Wonderlijke tijden. Verstoring van de bestaande orde. Wat voor jou belangrijk is wordt bedreigd – en je zoekt steun, houvast, geborgenheid. Je behoefte aan zekerheid groeit, maar waar vind je die nog? De werkelijkheid schreeuwt je toe: ’Je bent op jezelf aangewezen!’ Ben je dus alleen? Nee! Want we zijn hier samen. Niemand is alleen. En we hebben elkaar nodig. Meer dan ooit. Deze tijd vraagt om tevoorschijn komen. Laten zien wie je bent. Je niet meer verschuilen maar meedoen. Inbrengen wat jij kunt bijdragen – door te doen waar jíj blij van wordt. En je door niets of niemand meer bang laten maken. Wanneer je de moed kunt opbrengen om voluit te leven – recht uit je hart, en geholpen door je hoofd – ben je minder alleen dan je denkt. Dan kun je steun, houvast en geborgenheid ervaren. Bij jezelf, en bij de ander. En dan heb je ook wat te geven – dan geef je wie jij in wezen bent.
Posts tonen met het label liefde. Alle posts tonen
Posts tonen met het label liefde. Alle posts tonen

vrijdag, oktober 23, 2009

Betaalde liefde

(foto: MeRy / www.mery.nl)

Gesproken column - Reuring! Café, 21 oktober 2009

We overvragen de overheid. De overheid moet ervoor zorgen... dat onze kinderen op school meer leren, dat ze minder dik worden, dat ze meer buitenspelen, dat ze beter worden opgevoed. En dat er in het algemeen minder kinderen worden doodgeslagen (elke week een) en o ja, dat meer vrouwen langer werken en op hogere posities belanden.

Maar wat ben ik blij dat meestal een van ons tweeën, en dat is meestal mijn vrouw, thuis is als onze kinderen van school komen - hen ziet, hen in de gaten heeft. Want de enigen die echt kunnen opvoeden zijn ouders. Al het andere is surrogaat.

Opvoeden is geen aktiviteit, het is aanwezigheid, het is er zijn. (Heeft mijn vrouw me net uitgelegd. Heel frustrerend trouwens, dat aanwezig zijn, want je ‘doet’ niets.) Opvoeden is onvoorwaardelijk. Het is hard werken maar het is geen baan. En iedereen die betaald krijgt is er uiteindelijk voorwaardelijk. Die is er voor zijn werk, hoe betrokken ook. Per saldo is het betaalde liefde.

Maar ondertussen hebben de meeste ouders geen idee wat opvoeden inhoudt – ik ook niet. Je kunt er niet voor doorleren. Er zijn geen diploma’s voor. (Godzijdank, anders ging de overheid dat ook nog regelen.) Als ouder heb je ervaringen met je eigen opvoeding, positief en negatief. Je kunt daar voornemens aan ontlenen. Maar het grootste deel van opvoeden doe je toch onbewust. En dan begint het probleem. Waar we graag een maatschappelijk probleem van maken. En naar de overheid kijken. Maar het is een persoonlijk probleem.

(‘Waarom beginnen Marokkaanse kinderen gelijk te slaan?’ vroeg een van onze kinderen. Het enige wat ik kon zeggen was: ‘Ze zullen wel niet anders leren.’ Of zoals Bill Cosby een keer zei: ‘Hurt people hurt people.’)

Opvoeden begint bij je eigen opvoeding. Hoe ben je zelf grootgebracht? Wat wil je daarvan overnemen? ‘Alles wat je zelf oplost geef je niet door aan je kinderen,’ maakte een wijze therapeut mij ooit duidelijk. En daar kan de overheid niets aan doen.

Ik geloof in mensen. In hun eigen kracht. Mensen die zichzelf helpen, en anderen helpen. In die volgorde. Thuis, om hen heen. In hun familie, bij vrienden. In de straat en op school.

Zorg en liefde kun je niet uitbesteden. Je kunt het wel ontwikkelen, met hulp van anderen. Vaak pas na de nodige ellende. Het kan groeien. Het begint met liefde voor jezelf. Dan komt die ander. Dat wens ik alle tienermoeders en importbruiden toe. Alle vaders en moeders. En vooral onze kinderen.

vrijdag, mei 15, 2009

Opvoeden, de toekomst van de ambtenaar

Steeds meer mensen weten zich prima te redden. Ze zijn goed in nutstaken. Ze richten scholen op voor hun kinderen, stichten verpleeghuizen voor hun ouders, beginnen een onderling waarborgfonds, delen auto’s, produceren samen schone energie, regelen met elkaar de waterhuishouding in hun wijk, onderhouden het groen in hun buurt, maken voor hun gebied een bestemmingsplan, stellen een wijkmanager aan.

Ze zeggen: ‘Voor ons hoef je niet te zorgen, dat doen we zelf wel.’ Mensen die niet klagen dat de overheid te weinig doet en niet naar hen omkijkt. Ze vinden dat de overheid juist te veel doet: ‘Loop niet in de weg, vertrouw ons nou maar en laat ons met rust!’ Ze leven in een betere toekomst – waarin ze goed voor zichzelf en goed voor elkaar zorgen.

De ambtenaar van de toekomst ziet dat dit toekomst heeft. Weet dat dit zelfsturende burgers zijn. Is niet bang voor deze weldenkenden, prijst zich met hen gelukkig en juicht ze toe. Weet dat dit net kinderen zijn die op kamers gaan: ze willen graag op eigen benen staan maar wel kunnen terugvallen op het vertrouwde nest. De ambtenaar van de toekomst maakt voor deze zelfredzamen graag uitzonderingen op de regels: weet dat niets zo ongelijk is als het gelijk behandelen van ongelijken.

Maar ondertussen... ‘Uit onderzoek blijkt’ dat vier miljoen volwassen Nederlanders zich buitenstaander voelen. Deze mensen kíjken niet alleen naar Hart van Nederland, ze zíjn het hart van Nederland. Volgens bureau Motivaction leven er middenin onze samenleving vier miljoen ontevreden mensen. Ze hebben het gevoel dat ze niet meetellen. Een derde van de volwassen bevolking! Goed voor vijftig kamerzetels. Ze doen de boekhouding, rijden taxi’s, staan op steigers en draaien ploegendiensten. Ze voelen zich overvraagd, en ondergewaardeerd – in de steek gelaten, vooral door de overheid. Ze leven in een verleden waarin alles beter was – omdat er goed voor hen werd gezorgd.

Misschien ligt de grootste maatschappelijke uitdaging bij deze vier miljoen mensen. Ze zorgen voor verkiezingsuitslagen waarbij ‘zomaar’ een derde van de kamerzetels naar de flanken links en rechts kan gaan. (Dat krijg je van algemeen kiesrecht ;-) Ooit konden we lachen om Boer Koekoek, een randverschijnsel. Populisme bevindt zich niet meer aan de rand, het is mainstream geworden.

‘Volksvertegenwoordiging’ wordt inmiddels heel letterlijk ingevuld: het volk wordt vertegenwoordigd, in woord en gebaar: ‘U (dat wel!) bent knettergek.’ Wim Kan zong het al: ‘Ik vertolluk, ik vertolluk, de gevoelens van het volluk.’ Het wachten is op de volksvertegenwoordiger die Gerdi Verbeet toebijt: ‘Fok Jou Bitch!’ Of eentje met een petje, bozig tegen de premier: ‘Watzmetjou?!’ Of een met een oranje pruik op, die in de hal van Nieuwspoort ‘Ollee-ollee’ aan het wildplassen is.

De ambtenaar van de toekomst begrijpt dat ontevreden hart van Nederland. Kent die gezinnen waar inlevingsvermogen, gemeenschapszin, tolerantie, matiging en zelfbeheersing geen vanzelfsprekende waarden zijn. Weet wat het is om je niet gehoord en niet gezien te voelen. Kent de onderbuik van Nederland maar al te goed – zowel de boze capuchons (‘Pannenkoek!’) als de wanhopige plusglazen (‘Zakkenvullers!). Hoeft niet naar Rondom 10 te kijken om te ontdekken hoe de machtelozen zich voelen: bang en boos, teleurgesteld en tekortgedaan. De ambtenaar van de toekomst weet wat hier nodig is: veel liefde, nog meer begrip en volstrekte duidelijkheid – inderdaad, zoals je kinderen grootbrengt. Opvoeden, de toekomst van de ambtenaar.

Gesproken column tijdens Reuring!Café van 13 mei 2009

vrijdag, november 16, 2007

Vervelia's en de liefde

(Maandag 19 november 2007 in het Financieele Dagblad)

"Het beeld dat Paul Schnabel onlangs in zijn column 'Hatemail' schetste van boze Nederlandse mannen herken ik. Als directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau in Den Haag schreef hij eind oktober in deze krant ondermeer: 'Nauwelijks hadden we op het journaal verteld dat Nederlanders in het algemeen heel gelukkig zijn in hun persoonlijk leven, of de hatemail stroomde weer binnen'.
Als management trainer kom ik ze tegen. Ik noem ze 'Vervelia's'. Ze stralen onmacht en teleurstelling uit. Ze zijn kampioen zichzelf voor de gek houden. Het ligt allemaal aan een ander.
'Hullie' ligt hen in de mond bestorven. Ze hebben geen idee hoe ze leiding kunnen geven aan hun eigen leven. Ze weten dat ze weinig bijdragen en zijn doodsbang voor verantwoordelijkheid. Oprechte aandacht is meestal het enige dat dan werkt.
Soms ontdekken ze groter te zijn en meer te kunnen dan ze dachten, en hen vroeger verteld is. Dan kunnen ze ophouden met zich groot houden en een grote mond te hebben.
Misschien hebben ze nooit de aandacht en de liefde gekregen die we allemaal nodig hebben. Dat gaat zo van generatie op generatie. In Amsterdam-West, en evengoed in het Gooi. Tot iemand zegt: 'Ik wil het anders'.
Maar nu? Anders opvoeden? Veel te beperkt. Anders grootbrengen! Heel liefdevol. Maar dat kun je niet regelen. Wat dan rest is het onderwijs. Veel aandacht en vooral heel veel liefde. Dan lopen we aan tegen de grenzen van de politiek. Want hoe maak je voor liefde budget vrij."

Tot zover mijn ingezonden stuk in het FD. Omdat ik zelf een ontzettende Vervelia kan zijn durf ik dit te schrijven. Tegelijkertijd met enige schroom. Want echt aandacht geven, oprechte betrokkenheid tonen: ik vind dat ongeveer het moeilijkste wat er is. Dat is voor mij echt hogeschool. Thuis en in m'n werk. Misschien ben ik daarom wel trainer geworden? Omdat ik het wil leren? Omdat ik dan wel moet, tenminste als ik een goeie trainer wil zijn? 'While we teach, we learn', om Seneca aan te halen? Dat hoop je dan! Of is Oscar Wilde meer van toepassing: 'Everybody who is incapable of learning has taken to teaching'. Ik hou het toch maar op Maria Montessori: 'Ons spelen is ons leren'. Dingen durven zeggen, misschien wel domme dingen. Om van te leren. En: nooit te oud om te leren. Is dat nou 'leven lang leren'?

En dan de liefde - als doorgang, als oplossing, misschien zelfs als verlossing. De liefde is niet te vangen, en zeker niet in geboden en verboden. Liefde doe je: 'Houden van is een werkwoord'. We weten allemaal het verschil tussen liefdevol en liefdeloos. En wat we het liefste zouden willen. Maar als ik op de dag terugkijk en mezelf de vraag stel: 'Wat was nou echt liefdevol van wat ik vandaag gedaan heb?', dan kom ik meestal niet zo ver. Ach, het was zeker niet allemaal liefdeloos, maar echt liefdevol? Dat is toch een andere categorie. Eredivisie. Zo kan ik ook kijken naar het stukje hierboven in het FD. Is dat nou liefdevol? Of gewoon mijn frustratie over mensen die ik niet kan bereiken? Wie het weet mag het zeggen!

Ik heb het geluk gehad mensen tegen te komen die het geduld hadden om zo'n eigenwijs stuk vreten als ik te begeleiden en iets te leren. Natuurlijk, ik wilde ook leren. Maar dat kwam pas met de jaren. Toen tot mij doordrong dat het zo niet langer ging. En ik gelukkig nog net genoeg krediet had. Niet meer bij de bank, wel bij sommige mensen. Zulke mensen zou ik iedereen toewensen. En over de bank gesproken: instituties kunnen daarbij niet helpen, hoogstens voorwaarden scheppen. Soms door pijnlijke dingen te doen. De bank kan je krediet stopzetten, de overheid je uitkering. Dat kan helpen, het onomkoombare wordt pijnlijk duidelijk: het enige wat er op zit is veranderen. Dan heb je mensen nodig die belangenloos, zonder agenda iets voor je doen. Mensen met een groot hart.

Twitter Delicious Facebook Digg Stumbleupon Favorites More