Wonderlijke tijden. Verstoring van de bestaande orde. Wat voor jou belangrijk is wordt bedreigd – en je zoekt steun, houvast, geborgenheid. Je behoefte aan zekerheid groeit, maar waar vind je die nog? De werkelijkheid schreeuwt je toe: ’Je bent op jezelf aangewezen!’ Ben je dus alleen? Nee! Want we zijn hier samen. Niemand is alleen. En we hebben elkaar nodig. Meer dan ooit. Deze tijd vraagt om tevoorschijn komen. Laten zien wie je bent. Je niet meer verschuilen maar meedoen. Inbrengen wat jij kunt bijdragen – door te doen waar jíj blij van wordt. En je door niets of niemand meer bang laten maken. Wanneer je de moed kunt opbrengen om voluit te leven – recht uit je hart, en geholpen door je hoofd – ben je minder alleen dan je denkt. Dan kun je steun, houvast en geborgenheid ervaren. Bij jezelf, en bij de ander. En dan heb je ook wat te geven – dan geef je wie jij in wezen bent.

zondag, augustus 01, 2010

Laat gaan dat verleden, stap in de toekomst

Otto Scharmer (MIT Boston, geboren in Hamburg, Duitsland) was in het land om te vertellen over Presence en zijn Theorie U. Als mens en organisatie kun je werkelijk iets bijdragen wanneer je beschikt over een open geest, een open hart en een open wil. Wat daarbij in de weg kan zitten zijn oordelen, cynisme en angst. Zeg maar de stemmetjes in je hoofd.

Loslaten is waar het volgens hem allemaal om draait. ‘Leuk hoor, maar wat dan?’ zei het stemmetje in míjn hoofd. In de garderobe liep ik Herr Doctor zelf tegen het lijf en vroeg hem ‘Wat is nou het belangrijkste om los te laten?’ Hij keek me aandachtig aan en zei met dat grappige accent: ‘Ego... And old habits! What do you think?’ ‘I think you’re right’ zei ik, met mijn accent.

Oude gewoontes vormen de grootste belemmering om een volgende stap te maken. Naar meer openheid, eerlijkheid en duurzaamheid. Ons verleden houdt ons weg van onze toekomst. Dat verleden vertoont zich als ons ego. Onze gehechtheid aan wat we hebben en wie we denken te zijn. Het heeft ons ver gebracht – en nu zit het in de weg.

Elke volgende stap begint met loslaten. Maar je weet wat je hebt en niet wat je krijgt. Doodeng. Tegenslag of crisis kan helpen. Want dan het maakt niet meer uit, oude gewoontes blijken toch niet meer te werken. Je hoeft je niet meer groot of iets op te houden. Laat gaan die oude gewoontes. Als je op een ander niveau verder wilt.


Verschenen in: Academy Magazine, no. 15, 2010

maandag, juli 12, 2010

'Dit is gekkenwerk!' [Vakantieverhaal]


De eerste zaterdag van de voorjaarsvakantie stonden we heel vroeg op. Om naar de wintersport te gaan. Actieve ontkenning van de economische crisis. Maar de crisis die op tv was, viel niet te ontkennen: kabinetscrisis. Thuis zagen we nog even Balkenende, onderweg hoorden we Bos. Grappig genoeg was niemand verrast. Eigenlijk was het al meer dan een maand kabinetscrisis. Na het verschijnen van het rapport van de commissie-Davids was het niet meer de vraag óf maar wanneer het kabinet zou vallen. Iedereen wist het allang, maar het kabinet zelf bleef het actief ontkennen.

De middag ervoor fietste ik om een uur of vier uur over het Binnenhof. Mijn vorm van ramptoerisme. Voor de deur van Algemene Zaken stond het vol met pers. Tientallen journalisten, fotografen, cameramensen, geluidsmensen. Wat hebben we toch veel zenders. En wat hadden ze het koud. Ik vroeg een van de kleumende mensen: ‘Hoe lang sta je hier al?’ ‘Sinds tien uur vanochtend’ was het bibberende antwoord. ‘En hoe lang duurt dit nog, wat verwacht je?’ ‘Het moet zo toch wel klaar zijn, dat komt toch niet meer goed?’ Nou dat duurde dus mooi nog twaalf uur. Een half etmaal. In totaal was het kabinet zestien uur bezig met vallen. Beter, toegeven dat het eigenlijk allang gevallen was. Een paar uur later liep Wouter Bos alweer campagne te voeren. Met een dodelijk vermoeid hoofd. Mensen vonden het geweldig dat hij op de been was, in het weekend, vrijwel zonder nachtrust. Niet veel later kondigde hij zijn afscheid van de politiek aan. Om vaker thuis te kunnen zijn.


‘Dit is gekkenwerk’ riep Freule Wttewaall (spreek uit: Utewaal) van Stoetwegen ooit uit in de Kamer. Dat was eind 1970, tijdens een nachtelijk, bijzonder verwarrend debat. Partijen bestookten elkaar met moties en tegenmoties. Een katholiek kamerlid werd onwel en de protestantse freule stemde per ongeluk op de verkeerde motie. Het ging helemaal nergens meer over – en zij durfde dat te benoemen. Het maakte haar populair, bij vriend en vijand. Farce Majeur, het televisiecabaret van de vader van Clairy Polak, maakte er een liedje over. Jette Klijnsma kent het nog uit haar hoofd, bleek laatst bij De Wereld Draait Door. Maar de politiek is in 2010 nog even koddig als veertig jaar geleden. Nu zonder freule die ’s nachts een spiegel voorhoudt. De politiek is zelf cabaret geworden.

‘Die zijn gek’ was de spontane reactie van de kinderen toen ze die ochtend tegen vijven nog even de tv aanzetten. Volgens hen moet je volslagen maf zijn om tot vier uur ’s morgens te vergaderen en daar dan ook nog persconferenties over geven. Tot ’s morgens vroeg feesten, en dan nog uren chillen, natuurlijk. Maar tot de volgende ochtend praten met mensen, die je liever even niet meer wilt zien, over iets waar je het toch niet meer over eens wordt... Waar gáát het dan nog over? Gewoon, nergens over! Ja, over mensen die hun hachie proberen te redden. Ergens nog zo goed mogelijk uit tevoorschijn proberen te komen. Verzinnen hoe ze de ander de schuld kunnen geven. Eindeloos bakkeleien, en daar dan ook nog flink over doen. Deze mensen worden toch geacht ons land te leiden? Lekker voorbeeld.

Gelukkig lachen mijn kinderen zich een hoedje. Ik hoop dat ze zichzelf gaan leiden. Hun eigen leven leiden.

maandag, juni 21, 2010

Niet weer een Beetsterzwaag – crisisaanpak vraagt om een uitruil van belangen

Alleen tachtigjarigen kunnen zich een heftiger economische crisis herinneren dan we nu meemaken. Alle reden om de oude links-rechts tegenstellingen opzij te zetten en te komen met oplossingen die verbinden in plaats van verdelen. In de verkiezingscampagne leek het daar niet op. Eigenbelang was het uitgangspunt. Het bestaande werd verdedigd: hoge renteaftrek, lage huur, vroeg met pensioen, weinig studieschuld en goedkope zorg. Inspelen op de angsten van de kiezer.

Een crisis van deze omvang los je niet op met denken vanuit eenzijdig belang. Dat is hoe de crisis is ontstaan, vanuit het eigenbelang van velen. En eigen belangen zijn niet alleen de oorzaak van de huidige financiële en economische crisis, maar evengoed van de klimaatcrisis, de energiecrisis en de voedselcrisis. De balans is zoek. Het gaat nu om het herstellen van een gezond evenwicht, economisch en ecologisch.

Denken in termen van links en rechts zet de zaak nodeloos op scherp en doet de werkelijkheid geen recht. Leefden we maar in zo’n eenvoudige en overzichtelijke wereld. Kon je maar zeggen wie er gelijk heeft. Iedereen heeft gelijk, afhankelijk van zijn positie en perspectief. Niemand wil duurder uit zijn, niemand wil er op achteruit gaan. Iedereen wil meer en beter. Toch moet er ingeleverd worden – om het met z’n allen weer beter te krijgen.

De kunst is om de rekening niet eenzijdig af te wentelen. Het helpt niet om anderen de schuld te geven van de huidige crisis, te wijzen naar de overheid of de bankiers – zoals een paar jaar geleden naar de politiek. Het is niemands schuld, we hebben er allemaal aan meegedaan. Elkaar bij het zoeken van een uitweg als tegenstanders zien is verlies van tijd en energie. Begrip voor elkaars redelijke wensen en verlangens is de sleutel.

CDA, PvdA en Chisten Unie hebben bij de kabinetsformatie drie jaar geleden een wonderlijk voorbeeld gegeven. In Beetsterzwaag was het zo dat als iemand iets niet wilde het ook niet gebeurde. Als je hard genoeg ‘Au!’ riep, ging het niet door. En dan mocht de ander ook iets noemen wat hij niet wilde. Dat heette dan een compromis. Kletskoek! Dat is negatieve uitruil. Een veto op hervormingen. En ondertussen werd het steeds lastiger om te doen wat nodig is.

Bij de collegevorming in gemeenten begint iets van redelijkheid zichtbaar te worden. Brede coalities, gebaseerd op ‘Ja’ in plaats van ‘Nee’. Onderhandelingen waarin elkaar iets gegund wordt. Waar iets te winnen valt voor iedereen. Dat geeft een stevige basis. Een ander iets gunnen heeft toekomst. Ruimte geven aan ieders redelijk belang.

Bovendien, de maatschappelijke vraagstukken hangen samen. Door positief uitruilen kan er weer beweging ontstaan. Neem het wonen. Je kunt het probleem van ‘scheefwonen’ niet aanpakken als je de mensen die nu te goedkoop huren geen zicht biedt op een betaalbare koopwoning – die er nu niet zijn door de prijsopdrijvende werking van de hypotheekrenteaftrek. Je kunt pas ingrijpen in de huurmarkt als je tegelijkertijd ook de koopmarkt aanpakt, en andersom. In dit voorbeeld hebben PvdA en VVD allebei gelijk... voor de helft. We moeten voor iedereen in onze samenleving zorgen. Niet alleen voor mensen die het moeilijk hebben maar ook voor mensen die het goed doen. En je moet ook aan beide kanten aanpakken wat er niet klopt.

Eenzijdige oplossingen werken niet meer. De optelsom wel. En let wel: een ander iets gunnen gaat niet over aardig zijn. Het betekent over je eigen schaduw heenstappen. Vanuit het besef dat duurzame oplossingen nooit eenzijdig zijn en altijd een groter belang dienen. Politici die nu nog met eigen belang bezig zijn hebben het niet begrepen. Stop met die platte belangenbehartiging. Begin met groter denken, en handel daarnaar. ‘Wees niet bang.’

Bijna honderd jaar geleden – in 1917, er dreigde revolutie – werd met de Pacificatie een jarenlange tegenstelling opgelost. De sociaal-democraten gunden de christen-democraten hun bijzonder onderwijs. En de christenen accepteerden algemeen kiesrecht voor mannen, de wens van de socialisten. Ze waren in staat zichzelf te overstijgen en hun angst voor elkaar te overwinnen. Het was een vrijzinnig-democraat, Cort van der Linden, die de partijen bij elkaar bracht. Voor herhaling vatbaar.

Frank van Mil is hoofd Kenniscentrum D66, het wetenschappelijk bureau van deze partij; André Meiresonne is trainer, spreker en schrijver.


Verschenen in: Trouw / Podium, 21 juni 2010

woensdag, juni 09, 2010

Durf kiezers de waarheid te vertellen


De debatten in de verkiezingscampagne richtten zich aanvankelijk op ‘breekpunten’. Inmiddels worden er coalitievoorkeuren uitgesproken. Maar de onderliggende denkschema’s van de meeste partijen zijn nog even achterhaald en dragen niet bij aan oplossingen. Eenzijdigheid en eigenbelang zijn troef.

Wie in een koophuis woont vindt dat de huren wel omhoog kunnen. Andersom, wie in een huurhuis woont vindt dat de renteaftrek wel omlaag kan. Wie goede kansen op de arbeidsmarkt heeft vindt dat de WW wel korter kan. Maar wie vaak ziek is vindt dat het eigen risico in de zorg echt niet omhoog kan. En wie nog jong is vindt dat de AOW-leeftijd wel omhoog kan.

Maar kom niet aan individuele belangen en persoonlijke vooruitzichten! De eigen opvatting blijkt domweg afhankelijk van particulier belang en maatschappelijke positie. Heel begrijpelijk, maar onvoldoende basis voor een samenleving. De verkiezingsprogramma’s spelen op deze sentimenten in: noem vooral niets waar je potentiële kiezers aanstoot aan zouden kunnen nemen! Op de keper beschouwd is het cliëntelisme en bijna alle politieke partijen doen er aan mee.

Tijdens de voorbereiding van de verkiezingsprogramma van D66 hadden wij een wonderlijke ervaring. We spraken beslissers en bestuurders door het hele land. Bijzonder redelijke en verstandige mensen die ons graag te woord wilden staan. Ze hebben maatschappelijk overzicht en economisch inzicht. ‘Natuurlijk’ zijn er hervormingen nodig. ‘Uiteraard’ is het tijd voor verandering. ‘Vanzelfsprekend’ moet iedereen zijn steentje bijdragen. ‘Maar verwacht van mij niet dat ik dat in het openbaar zeg!’ hoorden we regelmatig ten afscheid. Dat is de stand van het land: ik weet het maar ik zeg het niet – ik ben niet gek! Nee, maar zo houden we elkaar wel voor de gek. Dan ga je bijna verlangen naar koele topambtenaren die droog verwijzen naar kale CPB-cijfers.

Een eenzijdige focus op het eigen belang is niet meer van deze tijd. Geen mens kan zonder de ander. We hebben elkaar nodig. Politici die nu nog enkel met eigen belang bezig zijn hebben het echt niet begrepen. Durf de kiezer tegen te spreken. Vooral je eigen kiezers. Soevereiniteit tonen, levert respect op. Zo kan de politiek het verloren vertrouwen terugwinnen. Zeggen hoe het is, de moed hebben om te vertellen waar het op staat – zonder iemand de schuld te geven of mensen tekort te doen. In gewoon Nederlands: mensen de waarheid zeggen door eerlijk te zijn.

Frank van Mil is hoofd Kenniscentrum D66, het wetenschappelijk bureau van deze partij; André Meiresonne is trainer, spreker en schrijver.


Verschenen in: De Volkskrant, 9 juni 2010

dinsdag, juni 01, 2010

Hoe bezorg je iemand een vervelende vakantie?


T ken ik uit mijn studententijd. Nog steeds een goeie vriend. Toen we zo oud waren als onze kinderen nu, trokken we ’s zomers door Spanje en Portugal. Met een heel stel, liftend of in een oude eend. T is een gevoelige jongen, dat zie je, dat voel je. Maar hij heeft vaak geen zin om dat te laten zien. Zeker niet op zijn werk. Hij is succesvol in zijn werk en heeft van alles gedaan. Manager, interim-manager, in dienst en zelfstandig, mede-eigenaar van een adviesbureau. Als hij iets wil dan krijgt hij het voor elkaar, linksom of rechtsom. Zo één wil je erbij hebben, zeker als het ergens is vastgelopen of een zwieper nodig is.

En nu, waar gebeurd, kort geleden. Voor het eerst sinds jaren is T weer ergens in dienst. Bij een stichting die de komende jaren enorm gaat groeien, dat staat nu al vast. De vraag naar de zorg die deze mensen bieden is groot. Het is een gevoelige omgeving, de cliënten zijn kwetsbaar. De professionals die er werken zijn sensitief. T maakte een snelle start. Binnen een half jaar had hij de plannen voor de komende jaren klaar, besproken en geaccepteerd gekregen. Het was iedereen duidelijk welke kant de organisatie op zou gaan. Groter, en nog beter. T oogstte er alom respect voor. Hij rekende op een eindejaarsgesprek vol waardering voor de door hem geboekte resultaten.

Dat eindejaarsgesprek liep iets anders dan had T gedacht. Niet omdat de plannen niet deugden. Juist wel. Niet omdat er geen draagvlak voor was. Juist wel. Het ging om T zelf. Verbaasd en verbijsterd hoorde hij aan wat de voorzitter van de stichting hem te vertellen had. Vlak voor Kerst.
Wat hij deed was goed, maar hoe hij het deed niet. Alleen resultaat is niet genoeg.
T begreep er niets van. Hoezo niet goed? Ik heb de boel op de rit gekregen! Iedereen doet mee! Ik doe wat er van me gevraagd wordt! Het loopt en het werkt! Dat klopt, maar dat is niet genoeg, was het antwoord. We missen iets.

Het werd een vervelende Kerst voor T. Hij snapte er niets van. Ik word toch betaald om dit voor elkaar te krijgen? We willen toch groeien? Dan moet er wel wat gebeuren! Daar heb ik keihard aan gewerkt. En het werkt, kijk maar! Ontregeling en verzet. Dat laatste is T ook erg goed in. Hoe hij het deed blijft een raadsel – misschien beter: een wonder – maar hij ging dwars door zijn eigen weerstand heen. Was het de sneeuw die viel en hem rustig maakte? Was het de ingetogenheid van de kerstdagen? We zullen het niet weten. Wel dat hij het opgaf en rock bottom raakte.

Daar op de bodem gebeurde het. Hij vond terug wat hij al jaren kwijt was. Iets dat hij nooit met werk geassocieerd had. Iets dat je voor thuis bewaart, wat je partner en je kinderen van je kennen. Wat je pas laat zien als je je helemaal veilig voelt, en alleen aan mensen die je volledig vertrouwt. Wat een handjevol mensen van je weten. Wat je doodeng vindt om te tonen. Waar je ongelofelijk in gekwetst kunt worden. Wat pijn kan doen. Waar je je voor kunt schamen. Wat ongemakkelijk is als anderen het zien. Wat je geleerd hebt niet te laten zien. Gevoel. Jezelf.

Toen dat tot T doordrong – beter: binnenkwam – ging het hart hard. Direct na de kerstvakantie hield hij zijn nieuwjaarsspeech. We doen dit samen. Ik wil jullie bedanken voor alle steun in het afgelopen half jaar. Ik kan dit niet alleen, ik heb jullie nodig. En ik wil er voor jullie zijn. Mensen kwamen naar hem toe, bedankten hem. Zo hadden ze het van hem nog niet gehoord. En ook niet verwacht. Sindsdien weet T niet wat hij meemaakt. Er is een goede sfeer, er wordt lekker samengewerkt, er is plezier in het werk. Zo’n ontboezeming werkt aanstekelijk.

T had, vlak voor hij mid-vijftig werd, het grote geluk iemand te treffen die eerlijk was. Die iets onmeetbaars benoemde. Die daar ook geen doekjes om wond. Iemand die durfde te zeggen wat in geen enkel competentieprofiel voor een manager of directeur staat. Jezelf niet thuislaten. Je gevoel tonen. Jezelf laten zien.

T is een held. Dat hij het aanging. Die neemt dit de rest van zijn leven mee. Die is in één Kerstvakantie vele malen effectiever geworden.
De andere held is degene die hem de spiegel voorhield. Daar is evengoed lef voor nodig. Niet alleen de resultaten beoordelen, maar ook naar de manier waarop ze behaald worden. En daardoor zorgen dat een succesvolle manager zich verder kan ontwikkelen. Zo’n begeleiding gun je iedereen.

Verschenen in: Tijdschrift voor Management Development, nr 2, zomer 2010

vrijdag, april 23, 2010

Wie zegt dat helderziendheid niet bestaat?


In NRC Handelsblad stond op 20 april 2010 een artikel van twee twee filosofen. Ze maken zich zorgen om de exploitatie door de televisie van kinderen met helderziende gaven. Niets mis mee, en misschien wel terecht. Minder terecht is dat ze zich ondertussen ook een oordeel aanmatigen over helderziendheid in het algemeen. En dat allemaal omdat er voor helderziendheid geen wetenschappelijk bewijs bestaat. Maar ja, wat heet 'bewijs'?

Boeiend, praten over zaken waar je geen verstand van hebt: het paranormale. Want dat doen Herman de Regt en Hans Dooremalen. Ze hebben letterlijk geen idee waar ze het over hebben. Vergelijk een celibatair levende priester die iets relevants denkt te kunnen melden over kwintessens van de lichamelijke liefde. Niet serieus te nemen. Tegen mensen die bovenzinnelijke ervaringen hebben zeggen ze: ‘Je gelooft in onzin, want het is niet te bewijzen.’ Door wie? Door de wetenschap. Welke wetenschap? De wetenschap kent een lange en pijnlijke historie van ontkenning van nieuwe inzichten en ontdekkingen. Albert Einstein zelf kon de logische next step van zijn eigen relativiteitstheorie niet bevatten: ‘God dobbelt niet’. De fundamentele onvoorspelbaarheid die de kwantumfysica aantoont trok hij domweg niet.

Mijn vrouw is helderziend. Als kind had ze het daar moeilijk mee. Ze zag dingen die er niet waren. Althans, volgens haar omgeving. Dat maakt een kind onzeker. Ze zag ook dingen die ooit eerder hadden plaatsgevonden. Dat verwart een kind. De onzekerheid en verwarring over haar gave heeft ze langzaam maar zeker achter zich kunnen laten. Ze heeft nu een bloeiende praktijk waarin ze mensen werkelijk helpt. Mensen met levensvragen, vaak gekoppeld aan gezondheidsklachten. Ze werkt samen met huisartsen, psychologen en therapeuten. Deze professionals zien wat er met hun patiënten en cliënten gebeurt: onbegrepen klachten verdwijnen, ze worden beter en bloeien weer op. Behandelingen van soms al jaren zijn niet meer nodig, meestal na een, soms twee consulten. Over mogelijke besparingen in de gezondheidszorg gesproken.

‘Het paranormale’ is wel een mistige wereld waarin het bijzonder lastig is om kwaliteit te onderscheiden. De Regt en Van Dooremalen gooien de boel voor het gemak op één hoop. Char, Derek Ogilvie en Uri Geller worden in één adem genoemd terwijl zij onvergelijkbaar zijn. Char heeft een goede intuïtie en verdient daar leuk geld mee. Ogilvie kan mensen echt helpen omdat hij werkelijk begaafd is. Uri Geller is een gewoon een illusionist, een top-goochelaar. Wanneer je alles wat je niet beet kunt pakken makkelijk afdoet als bijgeloof kun je ook niet meer onderscheiden. Daarmee onthoud je jezelf het zicht op een grotere werkelijkheid. En die is er wel degelijk. De kwantumfysici op Yale werken aan een model met elf dimensies. Waarvan er acht onzichtbaar zijn.

Zelf kan ik erg sceptisch zijn over ‘het paranormale’: dat is toch bijgeloof, je maakt jezelf wat wijs etc. Ik heb geleerd daar minder oordelend over te zijn. Gewoon omdat ik elke dag meemaak dat een onzichtbare dimensie aanwezig is. Dat ik die zelf niet kan waarnemen doet daar niets aan af. Ik zie gewoon wat het doet, en daar leid ik uit af dat het er is. Inderdaad, zoals wetenschappers ook redeneren. De elf dimensies van de snaartheorie kunnen ook alleen maar worden afgeleid uit berekeningen. Niemand die ze ziet. We weten inmiddels dat ze er waarschijnlijk wel zijn. Ik ‘geloof’ Robbert Dijkgraaf als hij dat vertelt. Mijn vrouw hoef ik niet te geloven. Ik zie het voor mijn eigen neus gebeuren.

Kinderen kunnen bovenzinnelijke ervaringen hebben en meer zien dan met de vijf zintuigen is waar te nemen. Een van onze kinderen vond het als kleuter leuk om de juf boos te maken. Ernaar gevraagd was zijn antwoord: ‘Dan wordt alles zo mooi rood om haar heen.’ Hij genoot gewoon van haar aura, voor hem zichtbaar op dat moment. Bij de meeste kinderen verdwijnt die manier van waarnemen als ze wat ouder worden. Er zijn ook kinderen die behoorlijk in de war kunnen raken van wat ze soms zien. Ze zien iets wat verder niemand ziet en verwarren dat met de zintuiglijk waarneembare werkelijkheid. Hun omgeving ziet niet wat zij zien. De meeste kinderen wordt dan niet uitgelegd dat ze ‘helder zien’, een andere dimensie waarnemen. Het gevolg is in ieder geval verwarring, maar het leidt vaak ook eenzaamheid en sociale isolatie.

Je kunt niet voorzichtig genoeg zijn met kinderen en hun gaven. Het laatste wat je mag doen is hen exploiteren. Of het nu gaat om jonge muzikale, sportieve of helderziende talenten. Hoe dat fout kan gaan is bekend. ‘Idols-ouders’ zijn inmiddels een fenomeen. André Agassi heeft net over zijn jeugd en zijn vader geschreven. Ook met helderziende kinderen kun je niet voorzichtig genoeg zijn. Niet omdat ze in onzin geloven maar omdat het kinderen zijn. Ze hebben begripvolle begeleiding nodig. Niet van mensen die zelf geen helderziende ervaringen hebben. En al helemaal niet van mensen die bang zijn dat deze kinderen later ‘nare dingen’ gaan doen. Liefdevol respect voor hun ervaringen en die volstrekt serieus nemen lijkt me meer op zijn plaats.

maandag, april 12, 2010

Hoezo utopisch?


Hier waagt geen politieke partij zich aan...

Maar dit is wel de wereld waar ik naar verlang!


Vrijheid, gelijkheid en broederschap
Een wereld waarin mensen zich volledig kunnen ontplooien. Een wereld waarin individuele vrijheid en zorg voor elkaar samen opgaan. Een wereld waarin iedereen gelijkwaardig is en gelijke kansen heeft. Een wereld behalve vrijheid en gelijkheid ook broederschap geleefd wordt – waarin alle drie van even veel waarde zijn en ook niet zonder elkaar kunnen. Een wereld waarin iedereen tot zijn recht komt.

Individuele talenten en kwaliteiten
Een wereld waarin het unieke van ieder mens tot uitdrukking kan komen. Een wereld waarin elk kind met plezier naar school gaat. Niet alleen om te leren, maar ook en vooral om zich te ontwikkelen. Een wereld met scholen waarin volop aandacht is voor de individuele talenten en kwaliteiten van elk afzonderlijk kind. Scholen waar het fijn is om te zijn – in de wetenschap dat het met dat leren dan ook wel goed komt.

Duurzaam
Een wereld waarin economie en ecologie geen meer tegenstelling zijn maar juist een twee-eenheid vormen. Een wereld waarin duurzaamheid uitgangspunt is en hergebruik de standaard. Een wereld zonder uitbuiting van mensen, zonder mishandelen van dieren en zonder uitputting van de aarde.

Hergebruik

Een wereld waarin we onze grondstoffen niet opgebruiken maar hergebruiken. Een wereld waarin verspilling niet meer bestaat. Een wereld waarin respect voor het leven op aarde centraal staat.

Bescherming
Een wereld waarin iedereen zich verantwoordelijk voelt voor wat kwetsbaar is en bescherming behoeft. Een wereld waarin natuur en cultuur gekoesterd worden. Een wereld waarin al het kwetsbare als vanzelfsprekend beschermd wordt.

Meetellen en meedoen

Een wereld waarin je niet bang bent voor elkaar omdat de ander een andere kleur, seksuele voorkeur of geloof heeft. Een wereld waarin we naast elkaar leven maar niet langs elkaar. Een wereld waarin iedereen mee kan doen en iedereen meetelt.

Emancipatie, ontwikkeling en ontplooiing
Een wereld waarin machtelozen en onderdrukten zich kunnen emanciperen, ontwikkelen en ontplooien. Een wereld waarin vrouwen en armen zich niet minderwaardig voelen vanwege hun geslacht en economische positie.

Veilig
Een wereld waarin anderen niet de schuld krijgen als iets niet goed gaat. Een wereld waarin niet direct gewezen wordt naar de overheid als iets niet goed gaat. Een wereld waarin een minderheid niet bang hoeft te zijn om zomaar ergens de schuld van te krijgen. Een veilige wereld, voor iedereen. Ook als je niet bij een meerderheid hoort.

Waardering en steun

Een wereld waarin eerlijke verhoudingen zijn. Een wereld zonder economische uitbuiting, sociale uitsluiting of politieke onderdrukking. Een wereld zonder machtsmisbruik, economisch, sociaal of politiek. Een wereld waarin je elkaar waardeert en steunt.

Op eigen benen
Een wereld waarin zoveel mogelijk mensen op eigen benen staan. Een wereld waarin je doet wat je kunt en niet verwacht dat een ander het voor je doet. Een wereld waarin je je verantwoordelijk voelt voor je eigen leven en ontwikkeling.

Zorg voor jezelf, zorg voor elkaar

Een wereld waarin iedereen goed voor zichzelf zorgt, en goed voor de ander. Een wereld waarin, als er iets moet gebeuren, de eerste gedachte is: Wat kan ik zelf doen? Vervolgens: Wat ik voor jou doen? En dan pas: Kan iemand iets voor mij doen?

Uitdagend en bevredigend werk
Een wereld waarin je werk doet waar goed in bent en plezier in hebt. Een wereld waarin je jezelf uitdaagt en uitgedaagd wordt. Een wereld waarin volop bevrediging haalt uit je werk omdat je jezelf erin kwijt kunt.

Waarde toevoegen
Een wereld waarin je inkomen een afspiegeling is van de waarde die je toevoegt. Een wereld waarin je aanvankelijk steeds meer gaat verdienen en vervolgens waarschijnlijk weer wat minder. Een wereld waarin je inkomen meebeweegt met je productiviteit en meerwaarde – met een basisinkomen als ondergarantie.

Wonen op maat

Een wereld waarin je kunt wonen zoals het je past: groter of kleiner, in de drukte of in de luwte, met of zonder kinderen, alleen of samen. Een wereld waarin alle
woonruimte en vierkante meters benut worden en geen vastgoed leegstaat terwijl mensen woonruimte zoeken.

Wonen en zorg
Een wereld waarin gemeenschappen van gelijkgestemden samen hun wonen en hun zorg organiseren, op hun eigen manier, niemand lastig vallend en door de overheid niet in de weg gelopen.

Overheid op de achtergrond
Een wereld waarin de overheid alleen maar doet wat mensen zelf niet kunnen of waar ze met elkaar niet uitkomen. Een wereld waarin de overheid uit zichzelf op de achtergrond blijft en alleen iets doet als het niet anders kan.

Is dit Utopia? Is dit onwerkelijk? Is dit onzin? Wie weet. Toch lijkt het me de moeite waard om naar te streven. Morgen zal het nog niet voor elkaar zijn. Overmorgen ook nog niet. Maar we kunnen er wel vandaag mee beginnen.

Vanavond maar eens geen vlees eten. Morgen maar eens de was ophangen in plaats van in de droger stoppen. Overmorgen maar eens met de trein. En de hele week iedereen in de straat gedag zeggen. En niet voordringen in de rij.

En me niet druk maken over politici. Gewoon zelf doen. En niet zeuren.

maandag, maart 15, 2010

Wat ben ik blij dat ik in een rechtstaat leef!


‘De PVV zal tot het uiterste gaan om de komst van nieuwe moskeeën tegen te houden, al gaat het op grond van brandveiligheid. We zullen creatief zijn om de komst van nieuwe moskeeën tegen te gaan.’

- PVV-lijsttrekker Sietse Fritsma bij Pauw en Witteman, 23 februari 2010

Bekijk hier het fragment (vanaf 05:00)

Wat ben ik blij dat ik in een rechtsstaat leef! Die nu wel verdedigen tegen mensen die echt geen idee hebben wat vrijheid van godsdienst (en vereniging) betekent. Die zichzelf wel vindingrijk vinden als ze de regels oneigenlijk gebruiken (is, in gewoon Nederlands, misbruiken).

Daarom hebben we een grondwet: om te voorkomen dat de helft plus een zich niets aantrekt van een minderheid. Omdat er altijd weer mensen zijn die denken dat democratie betekent dat de meerderheid het voor het zeggen heeft.

Door dit soort uitspraken begrijp ik ook ineens beter waarom de PVV zich regelmatig zo opwindt over rechterlijke uitspraken: als het niet in ons straatje past keren we ons gewoon tegen de rechter....

[Een bewerking van dit blogje verscheen 8 april 2010 in dagblad Trouw in de rubriek denktank]

vrijdag, maart 12, 2010

Lang leve Wilders! (Over het nut van nadenken)

Hilbrand Nawijn, minister in Balkenende I en later vooral bekend als jumpstyler en het televisieprogramma So you wanna be a popstar, hield in 2002 in de Nieuwe Revu een pleidooi voor het invoeren van de doodstraf. Het leidde behalve tot een politieke rel ook tot een magistraal betoog van Piet Hein Donner over de doodstraf. Hij zette als minister van Justitie in de Tweede Kamer nog eens uiteen waarom wij in dit land daar niet meer aan doen. Voor wie het nog niet goed wist, of het misschien vergeten was. His finest hour. Het ging ergens over. Beschaving, om precies te zijn. En menselijkheid. Dankzij de onwijze Nawijn kon Donner zijn wijsheid delen.

De afgelopen tien jaar is veel ter discussie gesteld. Zelfs de WRR doet inmiddels opgewekt mee (‘Hoezo 0,7 procent BBP voor ontwikkelingshulp?’). Pim Fortuyn was de eerste die openlijk en voluit politiek incorrect durfde te zijn. Kampioen heilige huisjes omverschoppen. Inmiddels zijn we (volgens de peilingen en naar eigen zeggen) een paar potentiële minister-presidenten verder. Na Rita Verdonk is Geert Wilders aan de bal. Genieten! Want elk politiek taboe is inmiddels bespreekbaar. En aangemoedigd door de volksmenners doet het publiek lustig mee. Luister bij de NCRV naar Stand.nl. Niet te geloven wat je daar soms hoort.

Niets is meer heilig en geen taboe blijft ongenoemd. Gelukkig maar, want taboes zijn ongezond. Taboes zorgen ervoor dat zaken die wel degelijk bestaan niet besproken worden. Iets is er wel, maar mag er niet zijn. Er iets over zeggen is niet ‘hoe het hoort’. Zo’n ‘kan niet, mag niet’ is een onvolwassen houding. Als je wilt dat mensen zich volwassen gedragen moet je ook accepteren dat ze soms ongelofelijke dingen zeggen. En ere wie ere toekomt, het zijn de PVV’ers die nu allerlei – vooral progressieve – opvattingen en verworvenheden ter discussie durven te stellen. Het nut en de waarde van wat ooit ter verheffing van het volk werd ingevoerd wordt nu door datzelfde volk openlijk betwijfeld. Dat komt natuurlijk omdat de verheffing nog niet voltooid is, hoor je de volksverheffers (tegenwoordig met inbegrip van Mark Rutte) al zeggen. De elite blijft nu eenmaal elitair denken. En is nu aan zet.

De opkomst van Wilders daagt iedereen die zichzelf weldenkend vindt uit om goeddoordacht en welbespraakt te formuleren wat werkelijk van waarde is. Wat in onze maatschappij fundamentele waarden zijn. Wat bescherming nodig heeft omdat het kwetsbaar is, en wat juist op eigen benen kan staan. Waarom ‘Alles van waarde is weerloos’ weer actueel is, en waarom weerloze waarde bescherming behoeft. Waarom onderwijs meer is dan domme kennisoverdracht. Wat de waarde van cultuur is, en de onzichtbare werking ervan. Waarom natuur van levensbelang is, ook al ben je geen natuurliefhebber. Waarom er altijd democratische controle nodig is, juist van politieke bewegingen, financiële conglomeraten en zakelijke machtsbolwerken. Waarom we nooit meer willen meemaken dat mensen niet mee mogen doen en worden uitgestoten omdat ze tot een minderheid behoren.Wat de politieke vertaling van beschaving is. Wat de menselijke waardigheid zoal omvat.

Dus Geert bedankt! Je dwingt om na te denken over de fundamenten van onze beschaving. Je dwingt om op te komen voor de alles wat weerloos en kwetsbaar is. Dank voor al deze kansen voor open doel.

Deze column verscheen op d66.nl.

dinsdag, maart 09, 2010

Wat een armoe! Over het nut van geestelijke rijkdom


Suzanne Jansen vertelt in Het pauperparadijs hoe zij de eerste van het gezin is die naar het VWO gaat. Niet omdat haar vier oudere zussen dommer zijn dan zij. Dat niet, maar die kregen van hun lagere school een mavo-advies. Vanwege hun afkomst, een arm gezin. Wat nu immigrantenkinderen overkomt. Gelukkig voor haar is daar (‘Nieuw!’) de Cito-toets. Ze grijpt haar kans en kan dankzij een hogere opleiding ontsnappen uit de historische armoedefuik van haar familie. Onderwijs als sleutel naar ontplooiing en ontwikkeling, materieel en immaterieel. Naar een rijker bestaan, naar vrijheid en beschaving.

Armoede gaat meestal over geld. En waar de armoedegrens dan ligt. Beleving van armoede heeft natuurlijk alles met het prijspeil te maken, maar ook met wie je optrekt. Met een Nederlandse bijstandsuitkering ben je in de sloppen van Nairobi miljonair en tussen de Mabels en de Friso’s op Notting Hill een zwerver. Maar daar zit ook veel armoede. Andere armoede. Geen verborgen armoede – zoals in de ‘jambuurt’: zo’n duur huis dat je alleen nog maar geld hebt voor brood met jam – maar geestelijke armoede. Vanwege een louter materieel perspectief. Groot, groter, grootst.

Jaren geleden was ik een week in een klooster. Ik werd er hartelijk ontvangen door de gastenpater. Hij zoende me spontaan ten welkom. Over gastvrijheid gesproken, kom er maar eens om in een hotel. Ik was daar om stil te worden. Dat lukte, want je mocht er niet praten, behalve onder de afwas. Ik wilde dichter bij mezelf komen, want ik was mezelf behoorlijk kwijt geraakt in een doorgaande opstapeling van ambitie en carrière. Noem het ego, of materialisme – of een dodelijke combi ervan. Ik ervoer grote rijkdom om me heen. Geestelijke rijkdom. Diepe bevrediging vanuit immateriële waarden. De eenvoud van het leven. Het toe kunnen met weinig. De rust, de overgave. Om jaloers op te worden. Hetzelfde gebeurde me later in en rond de Omayaden moskee van Damascus. Of in gesprek met de uitvinder van het ZKV, het Zeer Korte Verhaal, de schrijver A.L. Snijders – de belezenheid zelve, overtuigd atheïst en de materie ontstegen.

Het gedrag van onze topbankiers laat zien dat een hogere opleiding wel leidt tot een hoger inkomen maar niet noodzakelijkerwijs tot meer beschaving. ‘Behaalde resultaten in het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.’ Het is gênant en hilarisch tegelijk om je te realiseren dat twee volwassen, uitzonderlijk goed opgeleide en buitengewoon intelligente mensen als Rijkman Groenink en Wilco Jiskoot ieder een bonus opstrijken die bij elkaar opgeteld hoger is dan de opbrengst van de nationale inzamelingsaktie voor Haïti! Wat een armoe. Wie zijn hier de paupers? ‘Een zeker gevoel van woestheid’ roept dat zeker op. Ik hoop vooral bij de kansarmen. Ik kan me helemaal voorstellen dat mensen uit pure onmacht en frustratie extreem-rechts stemmen. Want die geblondeerde Indo uit Venlo is tenminste ook boos op de machthebbers.

De kiezersopstand die nu bijna tien jaar gaande is hebben we aan onszelf te danken. Het is een reactie van de machtelozen op het onmaatschappelijk gedrag van de machtigen – de nieuwe asocialen, verstopt achter hoge hekken. Adel verplicht? Nog nooit van gehoord! De nieuwe elite vertoont een pijnlijk gebrek aan beschaving, veroorzaakt door een eenzijdige focus op GSM: Geld, Status, Macht. Verwerven van geestelijke rijkdom, dat zou nog eens armoedebestrijding zijn. In ieder geval een begin.

Deze column verscheen in idee, tijdschrift van het Kenniscentrum D66.

maandag, maart 01, 2010

‘Maak het menselijk’


In gesprek met Alex Brenninkmeijer, de Nationale ombudsman

‘Hoe gaan we met elkaar om?’ Dat is voor Alex Brenninkmeijer de centrale vraag, ook als het over Casusadoptie gaat. Als Nationale ombudsman was hij samen met Koos van der Steenhoven, Secretaris-Generaal van het Ministerie van Onderwijs (OCW), sponsor van een casus over het vervoer van gehandicapte kinderen naar school. ‘Bij Casusadoptie kan eventueel macht gebruikt worden. Twee SG’s die ‘boven over zaken regelen’, maar de oplossing berust dan op wat heet ‘doorzettingsmacht'. Soms kan het helpen, maar ik vind het beter als die macht niet noodzakelijk is en het gesprek gevoerd kan worden. Zo kunnen vaak duurzame oplossingen gevonden worden.’ De toon is gezet. Een gesprek over met elkaar in gesprek gaan.

Maatwerk nodig
‘In de complexiteit van de overheid komen rare zaken voor. Zaken die haast als vanzelf gaan vastzitten en ook niet meer loskomen. Een van onze onderzoekers zei: ‘Dit is zo’n zaak die jij bedoelt.’ Het gaat over Maarten. Hij is een autistische jongen, van goede wil en met normale jongensstreken, en hij loopt vast in het systeem. Hij heeft een toegewijde moeder die zich inzet en zelf in het onderwijs werkt. Zij komt thuis te zitten met een burn out. Zo zou dat toch niet moeten lopen, denk ik dan. Het bleek dat je als gemeente ‘passend’ vervoer van gehandicapte kinderen niet ‘standaard’ kunt invullen. Dat maatwerk juist essentieel is voor een behoorlijke invullling van deze overheidstaak.’

Nieuwsgierigheid

‘Ik probeer in de schoenen te gaan staan van de mensen die het aangaat. Me al vragenderwijs de wanhoop van zo’n autistische jongen voor te stellen als hij in de problemen komt. En ook in de schoenen te gaan staan van zijn moeder die inmiddels thuis was komen te zitten. Zo kan ik proberen aan te voelen wat het betekent voor een gewoon mens. Ik denk dan: dit kan toch eigenlijk niet! En dat is wat anders dan: oh wat zielig! Ik doe het uit interesse, verwondering, nieuwsgierigheid. Als dat er niet meer zou zijn zou ik ermee ophouden.’

Om tafel
‘Niemand is verantwoordelijk en daardoor blijft het voortbestaan. Ketenproblemen waarin mensen van het kastje naar de muur worden gestuurd. Als ombudsman los ik zelf geen problemen op. Wat ik doe is alle betrokkenen bij elkaar brengen, om één tafel. Vaak om deze tafel hier. In het geval van deze jongen deden we het op zijn school. Iedereen was er: de schoolleiding, de vervoerder, de wethouder en natuurlijk de ouders. Alle ketenschakeltjes. En de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en OCW, om ervan te leren en maatregelen te kunnen nemen, ook wettelijke. Ik breng partijen bij elkaar en zeg: Het is jullie probleem. Hoe lossen jullie dit nou op?’

Verantwoordelijkheid
‘Opwinding is er niet zozeer bij mij. Eerder een zekere afstandelijkheid. Het meer koele beschouwen van de wetenschapper en de rechter, wat ik allebei ben geweest. Ik wil de bewogenheid juist graag bij anderen zien. Het bewustzijn dat dit toch niet kan bij anderen onderbrengen. Casusadoptie gaat over problemen oplossen waarvoor niemand zich verantwoordelijk voelt. Mediation methoden en vaardigheden zijn daarbij heel bruikbaar: je kunt er met elkaar achter komen wie verantwoordelijk is voor welk deel van het probleem.’

Mediation

‘Bij mediation is er geen hiërachie, er zijn geen machtsspelletjes, er is geen prestige en geen gezichtsverlies. Het geheim is dat het persoonlijk is. Je gaat met elkaar om tafel. Het is ook behoorlijk. Je gaat respectvol met elkaar om. En het gaat uit van participatie. Je doet allemaal mee. In dat proces ontstaat interactie en dynamiek tussen mensen: wij staan voor een dilemma en als we nou maar rekening met elkaar houden komen we hier wel uit.’

Systeemgedrag

De actie ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van de Nationale Ombudsman had als titel: De burger dat is een mens. Een open deur, en nog even actueel. ‘Wat wij naar ambtenaren en instanties doen is spiegelen: de burger dat bent u zelf. Het besef: het zou mij ook kunnen overkomen. We kennen naar voorbeeld van de Rotterdamse ombudsman de ‘moederproef’: hoe zou je willen dat je moeder behandeld zou worden? Burgers zijn mensen maar de overheid is een systeem, en de burgers die bij de overheid werken vertonen systeemgedrag. De negatieve effecten daarvan moeten opgeheven of gecompenseerd worden. ’

Raderwerk
‘Zaken komen vaak bij mij terecht door te conformerend gedrag van ambtenaren. Ze blijven teveel binnen het systeem. Het geval van Ron Kowsoleea laat dat zien (identiteitsfraude, de man werd keer op keer ten onrechte gearresteerd – AM). Er was één parketmedewerker die dacht: Dit kan toch niet?! Hij is gegevens gaan wijzigen in het systeem. Dat was heilzaam voor Kowsoleea maar het vraagt wel om lef. Het vraagt om een ambtenaar die bereid is zich los te maken van het raderwerk. Niet een andere kant opkijken maar je afvragen: Waarom doen we dit? Wat zijn de gevolgen? Wat betekent dit voor de burger? Loskomen van het systeem.’

Ethiek
‘Ambtenaren staan onder druk. Professioneel gezien vanuit het management. Want hoeveel ruimte krijg je nog? Maar ook gepercipieerd: er kan misschien wel meer dan je denkt. En er is te weinig aandacht voor integriteit. We moeten ons meer bewust worden van: Wat is slecht gedrag? En: Wat behoedt ons voor slecht gedrag? Als ik mij maar aan de regels houd en binnen de kaders blijf: dat is niet genoeg. Net zo min als: Ik heb de regels netjes toegepast. Het moet ook behoorlijk zijn. Dat is de ethiek van het openbaar bestuur. En daarin heeft elke ambtenaar zijn eigen individuele verantwoordelijkheid.’

Zelfreflectie
‘Zelfreflectie is belangrijk. Vrij naar Erik Satie: als kleine prelude voor de dag, met je gezicht voor de spiegel gaan staan, jezelf in de ogen kijken en je voornemen het die dag ‘goed maken.’ Maar in je eentje redt je het niet. Elkaar durven aanspreken en aanspreekbaar zijn hoort daar ook bij.’

KLEINE PRELUDE TOT DE DAG – Erik Satie

Braaf opstaan
Je goed houden
Je haar goed kammen
Jezelf goed aankijken
Je goed gedragen
Netjes wandelen
Het goed maken


Angst en chaos
‘Er is angstig openbaar bestuur en angstige politiek, allergisch voor kritiek. Zoals laatst in de NRC geschreven werd: Politiek is boksen geworden. De checks and balances verzwakken omdat ze niet meer gewenst zijn. Dat raakt de rol van alle Hoge Colleges van Staat (o.m. Raad van State, Algemene Rekenkamer, Nationale Ombudsman – AM) en ook de rechtspraak. De angst van de politiek voedt de angst van het openbaar bestuur. De actoren voelen zich bedreigd omdat het systeem onder druk staat en gaan risico´s mijden. Er is sprake van chaotisering in ons complexe bestuur. Volledige beheersing van bovenaf is niet meer mogelijk, maar binnen dat complexe bestuur blijkt zelforganisatie ook mogelijk. Een mooie oplossing maar het is niet eenvoudig om je eraan over te geven.’

Eenvoudig, niet makkelijk

‘Het openbaar bestuur is zo complex geworden. We kunnen eruit komen door partijen bij elkaar te halen, met respect met elkaar om te gaan en geen machtsspelletjes te spelen. Het gaat erom dat we het bestuur terugbrengen naar het menselijk niveau, de menselijke maat – het menselijk maken. Bel op, handel respectvol, handel behoorlijk. Laatst werd een journalist heel boos op mij: ‘U maakt het belachelijk eenvoudig!’ ‘Maar het is eenvoudig,’ antwoordde ik. Wat inderdaad niet wil zeggen dat het makkelijk is.’

Dit gesprek voerde ik voor Gewoon Doén!, rijksbrede Casusadoptie: 'Casusadoptie is een methode die het ‘van buiten naar binnen werken’ binnen de overheid stimuleert. Hierbij werk je als ambtenaar niet van achter je bureau aan je dossier, maar ga je naar buiten; in gesprek met de burger of ondernemer die in de praktijk met jouw dossier te maken heeft.' Het is het derde gesprek in een serie met als thema Hoe doé je het?

vrijdag, januari 29, 2010

Kwestie van moraal


Onze werkster woont in de Schilderswijk. Buurjongens zeiden op oudjaar tegen haar: 'Je kunt je auto vandaag beter wegzetten hoor..!’

Die avond werden auto's voor haar deur in de fik gestoken – inderdaad, door dezelfde jongens, die natuurlijk niet de auto van de buuhvrâh in de hens willen zetten.

Een kwestie van moraal, niet waar?

zaterdag, januari 23, 2010

De X Geboden (Nescio)


De X Geboden

Alzoo spreekt God tot U en zijn naam is Carrière.

I. Ik de Heer Uw God ben een aleenig God en mij zult gij dienen met geheel Uwe ziel en met geheel Uw lichaam en met geheel Uw willen en met al Uw weten en met al Uw werken.
II. Gij zult U geen valsche goden maken als eerlijkheid, trouw, geweten, schoonheid of waarheid want alzoo komt gij ten verderve en honger en ballingschap zullen Uw deel zijn. Want ìk ben machtig en mijne straffen zwaar.
III. Eert hen die boven U gesteld zijn en doe wat hun aangenaam is, opdat het U welga.
IV. Ziet niet rechts en niet links maar vooruit want aan 't eind van den weg liggen de geldzakken die tot loon zijn voor hen die mij dienen in geest en waarheid.
V. Toon nooit dat U iets onaangenaam is, maar werk in stilte en verdraag alles todat ge macht heb verkregen. Want waardigheid is niets en geld is alles en een arme is een schooier en een rijke een heer en de wereld vraagt slechts naar centen.
VI. Draagt nooit vuile boorden en kapotte jasjes en rookt geen steenen pijpjes. Want de wereld wil dat niet en de zaligheid ligt in de pandjesjas.
VII. Eert het geld opdat gij geëerd worde wanneer ge geld zult bezitten voor den trouwen dienst aan mij, Uw aleenige God.
VIII. Leent nooit geld zonder rente, vraag nooit 5 % als ge 5½ kunt bedingen, betaalt nooit ƒ1.- loon als ge 't met ƒ0.90 afkunt, wees eerlijk als 't moet, bedrieg als 't moet, hebt nooit medelijden, geef geen cent als ge er niet indirect 2 door terug kunt krijgen. Maar 't voorzitterschap van ‘Liefdadigheid’ geeft aanzien.
IX. Bedenkt immer dat de fisieke kracht bij de massa is. Alzoo zult ge de massa in bedwang houden door fatsoen, door geloof, door politiekerij, door boekjes, scholen, dominees en kranten. En wie 't onderste uit de kan wil hebben krijgt 't deksel op z'n neus. Als ge zonder gevaar 1001 kunt bereiken wees dan niet tevreden met 1000 maar bereken 't gevaar met nauwkeurigheid.
X. Maar dit zeg ik U, laat nooit zien wat ge wilt noch wie gij zijt maar werk in stilte. Want in huichelen en knoeien ligt Uw heil en karakter is een frase.

Dit zijn mijn woorden, van mij Carrière, god door de eeuwen, die de wereld heb verpest en verkankerd door mijne almacht.
Amen.


(Uit: Nescio, Verzameld werk, deel I, Nijgh & Van Ditmar, G.A. van Oorschot, Amsterdam. Eerst postuum gepubliceerd.)

Nescio (pseudoniem van J.H.F. Grönloh, 1882 - 1961) schreef dit in zijn jonge jaren, lang voor hij in 1911 met De Uitvreter debuteerde. Meer dan een eeuw oud. Verrassend actueel.

Materiële verleiding is van alle tijden. Het blijft lastig om er weerstand aan te bieden. Kost veel bewustzijn. Eerlijkheid. Dus moed.

Moed moet. Ook een gebod.

vrijdag, december 18, 2009

Oh oh de haag (Kerstreces)


woensdag, december 16, 2009

Van rommelende onderbuik naar heldere kop



‘Wat een knap verhaal, moet je lezen!’ zei ik van het weekend tegen mijn vrouw (daar is ze weer ;-). Ik bedoelde het stuk van Paul Frissen in Opinie en Debat van de NRC. ‘Hij heeft er wel veel woorden voor nodig,’ zei ze na lezing. ‘Hoe zou jij het dan zeggen?’ vroeg ik. ‘Er is een gezonde afstand nodig tussen de politiek en het volk,’ was haar antwoord. ‘Het is net opvoeden. Veel ouders willen vrienden zijn met hun kinderen. Maar dat ben je helemaal niet! Je moet ze grootbrengen, opvoeden. Dat betekent ‘nee’ durven zeggen, grenzen stellen.’

‘Regeren is net opvoeden.’ Dus niet bang zijn dat ze je niet aardig vinden. Niet onderhandelen om de lieve vrede te bewaren. (‘Wij onderhandelen niet met terroristen!’) Als regeerder niet je oren laten hangen naar het volk. (Wel weten waar het volk mee bezig is – dat de Toppers weer bij elkaar zijn: ‘Zo’n opluchting!’, het bejaardenbloot van Patricia Paay: ‘Wat ziet ze er nog goed uit hè?’, en: ‘Ben je van na 1954? Wat erg, dan moet je een jaar langer!’ – de nieuwe scheidslijn in Nederland.) Regeren betekent beter weten. Daarom zit je in de regering.

Maar ondertussen zijn twintig ambtelijke werkgroepen aan het werk om 35 miljard te bezuinigen. Nou kun je zeggen: de regering is zo bang voor de stem – en de woede! – van het volk dat ze het zelf niet durven. Wie weet... Maar je kunt het ook zien als de grootste kans die ambtelijk Den Haag ooit gehad heeft. Daarom... Weldenkenden, aan de slag! ‘Heilige huisjes bestaan niet meer.’ Geen gezond volksgevoelen maar gezond verstand. Van een rommelende onderbuik naar een heldere kop. ‘Dat is niet eerlijk!’ wordt niet vernomen, laat staan: ‘Dit is asociaal!’ Niks One Issue, niks Not In My Back Yard! Eindelijk vertellen wat we allemaal allang weten: wat nodig is om te doen.

Noem eens wat: Salarissen van ambtenaren na hun zestigste rustig laten dalen tot net boven penisoenniveau – dan zijn de kinderen onderhand wel het huis uit, je bent echt niet meer zo productief als vroeger en dan kun je alvast wennen aan je pensioenuitkering. Gigantisch investeren in onderwijs, om te beginnen het basisonderwijs – Nieuw! Onderwijs waar je blij van wordt... Dan kan de begroting van SZW en Justitie na een tijdje eindelijk een keer naar beneden. Belastingvrijstellingen voor kleine zelfstandigen zodat zoveel mogelijk mensen voor zichzelf beginnen – voordeel: die klagen niet, ze houden hun eigen broek op, ze staan op eigen benen. Kilometerheffing, en hoe! Z.s.m. – en vooral hoog genoeg: hoe groter die bak hoe hoger. Hypotheekrenteaftrek? Kappen! – nu mee beginnen. Combineren met een vlaktax van zo’n dertig procent, niks ingewikkelde tarieven. Stoppen met alle verslavende subsidies – inderdaad, een dubbelop pleonasme ;-). En om het af te maken binnenkort een basisinkomen voor iedereen van nul tot honderdtien, uit te keren door de Belastingdienst – ter vervanging van kinderbijslag, studiefinanciering, bijstand, Wajong, AOW en wat dies meer zij. Gewoon wat dingen die mij te binnen schieten.

Alles mag, en niets is onfatsoenlijk. Vrijdenken is niet alleen de uitnodiging, het is de opdracht. De politiek doet het niet. (Hoewel, de ideeën hierboven – ze zouden zomaar in een concept-verkiezingsprogramma van D66 kunnen staan :-)

Het woord is aan u. Grijp die kans. En dan alle stormen trotseren. Maar gelukkig hoef je niet aardig gevonden te worden. Of herkozen. Succes!


Gesproken column, Reuring! Café, 16 december 2009

donderdag, december 10, 2009

Apenrots, of apetrots?


‘Raad eens voor wie de patiënten hier komen, voor de dokter of voor de raad van bestuur?’ vroeg de voorzitter van de medische staf aan de voorzitter van de Raad van Bestuur van het ziekenhuis. Hij wachtte het antwoord niet af: ‘Natuurlijk voor de dokter!’ Zo, die zat. En de dure eisen van de specialisten werden zonder veel verdere discussie ingewilligd. Dit voorval is niet verzonnen. Het is waar gebeurd, niet lang geleden, bij een bekend ziekenhuis in het midden van het land. Welkom op de apenrots.

Hoe bestaat het dat een weldenkend mens, wat deze specialist in het dagelijks leven is, dergelijke dingen durft te zeggen? Hoe bestaat het dat de ziekenhuisdirecteur, een al even weldenkend mens, dergelijke dingen laat passeren? Natuurlijk, het gaat over macht. Blijkbaar kan de specialist het zich permitteren, hij komt ermee weg. En natuurlijk, het gaat ook over kracht. Blijkbaar kan de directeur deze specialist niet aan. Maar er is nog iets: ze leven in een fictieve wereld. Een wereld gebaseerd op verkeerde aannames.

Patiënten gaan niet naar een ziekenhuis voor een arts. Ze gaan naar het ziekenhuis om beter te worden. In een ziekenhuis wil je goed en vriendelijk geholpen worden. Je wilt je op je gemak voelen, het liefst je zelfs thuis voelen. Zeker als je opgenomen wordt. Daarom ga je ook liever naar het ene ziekenhuis dan naar het andere. Je gaat naar een plek waar mensen werken waarvan je hoopt dat ze je kunnen helpen en goed voor je zullen zorgen, op allerlei manieren, dag en nacht. Van receptioniste tot verpleegkundige, van diëtiste tot fysio. En natuurlijk de dokter.

Een ziekenhuis is behalve een gebouw met bedden en apparaten vooral een gemeenschap van mensen. Hoe meer die mensen samenwerken hoe beter het ziekenhuis functioneert. En hoe meer die mensen zich op de patiënten richten hoe prettiger ze het ziekenhuis ervaren. Want aandacht en betrokkenheid werkt. Over placebo-effect gesproken! En dat geldt niet alleen voor ziekenhuizen. Toen Albert Heijn na – of beter gezegd: dankzij – het Ahold-drama de klant weer ontdekte ging de omzet direct omhoog. Je voelt je er weer gezien, want er wordt weer aan je gedacht: ik kan kiezen uit Euroshopper, AH-huismerk en Excellent, al naar gelang m’n banksaldo of (feestdagen)stemming.

Organisaties zijn gemeenschappen van mensen. Mensen die iets doen voor andere mensen. ‘Eigenlijk helpen we elkaar allemaal’ zei een van onze kinderen een keer. Zo verdienen we de kost. De bakker bakt brood voor de boekhouder die zijn administratie doet. We zijn niets zonder elkaar, we hebben elkaar nodig. Maar je bent pas van waarde als je iets toevoegt. Of je nou operator bent of opereert. Als je niets toevoegt heb je geen betekenis. In ieder geval geen economische betekenis. De misvatting is dat sommigen belangrijker zouden zijn dan anderen omdat ze meer lijken toe te voegen.

Vanuit het perspectief van de klant klopt het niet dat de een belangrijker is dan de ander. Ik voel me thuis in een ziekenhuis als er werkelijke aandacht voor mij is, van iedereen, medisch en niet-medisch, waarmee ik daar te maken krijg. Ik ervaar Albert Heijn als een prettige winkel als ik verrast word door de breedte en de kwaliteit van het assortiment (bedacht door die hippe hipo’s op het hoofdkantoor in Zaandam) maar evengoed door de onvermoeibare vakkenvullers (Mohammed uit de reclame bestaat echt!) die voor mij iets gaan halen en de kassameisjes (met al hun exotische namen) die vriendelijk zijn omdat ze zich op hun gemak voelen (en ik vriendelijk ben, omdat ik me op m’n gemak voel).

Daar zit de clou, bij je op je gemak voelen. Iedereen wil zich op z’n werk op z’n gemak voelen, sterker nog: zich thuisvoelen. Als je je thuisvoelt ben je meer ontspannen, dus werk je prettiger. Je werkt makkelijker samen, voelt je minder snel bedreigd of aangevallen, kortom je bent een prettiger collega. Het beste in je kan boven komen. Dat gebeurt als je je verbonden voelt met een organisatie. Dat wil zeggen, met de mensen die er werken. Als je je gezien en gewaardeerd weet, in plaats van uitwisselbaar. Als je voor het management geen ‘rugnummer’ bent maar iemand die bij zijn naam genoemd wordt. Dan kan een organisatie een hechte gemeenschap worden.

Hechte gemeenschappen hebben de toekomst, gemeenschappen van gelijkgestemden. Mensen die met hart en ziel aan een gezamenlijk en uitdagend doel werken. Herkenbare mensen met unieke eigenschappen. Niet zomaar uitwisselbaar, niet zomaar overal inzetbaar. In computerland zie je mooi uitgespeeld waar het naar toe gaat. Dell vertoont prime-time grappig bedoelde commercials waarin nep-mensen in nep-fabrieken aan nep-computers werken. Apple heeft op www.apple.com informatieve clips met hun eigen helden - echte mensen die met voelbare inspiratie en recht van binnenuit praten over hun producten en prestaties. Ze zijn apetrots.

Terug naar de apenrots. De ziekenhuisdirecteur uit het begin had ook kunnen antwoorden: ‘Hmm... een verraderlijk raadsel, amice. Ze komen niet voor jou en ze komen niet voor mij. Ze komen hier om beter te worden. Dat doen we met z’n allen. Daar werken we met elkaar aan. Dus nu aan het werk jij, je hebt vast een volle wachtkamer.’ That’s the spirit!

[Deze column verscheen in het Tijdschrift voor Management Development, jaargang 17 | nummer 4 | winter 2009]

vrijdag, november 06, 2009

Het Geheim van Ik en de Anderen


Met Sabrina Oudega van de Baak sprak ik in Edam een uur met Simon Terpstra.

Hij was jarenlang trainer bij Ik en de Anderen, de evergreen van de Baak als het gaat over persoonlijke ontwikkeling.

Gertjan Geurts van de Baak maakte er een korte film van, Het Geheim van Ik en de Anderen - een afscheidskado.

Hij maakte van de film ook een clip van twee minuten.

woensdag, november 04, 2009

Raad voor de Kinderbeschadiging


Ik hoop dat mijn kinderen nooit met een psycholoog van de kinderbescherming te maken krijgen

‘Opvallend is dat [kind] (zoals wel verwacht zou kunnen worden in deze leeftijdsfase) weinig belang hecht aan acceptatie door haar peergroup, zelfgenoegzaam is en grote tevredenheid met zichzelf laat zien. [kind] lijkt haar identiteit vooral te ontlenen aan hoe zij erin slaagt haar leven op een voor haar zo plezierig/nuttig mogelijke wijze in te vullen en het verbeteren van haar competenties, los van wat anderen (uitgezonderd haar vader) daarvan denken.’ citeren de rechters in het vonnis van 30 november 2009 over Laura Dekker (14) de psycholoog van de Raad voor de Kinderbescherming (arcering AM).

Allereerst: ik ken Laura niet; en ik ben geen psycholoog. Ik ben vader. Wat zou ik trots zijn op zo’n kind! Op eigen benen, onafhankelijk en ondernemend. Ze trekt haar eigen plan. Ze laat zich niet bepalen door wat anderen van haar en haar levensinvulling vinden. ‘Dat zouden meer mensen moeten doen!’ om de Cup-a-Soup commercial maar aan te halen.

Vanwaar al die opwinding over een eigenwijs meisje? Waarom roept haar eigenzinnigheid zoveel emoties op? Hoe bestaat het dat een psycholoog een kind van veertien ‘zelfgenoegzaam’ durft te noemen? Is het onder de deskundigen bij de kinderbescherming normaal om zo over kinderen te praten? Wie denk je dan dat je bent? En wat is er mis met Laura’s ‘grote tevredenheid met zichzelf’? Een puber met een positief zelfbeeld, wat wil je nog meer? Daar is André Rouvoet toch blij mee? Of zijn door dit soort adviezen de wachtlijsten zo lang? Houden mensen zichzelf en elkaar aan het werk: ‘Ergerlijk, zo’n kind dat geen hulp nodig denkt te hebben!’

Of zijn mensen bij de kinderbescherming domweg jaloers op Laura? Omdat zij doet wat ze zelf niet durven? Godzijdank baseren de rechters hun vonnis niet op dit gedeelte van het advies. Maar ondertussen is het kwaad wel geschiedt. Een kind krijgt officieel te horen dat het niet deugt. Als het op school zou gebeuren haalde ik m’n kind eraf.

Ik hoop dat mijn kinderen nooit met een psycholoog van de kinderbescherming te maken krijgen. Zo’n liefdeloos rapport is niet alleen beschamend maar ook beschadigend. Over geweld tegen kinderen gesproken. Cynisch om in het vonnis te lezen dat ‘De deskundige vermoedt dat Laura emoties als angst of verdriet afweert.’ Met zulke hulpverleners in de buurt is dat maar goed ook!

Laura hoeft niet de wereld rond om haar stevigheid en eigenheid te ontwikkelen. Daar zorgt de psycholoog van de kinderbescherming wel voor. En hoezo kinderbescherming? ‘Raad voor de Kinderbeschadiging’ grappen mijn kinderen.

(Gepubliceerd in Trouw, 4 november 2009)

4 november - Gebeld door Richard Bakker, woordvoerder van de Raad voor de Kinderbescherming. Het aangehaalde rapport is niet geschreven door een psycholoog van de Raad. Het is afkomstig van een externe deskundige, mw Moonen, die door de rechter om advies werd gevraagd. Het rapport was dus uitdrukkelijk niet afkomstig van een psycholoog van de kinderbescherming. Gelukkig maar.

vrijdag, oktober 23, 2009

Betaalde liefde

(foto: MeRy / www.mery.nl)

Gesproken column - Reuring! Café, 21 oktober 2009

We overvragen de overheid. De overheid moet ervoor zorgen... dat onze kinderen op school meer leren, dat ze minder dik worden, dat ze meer buitenspelen, dat ze beter worden opgevoed. En dat er in het algemeen minder kinderen worden doodgeslagen (elke week een) en o ja, dat meer vrouwen langer werken en op hogere posities belanden.

Maar wat ben ik blij dat meestal een van ons tweeën, en dat is meestal mijn vrouw, thuis is als onze kinderen van school komen - hen ziet, hen in de gaten heeft. Want de enigen die echt kunnen opvoeden zijn ouders. Al het andere is surrogaat.

Opvoeden is geen aktiviteit, het is aanwezigheid, het is er zijn. (Heeft mijn vrouw me net uitgelegd. Heel frustrerend trouwens, dat aanwezig zijn, want je ‘doet’ niets.) Opvoeden is onvoorwaardelijk. Het is hard werken maar het is geen baan. En iedereen die betaald krijgt is er uiteindelijk voorwaardelijk. Die is er voor zijn werk, hoe betrokken ook. Per saldo is het betaalde liefde.

Maar ondertussen hebben de meeste ouders geen idee wat opvoeden inhoudt – ik ook niet. Je kunt er niet voor doorleren. Er zijn geen diploma’s voor. (Godzijdank, anders ging de overheid dat ook nog regelen.) Als ouder heb je ervaringen met je eigen opvoeding, positief en negatief. Je kunt daar voornemens aan ontlenen. Maar het grootste deel van opvoeden doe je toch onbewust. En dan begint het probleem. Waar we graag een maatschappelijk probleem van maken. En naar de overheid kijken. Maar het is een persoonlijk probleem.

(‘Waarom beginnen Marokkaanse kinderen gelijk te slaan?’ vroeg een van onze kinderen. Het enige wat ik kon zeggen was: ‘Ze zullen wel niet anders leren.’ Of zoals Bill Cosby een keer zei: ‘Hurt people hurt people.’)

Opvoeden begint bij je eigen opvoeding. Hoe ben je zelf grootgebracht? Wat wil je daarvan overnemen? ‘Alles wat je zelf oplost geef je niet door aan je kinderen,’ maakte een wijze therapeut mij ooit duidelijk. En daar kan de overheid niets aan doen.

Ik geloof in mensen. In hun eigen kracht. Mensen die zichzelf helpen, en anderen helpen. In die volgorde. Thuis, om hen heen. In hun familie, bij vrienden. In de straat en op school.

Zorg en liefde kun je niet uitbesteden. Je kunt het wel ontwikkelen, met hulp van anderen. Vaak pas na de nodige ellende. Het kan groeien. Het begint met liefde voor jezelf. Dan komt die ander. Dat wens ik alle tienermoeders en importbruiden toe. Alle vaders en moeders. En vooral onze kinderen.

maandag, oktober 12, 2009

Hoe durf je?!


Doorzettingsmacht. Prachtig woord. Geleerd bij Gewoon Doén | Casusadoptie*. Het staat niet in de Van Dale. Nieuw woord dus. Wat zou er staan als Gewoon doén gewoon wordt?

door·zet·tings·macht de; v(m) -en 1. sterkte, kracht om te volharden 2. persoon of zaak die macht heeft en (ondanks bezwaren) iets laat doorgaan.

Zoiets? Doorzetten op basis van kracht of macht. Macht als functionaris, kracht als mens. Maar voorlopig dichten we doorzettingsmacht vooral toe aan schaal 15 en hoger. Want een sponsor van een casus is een baas, liefst een belangrijke baas.

Maar wat dacht je ervan om zelf baas te worden? Zonder de macht, het gedoe en de volle tassen. Wel met heel veel kracht. Een Echte Baas dus. Een die van volhouden weet. Die niet bang is. Tenminste, zo lijkt het. Natuurlijk ben je wel bang. Maar je voelt je angst, en je doet het toch. Doodeng, maar je durft het.

Durven dus. Waarom is durven zo bijzonder? Hierom: ‘Hoe durf je?!’ Hoe vaak heb je dat niet gehoord? En wat was de blijvende indruk daarvan? Durven is niet goed! Papa of mama – of de meester of de juf, of welke boven je gestelde dan ook - zou wel eens boos op je kunnen worden! Durven leer je al heel vroeg af. Om het vervolgens weer te willen leren. Tenminste, als je later iets voor elkaar wilt krijgen, wanneer je groot geworden bent.

Verwondering helpt. Want je bent nu volwassen. Waar ben je in hemelsnaam bang voor? Je bent bang voor je vader en je moeder! Maar wat kan je gebeuren? Word je ontslagen, als ambtenaar, in Nederland? En dan gooien ze je eruit! Word je dan ook je huis uitgezet? Het grootste risco is dat je bijzonder succesvol wordt omdat je zoveel voor elkaar krijgt. Dankzij jouw hoogstpersoonlijke doorzettingskracht. Leuke nieuwe competentie? Liever niet. Gewoon doén.


*) Column voor Gewoon Doén, rijksbrede casusadoptie - een project van Vernieuwing Rijksdienst (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Konikrijksrelaties).

donderdag, oktober 01, 2009

Waer werd oprechter trouw..?


Kun je trouw zijn aan je werk zoals je trouw bent aan je man of vrouw? Niet opgeven als het tegenzit? Doorgaan in het vertrouwen dat het op een dag weer goed komt, of zelfs beter wordt? Niet naar een ander als je je zin niet krijgt of ontevreden bent? Misschien heeft het met leeftijd en levensfase te maken. Net als in je liefdesleven kom je in je werk verder door van alles uit te proberen. Door niet trouw te zijn ontdek je wat je wilt en waar je van houdt. Daarom ben ik blij dat ik niet met mijn eerste vriendinnetje getrouwd ben. En niet meer het werk doe waarvoor ik ooit ben opgeleid.

Je kunt ook zo trouw zijn dat je jezelf uit het oog verliest. Jezelf en je talent tekort doen en zo jezelf kwijt raken. In een huwelijk raken mannen dan aan de drank en vrouwen verslaafd aan shoppen. Maar dan gaat het niet meer over trouw. Dat is gebrek aan moed om te doen wat je wilt. Jezelf uitspreken en consequenties trekken. Op dat soort laffe trouw zit een organisatie niet te wachten. Je wilt oprechte trouw. Net als in een liefdesrelatie. Zoals Joost van den Vondel al dichtte. ‘Waer werd oprechter trouw / Dan tusschen man en vrouw / Ter weereld oit gevonden?’

Maar wat heet oprecht? En zijn organisaties wel oprecht? Organisaties willen graag dat je trouw bent. Ze willen trouwe aandeelhouders, trouwe klanten en trouwe medewerkers. Maar de trouw die organisaties zo hogelijk zeggen te waarderen heeft ook iets opportunistisch. Een medewerker wordt gewaardeerd. Letterlijk. Iemand heeft waarde voor een organisatie. Die waarde drukt zich uit in salaris, bonussen, opleidingen. Als organisatie investeer je in iemand en die investering wil je eruit halen. Die wil je binnenhouden. Want vertrek is verlies, een desinvestering.

Vergelijk een liefdesrelatie, je hebt zoveel tijd en energie in elkaar gestoken, dat wil je niet weggooien. Je klampt je aan elkaar vast. Langzaam maar zeker voel je je tot elkaar veroordeeld. Een leven lang wordt levenslang. Je weet je niet meer wat je het liefste zou willen. In een organisatie is het niet anders. Je voelt je gebonden door wat je ooit boeide. Binnengehouden. Je loopt vast en je wordt een last – voor jezelf en je omgeving. Te lang bij elkaar gebleven. Opgesloten in een gouden kooi. Met elkaar opgescheept. Elkaar de schuld gevend. Alleen met veel pijn kan de relatie dan nog worden verbroken.

Dan blijkt dat je allebei opportunistisch bent geweest. Was je echt blij met elkaar? Was je als organisatie echt blij met iemands bijdrage? Of waren er onuitgesproken twijfels? Kwam het gewoon goed uit? En als medewerker, was je blij met wat je bijdroeg? Was dit echt wat je wilde? Vervulde dit werkelijk? En dan kom je erachter: ik ben niet eerlijk geweest. Noch naar mezelf, noch naar de ander. Zo is trouw zijn uiteindelijk een kwestie van bewustzijn. Een state of mind. Een permanent aanwezig besef van je eigen drijfveren. Waarom doe ik dit eigenlijk? Word ik hier blij van? Vervuld mij dit? En dat gaat wel even verder dan: Word ik hier beter van? Want die vraag beperkt zich tot materie – tot GSM: Geld, Status & Macht. Lees Het drama Ahold, lees De Prooi.

Oprechte trouw betekent om te beginnen volkomen trouw zijn aan jezelf. Trouw aan je eigen waarden. Wat die waarden ook mogen zijn. Als ze jou maar duidelijk zijn. En als je die waarden maar duidelijk maakt aan je omgeving. Dan hoeft niemand zich voor de gek gehouden te voelen. Dan kun je kiezen voor de omgeving waar je het meest tot je recht komt. Waar jouw waarden sporen met de waarden van degenen om je heen. Dan ben je vanzelf trouw aan de ander, aan de organisatie. Want je bent trouw aan hetzelfde. Je deelt dezelfde waarden. En alleen op gedeelde waarden kun je een organisatie bouwen.

Wanneer je weet wat je waarden zijn kun je ook doen wat je wilt. Doe Wat Je Wilt! En mocht je bang zijn dat je dan ontspoort kun je daar nog iets aan toevoegen. Doe wat kerkvader Augustinus – nadat hij ongeveer alles gedaan had wat God verboden had en erachter was gekomen dat hij daar niet gelukkig van werd – aanraadde: Ama et fac quod vis – Love, and do what you will. Liefde als veiligheidssluiting. Eerst in de dop knijpen anders krijg je de flacon niet open. Dat lukt alleen als je je ervan bewust bent. Truc special: stel jezelf bij alles wat je doet de vraag: ‘Is dit liefdevol?’

Met de vraag ‘Is dit liefdevol?’ ontstijg je ook het troosteloze trouw zijn. Trouw zijn omdat het zo hoort. Het kan liefdeloos zijn om te blijven en juist liefdevol om te gaan. In je liefdesleven en in je werkende leven. Trouw ben je aan iets dat je werkelijk past. Dan ben je trouw aan jezelf, uit liefde voor jezelf. Dat maakt je ook betrouwbaar. Mensen weten wat ze aan je hebben. Zo horen trouw en liefde bij elkaar. Door je bewust te zijn van wat je werkelijk wilt en daarnaar te handelen. ‘Waer werd oprechter trouw..?’ Bij jezelf, diep van binnen.

(Verschenen in Tijdschrift voor Management Development, najaar 2009)

vrijdag, juni 19, 2009

Nieuw boekje! Vrouwen in de top, mannen op het schoolplein

Nodig tien topambtenaren uit voor een etentje en vraag hen te praten over mannen, vrouwen en leiderschap... en je krijgt een boekje. Dat was het plan van de Baak en het werkte. En de tien genodigden werkten van harte mee. Een boekje vol inzichten, relativering en humor. Ik heb het met veel plezier geschreven. Met rake foto's van Sanneke Fisser. En als gebruikelijk prachtig verzorgd uitgegeven door de Baak.

Hier de inleiding van het boekje:

Natuurlijk zijn er verschillen tussen vrouwen en mannen. Van nature, vanzelfsprekend. Er zijn boeken over volgeschreven en er is wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. En er zijn gemeenplaatsen en platitudes te over. Veel is terug te voeren op de evolutie. Vanaf het moment dat we ophielden samen rond te scharrelen op zoek naar noten en bessen is er wezenlijk iets veranderd in de verhouding tussen mannen en vrouwen. We vestigden ons op vaste plaatsen en de ellende begon. Vrouwen bleven thuis en mannen trokken er op uit. Helemaal seksebepaald. Het gender issue was geboren.

Watjes en bitches
Vanaf de jaren zestig kwamen steeds meer mannen erachter dat ze eigenlijk niet deugden in de ogen van steeds meer vrouwen. Mannen waren de onderdrukkers. Daar waren die mannen zich niet altijd van bewust maar ze voelden zich er vaak wel schuldig over. Veel mannen deden daarop hun uiterste best om vrouwvriendelijk te worden en hun vrouwelijke kwaliteiten te ontwikkelen. Of werden ze van de weeromstuit watjes? Waar was hun stevigheid en relativeringsvermogen gebleven?
Veel vrouwen werkten hard om hogerop te komen. Een aantal kwam erachter dat ‘meedoen met de mannen’ een succesvolle strategie kan zijn. Met als gevolg dat vrouwen die zich mannelijk gedroegen, vooral in de top bitches genoemd werden. Wat zowel andere vrouwen als mannen in verwarring bracht. Is dit nou een vrouw of eigenlijk een man? Typisch vrouwelijke kwaliteiten als zelfreflectie en open staan voor signalen uit de omgeving kwamen juist niet uit de verf.

Biologie en chemie

Terug naar het stenen tijdperk. Vrouwen zaten samen met de kinderen bij de hut, mannen trokken er met elkaar opuit om te jagen en te vissen. Daarom kunnen mannen zich goed bepalen tot een ding, liefst wat verder weg – Daar! Straks! – maar ook instinctief handelen – Schieten! Ophalen! – terwijl vrouwen van alles tegelijk kunnen doen en ondertussen de rust en het overzicht bewaren. Vandaar dat vrouwen goed kunnen zorgen en multitasken en mannen goed zijn in plannen maken en plotseling in actie komen. Niet alleen een kwestie van biologie maar ook van chemie: vrouwen kunnen genieten van de aanmaak van het zorghormoon oxytocine terwijl mannen kunnen kicken op een adrenalinestoot.

Grenzen en drempels
Tot zover wat we allemaal wel weten. Lossen die wetenschap en die algemeenheden over mannen en vrouwen nou iets op? Wat moet je ermee als je nadenkt over leiderschap? Of leiding probeert te geven? Waar loop je dan tegenaan? Wat werkt mee, wat werkt tegen? In hoeverre zijn het de omstandigheden die je bepalen? Op wat voor manier kom je jezelf tegen? Hoe loop je aan tegen je eigen grenzen en drempels, opvattingen en vooroordelen?

Inzicht en ervaring

Daarover zijn we in gesprek gegaan met vrouwen en mannen op topposities bij de rijksoverheid. Slimme mensen, succesvolle mensen en vooral... mensen. Ze hebben allemaal hun twijfels, net als iedereen. Het mooie is: dat durven ze ook te laten zien. Ze weten het ook niet precies. Dat maakt hen bijzonder. Lees en geniet mee van hun inzichten en ervaring.

En dan begint het gesprek...

Meer lezen? Vrouwen in de top, mannen op het schoolpein (48 pag. full color) kost € 9,95 excl. portokosten. Te bestellen via de Klantendesk van de Baak, 0343 556369 of email@debaak.nl
.

woensdag, juni 10, 2009

Eenvoud heeft de toekomst


Laatst was ik op een bijeenkomst van de Publieke Zaak. Onderwerp: 21minuten.nl – de tussenrapportage over de Europese resultaten. Geen uitkomsten om blij van te worden: de kloof tussen hoog en laagopgeleid en hoge en lage inkomens tekent zich steeds pijnlijker af. Juist als het over Europa gaat. Europa als splijtzwam. Kort gezegd: vooral hoog is voor, vooral laag is tegen. Kosmopolieten vs nationalisten, zoals Mark Bovens het laatst zo mooi zei.

De Europese lijsttrekker van de PvdA probeerde een zaal vol EU-betrokken hoogopgeleiden ervan te overtuigen dat Europa er echt niet alleen voor de elite is: ‘Ook MBO’ers kunnen dankzij Europa in Spanje gaan studeren.’ Toevallig zat ik naast een van de leukste marktonderzoekers van Nederland. Een echte NL-kenner. Die zei: ‘Loodgieters gaan niet naar Spanje om te studeren, die gaan naar Spanje om vakantie te vieren.’ ‘Liefst temidden van andere Nederlanders,’ dacht ik er achteraan.

Op een gegeven moment kon ik de goedbedoelde politieke gewenstheden niet meer verdragen en deed iets ongepasts. Ik riep met m’n handen aan m’n mond naar de lijsttrekker: ‘Geloof je het zelluf?!’ Daar werd hij erg boos over. ‘Ik ben twintig jaar journalist geweest en nu vijf jaar Europarlementariër...’ (Als je iemand autoriteitsargumenten hoort gebruiken dan weet je wel hoe het zit ;-) ‘En,’ ging hij verder, ‘ik heb geleerd: onderschat de mensen nooit!’

‘Onderschat de mensen nooit!’ Dat is precies wat hij deed. Maar steeds meer mensen laten zich niet meer onderschatten, laat staan voor de gek houden. ‘Het is complex’ is te lang gebruikt om anderen uit te sluiten. Het is een teken van onvermogen. Tegelijkertijd, veel politici en ambtenaren zijn dol op complexiteit. Het lijkt wel of je er in Den Haag op geselecteerd wordt. Complexiteit als intellectuele uitdaging. Maar val een ander daar alsjeblieft niet mee lastig. Zolang iets complex is doorzie je het nog niet. En als je het doorziet is het niet meer ingewikkeld. Integendeel, dan is het doorzichtig en kun je het iedereen eenvoudig uitleggen en er helder over vertellen.

Ingewikkelde boodschappen werken niet. Niet omdat de mensen ze niet zouden begrijpen. Ze werken niet omdat je ze zelf niet begrijpt. En dat voelen mensen haarfijn aan. Die confronteren jou met hun ongeloof en dan word jij boos. Maar je bent boos over je eigen onmacht om ingewikkelde zaken te doorzien – of te aanvaarden wat je daar ziet: politieke ongewenstheden. Maar zoals onze nationale filosoof al zei: ‘Je gaat het pas zien als je het doorhebt.’

Mensen zijn niet gek. En probeer ze ook niet voor de gek te houden. Anders word je in de Tweede Kamer zomaar tot drie keer toe ‘flapdrol’ genoemd als je een ingewikkeld - staat gelijk aan: geen - antwoord geeft op een eenvoudige vraag. En terecht! Hou jezelf voor de gek. Mensen voelen haarfijn aan dat jij iets niet door hebt, of tegen beter weten in iets niet door wilt hebben.

Andersom, transparantie werkt. Daarmee schep je volstrekte duidelijkheid. Dan wordt het weer eenvoudig. ‘Lekker simpel?’ Je wint er de verkiezingen mee. En de harten van de mensen. Of je nou Fortuyn of Obama heet, voor of tegen Europa bent, Wilders of Pechtold. Eenvoud heeft de toekomst.

Gesproken column, Reuring!Café 10 juni 2009

Twitter Delicious Facebook Digg Stumbleupon Favorites More