neem je jezelf serieus? (De kredietcrisis)

Op een dag kwam ik erachter dat niemand meer met mij wilde samenwerken. Omdat ik onmogelijk was; niet te hebben, niet te doen. Collega’s bleven uit m’n buurt, partners meden me. Een echte professional: ik wist alles beter. Het kon op allerlei manieren, zolang het maar mijn manier was. Ik begreep er niets van. Waarom zag niemand wat ik allemaal kon? Waarom kreeg ik niet de kans? Ik was jaloers op degenen die wel succesvol waren. Ondertussen verveelde ik me suf en ik verveelde anderen. Ik kon mezelf niet kwijt. Voelde ook wel dat ik beter kon. En daar had ik dan weer anderen voor nodig. Maar ja, die wilden niet, want het moest altijd op mijn manier. Tot de liefste therapeut van het land mij The Artist’s Way van Julia Cameron aanraadde.

Een periode van twaalf weken begon. Een kwartaal lang heel gedisciplineerd aan de slag met m’n eigen drempels. Minstens een dag per week intensief bezig met het opruimen van m’n persoonlijke blokkades. Op een manier die geïnspireerd lijkt door het afkickprogramma van de AA, Alcoholics Anonymous. Mijn verslaving was: problemen maken met anderen, om die van mezelf niet onder ogen te hoeven zien. Ik kwam erachter dat ik vol zat met aannames en opvattingen. Natuurlijk over anderen, maar vooral over mezelf. Hoe ik naar mezelf keek, mezelf tekortdeed en kort hield. Hoe ik mezelf van alles niet toestond en anderen dus ook niet. In hokjes dacht, vastzat in hoe het hoort. Ik ontdekte bij mezelf allerlei taboes en dogma’s. Begreep dat ik veel minder vrij was dan ik altijd had gedacht. En vanbinnen heel bang. Bang voor mijn eigen talent.

In die tijd maakte ik mijn Creativiteitsmonster. Zeg maar de draak in mezelf. Het werd een fantastisch gedrocht: exotische bierblikken bijeengebonden met ballerige stropdassen. Intuïtief maakte ik een beeld van alles wat mij ervan weerhield om mijn creativiteit te laten stromen. Mijn afgeknepen-zijn, mijn ‘kijk míj eens’. Mijn geblaat en gebral. Mijn angst voor de stilte. Eindelijk zag ik mijn buitenkant, mijn oppervlakkigheid. Zo ontdekte ik: echte creativiteit komt van binnenuit, heeft diepgang. Met mijn monster maakte ik de stap van ‘mezelf belangrijk vinden’ naar ‘mezelf serieus nemen’. Vanaf dat moment nam ik ook anderen een stuk serieuzer. Ik werd minder jaloers en was minder verveeld. M’n creativiteit begon te stromen, op een manier ik die nog nooit had toegestaan. Ongeremd en ongegeneerd. Eindelijk kon ik samenwerken, want ik had iets in te brengen: mezelf.

Kun je dit ook toepassen op organisatievernieuwing? Kunnen organisaties zichzelf ook in de weg zitten, en zichzelf isoleren van hun omgeving? Kunnen organisaties door hun aannames en opvattingen hun eigen creativiteit blokkeren? Kan een ‘wat-hebben-wij-het-getroffen-met-onszelf’-bedrijfscultuur ervoor zorgen dat een organisatie zich niet vernieuwt en vastloopt? Zeker weten. De bedrijven met de grootste mond vallen uiteindelijk om. Omdat ze niet meer aansluiten bij hun omgeving: de klanten lopen weg van zoveel arrogantie, collega-bedrijven willen niet meer met hen samenwerken, jong talent wordt afgeschrikt door het teveel aan machtsvertoon. Dood in de pot. Andersom, een organisatie die echt verbonden is met haar kernwaarden en daadwerkelijk van daaruit opereert, is letterlijk aantrekkelijk. Daar willen anderen zich mee verbinden.

Een voorbeeld? Kijk even rond in de bankwereld. Wie zijn de
stijgers, wie zijn de dalers? Waar stromen op dit moment de Nederlandse spaartegoeden naartoe? Naar banken die zichzelf serieus nemen, in plaats van zichzelf belangrijk vinden. Mensen zijn niet gek. Uiteindelijk kiezen ze voor duurzaamheid. Zeker als het gaat om hun spaarcenten.

(Verschenen in nummer 3, 2008 van Business Spiritualiteit Magazine Nyenrode)

donderdag, september 18, 2008

Boekpresentatie VRIJ! Leef je eigen leven op vrijdag 17 oktober om 15 uur in penthouse Nautilus op Scheveningen



Met veel plezier presenteren we VRIJ! Leef je eigen leven op Vrij!dag 17 oktober om 15.00u in Den Haag, op letterlijk een toplocatie: bovenop het Nautilusgebouw op Scheveningen. Getransformeerd door archipelontwerpers, ons aangeboden door Rob van Hoogdalem. Een ruimte die helemaal past bij het boek: ruim en open, met uitzicht en een verhaal.




Wil je erbij zijn?
Mail dan naar andremeiresonne@zinboek.nl en we sturen je per mail een uitnodiging met alle gegevens.

Twitter Delicious Facebook Digg Stumbleupon Favorites More