

Augustus 1980 stap ik samen met mijn beste kameraad op de stadstram in Boedapest. We zijn al anderhalve maand op reis door de Balkan en Oost-Europa. We horen net over de stakingen op de Poolse werven van Gdansk. Solidariteit, Lech Walesa. Ik moet onwillekeurig denken aan de Praagse Lente. Alexander Dubcek, 1968. En dan aan de opstand in het land waar we nu zijn, Hongarije, 1956. In de muren van sommige gebouwen zijn de kogelgaten nog te zien. 'Gek hè?, zeg ik in de schuddende tram tegen Maarten, die geschiedenis studeert. 'De Praagse Lente is toch twaalf jaar geleden? En de Hongaarse opstand weer twaalf jaar daarvoor?' 'Nou èn?', zegt Maarten. 'Dat is toch opmerkelijk?', roep ik boven het gepiep en geknars van de stadsboemel uit. Hij haalt z’n schouders op, kan er niets mee. Ik laat het er verder bij.
Het is Quatorze Juillet, 1989. Op de Champs Elysée kijk ik samen met duizenden anderen naar tientallen jonge Chinezen die bellend naast hun fiets lopen. De opstand op het Plein van de Hemelse Vrede is net neergeslagen. Als een (machteloos) gebaar van solidariteit zijn gevluchte studenten uitgenodigd deel te nemen aan het grandioze defilé ter viering van tweehonderd jaar Franse vrijheid, gelijkheid en broederschap. De studentendemonstraties die Frankrijk in mei ’68 verscheurden, liggen ver achter ons.
Maar die bellende studenten zijn pas het begin. De opstand in Beijing werd nog neergeslagen, maar een paar maanden later is het niet meer te houden. Er hangt iets in de lucht: spanning, opwinding. Er staat iets te gebeuren, en hoe: de Berlijnse Muur wordt met enorme hamers gesloopt. Die mokerslagen lijken het startschot voor een wereldwijde run naar de vrijheid. De Sovjet-Unie begint uit elkaar te vallen en zelfs (of juist) Michael Gorbatsjov kan niet meer stoppen wat in gang is gezet. Nelson Mandela loopt als een vorst de vrijheid tegemoet, de Apartheid wordt bij wet opgeheven.
Na de Tweede Wereldoorlog zat er voor de meeste koloniale mogendheden niets anders op dan hun overzeese gebieden langzaam maar zeker te laten gaan. Bewegingen van onderop waren niet te stuiten, meestal aangevoerd door een charismatische leider. Gandhi in India, Soekarno in wat ooit 'Ons Indië' was. Vanaf WO II is er een ritme, een cadans. Eerst ontstaat er onrust, een kleine beweging. Nog nauwelijks merkbaar of zichtbaar, maar energie begint zich samen te ballen. Dan ineens, zonder duidelijk aanwijsbare reden, laaien de vlammen op. Op hetzelfde moment gebeuren op verschillende plaatsen ineens vergelijkbare dingen. Het werkt aanstekelijk, heel snel doen velen mee. Het gaat als een lopend vuurtje. Het lijkt wel een internationale choreografie, wereldwijd vol vuur gedanst.
En het gaat met sprongen in de tijd. Midden jaren veertig: de dekolonisatie van India, Indonesië; tweede helft jaren vijftig: Hongaarse opstand, Cubaanse revolutie; eind jaren zestig: Praagse lente, studentenopstanden van mei ’68; eind jaren zeventig: Iran, Nicaragua, Polen; eind jaren tachtig/begin jaren negentig: Plein van de Hemelse Vrede, Berlijnse Muur, uiteenvallen Sovjet Unie, opheffing apartheid, Nelson Mandela vrij; en begin deze eeuw, in 2001 nine-eleven, 11 september - in het Westen een onbegrijpelijk drama, door veel moslims gevierd als een overwinning. En nu lijkt het niet meer te houden in Noord-Afrika en misschien slaat het wel over naar de hele Arabische wereld. Regimes beginnen om te vallen. De massa's voelen de macht van het getal.
Ongeveer elke tien, elf, twaalf jaar gebeurt er 'iets' dat verband houdt met losmaken, opstand, bevrijding. Het is steeds een beweging van onderaf. Machthebbers zonder gezag of legitimiteit liggen onder vuur. Mensen gaan de straat op, (een deel van) de wereld staat even in vuur en vlam. Verhitte strijd die op sympathie van velen kan rekenen: het zijn vaak idealen die aanstekelijk werken.
Sinds het midden van de negentiende eeuw weten we dat de zonneactiviteit een cyclus van ruim elf jaar kent: de zonnevlekken. Dan slaan enorme vlammen uit de zon richting aarde. De afgelopen vijftig jaar gebeurde dat midden jaren veertig, tweede helft jaren vijftig, eind jaren zestig, eind jaren zeventig, eind jaren tachtig/begin jaren negentig en in de eerste jaren van deze eeuw. En nu weer. Deze week nog in de krant en op het web: een simultane dubbele eruptie van de zon (foto boven).
