Wonderlijke tijden. Verstoring van de bestaande orde. Wat voor jou belangrijk is wordt bedreigd – en je zoekt steun, houvast, geborgenheid. Je behoefte aan zekerheid groeit, maar waar vind je die nog? De werkelijkheid schreeuwt je toe: ’Je bent op jezelf aangewezen!’ Ben je dus alleen? Nee! Want we zijn hier samen. Niemand is alleen. En we hebben elkaar nodig. Meer dan ooit. Deze tijd vraagt om tevoorschijn komen. Laten zien wie je bent. Je niet meer verschuilen maar meedoen. Inbrengen wat jij kunt bijdragen – door te doen waar jíj blij van wordt. En je door niets of niemand meer bang laten maken. Wanneer je de moed kunt opbrengen om voluit te leven – recht uit je hart, en geholpen door je hoofd – ben je minder alleen dan je denkt. Dan kun je steun, houvast en geborgenheid ervaren. Bij jezelf, en bij de ander. En dan heb je ook wat te geven – dan geef je wie jij in wezen bent.

zaterdag, februari 02, 2008

Vermoorden scholen de creativiteit van onze kinderen?



Vermoorden scholen de creativiteit van onze kinderen? De vraag stellen is hem beantwoorden. Kijk en oordeel zelf. Pedagoog Sir Ken Robinson, precies een jaar geleden in Monterey, California. Nog even actueel. Twintig minuten food for thought.

zondag, januari 27, 2008

Obama: Yes. We. Can.

Barack Obama, na Iowa nu South Carolina. Alweer kippenvel. Of hij de nominatie nou gaat winnen of niet, dit gaat over overtuigingskracht. Geloof in jezelf en de mensen om je heen.

Ik weet niet of hij betrouwbaar is. Bestaan er betrouwbare politici? Is dat mogelijk, integriteit in de politiek? Ik weet het allemaal niet. Ik weet wel dat dit mij raakt. "Yes we can." Drie woorden. Van een bevlogen man. En een zaal die dat ook vindt, gelooft, met hem.

We zullen zien. Misschien bestaat het echt. Misschien is cynisme inderdaad de grootste vijand. En zijn twijfel en angst dodelijk: niet durven geloven waartoe we in staat zijn, als we echt willen. Hij durft het in elk geval. Respect. Hieronder de tekst van het laatste deel van de speech.



The choice in this election is not between regions or religions or genders. It’s not about rich versus poor; young versus old; and it is not about black versus white.

It’s about the past versus the future.

It’s about whether we settle for the same divisions and distractions and drama that passes for politics today, or whether we reach for a politics of common sense, and innovation – a shared sacrifice and shared prosperity.

There are those who will continue to tell us we cannot do this. That we cannot have what we long for. That we are peddling false hopes.

But here’s what I know. I know that when people say we can’t overcome all the big money and influence in Washington, I think of the elderly woman who sent me a contribution the other day – an envelope that had a money order for $3.01 along with a verse of scripture tucked inside. So don’t tell us change isn’t possible.

When I hear the cynical talk that blacks and whites and Latinos can’t join together and work together, I’m reminded of the Latino brothers and sisters I organized with, and stood with, and fought with side by side for jobs and justice on the streets of Chicago. So don’t tell us change can’t happen.

When I hear that we’ll never overcome the racial divide in our politics, I think about that Republican woman who used to work for Strom Thurmond, who’s now devoted to educating inner-city children and who went out onto the streets of South Carolina and knocked on doors for this campaign. Don’t tell me we can’t change.

Yes we can change.

Yes we can heal this nation.

Yes we can seize our future.

And as we leave this state with a new wind at our backs, and take this journey across the country we love with the message we’ve carried from the plains of Iowa to the hills of New Hampshire; from the Nevada desert to the South Carolina coast; the same message we had when we were up and when we were down – that out of many, we are one; that while we breathe, we will hope; and where we are met with cynicism, and doubt, and fear, and those who tell us that we can’t, we will respond with that timeless creed that sums up the spirit of a people in three simple words:

Yes. We. Can.

maandag, januari 14, 2008

Op elkaar schieten in Afghanistan, een verhaaltje voor het slapen gaan

Nederlandse militairen in Afghanistan hebben kinderen in Nederland. En die kinderen maken zich zorgen over hun vaders. Of ze wel levend terugkomen. Daarover chatten ze op MSN. Taliban strijders hebben misschien ook wel kinderen. En hun kinderen hopen misschien ook wel dat zij weer thuiskomen. Vaders vechten tegen vaders. En hun kinderen zijn bang.

Laatst op tv, twee Nederlandse meisjes. Hun vaders zijn in Kamp Holland. Die vechten in Uruzgan tegen de Taliban. Foto’s van de meisjes hangen in hun barak. De meisjes missen hun vaders. Ze vinden het spannend en ze zijn bezorgd. Komt papa weer veilig thuis? Want hij kan zo maar dood zijn. Of geen benen meer hebben.

Op het journaal zie je af en toe hoe het daar toegaat in die oorlog tussen de NAVO en de Taliban. Nederlandse en Afghaanse soldaten vechten tegen Afghaanse opstandelingen. De gevechten spelen zich af in het veld, maar ook in boomgaarden en tussen de huizen. Want daar kunnen schutters zich goed kunt verschansen.

Laatst zijn Nederlandse soldaten beschoten vanuit huizen langs de weg. Ze schoten terug. Twee Afghanen werden gedood en vijf raakten gewond. Een van de twee doden is een kind. Hoe oud het kind is weten we niet. Ook drie van de vijf gewonden zijn kinderen. Die worden nu verzorgd in het hospitaal van Kamp Holland.

In Afghanistan kun je ook beschoten worden door je eigen vrienden: ‘friendly fire’. Net weer gebeurd. Dat gaat per ongeluk. Er wordt op je geschoten omdat iemand denkt dat jij de vijand bent. Dan schiet je terug. En kan het zijn dat je iemand doodschiet die je kent. Dat is erg. Misschien heb je er net nog mee gepraat. En nu is ie dood.

Wat zou er gebeuren als alle soldaten en strijders die nu op elkaar schieten elkaar zouden kennen? Zouden weten dat de ander familie en vrienden heeft. Misschien wel kinderen? De foto’s ervan gezien hebben, weten hoe ze eruit zien en hoe ze heten. Misschien wordt elk vuurgevecht dan ‘friendly fire’. En is elke dode erg. Aan welke kant die ook valt.

vrijdag, januari 04, 2008

Obama, alsof hij al president is

Alsof hij al (bijna) president is, wat een lef, en wat een overtuigingskracht: Barack Obama na de gewonnen voorverkiezing in Iowa. "Together, ordinary people can do extraordinary things!"

Veertien fascinerende en soms aangrijpende minuten met een man die gelooft in zichzelf, zijn omgeving, zijn land. Iemand die praat vanuit zichzelf en daar anderen bij betrekt. Een verbinder die vertrouwen in mensen uitdrukt, zonder naïef te lijken.

,,Op deze avond in januari, op dit beslissende moment in de geschiedenis, hebben jullie datgene gedaan waarvan de cynici zeiden dat we het niet konden. Dit is het einde van de politiek van de angst, het begin van de politiek van de hoop.''

"For many months, we’ve been teased and even derided for talking about hope. But we always knew that hope is not blind optimism. It’s not ignoring the enormity of the task ahead or the roadblocks that stand in our path. It’s not sitting on the sidelines or shrinking from a fight. Hope is that thing inside us that insists, despite all evidence to the contrary, that something better awaits us if we have the courage to reach for it, and work for it, and fight for it."

vrijdag, december 21, 2007

Ondernemende weldoeners, de echte politici van het jaar

Fijne dagen! Nu is Geert Wilders, tot verbijstering van velen, ook nog politicus van het jaar. Misschien is het hele gedoe rond hem als volgt samen te vatten: Wilders vertelt alleen maar wat heel veel mensen denken en vinden, verbeeldt hun onvrede. Mensen die zich vaak onmachtig voelen om zich te redden in een steeds complexere wereld. Hij verwoordt hun onmacht. Eenvoudige wereldbeelden, vol van tegenstellingen, weinig gelaagdheid – en veel woede en angst.

Moeten wij Wilders kwalijk nemen dat hij verwoordt wat er leeft in onze samenleving? Misschien kunnen we ons beter realiseren dat minstens 15, maar wellicht zelfs 20 tot 30 procent van onze landgenoten er dit soort gedachten op na houdt! Dat kun je genant vinden, verwerpelijk etc, maar dat helpt niet, ze gaan er niet anders van denken want het is nu eenmaal hun beleving. Knappe debatten, slimme discussies, elkaar betwisten leidt alleen maar af van wat er nodig: respect voor en betrokkenheid bij deze mensen.

Mensen die gewoon op straat lopen, je buren zijn, waarmee je bij de kassa en in de tram staat. Mensen die zich grote zorgen maken over de toekomst en slechte ervaringen hebben in het verleden. Mensen die geen idee hebben hoe ze hun dagelijkse problemen in hun eentje op moeten lossen. En godzijdank, daar is dan Wilders, of Verdonk - ook al politicus van het jaar, in een andere verkiezing - of Marijnissen: mensen die eindelijk eens zeggen waar het op staat. Dat het zo niet langer gaat. En daar ook begrijpelijke, eenduidige oplossingen voor hebben.

Alleen iemand die begrip voor de positie (aan de kant) en het wereldbeeld (bedreigd) van de extreem links of rechts stemmende mensen weet te paren aan wijsheid en ervaring kan hun vertrouwen winnen. En misschien is dat onze frustratie: geen van de nette, verstandige, bevlogen mensen waar andere zich idem dito voelende mensen op stemmen kan dat echt en goed, tot nu toe. Progressief en/of liberaal, sociaal en/of christelijk, het maakt niet uit.

Zijn we gewoon boos op onszelf? Boos dat we met al onze academische intelligentie en verstandige ervaring een groot deel van die mensen niet kunnen bereiken? En Geert Wilders en andere populisten wel? Als ik Geert en consorten was zou ik van ‘populist’ een geuzennaam maken: zij begrijpen in ieder geval van binnen uit wat er leeft onder massa’s mensen. Ze bieden geen oplossingen die werken, but who cares? Wel een uitlaatklep voor de frustraties van massa’s mensen.

De populisten bestrijden is allemaal afleiding. Misschien kunnen we onze energie beter steken in praten en werken met degenen om wie het gaat: mensen die het niet zo goed getroffen hebben, die weinig perspectief hebben, die het allemaal teveel is. Hen vragen hoe we ze kunnen helpen, waar ze behoefte aan hebben. Gewoon een menselijk gesprek en daarin ook durven zeggen dat het echt nooit meer wordt zoals het was (en waarschijnlijk nooit geweest is). ‘Hou op met sentimenteel doen, en met anderen de schuld te geven’.

Als we onze intelligentie nou eens gebruiken om met echt slimme oplossingen komen? En ons vooral niet vergissen in wat er allemaal aan energie aanwezig is. Energie die nu vaak negatief is. Diezelfde energie kan ook positief worden. Als we die nou eens aanboren. Kijk naar alle initiatieven die er zijn in buurten, op scholen, in de zorg. Stuk voor stuk afkomstig van betrokken mensen die niet wachten en klagen. Ondernemende weldoeners die niet bezig zijn met Wilders: dat zijn voor mij de politici van het jaar.

donderdag, december 13, 2007

Geert Wilders mag zeggen wat hij wil, graag zelfs

‘Gekker moet het niet worden’, hoor je vaak als Geert Wilders wat gezegd heeft. En hup, daar gaat hij er met een volgende uitspraak alweer overheen. Iedereen nog hoger in de gordijnen. Een verbod op de Koran, en de bouw van moskeeën: je moet er maar op komen. Binnenkort een verbod op moslims? ‘Walgelijk’, ‘misselijkmakend’ en ‘abject’ zin inmiddels standaardreacties. En laatst dan ‘Wilders is het kwaad en dat kwaad moet gestopt worden’. Weer is iemand er ingestonken. Wilders moet zich een hoedje lachen, elke keer weer.

Laat Geert Wilders alsjeblieft alles zeggen wat hij wil. En laat hij zich vooral niet inhouden. Dan weten we tenminste wat hij vindt. En niet te vergeten wat zijn kiezers vinden. Toevallig wel honderdduizenden mensen, misschien nog wel veel meer. Allemaal mensen die net als Wilders vinden dat er veel te veel moslims zijn, en veel te veel moskeeën. Mensen die vinden dat het de verkeerde kant op gaat met Nederland en echt denken dat dat door ‘de buitenlanders’ komt. Mensen die boos zijn, bang zijn en anderen de schuld geven.

Wilders is volksvertegenwoordiger en dat neemt hij heel letterlijk: ‘Ik vertolluk, ik vertolluk, de gevoelens van het volluk..!’ Natuurlijk, het is verstandiger om af en toe je mond te houden. En het is wijzer om alleen iets te zeggen als het iets toevoegt. Maar een beroep op wijsheid werkt blijkbaar niet. En ingetogenheid is zo te merken niet aan de orde. Dan kunnen we het ook andersom doen. Over de top. Misschien werkt dat wel.

Ik zou zeggen: ‘Geert, leef je uit! Gooi alles wat je dwars zit eruit. Loop volkomen leeg. Niet steeds een beetje erger. Nee, nu graag, de hele emmer. Houd je niet in, wees alsjeblieft niet fatsoenlijk of parlementair. Neem je ruimte in het parlement, gebruik de vrijheid van meningsuiting. Knal eruit wat je allemaal dwars zit. Over alles en iedereen. Want het kan maar duidelijk zijn.’ Misschien gebeurt er dan iets.

Misschien dat kiezers dan afhaken: te veel, te erg. En misschien denkt hij dan zelf ook een keer: ‘Nou is het wel genoeg geweest’. Tenminste, dat is mijn ervaring. Dat mensen zich van je afwenden. Dat ze je zat zijn en dat je dan ook jezelf zat wordt. Want in je eentje op anderen schelden is niets aan. Dat houdt een keer op. En dan kun je er achter komen dat het niet over anderen gaat... maar over jezelf. Dat je boos bent op jezelf. Boos dat je zo bang bent. Boos over je eigen onmacht. Boos dat je niet in staat bent om je eigen leven te leiden. Boos omdat je niet weet hoe je gelukkig kunt zijn.

Dan kun je er ook achter komen dat je, in al je boosheid op jezelf, anderen bang en boos maakt. En als je begrijpt dat je eigenlijk boos bent op jezelf wil je anderen ook niet meer bang en boos maken. Maar dan moet je eerst wel boos genoeg geweest zijn. Spit it out! Knal het eruit! Het helpt. En voor degenen die dan de volle laag dreigen te krijgen: Bukken! Ga de stront van een ander niet opvangen. Weet dat het niet over jou gaat. Iemand is boos op zichzelf. Net als heel veel anderen. Allemaal onmacht.

zondag, december 02, 2007

'Kan niet, dan krijg ik kamervragen...' Zeg de dingen als ze gezegd moeten worden!

Zaterdag 24 november 2007, Rotterdam. De manifestatie 'Eén land, één samenleving'. Een paar honderd zo op het oog verstandige mensen, en zo te zien van allerlei achtergrond. Tenminste, ik zie nogal wat verschillende kleuren - kleuren die je normaal gesproken wel op straat ziet, zeker in de Randstad, maar niet op een conferentie. Daar is de gemiddelde kleur meestal wat blanker.

Een mooi uitgewogen programma, zonder extremen. Een en al redelijkheid. De burgemeester van Rotterdam, drie hoogleraren - Tariq Ramadan, een gematigde Zwitserse moslim, Pauline van Meurs, een PvdA'er uit de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en Anton Zijderveld, een CDA'er – en een oud vice-premier van de VVD houden interessante en intelligente verhalen over integratie. De teneur is 'laten we, ondanks alle verschillen, toch vooral proberen samen te leven'. Lovenswaardig streven. Natuurlijk weer niet zo makkelijk als het lijkt: Zijderveld, emeritus professor in de sociologie, probeert ten koste van Irene van Lippe-Biesterfeld ('verwarde prinses die met bomen praat') grappig te zijn. Best lastig, echt tolerant zijn. En niet moeilijk, flauwe grapjes over iemand die er niet bij is, met spirituele ervaringen waar je zelf blijkbaar geen weet van hebt.

De rij sprekers wordt afgesloten door Hans Dijkstal, mede-organisator en inspirator van de manifestatie en bijbehorend manifest. Een vlammend betoog. Zo heb ik hem nog nooit gehoord. Associeer hem toch meer met ontspanning en jovialiteit. Op de bres voor tolerantie in onze samenleving. Echt heftig wordt hij als het gaat om bescherming van minderheden. Democratie betekent niet zozeer dat gebeurt wat de meerderheid van het volk wil, maar vooral dat minderheden beschermd worden tegen de wil van die meerderheid. Daar hebben we grondrechten voor. Om te beginnen artikel 1 van de Grondwet: het gelijkheidsbeginsel, en het verbod op discriminatie. En, zo ging Dijkstal verder, laat nou er recent nou iemand geweest zijn die dat nou juist wilde afschaffen. Het F-woord viel nadrukkelijk niet, maar iedereen begreep: dit gaat over Pim Fortuyn (die zich eind 2001 in de Volkskrant liet verleiden tot zijn uitspraak over het afschaffen van artikel 1). Dijkstal windt zich merkbaar op over iedereen die niet begrijpt hoe die rechten zijn verworven en ten koste van welke offers. Vanuit de zaal klinkt instemming en applaus. Dan is het pauze. Buiten de zaal hoor ik iemand, zo te horen een echte Rotterdammer, zeggen: ‘Als-ie dat toen nou eens gezegd had..!’

Ik wil er meer van weten. Want Hans Dijkstal was in 2001, toen Pim Fortuyn aan zijn opmars begon, niet alleen leider van de VVD maar ook Minister van Binnenlandse Zaken (die gaat over de Grondwet) en vice-premier in het tweede kabinet Kok. In de lunchpauze loop ik hem tegen het lijf.
'Hoe komt het dat u dit zes jaar geleden, toen Fortuyn opkwam, niet zo uitgesproken, duidelijk en heftig hebt gezegd?'
Dijkstal antwoordt: 'Ik doe het nu!'
'Ja, dat hoor ik, en daar ben ik van onder de indruk. Maar wat zou er gebeurd zijn als u dat toen had gedaan?'
'Daar had ik toen de vrijheid niet voor!'
'Hoezo niet? Waarom hebt u die vrijheid niet genomen?'
'Dan had ik kamervragen gekregen'
'Nou en?'
'Dan was mij gevraagd of dit het standpunt van de regering was!'
'Ja, en?'
Dan moet hij verder. Ik blijf in een mengeling van bewondering, verwarring en verbijstering achter.

De man die eind 2001 nog uitzicht had op het komende premierschap zegt dat hij toen niet zo expliciet als nu op kon komen voor onze grondrechten. Omdat hij bang was voor kamervragen. Daar had hij de vrijheid niet voor... Ik begrijp het niet meer. Daar ben je toch juist minister voor?! Wat zou er gebeurd zijn als iemand van zijn kaliber (intelligent, welbespraakt, populair) en zijn positie (minister, vice-premier, partijleider) in alle oprechtheid, zoals nu, stelling had genomen tegen de al te rabiate uitspraken van Fortuyn? We zullen het nooit weten.

Ik weet nu wel een ding: Zeg de dingen op tijd, als ze gezegd moeten worden. Niet als het kwaad al geschied is, en het leed geleden. Dat brengt mij bij de vraag: Wat heb ik nu te zeggen dat ik nu niet durf te zeggen omdat ik denk dat ik er nu niet de vrijheid voor heb?

vrijdag, november 30, 2007

Steeds gekker, straks komt er een verbod op neuspeuteren

De staat bemoeit zich steeds meer met ons dagelijks leven. Onder invloed van de moraalridders mag binnenkort niemand meer van zijn eigen fouten leren. Zaterdag 29 december j.l. in de bijlage 'de Verdieping' van dagblad Trouw. Geniet, nu het nog kan!

De verzorgingsstaat verandert langzaam maar zeker en heel ongemerkt in een bemoeistaat. Een staat waarin niets meer mis mag gaan. Waarin iedereen beschermd wordt, tegen een ander en vooral tegen zichzelf. Omdat een steeds grotere meerderheid dat wil. Een staat waarin niets meer fout mag gaan. Waarin je niets meer leert omdat je geen fouten meer kunt maken. Domme dingen doen is binnenkort uitgesloten. Waarin langzamerhand alles verboden raakt wat onaangepast of ongezond is - wat volgens steeds meer mensen hetzelfde is.

De burgers nemen het over, dit is de nieuwe burgerlijkheid. Die burgers hebben het beste met zichzelf en anderen voor. Ze doen het waarschijnlijk met de beste bedoelingen. Het komt vast voort uit oprechte bezorgdheid. Alleen heb ik er nooit om gevraagd. Ik heb er ook geen enkele behoefte aan. Ik bepaal liever zelf wat goed voor me is. Daar heb ik echt geen politiek, overheid en staat voor nodig. Ik wil graag mijn eigen leven kunnen leiden. In de dubbele betekenis: mijn eigen gang kunnen gaan en mezelf leiding geven. Daar heb ik niemand anders voor nodig. En zeker niet de overheid. Ik heb het recht om domme dingen te doen. Want dat is het enige waar ik echt iets van leer. En ik geloof dat ik niet de enige ben. Mensen leren van vallen en opstaan. Vanaf dag één. En dan kun je maar beter ouders hebben die je niet overal voor proberen te behoeden. En het omgekeerde is nu gaande.

Want wat staat al op de rol? Niet meer roken in de horeca. Paddo’s illegaal. Kraken verboden. Steeds verzint een welwillende burger in de Kamer of op een departement weer iets nieuws. Er vindt een incident plaats en de reactie is: ‘Zo gaat het niet langer!’ Een megareclamebord met een mevrouw in haar ondergoed. Een Frans meisje springt van een brug. Krakers zetten een val. Een puber drinkt zich in een coma. Een aanleiding om iets aan te pakken waar veel mensen zich allang aan ergeren, of erger nog, bang voor zijn. 'Zo gaat het niet langer!' 'Er gaan nog doden vallen!' Mensen moeten tegen zichzelf en elkaar beschermd worden, en daar gaat de overheid voor zorgen!

Het wachten is op een verbod van heftige computerspellen waarin je al je agressie kunt uitleven (Helemaal het verkeerde voorbeeld, brengt je maar op verkeerde ideeën). Niet meer dan tien procent blote huid op posters in bushokjes (Kunnen kinderen niet tegen). Een verplichte fietshelm voor elke fietser (Laatst is er nog een minister gevallen). Kleuters die vieze spelletjes doen direct melden bij jeugdzorg (Je kunt er niet vroeg genoeg bij zijn!). Een rookverbod binnenshuis (Natuurlijk, voorlopig alleen als je kinderen hebt). En dan in het park natuurlijk ook een rookverbod (Vogeltjes roken ook mee!). In het bos plassen mag ook niet meer (Heel zuur, kunnen bomen niet tegen!). Tatoes en piercings, daar moet ook maar eens iets aan gebeuren (Zo intimiderend, zo eng!). Met als sluitstuk een verbod op neuspeuteren in de auto (Vies! Gevaarlijk! Niet handsfree! Zo onsmakelijk voor je medeweggebruikers!). Dan is alles onder controle, dan kan er niets meer fout gaan.

We zijn hard op weg naar een dodelijke combinatie van diepe burgerlijkheid en totale controle. De jaren ’50 en '1984' ineen. De gordijnen dicht en voor het donker thuis. Goedbedoelende christenen, Vinex moraalridders en emanciperende moslims vinden elkaar in nieuw burgermansfatsoen. Voor hen leefbaar, want het spoort met hun waarden. Maar het maakt anderen onvrij en het land juist minder leefbaar. Daar hebben ze geen idee van, verblind als ze zijn door hun zendingsdrang en hun beste bedoelingen. Het is bovendien de dood in de pot. Dit is nog eens het land op slot! Maar misschien heeft het ook z’n aantrekkelijke kanten. Kun je eindelijk lekker weer eens iets doen dat verboden is! Net als vroeger. Omdat het niet meer mag. Want zoals mijn kinderen zeggen: Als het niet mag is het juist leuk om te doen!

vrijdag, november 16, 2007

Vervelia's en de liefde

(Maandag 19 november 2007 in het Financieele Dagblad)

"Het beeld dat Paul Schnabel onlangs in zijn column 'Hatemail' schetste van boze Nederlandse mannen herken ik. Als directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau in Den Haag schreef hij eind oktober in deze krant ondermeer: 'Nauwelijks hadden we op het journaal verteld dat Nederlanders in het algemeen heel gelukkig zijn in hun persoonlijk leven, of de hatemail stroomde weer binnen'.
Als management trainer kom ik ze tegen. Ik noem ze 'Vervelia's'. Ze stralen onmacht en teleurstelling uit. Ze zijn kampioen zichzelf voor de gek houden. Het ligt allemaal aan een ander.
'Hullie' ligt hen in de mond bestorven. Ze hebben geen idee hoe ze leiding kunnen geven aan hun eigen leven. Ze weten dat ze weinig bijdragen en zijn doodsbang voor verantwoordelijkheid. Oprechte aandacht is meestal het enige dat dan werkt.
Soms ontdekken ze groter te zijn en meer te kunnen dan ze dachten, en hen vroeger verteld is. Dan kunnen ze ophouden met zich groot houden en een grote mond te hebben.
Misschien hebben ze nooit de aandacht en de liefde gekregen die we allemaal nodig hebben. Dat gaat zo van generatie op generatie. In Amsterdam-West, en evengoed in het Gooi. Tot iemand zegt: 'Ik wil het anders'.
Maar nu? Anders opvoeden? Veel te beperkt. Anders grootbrengen! Heel liefdevol. Maar dat kun je niet regelen. Wat dan rest is het onderwijs. Veel aandacht en vooral heel veel liefde. Dan lopen we aan tegen de grenzen van de politiek. Want hoe maak je voor liefde budget vrij."

Tot zover mijn ingezonden stuk in het FD. Omdat ik zelf een ontzettende Vervelia kan zijn durf ik dit te schrijven. Tegelijkertijd met enige schroom. Want echt aandacht geven, oprechte betrokkenheid tonen: ik vind dat ongeveer het moeilijkste wat er is. Dat is voor mij echt hogeschool. Thuis en in m'n werk. Misschien ben ik daarom wel trainer geworden? Omdat ik het wil leren? Omdat ik dan wel moet, tenminste als ik een goeie trainer wil zijn? 'While we teach, we learn', om Seneca aan te halen? Dat hoop je dan! Of is Oscar Wilde meer van toepassing: 'Everybody who is incapable of learning has taken to teaching'. Ik hou het toch maar op Maria Montessori: 'Ons spelen is ons leren'. Dingen durven zeggen, misschien wel domme dingen. Om van te leren. En: nooit te oud om te leren. Is dat nou 'leven lang leren'?

En dan de liefde - als doorgang, als oplossing, misschien zelfs als verlossing. De liefde is niet te vangen, en zeker niet in geboden en verboden. Liefde doe je: 'Houden van is een werkwoord'. We weten allemaal het verschil tussen liefdevol en liefdeloos. En wat we het liefste zouden willen. Maar als ik op de dag terugkijk en mezelf de vraag stel: 'Wat was nou echt liefdevol van wat ik vandaag gedaan heb?', dan kom ik meestal niet zo ver. Ach, het was zeker niet allemaal liefdeloos, maar echt liefdevol? Dat is toch een andere categorie. Eredivisie. Zo kan ik ook kijken naar het stukje hierboven in het FD. Is dat nou liefdevol? Of gewoon mijn frustratie over mensen die ik niet kan bereiken? Wie het weet mag het zeggen!

Ik heb het geluk gehad mensen tegen te komen die het geduld hadden om zo'n eigenwijs stuk vreten als ik te begeleiden en iets te leren. Natuurlijk, ik wilde ook leren. Maar dat kwam pas met de jaren. Toen tot mij doordrong dat het zo niet langer ging. En ik gelukkig nog net genoeg krediet had. Niet meer bij de bank, wel bij sommige mensen. Zulke mensen zou ik iedereen toewensen. En over de bank gesproken: instituties kunnen daarbij niet helpen, hoogstens voorwaarden scheppen. Soms door pijnlijke dingen te doen. De bank kan je krediet stopzetten, de overheid je uitkering. Dat kan helpen, het onomkoombare wordt pijnlijk duidelijk: het enige wat er op zit is veranderen. Dan heb je mensen nodig die belangenloos, zonder agenda iets voor je doen. Mensen met een groot hart.

zaterdag, november 10, 2007

Trek een lange neus naar alle klagers

We hebben in Nederland de gelukkigste kinderen. En we hebben de rijkste armen ter wereld. We hebben nog nooit zo goed gehad. En we hebben nog nooit zo hard geklaagd. En zijn nog nooit zo bang geweest. Voor elk risico dat we ontdekken bedenken we iets (een maatregel, regeling, wet) om het risico te beperken. Zo kan er bijna niets meer fout gaan in dit land. Net zo goed als je hier bijna niet meer kunt doodgaan. Overlijden in je slaap, zoals Jan Wolkers, is niet voor niets zo'n mooie dood. Want je ligt voor je het weet zomaar een half jaar aan de slangen, om dan alsnog dood te gaan.

Misschien is het onze gehechtheid aan materie die ons zo klagerig en gestresst maakt. Vooral omdat we die materie kwijt zouden kunnen raken. Bovendien stijgt de gemiddelde leeftijd. En oude mensen zijn nu eenmaal eerder bang dan jonge mensen. Dan krijg je van die wonderlijke verschijnselen dat de ervaren veiligheid daalt, terwijl meetbare veiligheid stijgt. (Soort gevoelstemperatuur). Een dodelijke combinatie, die steeds meer zorgen oplevert: steeds meer geld (en de bijbehorende angst om het te verliezen) en een steeds hogere leeftijd (minder flexibel, meer kwetsbaar).

De verzorgingsstaat heeft ons nooit geleerd op eigen benen te staan, misschien zelfs wel afgeleerd. Een soort opvoeding waarbij je weinig zelfstandigheid geleerd wordt, met een moeder die tot je uit huis bent je boterhammen voor school blijft smeren, je op tijd wakker maakt en je bed opmaakt. Dat levert dierentuingedrag op: afhankelijke zwakke mensen die geen idee hebben hoe ze voor zichzelf kunnen zorgen (zonder asociaal te worden) of hoe ze zich moeten redden (zonder een ander te vertrappen).

Mensen die bovendien geleerd hebben dat het voor iedereen alles hetzelfde geregeld moet zijn. Anders is het al gauw 'zielig', 'niet eerlijk' of zelfs 'asociaal'. Dat noemen we gelijkheid. Het is in feite gelijkschakeling. Die leidt er weer toe dat eigen, particulier initiatief op het gebied van zorg en onderwijs door tweederde van onze landgenoten niet wordt gewaardeerd (een uitkomst van het 21minuten onderzoek, zie http://21minuten.nl).

Het netto-effect is een volgevreten land dat tevreden achteroverleunt en ondertussen bang is voor de boze buitenwereld. Verder gaat alles goed! Welkom in NL! Ik had ooit een oom, een hardwerkende tuinder, die wel eens zei: 'Het wordt tijd dat het weer eens oorlog wordt...' Daar bedoelde hij mee: Dan houden mensen misschien op met klagen, omdat ze weer begrijpen waar het in het leven om gaat: in ieder geval niet om materie. (En dat dertig jaar geleden, ten tijde van Joop den Uyl, misschien is het van alle tijden?)

Oorlog hoeft van mij niet, maar misschien is de klimaatverandering wel een blessing in disguise: eindelijk weer eens iets dat echt bedreigend is, dat weer een doel kan geven, dat mensen met elkaar kan verbinden om samen weer iets te gaan ondernemen waar we met elkaar trots op kunnen zijn. Dat is nog eens wat anders dan dat gezeur over Schiphol waar alle schizofrenie en inconsequentie van Nederland prachtig samenkomt (‘Ik wil wel vliegen maar er geen last van hebben’).

Om vrolijk af te sluiten: gelukkig is het land waar de Partij voor de Dieren twee zetels heeft in het parlement. Dan is het voor 'de mensen in het land' blijkbaar ‘godallemachtigprachtig’ geregeld. Er is ongehoorde vooruitgang. Vooral materieel. En dat levert veel verwende mensen op. Die (waarschijnlijk?) geen idee hebben hoe goed ze het hebben. Idee voor de middelbare scholen: werkweken voortaan in Afrika. Met nadruk op werk. Dat is nog eens een maatschappelijke stage.

'De materie voorbij' lijkt mij de enige uitweg. Maar daarvoor moet je wel een stap (willen) maken in de piramide van Maslov. De laatste, naar het zingevingniveau. Gaan begrijpen, ervaren, voelen dat nog meer materie jou niet gelukkiger gaat maken. Gekoppeld aan het nemen van verantwoordelijkheid voor je eigen leven kan dat nog veel moois opleveren. Maar die stap kun je niet afdwingen, ook – of juist? – de politiek niet.

Laten nog veel meer mensen nog veel rijker worden. Dan word je het vanzelf een keer zat. Ik geef toe, dit is allemaal op termijn. Voorlopig blijft het tobben om je heen. Trek je daar vooral geen bal van aan. Ga iets leuks ondernemen. Iets waar jij blij van wordt. Dat jou vervult, omdat een ander er iets aan heeft, ook weer blij van wordt.

De politicus die met de nodige humor een lange neus naar alle klagers durft te trekken zou het nog wel eens ver kunnen schoppen. Iemand die ons laat (in)zien hoe zot is het is om zoveel te klagen en zo bang te zijn. Of kun je dat van niemand vragen? Moeten we het gewoon zelf doen?

zondag, november 04, 2007

Opvoeding? Respect? Daar moet de overheid voor zorgen!

Het 21minuten.nl onderzoek bevat vermakelijke uitkomsten. Bijvoorbeeld dat naar de mening van in totaal 90 procent van de Nederlanders de overheid er voor moet zorgen dat ouders hun kinderen goed opvoeden. Bovendien vindt bijna driekwart van die 90 procent dat de overheid daar meer aan moet doen dan nu het geval is. En maar liefst 92 (!) procent van onze landgenoten vindt dat de overheid er voor moet zorgen dat burgers respectvol met elkaar omgaan. Ook weer driekwart daarvan vindt dat dat meer moet gebeuren dan nu het geval is. Je kunt er om lachen, zelfs huilen van het lachen... Of is dat - om met Max Tailleur te spreken - 'lachen om niet te huilen'?

Hoeveel verantwoordelijkheid wil je buiten jezelf leggen? Welke hoogstpersoonlijke zaken wil je overdragen aan een externe instantie? Voelen negen van de tien Nederlanders zich echt niet bij machte om hun individuele zaken en zorgen zelf op te lossen? Zeggen ze eigenlijk: dat kan ik niet, het is me teveel, dat moet de samenleving voor mij oplossen? Denken onze landgenoten (de buren, de mensen in de straat) echt dat zo ongeveer het meest persoonlijke wat je kunt doen (je omgang met anderen, je kinderen opvoeden) bemoeienis behoeft van de overheid? En dat het dan beter of anders zal gaan in Nederland? Betere opvoeding? Meer respect? Dat dan minder kinderen thuis worden doodgeslagen? (Vijftig per jaar, inderdaad: één kind per week) Dat dan na sluitingstijd minder uitgaansgeweld plaatsvindt? (Eufemistisch: 'Zinloos Geweld', alsof er zinvol geweld bestaat)

Blijkbaar hebben negen van de tien landgenoten behoefte om hun individuele verantwoordelijkheid op z’n minst te delen de samenleving. ‘Daar moet de overheid me bij helpen.’ Om vervolgens diezelfde overheid er vervolgens de schuld van te gaan geven dat het niet lukt... Nee natuurlijk niet, want het is een illusie! Het is per definitie onmogelijk om je individuele verantwoordelijkheid over te dragen aan een instantie buiten jezelf, welke dan ook: de samenleving, de overheid of de politiek. En elke politicus die zegt dat wel kan houdt zichzelf en de rest van de wereld voor de gek.

Zit daar ook de kern van het probleem, de oorzaak van die zogenaamde kloof tussen burger en politiek? Misschien willen we wel voor de gek gehouden worden! Want dan kunnen we doorleven in de illusie dat ‘wij’ er niets aan kunnen doen en dat ‘zij’ het hebben gedaan. Lekker makkelijk! Is dat de stilzwijgende afspraak tussen politiek en burgers? Zij mogen de baas zijn als wij mogen zeggen dat het allemaal hun schuld is. Lekker kankeren op ‘die zakkenvullers in Den Haag’. De machteloosheid ten top.

Dus als we het niet meer weten? De overheid! Opvoeding? Respect? Natuurlijk, daar is de overheid ook voor! Wat volgt? Huiselijk geluk? Vakantiestress? Spirituele leegte? Sexuele bevrediging? Misschien tijd dat iemand ons de spiegel durft voor te houden. Een lachspiegel wel te verstaan. Want het is om te gillen van de lach. Volwassen mensen die zich willens en wetens afhankelijk maken van de overheid. En politici en ambtenaren die daar aan meedoen. Alleen al omdat ze er hun brood mee verdienen. Een systeem dat zichzelf heel vanzelfsprekend, door alle belangen die er spelen, in stand houdt. Een systeem ook dat van buiten steeds weer gevoed wordt door de media die vertellen wat de mensen vinden (help mij, red mij) en wat de politici graag willen horen (ik kom u redden). Eigenlijk een soort ontwikkelingshulp, in ieder geval net zo’n verslavend systeem. Een systeem dat overspannen verwachtingen creëert. En een systeem dat mensen collectief gevangen houdt in onvolwassen gedrag. Een systeem waaraan behoefte is omdat mensen graag gevangen willen blijven.

Het 21 minuten onderzoek maakt pijnlijk duidelijk dat we met z’n allen vrijwillig gevangen zitten in een collectief en zelfverkozen gevangenis. Zolang er zoveel mensen zijn die anderen ergens de schuld van willen kunnen geven en zoveel mensen de verantwoordelijkheid voor hun eigen leven willen kunnen overdragen of afwentelen op een ander zal daar niets aan veranderen. Dan blijft het lachen... om niet te huilen.



(Op http://21minuten.nl kun je het hele onderzoek downloaden, incl. het commentaar van Pieter Winsemius, Yoeri Albrecht en Paul Schnabel.)

maandag, september 10, 2007

Nederland in Afghanistan: Wie denken we wel niet dat we zijn?

Afghanistan, wat hebben we daar in hemelsnaam te zoeken? Wat waren ook alweer de argumenten om ons met die mensen te bemoeien? ‘Ze bieden er onderdak aan terroristen van Al-Qaida.’ Die zitten nu in Pakistan, inclusief Osama bin Laden. Onvindbaar voor onze alziende satellieten en alwetende intelligence. Wat gaan we nu doen? Pakistan bezetten? ‘De Taliban onderdrukt vrouwen, het is een wreed en onmenselijk regime’. Klopt, en daar zijn er nog meer van in deze wereld. Gaan onze jongens daar nu ook naar toe? Dan krijgen ze het nog druk. ‘Ze verbouwen er papaver.’ Ja, en waarom? Omdat onze verslaafden hier heroïne nodig hebben. Misschien moeten we daar wat aan doen (als daar al iets aan te doen valt).

Wie denken wij wel niet dat we zijn? Vrede brengen, veilig maken, weder opbouwen. In een land dat we niet kennen, met mensen waar we niets mee hebben, gewoonten die we niet begrijpen. Een land vol stammen die het bijna nergens met elkaar over eens kunnen worden. Met primitief en tribaal gedrag dat wij alleen nog maar uit de geschiedenisboekjes kennen. Waar een stamhoofd vaak een warlord blijkt te zijn (wat vaak nog een gerespecteerde functie is ook). De Hoekse en Kabeljauwse twisten, daar doet het aan denken. Inderdaad, aan het einde van onze middeleeuwen. En dat heeft hier honderd jaar geduurd.

Is het domweg de arrogantie van de macht? Van onze vermeende morele macht? Komt het omdat wij in het Westen het altijd beter weten, erger nog: ons moreel superieur voelen en zo dan ook graag gedragen? En dat dan internationale solidariteit noemen? Met honderdduizenden hebben we De Vliegeraar van Hosseini gelezen en denken nu: Zo gaat het niet langer! We zien in The National Geographic twee foto’s van een jonge vrouw met prachtige groene ogen en roepen: We komen u redden... of u wilt of niet! Is het zoiets? Maar de doden die nu terugkomen, is dat nu ons lesje in nederigheid? Net zoals Srebrenica? We konden die mannen niet redden. Maar dat maakt voor hun vrouwen niet uit. Wij (en niet de VN!) hebben het in hun ogen gedaan, bij ons ligt het verwijt.

Komen we er nu weer achter dat wat wij willen en ook denken te kunnen misschien wel onmogelijk is? Omdat het gewoonweg niet binnen onze macht ligt? Ondanks onze beste bedoelingen en onze nobele harten? Zijn we eigenlijk de padvinder die het oude vrouwtje de zebra overtrekt terwijl ze helemaal niet wil oversteken? Zo simpel ligt het vast niet. Er zijn ongetwijfeld heel veel Afghanen die graag een beter en gelukkiger leven willen. Die zo snel mogelijk afwillen van zowel Talibanstrijders als drugsmaffia. Boeren die graag wat anders dan papaver verbouwen als ze daar ook een boterham mee kunnen verdienen. Maar is wel mogelijk hen daarbij te helpen? Of moeten ze dit echt zelf doen? Zelf erachter komen hoe je met elkaar kunt samenleven? Net als wij door schade en schande wijzer zijn geworden?

'Mensen worden niet ontwikkeld, mensen ontwikkelen zichzelf’ was een gedenkwaardige uitspraak van Prins Claus. Mag iedereen ‘life and how to live it’ alsjeblieft op zijn eigen manier uitvinden? Zoals wij dat hier in dit land al ruziemakend ook gedaan hebben? Waardoor we gekomen zijn waar we zijn? Ja, het is verschrikkelijk om aan te moeten zien wat mensen elkaar aandoen. Dat ze elkaar het kot uitvechten, en elkaar uitmoorden. We weten er hier alles van. De Tweede Wereldoorlog is pas zestig jaar geleden. Vijftig miljoen doden in ons beschaafde Europa. En als nasleep de toen (en nu?) nog steeds niet uitgeraasde Balkan. Met als luguber hoogtepunt en moreel dieptepunt Srebrenica.

We moeten allemaal - elk mens, elke stam, elk volk, elk land - door meestal heel vervelende, vaak bijzonder nare ontwikkelingsfasen heen. En vaak gaat dat gepaard met veel verdriet en pijn, tot en met moord en doodslag. Verdriet en pijn over wat jou aangedaan is, en wat jij anderen vervolgens weer aan doet. ‘Revenge’ riepen heel veel Amerikanen na 9-11. Desnoods wraak op mensen die er niets mee te maken hebben. Zo werkt het blijkbaar. Tot iemand op een dag zegt: Ik doe niet meer mee. Ik wil geen oorlog meer. Ik begrijp dat geweld altijd en alleen maar nog meer geweld oproept. En zo kan het geweld langzaam maar zeker stoppen. En dan op een dag, misschien ooit, komt uit wat Frankie Goes To Hollywood zingt op Two Tribes: ‘Just think of it... War breaks out and nobody turns up’.

Maar dat is een lange weg. En een shortcut werkt niet. Je kunt een land niet tot een democratie bombarderen. Dat is een illusie. Zie Irak. Als bezetter kun je geen hearts & minds winnen. Dat is niet alleen naïef, dat is gewoon dom. Zie Irak. Geweld moet uitwoeden. Geweld met geweld onderdrukken zorgt ervoor dat het op een ander moment er minstens zo hard alsnog uitkomt. Als een bal die je onder water houdt. Zie Irak. Die gedachte is moeilijk te verdragen. Dat gevecht is nauwelijks aan te zien. Maar met de beste bedoelingen gaan meevechten maakt het allemaal nog veel erger. Zie Irak. Je kunt niet vechten voor vrede. En zeker niet voor andermans vrede. Je kunt geen vrede van buitenaf opleggen. Vrede komt van binnenuit, of niet. ‘Fighting for peace is like fucking for virginity.’

maandag, juli 16, 2007

Hersenkraker: Heb ik nu iets gewonnen?

Om de zomer door te komen een heuse hersenkraker.

Ron Rijghard beschrijft in de NRC van 20 april 2007 heel droog een kamerdebatje. Het gaat over cultuur en subsidies. De vertegenwoordiger van de Partij van de Vrijheid kiest een invalshoek waar andere kamerleden zich over opwinden. Maar niemand van dit intelligente en goedbetaalde gezelschap kan het betoog ontzenuwen. Niemand krijgt er speld tussen. Want iedereen denkt vanuit het adagium, paradigma zo je wilt, 'cultuur moet'. Maar waarom dan? Dat weet niemand helder te verwoorden. Wel veel politieke correctheid, heilige huisjes en morele verontwaardiging.

De PVV dwingt met hun extreme standpunten en soms rabiate opvattingen in ieder geval tot nadenken en positie kiezen. Wat dat betreft zijn het de (wees)kinderen van Pim Fortuyn. In dit geval tot het bedachtzaam formuleren van fundamentele gedachten over kunst en cultuur, en het nut en de noodzaakvan het subsidiëren ervan. Maar ja, kom daar maar eens om. De laatste die dat lukte was Piet Hein Donner, over de doodstraf, toen hij werd uitgedaagd door de LPF.

Hier het letterlijke verslag uit de krant, het leest als een toneelscript.
De kop luidde: Heb ik nu iets gewonnen?

Mijn partij wil 16 miljard bezuinigen. Dat kan op ontwikkelingshulp, diversiteitsbeleid en cultuur. Zo begon Martin Bosma van de Partij voor deVrijheid (PVV) gisteren zijn opvallende bijdrage aan het cultuurdebat in deTweede Kamer. Dat ging eigenlijk over de wetswijziging voor een nieuw systeem van subsidies verdelen. De redenering van PVVer Bosma was eenvoudig: minder belasting heffen, betekent meer geld bij het volk, dat dan zelf kunst kan kiezen. Subsidie is het juk van de collectieve dwang. Slechts één zinsdeel in de wet sprak hem aan: dat er werd gesproken van Nederlandse cultuur: In de multiculturele woestijn bloeit een bloem.

De woordvoerders van de andere partijen aarzelden hardop of ze dit wilden laten passeren, maar kozen voor een confrontatie.

Nicolaï (VVD): Uw redenering volgend, verdwijnt de opera.

Bosma: Nee hoor. De gegoede burger kan en zal meer betalen. Er zal minder publiek komen. Dat moeten we dan maar accepteren.

Halsema (GroenLinks): Hoeveel wilt u bezuinigen op het kunstbudget? De helft? Driekwart?

Bosma: Doe maar de helft. Dan is mijn partij gelukkig.

Van der Ham (D66): De Nederlandse cultuur heeft altijd geprofiteerd van buitenlandse inbreng. Weet u waar Vondel is geboren?

Bosma: Ik dacht in Keulen. Heb ik nu iets gewonnen?

Leerdam: Wat is uw definitie van Nederlandse cultuur?

Bosma: Tja, wat gangbaar is in Nederland. Cultuur die in Nederland bestaat. Is dit belangrijk?

Van der Ham: Helmert Woudenberg maakte een prachtvoorstelling over Fortuyn, die zelfs zijn familie tot tranen bracht.

Bosma: Er gaat via Rijk, gemeentes en provincies 2 miljard subsidie naar kunst. Daar mag Woudenberg wel iets moois van maken.

Tot zover het verslag. Breng daar maar eens iets tegen in...
Wie het weet mag het zeggen!

Jan Peter, Walk the Talk...


Grote woorden vragen om grote daden. 'Verantwoordelijkheid nemen' ligt premier Balkenende in de mond bestorven. Ik zou zeggen: ‘Jan Peter, walk the talk...’

In 2003 deed Nederland mee aan de inval in Irak. Een oorlog onder leiding van Amerika en Engeland. Een inval zonder steun van de Veiligheidsraad. Een oorlog op eigen houtje, van het duo Bush en Blair. Waarvan veel mensen zeiden: Dit is niet mijn oorlog. De gevolgen zien we dagelijks op tv. Dit is domweg Vietnam Revisited. Ik groeide op met beelden van napalmbombardenten, nu zien mijn kinderen zelfmoordaanslagen met autobommen in Baghdad. De geschiedenis herhaalt zich en we leren er niets van.

Leren heeft alles te maken met je bewust worden van dingen. Door ergens bij stil te staan. Er de volle aandacht voor te hebben. Balkenende, Bos en Rouvoet hebben bij de kabinetsformatie afgesproken om geen parlementair onderzoek toe te staan naar de toedracht van de betrokkenheid van Nederland bij de inval in Irak. Dat ontneemt ons de kans om iets te leren. Ik wil hier graag van leren. En misschien wel meer mensen. Dat lukt alleen als alle informatie ook bekend is en gedeeld wordt. Al is die, wie dan ook, onwelgevallig.

Mensen leren het meest van hun fouten. En die fouten onder ogen zien en ze toegeven doet pijn. Je voelt je schuldig, je schaamt je. De natuurlijke neiging is dus stilhouden. Heel begrijpelijk. Maar zolang je het stilhoudt leer je niets. Onderzoek, open durven zijn is de enige route. En wat is het alternatief? Alle vooroordelen over de politiek, 'regenten', 'hoge heren', 'zakkenvullers', weer bevestigen? De afkeer van Den Haag nog verder vergroten? De kloof tussen burger en politiek des te breder en dieper maken?

Een ding is voor mij zeker: ik voel me als burger van dit land absoluut niet serieus genomen. Drie heren die met elkaar bedisselen dat ik niet mag weten, wat er een paar jaar geleden bedisseld werd, door een van hen, met weer andere heren. Het is niet van deze tijd. En het is respectloos. Premier Balkenende, u bent de man die tegen mij zegt: neem uw verantwoordelijkheid als burger. Dat doe ik graag en dagelijks, bij deze!

Want andersom, als burger zou u willen zeggen: neem uw verantwoordelijkheid als minister-president, en leg verantwoording af. Ik wil u graag kunnen respecteren. Van mij hoeft u niet af te treden als er dingen boven water komen waarvan iedereen straks zegt: Hoe kon je? Allemaal wijsheid achteraf. Straks aftreden om iets uit 2003 is net zo suf als het kabinet-Kok dat op de valreep vertrok vanwege de val van Srbrenica, jaren ervoor.

Gooi de boel open, laat ons er allemaal van leren, maak waar nodig oprechte excuses dan zand erover. Nu krijg ik elke dag een beetje meer het gevoel dat er echt iets grondig mis is. Waar rook is daar is vuur. Zo simpel. Neem verantwoordelijkheid en laat ons allemaal leren van mogelijke fouten. Dan hoeven we ze misschien niet meer te maken. En als u er echt van overtuigd bent dat er uberhaupt geen fouten zijn gemaakt dan begrijp ik het hele probleem niet.

Fouten zijn bedacht om van te leren. Dat doen we al sinds de zondeval. Het is niet anders hier op aarde. Minister Donner zei het laatst zo mooi: ‘De mens is geneigd tot het kwade, en in staat tot het goede’. Meneer Balkenende, doe dat laatste, nu voedt u vooral de eerste gedachte. Hou op met rook maken. Leg verantwoording af. Dan kan ik zeggen: Balkenende, ik ben het vaak niet met hem eens, maar ik heb wel respect voor hem. Dan is de premier van dit land iemand die voor mij een voorbeeld is. Een voorbeeld van jezelf en anderen serieus nemen. 'Walk the talk'.

donderdag, juli 12, 2007

Je regrette... Ik zie nu dat ik zelf schaapachtig ben



Feministe en econoom Heleen Mees loopt te hoop tegen hoogopgeleide moeders die besluiten om (gedeeltelijk) te stoppen met werken of (tijdelijk) hun ambities bij te stellen om zich te kunnen wijden aan het grootbrengen van hun kinderen. De zweep erover. Het is een j’accuse, zegt ze in NRC Handelsblad van donderdag 5 juli 2007 tegen Japke-d. Bouma. Vrouwen verkwanselen hun talent als ze niet werken. Maar als ze ooit kinderen krijgt en dan toch stopt met werken zal ze een groot pamflet met excuses schrijven. Dat kan nu al. Een denkbeeldig Je regrette.

Vrijheid is een innerlijke overtuiging
Het spijt me, ik zat er naast. Niet een beetje, ik zat er echt helemaal naast. Op zich had ik wel gelijk, het grootste gelijk van de wereld. Maar het was mijn gelijk. Ik ben er achter dat iedereen zijn eigen gelijk heeft. En dat het geen zin heeft om andermans gelijk te bestrijden. Wel heeft het zin andermans, in dit geval andervrouws, gelijk te erkennen en te begrijpen. Ik heb de hoogopgeleide moeders van Nederland tekort gedaan door ze over een kam te scheren. Zonder zelf te weten wat het is om moeder te zijn, wat er dan met je gebeurt, mentaal, fysiek, emotioneel, hormonaal, spiritueel, heb ik er van alles van gevonden. Omdat het in mijn beperkte, nauw omkaderde wereldbeeld paste. Want als feministe vond ik dat iedere vrouw zelfstandig moet kunnen zijn. En dat doe je door te werken, zeker als je hoogopgeleid bent. Want de econoom in mij zei: Met die opleiding hoor je wat te doen. Ik begrijp nu dat je ook zonder te werken, zonder een eigen inkomen te hebben, zelfstandig kunt zijn en je onafhankelijk kunt voelen. Omdat je vrij voelen geen uiterlijk gegeven maar een innerlijke overtuiging is.

Irrationele beslissingen kunnen waardevol zijn
Het spijt me dat ik me heb lopen bemoeien met zaken die me niet aangaan. Ik begrijp nu dat dat niet alleen heel calvinistisch is, maar ook bijzonder moralistisch. Want wie ben ik om me op zo’n manier met andermans keuzes, met een ander haar leven te bemoeien. Met de beste bedoelingen heb ik mensen wakker willen schudden. En er zijn ook mensen wakker door geworden. Alleen heel anders dan ik me had voorgesteld: ze werden zich bewust van de juistheid, voor hen, op dat moment, van hun keuze! Het effect was dat vrouwen hardop gingen zeggen: Ja, zo doe ik dat op dit moment, daar kies ik nu heel bewust voor. Nu ben ik er voor mijn kinderen. Daar heb ik het volste recht toe. Ik voel me aan niets of niemand verplicht, hoogstens aan mijn kinderen, die ervan genieten dat ik er zo veel voor ze ben. Straks zie ik wel weer verder, nu eerst dit. Want ik trek het niet om hard te werken èn voluit moeder te zijn. Werken kan altijd nog, moeder zijn kan alleen in deze jaren... Ik begrijp nu dat er momenten en periodes in je leven kunnen zijn dat alles anders is, en dat je dan ook andere keuzes kunt maken. En dat beslissingen die niet rationeel lijken toch waardevol kunnen zijn.

Luisteren naar wat je gevoel je zegt
Het spijt me dat ik boos heb gedaan over en tegen mensen die ik niet eens ken. Het was allemaal ergernis over zaken die mij niet aangaan. Irrationele ergernis die ik ondertussen erg goed wist te beredeneren. Ergernis waar niemand om gevraagd had en die anderen nergens aan te danken hadden. Ik begrijp nu ook de boze reacties van mensen. Dat ze over mij zeiden: Ze heeft zelf zeker geen kinderen, of erger nog: Heeft ze zelf geen leuke moeder gehad? Dat ik er helemaal naast zat begreep ik toen iemand mij plagerig vroeg: Maar Heleen, ben je soms jaloers? Ik werd eerst razend, maar toen diegene daar hartelijk om moest lachen en ook bleef lachen durfde ik langzaam maar zeker iets tot me door te laten dringen: hoe ik mezelf loop op te jagen. En niet alleen mezelf, ook anderen. Ik joeg anderen op om op die manier mezelf te overtuigen: dat het goed is om te werken, zelf de kost te verdienen, en dat het niet alleen goed is maar ook moet, omdat ik me anders niet goed en ongelukkig, lees: niet zelfstandig en onvrij voel. Maar wat zou ik eigenlijk graag eens iets doen wat oneconomisch is, wat ogenschijnlijk helemaal niets oplevert of nergens toe bijdraagt. Even uit die tredmolen van eindeloos presteren en alsmaar hogerop. Gewoon even uitblazen. Ik begrijp nu dat je ook naar je gevoel kunt luisteren. Dat ik meer ben dan mijn overactieve hoofd. Opmerkzaam kunt reageren op signalen van je lichaam wanneer het zegt: Nu even niet.

Plezier hebben in wat je zelf doet
Het spijt me dat ik Nederlandse vrouwen schaapachtig heb genoemd. Iemand vertelde mij wat ze dacht toen ze voor het eerst mijn foto zag: Wat kijkt die schaapachtig... Omdat ze het tegen me durfde te zeggen kon ik er om lachen. En inderdaad, laat ik het nu maar zeggen, het is waar. Ik kan erg schaapachtig kijken. Ik vind het verschrikkelijk als ik mezelf daar op betrap. Ik begrijp nu dat het een prachtige projectie is. Ik zie overal om me heen wat ik van mezelf liever niet wil zien, van mezelf niet wil weten. Het belangrijkste wat ik geleerd heb is dat we niet allemaal hetzelfde in elkaar zitten. Dat ik zoveel energie en ambitie heb wil niet zeggen dat iedereen dat heeft of zou moeten hebben. En dat ik zo graag buiten de deur ben en mezelf in de schijnwerpers zet wil niet zeggen dat er iedereen daar plezier in heeft of zou moeten hebben. Ik begrijp dat het geen enkele zin heeft om me zo druk te maken over anderen. Ik kan maar een ding doen: zelf plezier hebben in wat ik doe. En anderen laten. Misschien ben ik dan een inspirerend voorbeeld voor anderen. Ook voor hoogopgeleide jonge moeders. Of niet, moeten ze zelf weten. Want ik ga er niet over.

maandag, juli 09, 2007

Workshop Mens Erger Je Niet!



Minder gedoe en meer resultaat
Ergernissen blokkeren een open communicatie, irritaties belemmeren een neutrale waarneming en allergieën staan een vruchtbare samenwerking in de weg. Het gebeurt elke dag. Mens erger je niet! Inderdaad, ‘Het meest gespeelde spel’! Ondertussen kost het veel tijd en energie. Wil je dat? Of kun je er ook iets aan doen?

Verschrikkelijk irritant gedrag van anderen
Je kunt ergernissen ook gebruiken. Om jezelf beter te leren kennen en meer uit jezelf te halen. Bij de workshop Mens Erger Je Niet! komt irritant gedrag in een ander licht te staan. Het is niet zomaar ergerlijk gedrag van een ander, het gaat ook over jou. En je kunt er iets aan hebben.

Jezelf doorzien, ander gedrag ontwikkelen
In deze workshop krijg je zicht op je eigen kwaliteiten en hoe je die in kunt zetten. Je kunt je ergernissen aanwenden voor je eigen ontwikkeling. En de volgende dag kijk je met andere ogen naar diezelfde mensen waar je je zo aan ergerde. Je gaat met hen om en werkt met hen samen. Volwassen en professioneel. Dat scheelt veel energie en gedoe.

Mens Erger Je Niet! is een afwisselende workshop van een dag.
De trainers zijn André Meiresonne en Léonne Meiresonne.
De groep bestaat uit maximaal acht deelnemers.
Meer weten? Stuur een email

Reacties van deelnemers:
‘In een schijnbaar simpele setting snel tot de kern doordringen’
‘Geeft inzicht in je eigen drijfveren, verlangens en ambities’
‘Verrassende cursus’

maandag, juni 25, 2007

Iedereen ZZP'er!


Fantaserend over wat een zegen het zou zijn als iedereen ZZP’er* zou worden (eigen verantwoordelijkheid, niet meer leunen en steunen) belandde ik laatst in een demonstratie van rijksambtenaren. Niet in het carnavaleske begin van de optocht (petjes, fluitjes, hesjes, liedjes, dweilorkest) maar in de staart van de stoet (grijs, oud, uitgeteld, moedeloos, uitzichtloos, verward en verstrooid).

Kunnen deze mensen ZZP’er worden? Hun collega’s voorop vast wel. Want die kunnen ook heel goed een demonstratie organiseren (vergunningen, publiciteit, busvervoer uit het hele land, petjes&fluitjeslogistiek, spandoeken, muziekcontracten), die zijn heel ondernemend, vindingrijk en creatief (‘We want more’). Maar die mensen in de staart, helemaal achteraan...

Toen dacht ik: Gelukkig, zijn die er ook. De harde werkers, die er elke dag weer zijn. Zo betrouwbaar. Zij zorgen er toch maar mooi voor dat alles blijft draaien. De belastingaangiftes worden verwerkt, de vuile straten geveegd en besneeuwde wegen gepekeld. Die mensen zijn ook snel bezorgd, vaak overbezorgd. Voor hen moeten we juist goed zorgen.

Maar de rest? Zo snel mogelijk ZZP’er! Ik durf uit eigen ervaring te zeggen: Wat zal ons land daar van opknappen!

*) Zelfstandige Zonder Personeel, maar volgens mijn accountant: Zwakzinnige Zonder Pensioen...

woensdag, juni 13, 2007

Je eigen frietzaak!

(Verschenen in Tijdschrift voor Management Development, zomer 2007)

De pers begint onze kinderen te ontdekken. De jongste rockband van Den Haag. Ja boeiuh!, hoor ik u al denken, 'weet ik onderhand wel.' Boeiend was misschien het volgende. Binnen een paar dagen kwamen er twee journalisten langs. De een schreef een artikel dat helemaal raak was, waarin die jongens zich herkenden: groot en vol zelfvertrouwen, opmerkingen konden nog worden verwerkt. De ander schreef een artikel waar die jongens zich niet in herkenden, met een foto waar ze niet blij van werden - en daar was niets meer aan te doen.

Met de ene journalist willen die jongens graag verder: primeurs aan geven, inseinen, betrekken. Met de andere journalist zullen ze uit zichzelf geen contact meer zoeken. De een werkt zelfstandig als freelance journalist. De ander is in dienst van een groot mediabedrijf. De een leek bezig met de vraag: Wat is mijn bijdrage? Praktisch: Wat kan ik hiermee? Kan ik hier terugkomen? De ander leek daar niet mee bezig. Ik heb er in ieder geval niets van gemerkt.

Maar wat zou je doen als het je eigen frietzaak was? vroeg iemand mij een keer. Tja, dan denk je net even langer na. En kom je soms op heel andere gedachten. Dan ga je misschien wel anders om met het budget dat je hebt. Want alles komt dichterbij. Soms zelfs heel dichtbij. Want je voelt het direct. Wat ben ik opgeknapt van het zelfstandige bestaan! Ik kan niemand meer de schuld geven. Als u dit stukje massaal niks vindt of hierna niets meer van mij wilt lezen, heb ik een probleem. Want dan vraagt de redactie mij niet meer. Zo simpel! Voeg ik iets toe, dan heb ik wat te doen; voeg ik niets toe, dan heb ik niets te doen.

Van Zelfstandig Zonder Personeel...
ZZP’ers zijn de snelst groeiende groep werkenden in Nederland. Het gaat inmiddels om honderdduizenden mensen. En het gaat door. U zult misschien zeggen: Kunst, met zo’n groeiende economie. Maar het begon juist toen de economie in een dal zat. En de mensen in een dip. Het was voor velen een manier om op eigen benen te gaan staan. Niet bij de pakken neer te blijven zitten. Hun eigen ding te gaan doen. Dat is wat ze vertellen, die Zelfstandigen Zonder Personeel. (Of zoals mijn accountant zegt: Zwakzinnigen Zonder Pensioen...) In vrijheid jezelf kunnen ontwikkelen. Alles heel direct voelen. Zowel succes als mislukking. Direct effect. Het komt allemaal bij jou terug: jij hebt het zelf gedaan. En je hebt de daarbij horende verantwoordelijkheid. Beslissingen, keuzes, de hele dag door. Afhankelijk zijn van wat je zelf verovert, of van wat anderen jou gunnen. (Of is dat eigenlijk hetzelfde?) Doodeng, en volstrekt onzeker. En toch, de meeste ZZP’ers willen niet anders. Die vrijheid! Dan de onzekerheid maar op de koop toe nemen.

Stel je nou eens voor: deze ontwikkeling zet door. Het aantal zelfstandigen groeit exponentieel. Met de wind in de rug, groeiende economie, toenemende krapte op de arbeidsmarkt, durven nog veel meer mensen het aan om voor zichzelf te beginnen. Ze verhuren zichzelf, tijdelijk of behoorlijk permanent. Ze regelen hun eigen zaakjes als arbeidsongeschiktheidsverzekering (niet of nauwelijks: veel te duur, dus pas uitkering na zes maanden ziekte en dan nog maar de helft van je gemiddelde salaris) en pensioenopbouw (niet of een beetje, beleggen in je eigen huis is veel profijtelijker). Ze werken zo veel of weinig als ze willen (ze hoeven bij niemand vrij te vragen, dat overleggen ze met hun klanten en opdrachtgevers) en zo lang of kort als ze willen (de pensioengerechtigde leeftijd is niet van toepassing en dus ook geen issue meer). Ze sluiten wederzijds opzegbare managementcontracten af of nemen geheel of gedeeltelijk klussen aan. Ze zijn niemand tot last en er hoeft bij ziekte niet een obligaat boeketje naar toe (‘Beterschap, we hopen je snel weer te zien!’). Aansporingen zijn niet meer nodig. De Arbo artsen hebben bijna niets meer te doen en de HRM afdeling kan gedecimeerd. Ze zorgen voor hun eigen ontwikkeling, regelen hun eigen opleidingen. Organiseren hun eigen tegenspraak, creëren samen intervisiegroepen. De MD’er kan ook naar huis.

... naar Zeer Zelfstandig Personeel
Nou zal het zo’n vaart niet lopen. Hoopt u. En toch gaat het die kant op. Steeds meer mensen nemen het heft in eigen hand. Willen op eigen benen staan. En wat voegt u dan nog toe? En het gaat niet alleen om RvB-leden met hun eigen management-BV, maar ook om interim-managers (intern of extern), tijdelijke managers (invallers, jobrotators), leden van de Y-generatie, projectmanagers. Het worden er elke dag meer. Steeds meer van uw hipo’s* worden ZZP’er. Of gedragen zich ernaar. En misschien is dat nog wel een veel ingrijpender ontwikkeling. Want steeds meer mensen stellen niet alleen aan zichzelf de vraag: ‘Wat draag ik bij?’ (om scherp te blijven, om aan te blijven sluiten). Ze stellen die vraag ook aan hun omgeving. Dus ook aan u! Wat draag jij als MD’er bij aan mijn ontwikkeling? Of botweg: Wat heb ik aan jou?

Ooit was de vraag: Ben ik in beeld? Nu is de vraag: Ben ik van toepassing? Wat voeg je toe als MD’er? Misschien wel meer dan je denkt. Daar kun je achter komen wanneer je je ook als een ZZP’er gaat gedragen. Neem je vrijheid, pak je verantwoordelijkheid. Voel de autonomie, ervaar de soevereiniteit. En beleef ook je behoefte aan verbinding en aansluiting. Ook ZZP’ers (of mensen die zich zo gedragen) willen zich maar al te graag ergens thuis voelen, op hun gemak zijn. Het zijn net mensen. Gewoon mensen van deze tijd. Moderne mensen die graag Prins Claus aanhalen: One does not develop people, they develop themselves. Die geen behoefte hebben aan iemand die voor hen zorgt, die hen wil ontwikkelen. Dat doen ze zelf wel. Ze hebben behoefte aan iemand die van binnenuit hun grootste zorg begrijpt: Voeg ik iets toe? Een MD’er die ze serieus kunnen nemen, (omdat) die zichzelf die vraag ook dagelijks stelt. Die hun grootste behoefte begrijpt: kan ik me hier ontwikkelen? Iemand die zich echt in hen kan verplaatsen, (omdat) die met hetzelfde bezig is. Een MD’er die zo boeiend is dat ook deze mensen zich met de organisatie willen verbinden.

*) high potentials

maandag, juni 04, 2007

We hebben de politiek niet meer nodig


Als je de wereld wilt veranderen dan doe je dat via de politiek. Zo heb ik het geleerd. Vrijheid en democratie betekent politiek. Zo groeide ik op in de jaren zestig. Mijn kinderen wijzen me de weg in andere, nieuwe tijden. Ze zijn niet bezig met structuurveranderingen en systeemwijzigingen. Laat staan dat ze denken dat je daar gelukkiger van wordt. Hyves, MySpace, YouTube, dat is voor hen democratisering. Andy Warhol's 15 Minutes of Fame zijn voor hen werkelijkheid, op het internet. Hun motto is: Trek je eigen plan, onderneem wat goed voelt en doe waar je goed in bent, werk samen met de mensen bij wie jij je op je gemak voelt.

We zijn hard op weg naar een wereld die niet meer geografisch verdeeld is, maar naar mensen die je liggen. Gelijkgezinden wordt het thema. Dankzij internet en goedkoop vliegen is de wereld heel snel heel klein aan het worden. En met steeds meer wereldwijde economische samenwerking komt de wereldvrede snel dichterbij. Want bij oorlog hebben steeds minder mensen belang. Bij globalisering des te meer.

De politiek en de overheid schuiven langzaam maar zeker van het centrum naar de zijkant. Zij krijgen geen kleinere maar wel een andere, meer volgende en ondersteunende rol. De boel kantelt, andere organisaties en instanties, en vooral individuele mensen en de groepen waarin ze zich, al of niet op tijdelijke basis en naar thema en onderwerp, verbinden zorgen steeds vaker voor de werkelijke vernieuwing. Het burgerinitiatief over de intensieve veehouderij is daar een mooi recent voorbeeld van.

Ondernemende mensen nemen initiatieven en vervullen een rol die tot voor kort van de overheid of de politiek werd verwacht. Sonja Bakker doet wat geen overheidsinstantie, goedbedoelde Postbus 51-campagne of fiscale maatregel ooit vermocht: Nederland massaal laat lijnen. Het zijn ondernemers die de wereld veranderen, en die de dingen doen waarvoor je vroeger naar het collectief keek: in de zorg, de kunst, het onderwijs. Kijk naar het opkomend maecenaat, de Joop van de Ende Foundation. Zie de nieuwe particuliere universiteiten die ingeslapen provinciesteden als Middelburg en Zutphen tot leven wekken. En ook op een klassiek overheidsterrein als de infrastructuur rukt het ondernemen en investeren op. Pensioenfondsen zijn alle vertragingen zat willen zelf wegen en tunnels gaan bouwen en zo hun investeringen bereikbaar houden.

Steeds meer mensen kunnen en willen zelf aanpakken. Ze hebben geen zin om te wachten op een ander, laat staan de overheid, zíj gaan het doen. En het barst in deze wereld van het geld, het wachten is op een goed idee, dat kan elke venture capitalist je vertellen. Ga niet uit van geld, maar van een visie. Dan komt het met het geld vanzelf wel goed, aldus prof. Hans Becker, econoom en uitvinder van de Geluksbevorderende Zorg (gelukkige mensen kosten minder).

Begrijp de economische drijfveren van mensen en zet de individuele mens, met zijn zorgen en behoeften, wensen en verlangens, angsten en dromen, in het midden. Dan begrijp je ook waarom kleinschalig microkrediet een stuk effectiever is dan internationale ontwikkelingshulp, en waarom een dieetgoeroe veel succesvoller is dan welke minister van Volksgezondheid ook. Vraag aan een ondernemer wat hij van de overheid verwacht en je hoort: Creëer een duidelijk en eerlijk speelveld, maak een heldere set regels die voor iedereen geldt, handhaaf die regels en bemoei je er verder niet mee. En zorg voor het allerbeste onderwijs en een werkende infrastructuur. Who needs politics?

De politiek is in de 21e eeuw niet meer het podium dat het in de 19e en 20e eeuw wel was: de plek om maatschappelijke verandering voor elkaar te krijgen, de maatschappij in een werkbare en werkende vorm te gieten. Politiek was de manier om de massa te emanciperen, waar we nu met elkaar de economische en sociale vruchten van plukken. De overheid werd daarvan het voertuig, zie alle spending departments.

De politiek hoeft nu alleen nog maar te zorgen voor kaders die zoveel mogelijk ruimte en vrijheid geven om te ondernemen en te doen wat je goed dunkt, en dat te voorzien van een stevige morele bodem. Want bij meer vrijheid hoort meer verantwoordelijkheid. Dat betekent een steeds groter beroep op ieders integriteit. Moraliteit is meer dan ooit nodig. En dan heeft juist de politiek nog een lange weg te gaan. Want hoe zat het ook alweer met de verantwoording over de betrokkenheid van Nederland bij de oorlog in Irak? De enige politicus die zich daar echt druk over maakt is Dries van Agt. Godbetert.

(Verschenen in NRC Handelsblad, Opinie & Debat, 2/3 juni 2007)

dinsdag, mei 29, 2007

Het Sonja Bakker Effect


Sonja Bakker krijgt voor elkaar wat geen overheidscampagne ooit vermocht: Nederlanders massaal laten lijnen. Ze draagt bij aan het beperken van de kostenstijging in de gezondheidszorg en wordt ondertussen zelf miljonair. Ze laat ook zien dat de Nederlandse instituties niet meer werken. Die lijden ook aan overgewicht en onbewegelijkheid. Een dieetadvies aan het nieuw kabinet: Zomerslank met Sonja!

Binnenkomen op nummer 1. Dat wil elke auteur. Een miljoen exemplaren verkopen van je eerste boek. Dat is een Nederlander nog nooit gelukt. Sonja Bakker is er hard naar op weg. Waarschijnlijk in de loop van dit jaar. Ze gaat nu de Duitse markt op. Nadat ze bij de nonnetjes in Vught is geweest en in Duitsland in heel veel winkelwagentjes heeft gekeken om de eetgewoonten van de Duitsers beter te begrijpen. Ze heeft inmiddels zeven miljoen euro op haar bankrekening. Rijdt geen oude Twingo meer maar een gloednieuwe Audi TT. Maar woont nog steeds in haar doorzonwoning in Spierdijk.

Sonja blijft eenvoudig. En Sonja doet normaal. Dat is ook haar boodschap: beweeg genoeg, eet niet teveel en zorg voor afwisseling. Zo simpel? Zo simpel! Sonja is gewoon en ze houdt het simpel. En Sonja durft te genieten van haar succes, uiteraard met mate. Dat is genoeg om heel veel Nederlanders voor haar en haar aanpak te laten vallen. Honderdduizenden vallen een veelvoud af. Dat is ook genoeg om anderen jaloers te maken. Een minder succesvolle gewichtsconsulente beschuldigt Sonja van plagiaat en het Voedingscentrum zegt dat Sonja’s methode geen aantoonbaar blijvend resultaat oplevert.

Je zult toch het Voedingscentrum zijn. Al jaren bezig, met veel subsidie en overheidssteun, om Nederlanders gezonder en gevarieerder te laten eten. Je weet dat je iets doet dat belangrijk is, je zet je in voor de publieke zaak. Je weet je gesteund door de overheid, daar ben je tenslotte door opgericht, ooit jaren geleden. Je weet ook dat institutionalisering dreigt en dat je bij moet blijven. Dus vernieuw je de schijf van vijf. En je zet een test op je site, je ontwikkelt een interactief spel en geeft een koelkastmagneet weg bij de nieuwe brochure, die je ook nog in prijs verlaagt.

En dan is daar Sonja Bakker. Geen doctorandus, niet eens diëtiste. Nee, een conulente met een LOI-opleiding. Ze werkte op kantoor bij Christine le Duc. Inderdaad, van de sexlingerie en de Tarzans. Dochter van een bloembollenboer. En zij krijgt voor elkaar wat nog niemand gelukt is. Nederlanders massaal laten lijnen. Door een begrijpelijke methode te ontwikkelen. Genoeg bewegen, met mate en afwisselend eten. Geen gedoe en gereken met koolhydraten en eiwitten, vetten om op te letten. Geen schijf van vijf. Gewoon uitgespeld wat je op een dag mag eten. Precies wat veel mensen willen.

Ik heb een SAS-dag, hoorde ik een tijdje geleden voor het eerst. Het ging niet over skandinavisch vliegen. Hij had een Schijt Aan Sonja die dag. Hij was aan het sonjabakkeren en liet me trots zijn nieuwe kleren zien. Kijk, hier zat een buik: Dat kon ik me inderdaad herinneren. Een kilo per week eraf. Twaalf kilo bij elkaar. Dankzij Sonja! Nu ging hij stoppen met roken. Zijn vrouw deed ook mee. En wat blijkt. Mensen zoeken steun, helpen elkaar. Thuis, op het werk, via het internet. Kijk even op Sonja haar eigen site. Groepjes, streefgewichten, weekresultaten.

Als ik minister van Volksgezondheid was dan wist ik het wel als het gaat over overgewicht. Hou op met alle campagnes, stop het ontwikkelen van beleid. Vergeet belasting op ongezonde producten. Schrap het woord stimuleren uit alle nota’s en notities. Het is een illusie dat de overheid iets kan doen aan het uitdijen van de Nederlanders. Dat kunnen mensen alleen zelf. Als ze echt willen, een reden hebben: dik genoeg zijn, onbewegelijk worden, zich vies en vadsig voelen. Of in de ziektewet of de WIA terechtkomen. En dan hebben ze behoefte aan iemand die hen begrijpt. Aan Sonja.

Sonja Bakker laat met haar drie boeken in de boekentop vijf (en haar spaarrekening!) zien dat geïnstitutionaliseerd Nederland steeds minder werkt. En dat eigen initiatief en ondernemerschap wel werkt. Haar basiskennis deed ze op bij het LOI, een schriftelijke opleiding, zelf betaalt. Ze begon een eigen praktijk aan huis als gewichtsconsulent. Na acht jaar schreef ze zelf op wat ze wist. In de vorm van negen weekmenu’s. Ze leurde er mee langs uitgeverijen. Niemand wilde het hebben. Ze heeft het tenslotte samen met haar man zelf uitgegeven, in eigen beheer. Met geleend geld. De rest is geschiedenis.

Twitter Delicious Facebook Digg Stumbleupon Favorites More